Site-archief

Lagogo Rotte

Poëzie evenement

.

In de afgelopen jaren (2019 en 2020) organiseerde Edwin de Voigt samen met onder andere Jiske van De zoek naar schittering en een aantal vrijwilligers Poëzie Lagogo aan de Bergse Voorplas in Rotterdam. Een vrolijk gevarieerd festival met veel poëzie, dichters dichtbij (in een bootje) en een mooie dwarsdoorsnee van Rotterdamse dichters die zich via dit festival laten horen.

Dit jaar wordt Lagogo opnieuw georganiseerd op 30 augustus maar nu aan de Rotte. Vanaf drie afvaartlocaties: Kerkhoflaan 145, Bergse Rechter Rottekade 1 en de Zaagmolenkade 1. Met onder andere oude bekende en vaste waarde Ingmar Heytze, Joz Knoop, Von Solo, Michline Plukker, Jeroen Naaktgeboren en vele anderen waaronder  muzikanten, schrijvers en cabaretiers.

Het reserveren van een kaartje voor een van de bootjes is gratis maar wacht niet te lang.  Lagogo Rotte begint om 13.00 en duurt tot 19.00 uur. Een van de optredende dichters is Jeroen Naaktgeboren (1977). Jeroen Naaktgeboren is dichter, performer en presentator. Daarnaast is hij ook actief als organisator en docent.
Solo en met zijn poetryrockgroep de WoordDansers heeft hij in de afgelopen jaren vele optredens verzorgd in theaters/ poppodia en (literatuur)festivals. In 2007 werd hij met de Woorddansers de eerste officiële stadsdichter van Rotterdam.

In Onze Taal, jaargang 73 uit 2004 verscheen het gedicht ‘Nacht in Rotterdam’ van de Woorddansers.

.

Nacht in Rotterdam

.

De Maas
slaat gelaten
tegen haar kade.
De stad
recht ruggen,
bruggen, nu en dan
het is nacht in Rotterdam.
De hoek om, het spoor onder, het
Weena op, over het stationsplein,
langs de Kruiskade, over de Wes-
tersingel, de Nieuwe Binnenweg,
voorbij het Boijmans en de Kunst-
hal, over het Vasteland naar het
water, langs de kade tot de touwen
en dan weer terug, het is nacht in
Rotterdam.
Zwarten, bakra’s,
schichtige Chinezen,
kakkers, snollen,
lustloezend kezen,
koelies, doekies,
scooters, skaters,
mokkels, sjonnies,
dopies, zweters,
dozen, yuppies,
dealers, hoolies,
taxi’s, kickers,
hillfiggerflikkers,
vastberaden poederdozen,
van blinkend nat ontladen
nuchtere neuzelaars,
en briesende woordenaars.
De stad
recht ruggen,
bruggen nu en dan
het is nacht in Rotterdam.
Rotterdam, cynische cilinder
van gassen en walmen
die fontanellen bedwelmen,
warme kwalmen, zucht van lucht
de flakkerende fakkels boven
Pernis.
Containers stapelen hoge muren
om de moskeeën, housetempels,
verloederde ALDI’s en de koopgoot.
Slachtafval wordt discreter afge-
voerd
dan de meeste vluchtelingen.
Maar de stad recht haar ruggen,
bruggen tussen nu en dan
het is nacht in Rotterdam.
Een oude man
prevelt een godvergeten gebed
in de taal van zijn moeder.
Een oude vrouw
met een geelgrauwe brandarishuid
jaagt zijn kinderen uit haar portiek.
Uit een passerende trein
schreeuwen de hooligans
Rotterdam Kankerstad
in de oorlog lag je plat
waarop wij antwoorden
Hamas Hamas
joden aan het gas.
Wie niet springt
blijft zeker zitten
Wie niet springt
blijft soms ook staan.
Maar een voorbijganger
is hier geen passant
een grote bek een stap te ver.
Stad van daad, geen gat voor
kwaad,
stad van solidair de straten op-
schonen
Autochtoon en Allochtoon de
schouders recht en rechtdoor
door onterechte berechting en
onverrichte berichten
van recht en ontwrichting.
Deze stad
recht mijn rug,
is mijn brug,
dit is nacht
in Rotterdam.

.

Poëziebusdichters 3

Jeroen Naaktgeboren

.

Jeroen Naaktgeboren (Rotterdam, 1977) is dichter, presentator en leerkracht. Hij won met zijn poetryrockgroep De WoordDansers in 2004 het NK Poetry Slam en eindigde daarop op het WK Poetryslam in Parijs op de tweede plaats. Hij werd januari 2007 tot de eerste officiële stadsdichter van Rotterdam benoemd en schreef het boek Poetry Slam, het festival. Kijk voor de optredens, plaatsen en data op http://www.poeziebus.nl

.

Hinkstap op de brandgrens

.

Stuka’s en Heinkels naderen boven het laagland

Daaronder de dokken, een vuilkleed over de randen

De Hef geheven met het lef van laatste overmoed

standhouden voor vrijheid die de wil van haat verzet

Straten met vaders

met armen vol moeders

met handen vol kinderen

met knuisten in een smeulend kleed

Op weg naar schuilkelders,

verstoppen in nissen,

bidden achter planken,

spanten om te klemmen,

plinten en balken

het gieren, het suizen,

de dreunende aarde

Vlammen likken en lekken met vlakke tongen

De brief keert terug zonder handtekening

Een lied van as schril en vals gezongen

De rode waas van gehaaste lichtkogels

Scherven en splinters door lijf gedrongen

Onrecht straft met het laffe geblaf van de Luftwaffe

Mijn stad scheurde haar hart voorbij met brandende longen

Ik ga door tochtgangen die tot daglicht-tunnels ontwaken

Langs getrapte blokkendozen voorbij wanden van glas

Onder torens van trots boven een plein van staal

Wachtkamers en paskamers in een glimstaal onthaal

Een stad die ver voor mij geboren

niet eens mijn sterven weten zal

Alleen in herdenken kan ik herkennen

wat mij hier bracht tot waar ik val

Hinkstap op de brandgrens

man op nu van stad tot toen

de oude tijd, de nieuwe mens

puin ontstegen wit en groen

.