Categorie archief: Recensies

Hellouw

Gijsbert Hamoen

.

Van mijn oud mede columniste bij Maassluis.nu Corinne Hamoen, kreeg ik de dichtbundel ‘Vierstromenland’ van haar vader Gijsbert Hamoen (1932 – 2013). De bundel is mooi en zorgvuldig vorm gegeven, fraaie omslagfoto’s, harde kaft en mooi matglanzend papier. Uitgegeven in eigen beheer.

Gijsbert Hamoen groeide op in de Rijnstreek. Hij studeerde aan de RU te Utrecht theologie en Semitische talen. Hij werkte in Berlijn als predikant voor buitengewone werkzaamheden (vluchtelingenwerk), en woonde en werkte achtereenvolgens in de Alblasserwaard (Oud-Alblas), Tielerwaard (Meteren en Est), Land van Heusden en Altena (Heusden), het Westland (’s Gravenzande) en het Sticht (De Meern). Hij publiceerde gedichten en artikelen over plaatselijke en regionale kerkgeschiedenis in verschillende tijdschriften.

Dan de bundel. Deze bevat zo’n 120 gedichten en deze zijn geschreven tussen 1960 en 2011. Een overzicht van een dichterlijk leven dus. Een aantal gedichten zijn eerder gepubliceerd in onder andere het tijdschrift de Waagschaal en de historische reeks Land van Heusden en Altena. Andere gedichten zijn voorgelezen in het NCRV programma ‘Vers in het gehoor’.

De bundel is opgedeeld in een aantal hoofdstukken en deze verwijzen naar de Vier Stromen uit de titel. Zo zijn er hoofdstukken met titels als ‘De Alblas’, ‘De Linge’, ‘De Maas’ en ‘De Rijn’. In deze hoofdstukken een aantal gedichten zonder titel maar de meeste gedichten verwijzen naar een dorp of hebben een andere geografische verwijzing.

Een aantal genoemde dorpen kende ik maar er viel nog een hoop te ontdekken zo merkte ik tijdens het lezen. Zoals bijvoorbeeld bij het gedicht hieronder ‘Hellouw’. Dit blijkt een dorpje te zijn in de Betuwe met 960 inwoners (2008). Hamoen geeft in deze bundel vele van dit soort kleine dorpjes een eigen gedicht en dat vind ik op zichzelf al een mooi gegeven.

Voor de inwoners van deze dorpjes zullen de gedichten zeker herkenbaar zijn, specifieke plekken als wegen, kerken, begraafplaatsen, waterputten en andere objecten worden op een respectvolle en poëtische manier beschreven.

Als deze bundel één indruk bij mij heeft achtergelaten dan is het wel dat er veel mooie plekjes in Nederland zijn om nog te ontdekken. Bijvoorbeeld met deze bundel in de achterzak.

.

Hellouw

.

Tussen de kribben

drijft een dode hond

op de rivier

en op het basalt

blijft hooi en hout

op de hoogte

van de vloed.

.

Tegen de dijken

schurken de huizen

en likken hun wonden

bij doodtij.

.

hellouw

vierstromenland

Alles is ijdelheid maar dat geeft niet

Nieuwe bundel van Pieter Drift

.

Kunstenaar en dichter Pieter Drift heeft een nieuw bundeltje gedichten doen laten verschijnen. De titel: ‘Alles is ijdelheid maar dat geeft niet’. En zo is het maar net. Tien gedichten in een prachtig vormgegeven bundeltje. Het colofon meldt: ‘De tekst van deze bundel is met de hand gezet uit de Lectura en De Roos (Naar de ontwerper van de letter Sjoerd de Roos) door Dick Ronner. De hoogdrukets op het omslag is vervaardigd door de dichter. De oplage van 66 exemplaren werd op een Korrex proefpers gedrukt.’

Uit alles blijkt dat Pieter zich met deze uitgave heeft bemoeit, de bundel is in feite een klein kunstwerkje. Het papier, de druk, het feit dat de bundel is ingenaaid, de nummering van elk deel (ik heb nummer 2 van 66), de ondertekening, het is een feest om het boekje te voelen en te bekijken. Uit alles blijkt met hoeveel liefde en aandacht dit bundeltje is uitgegeven.

Dan de inhoud. Met ironie en een knipoog dicht Pieter korte puntige gedichten. Maar ook serieuze onderwerpen schuwt hij niet zoals in het gedicht ‘Als ik dood’ met de beginzinnen ‘Als ik dood ben wil ik / nog een beetje nagalmen’. In het hart van dit bundeltje staat het gedicht ‘Spiegel’ waar ik me wel wat in herken (Pieter is een paar jaar jonger dan ik) en waar de titel van de bundel uit is genomen. Een bundel voor de liefhebber van mooie boekjes en poëzie. Ik ben blij dat ik een exemplaar heb.

.

Spiegel

.

Ogen worden nooit ouder

kijken gulzig om zich heen

maar in de spiegel

valt het zwaar

.

