Site-archief

All I wanna do (is have some fun)

Sheryl Crow en Wyn Cooper

.

Vorige week hoorde ik op de radio dat de tekst van het nummer ‘All I wanna do’ van Sheryl Crow eigenlijk als gedicht is geschreven. Genoeg reden om eens uit te zoeken wie dan de dichter is. De single van Sheryl Crow verscheen in 1993 op haar debuutalbum ‘Tuesday night music club’ en werd een hele grote hit over de hele wereld. Ze won met dit nummer zelfs een Grammy.

Het gedicht waaraan dit nummer te danken is (de tekst is vrijwel een op een overgenomen) is van Wyn Cooper, een Amerikaans dichter uit Michigan. Hij studeerde aan de Universiteit van Utah waar hij later ook docent werd. Sinds 1987 publiceert hij poëzie. In 1987 schreef hij het gedicht ‘Fun’,  de tekst van ‘All I wanna do’. Tegenwoordig is hij actief als docent, dichter en schrijft hij songteksten.

Hieronder de tekst van zijn gedicht ‘Fun’ en de muzikale invulling van dit gedicht van Sheryl Crow.

.

Fun

“All I want is to have a little
fun
Before I die,” says the man
next to me
Out of nowhere, apropos of
nothing. He says
His name’s William but I’m
sure he’s Bill
Or Billy, Mac or Buddy; he’s
plain ugly to me,
And I wonder if he’s ever had
fun in his life.

We are drinking beer at noon
on Tuesday,
In a bar that faces a giant car
wash.
The good people of the world
are washing their cars
On their lunch hours, hosing
and scrubbing
As best they can in skirts and
suits.
They drive their shiny Datsuns
and Buicks
Back to the phone company,
the record store,
The genetic engineering lab,
but not a single one
Appears to be having fun like
Billy and me.

I like a good beer buzz early
in the day,
And Billy likes to peel the
labels
From his bottles of Bud and
shred them on the bar.
Then he lights every match in
an oversized pack,
Letting each one burn down to
his thick fingers
Before blowing and cursing
them out.

A happy couple enters the bar,
dangerously close
To one another, like this is a
motel,
But they clean up their act
when we give them
A look. One quick beer and
they’re out,
Down the road and in the next
state
For all I care, smiling like
idiots.
We cover sports and politics
and once,
When Billy burns his thumb
and lets out a yelp,
The bartender looks up from
his want-ads.

Otherwise the bar is ours, and
the day and the night
And the car wash too, the
matches and Buds
And the clean and dirty cars,
the sun and the moon
And every motel on this
highway. It’s ours you hear?
And we’ve got plans, so relax
and let us in –
All we want is to have a little
fun.

.

Meer over Wyn Cooper op zijn website: http://www.wyncooper.com/

Kijk eens naar beneden

Gevonden poëzie

.

In Maassluis is in een nieuwe wijk een project uitgevoerd waarbij inwoners hun (maritieme) tatoeage konden insturen, waar dan de mooiste gekozen konden worden door de inwoners van Maassluis. Deze mooiste tatoeages werden vervolgens in stoeptegels gehakt (tenminste dat vermoed ik, of gefreesd) en her en der in de wijk geplaatst in stoepen.

Ik moest hieraan denken toen ik de volgende voorbeelden van ‘gevonden poëzie’ tegen kwam. In Charleston (South Carolina) is een wijk waar de bewoners zelf voor stoeptegels met poëzie hebben gezorgd. Een leuk idee dat navolging verdient. In een tijd waarin steeds meer mensen met gebogen hoofden door het leven gaan (omdat ze met hun ogen vastgelijmd lijken aan hun smartphone) zou poëzie op de stoep een reden kunnen zijn om even de blik van het scherm te nemen en een gedicht te lezen.

.

stoep1

stoep2

Met dank aan visual St. Paul blog

The poetry box

Palen en dozen

.

De afgelopen weken ben ik een paar voorbeelden tegen gekomen van palen en dozen met poëzie. Wat hebben ze gemeen? Ze staan aan de openbare weg en er zit (gratis) poëzie in deze dozen, palen of dozen op palen. En ze zijn allemaal gesitueerd in delen van de Verenigde Staten. Blijkbaar is het een fenomeen dat daar nogal navolging krijgt. Zo is er de poëziepaal van Cornelia Seigneur in Bolton, Oregon, de Poëzie post ( gevonden door Ann Harrison) in Portland, Oregon, de Mystic poëzie doos in Mystic, Connecticut van Sue Ellen Thompson en de poëziepaal van Gabriel Boehmer ook in Portland, Oregon en tot slot de poëziedoos in New London in Connecticut.

Ik ken geen vormen van dit soort ‘openbare’ poëzie in Nederland, maar als je een voorbeeld weet, laat het me weten.

Hieronder de verschijningsvormen van de hierboven beschreven plekken.

.

Paal1

Paal2

Paal3

Paal3a

Paal4

Paal5

Paal6

Charles Bukowski

Laatste lezing

.

Charles Bukowski gaf weinig lezingen in zijn leven. Hij hield er helemaal niet van. En als hij al een lezing gaf was dat voor het geld (meestal niet meer dan een paar honderd dollar). Tijdens lezingen zocht hij ook nog eens vaak naar ruzie met mensen in zijn publiek.

Charles Bukowski overleed in 1994 maar zijn allerlaatste publieke lezing was op 31 maart 1980. Vanaf dat moment had hij inkomsten uit royalties van boeken en verfilmde boeken. De video van zijn laatste lezing heeft lang op de plank gelegen maar is nu te bekijken via Youtube (en nu dus hier). De lezing had plaats in de Sweetwater Inn in Redondo Beach in Californië.

.

Carl Andre

Gedichten in vreemde vormen

.

