Site-archief

Poëzie en inhoud

Nieuw gedicht

.

Lezend in ‘Intimiteit onder de melkweg’ de bundel essays over poëzie van Herman de Coninck uit 1994, stuit ik op een alinea waarin de Coninck (1944-1997) schrijft: ‘Wat is inhoud in de poëzie? Kenners zullen zeggen: eigenlijk is inhoud in de poëzie die inhoud op het tweede gezicht, de inhoud die erbij komt. Dat is geen onaardige definitie, een zoveelste: het is goed om er een heel pak van te hebben, want er is geen enkele die klopt. (‘De tijd zit krap in zijn heden’ is dat inhoud op het eerste of op het tweede gezicht?) Juister zou zijn: poëzie is de spanning tussen dat eerste en dat tweede gezicht, zoiets als wisselstroom.’

Zelf hou ik enorm van gedichten waarin je bij een eerste lezing een idee of begrip krijgt van wat de dichter ermee bedoelde en bij een tweede (of derde of vierde) lezing juist een nieuw inzicht krijgt van wat de dichter er (nog meer) mee bedoelt. De ultieme vorm is wat mij betreft wanneer een lezer je als dichter vertelt wat je bedoeld hebt met je gedicht, terwijl je hier als dichter nooit aan gedacht hebt (het is me overkomen). Dat maakt de inhoud op het eerste, tweede of elk volgende gezicht dermate inhoudelijk spannend, dat er zelfs voor de dichter nog iets nieuws in te lezen valt.

In het stuk van de Coninck stelt hij zichzelf meermaals de vraag of inhoud in poëzie belangrijk is of juist niet, en zijn conclusie (het zal je niet verbazen) is dat er geen eenduidig antwoord te geven valt op die vraag. Afgelopen week schreef ik een nieuw gedicht getiteld ‘Samara’. Is dit een inhoudelijk gedicht? Zit er in een tweede of volgende lezing meer in dan bij een eerste lezing? Ik denk van niet, het gedicht is een weergave van een moment in taal gegoten. Soms is dat meer dan voldoende.

.

Samara

.

Daar vliegt een helikopter, bestuurd

door een Esdoornpiloot.

De wentelingen van haar rotor-

bladen, onzichtbaar snel aangejaagd

door de zwaartekracht.

.

Tussen loskomen en aarde

tart de wind, kort weliswaar

maar niet onopgemerkt,

de wet van Newton.

.

Dan zet de landing in,

bekwaam professioneel

zoals dat verwacht mag

worden. Van een Esdoornpiloot.

.

Herman de Coninck

Intimiteit onder de melkweg

.

Afgelopen weekend was ik in België en daar verbleef ik in een huis met veel boeken. Een van die boeken had meteen mijn aandacht want het was geschreven door een van mijn favoriete dichters Herman de Coninck (1944-1997). Het bleek een bundel uit 1994 met beschouwingen over poëzie te zijn bijeengebracht onder de titel ‘Intimiteit onder de melkweg’, waarvan de meeste in de jaren daarvoor verschenen in het Nieuw Wereldtijdschrift, De Morgen of Ons Erfdeel. ‘Over poëzie’, zo luidt ook de ondertitel, hoewel er ook twee stukken instaan over fotografie. Fotografie dan als een soort van taalloze poëzie, hetzelfde maar anders: ‘Poëzie en fotografie gaan over iedereen, altijd, overal. Persoonlijk vond ik deze twee stukken wel interessant om te lezen maar vanuit een poëzie standpunt minder belangrijk.

Tijdens het lezen bedacht ik me dat ik dit boek wilde hebben, ook omdat ik niet genoeg tijd had om het uit te lezen. Dus bestelde ik het tweedehands bij een antiquariaat in Rotterdam. Wel noteerde ik al een paar zinnen die ik las en die ik interessant vond. Deze twee zinnen zijn:

‘Poëzie komt pas als het er niet meer op aankomt’  en ‘Door een beschaving van het teveel, sterft de kunst van het weinige uit’.

Over beide zinnen is veel te zeggen. De eerste zin geeft aan dat (in de visie van Herman de Coninck) poëzie niet aan actualiteit hoeft te doen, niet activistisch hoeft te zijn. Pas wanneer er ruimte en tijd is om rustig te contempleren wordt poëzie geboren. Een interessante gedachte en kloppend in wat ik weet van Herman de Coninck en hoe hij poëzie schreef.

De tweede zin is juist weer heel actueel. Poëzie opnieuw is de kunst van het weglaten, het ruimte bieden aan inzichten en ideeën die de dichter niet opschrijft maar waar de dichter wel ruimte toe biedt door het gedicht. De Coninck was ook heel uitgesproken over proza en poëzie; die gaan niet samen. Als je kijkt naar de prozaïsche poëzie die momenteel zo populair is, dan weet ik zeker dat Herman de Coninck daar niet blij van zou worden. Maar deze uitspraak gaat op voor zoveel meer dan alleen de poëzie. Leg zo’n uitspraak tegen de wereld van nu en je begrijpt wat ik bedoel.

De bundel ga ik verder lezen en ik kom er hier vast en zeker nog op terug. Voor nu wil ik eindigen met, uiteraard, een gedicht van Herman de Coninck. Ik koos voor het gedicht ‘Parabel van de verloren vader’ uit zijn bundel ‘Vingerafdrukken uit 1997.

.

Parabel van de verloren vader

.

Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
tot die niet meer anders wil.

Je zal maar jong zijn en meningen hebben
van anderen, en verder niks,
niet eens een dode vader.

‘Dat eigen leven, begin daar gvd. eens mee,
en kom over tien jaar eens terug met verdriet
in plaats van gelijk, bijvoorbeeld na een vrouw of twee.
Dat ik kan zeggen: je bent dezelfde gebleven.’

Het bovenstaande is tien jaar geleden geschreven.
En aldus is tien jaar later geschied.

.