Graag zien ze het lijf

strak getekend

.

niet deze omtrek

De ontkenning

van een Spartaans bestaan

.

Zou het lukken om mezelf

weer in vorm te gunnen?

.

Alles is ijdelheid

maar dat geeft niet

.

ijdelheid

Life is a killer

Recensie

.

Derrel Niemeijer is een eigen uitgeverijtje begonnen en met ‘Life is a killer’ debuteert hij met zijn uitgeverij MeerPeper gelijk maar met een icoon uit de beatgeneration William S. Burroughs II of W.S.B. zoals op de cover staat te lezen.

William S. Burroughs (1914 – 1997) werd in 1959 beroemd door de uitgave van de roman ‘Naked Lunch’, een boek met een innovatieve, deconstructivistische structuur waarin hij harde maatschappijkritiek levert, met drugsverslaving en homoseksualiteit als metaforen. Tevens is het een kroniek van zijn eigen ervaringen met homoseksualiteit, het gebruik en afkicken van drugs. Hij maakte in dit boek onder meer gebruik van elementen uit genres als hard-boiled, sciencefiction en porno. Ook zijn enige gedeelten geschreven als satire op wetenschappelijke traktaten. (bron: Wikipedia).

In ‘Life is a killer’ complete poetry,  heeft Derrel met toestemming van de erven Burroughs het poëtische werk van W.S.B. bijeengebracht. Dit poëtische werk is een zeer klein gedeelte van wat hij heeft geschreven en er zullen mensen zijn die ook dit werk niet als poëzie zien.

Burroughs past hier namelijk steeds de cut-up techniek toe, waarbij hij letterlijk tekst verknipt en op een andere manier weer samenvoegt. Hierdoor ontstaan zeer bevreemdende en onsamenhangende teksten. In feite maakt Burroughs ready mades. Met name in de eerste ‘gedichten’ uit 1959 worden allerlei medische stukken verknipt over kanker, polio en dierenziekten. In latere stukken maakt Burroughs ook gebruik van proza van Stalin en gedichten van Rimbaud. Pas in de gedichten van na 1962 komt er enige samenhang in zijn teksten die ook voor de (geoefende) lezer begrijpelijker zijn. In de laatste twee gedichten ‘Pistol Poem No. 2’ en ‘Pistol Poem No. 3’ herkende ik een stijl die ik eerder bij andere post moderne dichters las.

In de bundel (geheel in het Engels) maakt Derrel gebruik van de interpunctie, de opmaak en het invoegen van lege bladzijden helemaal in de stijl van zijn grote held (die dit ook deed). Hoewel ik nog steeds niet kan wennen aan een gecentreerd Forword en Index, begrijp ik de keuze hiervoor.

Als pamflettistische bundel is dit dan ook een zeer geslaagd debuut van MeerPeper. Als je, zoals ik, graag de (rafel)randen van de poëzie opzoekt mag de cut-up techniek en de “geconcentreerde gekte” zoals ik het dan maar noem, van William S. Burroughs niet ontbreken.

De totale oplage van dit werkje bestaat uit maar 25 stuks maar ik weet zeker dat de liefhebbers van het werk van William S. Burroughs en/of van de beatgeneration deze uitgave graag zullen aanschaffen.

Uit deze uitgave het gedicht “People are some bath tub” uit 1959.

.

“PEOPLE ARE SOME BATH TUB”

,

“people are some bath tub.”

for new cancer holes

Ma viruses

made the night for She Ovation

Dish Soprano

separated by long peee

another mystery

other kill cells and future

agent at work

new cancer hole

These individuals are marked foe

They are of malignancy the link

The usual procedure

seperated by a long Pee

eventual program

known as COOL

virus graphed

Time.

OURS?

THAT?

.

Life is a killer

(Wan)hoop

Hervé Deleu

.

Van mijn vriend en dichter/schrijver Hervé Deleu mocht ik zijn nieuwste kleine bundeltje ontvangen met als titel (Wan)hoop. Een kleine serieuze bundel met 18 gedichten over de vluchtelingen problematiek of vluchtelingencrisis zoals achterop de bundel te lezen is.

Een lief, eenvoudig witte omslag met alleen de titel en de naam van de dichter, geen inleiding verder, sober maar daardoor juist heel krachtig. Alle gedichten en gedichtjes hebben als thema de vluchtelingen, hun achtergrond, hun gedwongen reis, hun hoop en wanhoop en de reactie van ons, de inwoners van landen die deze vluchtelingen ontvangen. Een enkel gedicht beslaat slechts 2 zinnen, een ander 4 en weer een ander 2 pagina’s. Wat ze gemeen hebben is de compassie van de dichter met het onderwerp.

Ik heb al eerder kleine bundeltjes mogen ontvangen van deze bijzondere dichter, deze is er een die je vaker moet lezen om de omvang van het thema goed door te laten dringen. Een aanrader. Uit de bundel het gedicht wat me meteen raakte ‘Verder, graag’.