Carl Andre werd geboren in 1935 in Massachusetts in de VS waar hij de kunstacademie bezocht en zich vestigde als kunstenaar.

Vanaf de jaren ’60 ging Andre zich toeleggen op zijn bekende sculpturen gemaakt uit vaak eenvoudige, makkelijk verkrijgbare materialen. In zijn vroege werk citeerde hij naar Constantin Brancusi in grotendeels houten, verticale werken. In deze periode maakte Andre vooral grote verticale werken, die in de beginfase nog door hem werden bijgewerkt, maar die hij onder invloed van andere minimalistische kunstenaars uiteindelijk onbewerkt liet.

De verticale sculpturen waren echter niet bevredigend genoeg voor Andre, hij ging zich steeds meer toeleggen op horizontale sculpturen. Bekende werken zijn de grote metalen platen die in een gelijkzijdig vierkant op de grond zijn neergelegd. In Nederland zijn deze werken onder andere te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag en het Kröller-Muller museum i Otterlo. In feite is het de bedoeling dat de bezoeker om, over en langs het werk kan lopen, dit wordt echter niet in elk museum evenveel gewaardeerd.

Terwijl hij  vooral bekend is om zijn beeldhouwwerk,  produceerde Carl Andre ook poëzie. Vanaf de vroege jaren 50 tot het midden van de jaren 70.  Andre’s gedichten, die werden getypt op een typemachine of met de hand geschreven, kunnen ook gelezen worden als tekeningen. Zij houden rechtstreeks verband met de kunstenaars driedimensionale werk in de zin dat ze het woord nemen als een compositorisch module, net als het typische gebruik van baksteen of metalen platen in zijn beeldende kunst. De gedichten hebben vaak historische referenties en autobiografische elementen . De, vaak schuin geschreven, gedichten  doen qua karakter en instelling denken aan een integratie van verschillende literaire vormen zoals het sonnet, opera, of de roman. Andre doneerde bijna 500 pagina’s van zijn poëzieverzameling aan de Chinati foundation. Het werk werd geïnstalleerd in een eigen gebouw, in vitrines ontworpen door de kunstenaar, in 1995.

Dit gebouw (een van de 15) is gesitueerd in de Chihuahuan woestijn in Texas en zijn zeer moeilijk te bereiken (te voet en vaak door open terrein zonder paden).

Hieronder een aantal voorbeelden van de poëzie van Carl Andre.

.

293088S02

andre 1

andre2

Mad poetry

Jodi Vander Molen

.

Op mijn zoektocht door het eindeloze internet kwam ik op de website van madpoetry.org

Voordat jullie nu denken dat het hier gekke dichters betreft, dat is niet het geval, het betreft hier dichters uit Madison, US.

Op deze site onder andere een overzicht van podia, wedstrijden, organisaties, publicaties en een groot aantal dichters waaronder de dichter Jodi Vander Molen. Ongetwijfeld een dichter met Nederlandse voorouders. Jodi is lid van de Wisconsin Fellowship of Poets en de Hessen-Wisconsin Writers,

Van haar hand een bijzonder aardig gedicht met als titel: tiny cups of coffee.

.

tiny cups of coffee

.

bouncing truck of tourists
full of
“I’m Angie from Chicago”
“He-LLO, Angie!”
everybody now

you say your name is tour guide Eddy
you say 1 Dominican second = 5 minutes
you say recycle our glass bottles
or else you’ll have to pay
you say today we are your family

you say get your camera
to take a picture
of a very old tree

i try to snap where trunk meets ground

you crack a joke
or half of one
about proximity

here we have the public health clinic
now down the road a bit
look
here’s the cemetery

overgrown with green
maybe 20 headstones
not arranged in rows

flashes of conversation:

the house over there
was built by Trujillo’s son
they don’t live there now

you graduated in ’97
afterwards to private school

$2/gallon for gas here
How much in your country?
$1.63

what about the colors on the houses?
pink for san miguel
blue for peace

azul

Why don’t they build them bigger?
Because they’re poor.

time to look at one up close
we pay a visit

no introductions
to:

-the woman at the sewing machine
-gray haired woman just outside the door
-woman serving tiny cups of coffee

puppy passed around
seems like there’s one at every stop

kids in the back of a truck
no men seem to be around

(The palm trees were watching us all.)

on the wall a sticker:
I’m not poor because I have Christ

down the road some more

you tell jokes in increments,
are silent past the mountains

bump, bump bounce
bumpbump bump bounce

beer break, cocoa farm, cockfight in the distance, lunch, rum shack, then the beach
with each finished
block of clock:

“My family,”
you’d shout.
“Time to get back on the truck.”

.

Jodi

De Mensch Deelder

Uit mijn boekenkast

.

In de jaren 80 van de vorige eeuw was ik groot fan van Jules Deelder (en nog steeds). Uit die tijd heb ik ook verschillende bundels van hem en heb ik hem een aantal keren live op een podium zien optreden. Uit die tijd stamt ook het boek De Mensch Deelder (1986). Uit mijn (inmiddels deels vergeelde) exemplaar het volgende gedicht van Jules:

.

Half Moon Inn, San Diego, Calfornia

.

Op het gazon

rond het zwembad

groepen ze samen;

de gok-, sex- en ho-

recafbazen doen zaken

.

soms laat er een zich

voorzichtig te water;

van ver klinkt de stem

van Bep van Klaveren –

.

”k Gaf ‘m een hóek

Hij ‘p nóóit meer gebokst.’

De temperatuur loopt op

tot 25 graden

.

De Mensch Deelder, waarin opgenomen J.A. Deelder: teksten 1962 – 1985 door Pieter van Oudheusden en Herbert Verhey, Veen uitgevers

.

Deelder