.

Verder, graag

.

Hebben jullie dorst, mijn vrienden

hier is wat bronwater

dan kunnen jullie weer verder

het lest

maar smaakt naar ijzer.

.

IMG_2202

Zijwaarts springen

Een recensie

.

Van Méland Langeveld kreeg ik de bundel ‘Zijwaarts springen’. Een bundel die op een bijzondere manier tot stand kwam, maar daarover straks meer. Méland Langeveld is (tekst)schrijver, redacteur en dichter. Langeveld deed meerdere malen mee met de Turing gedichtenwedstrijd. Zes gedichten in deze bundel eindigden hoog in de Turingprijs ranglijst. Gedichten uit de edities van 2012, 2013 en 2014 en ongetwijfeld zal ook dit jaar zijn naam niet ontbreken op de ranglijst (als hij weer meedoet) want zijn poëzie heeft een heel eigen toon.

Uit eerdere besprekingen van zijn gedichten door de Turingprijs redactie: “Fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar heen, vooral als er een vergelijking wordt gemaakt tussen een vader die lispelt en meubelen die praten.”

Maar ook: “zeer ontroerende, beeldende beschrijving van de relatie tot een dementerende ouder. Nergens wordt dit gedicht zeemzoet – wat met een gevoelige thematiek niet gemakkelijk te vermijden is.”

De verwachtingen voor lezing waren dan ook hoog gespannen bij mij. Dan als eerste de bundel. Deze is een gevolg van het feit dat Langeveld in de zomer van 2015 de eerste prijs bij de door uitgeverij aquaZZ georganiseerde gedichtenwedstrijd, won.

Als prijs werd deze bundel uitgegeven. Mooi vormgegeven door Angélique Kersten en opgedragen aan Leonie en Roos. De bundel is ingedeeld in zes hoofdstukken met titels als: Huilend leeg landschap’, ‘Sleetse loper naar het avondland’ en ‘Lepe ogen van de melancholieke koe’. Dit zijn mijns inziens willekeurig gekozen titels, ik heb tenminste geen directe link kunnen vinden met de gedichten die na de hoofdstuktitels volgden en de titel van een desbetreffend hoofdstuk. Overigens vind ik dit totaal geen probleem, misschien zie ik iets over het hoofd, misschien zijn het slechts vehikels om enige structuur aan te brengen in de bundel.

Uit deze titels komt al naar voren wat voor soort dichter Méland Langeveld is, wat ik een bijvoeglijke naamwoordendichter zou noemen. Dat is overigens zeker niet altijd een negatieve connotatie. In het geval van Langeveld zeker niet. Juist door de ongebruikelijke manier van toepassen. Voorbeeld: ‘Het vochtig ruisen van rul water’, ‘Fris gewassen sneeuw’ en ‘onverschillige regen’. Juist door het gebruik van dit soort ongebruikelijke combinaties van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden is het lezen van deze bundel een plezier.

De gedichten zijn dan weer heel ‘down to earth’ en even later weer volledig ontspoord (op een positieve manier). Hierbij speelt de fantasie van de dichter een belangrijke rol. Voor de ervaren poëzielezer valt er veel te genieten maar ook voor de minder ervaren lezer zijn de gedichten zeer te genieten (ik heb de proef gedaan!). Een bundel die ik kan aanraden kortom.

Ik heb voor het gedicht ‘Stilte’ gekozen omdat dit voor mij heel duidelijk illustreert wat Langeveld kan.

.

Stilte

.

Vandaag rouwt de treurwilg paars

haar takken reiken tot aan

het somber, vileine water

haar lijzige bladeren

ruizelen in de schrale wind

.

voor even toont ze me een grimas

speelt met haar uitgerekte schaduw

aaibaar groen in nevelslierten omhuld

.

tijd is verzonnen door verlangen

lauwwarm water laat me erin wiegen

schudt me wakker

in fluisterend geschreeuw

.

zwalkend licht zindert uit de verte

drijft weg in ’t cadans van het getij

verstarring voorgoed doorbroken

.

in spraakloze taal ademt ze

zonder te ademen

.

ML

ISBN: 978 94 91897 50 4
86 pagina’s, prijs € 13,95

 

Onderstroom

Een recensie

.

op zondag 15 november presenteerde Greta Lugtmeier in Rockanje voor een geïnteresseerd publiek haar debuutbundel als dichter met de titel ‘Onderstroom’ . Ook mij had ze gevraagd om samen met Sabine Kars, Marijke van Geest, Niels Snoek, Anna Schenk en Juul Kortekaas deze presentatie aan te vullen met onze poëzie.

De daar voor € 14,- aangeschafte bundel ligt nu voor me om te recenseren. Allereerst valt op hoeveel tijd en aandacht er besteed is aan deze bundel. De voorkant met delen van foto’s van de kust (zand, strand, branding, zee) geven al een deel van de inhoud weg, net als de titel Onderstroom, al is die ook duidelijk voor meerdere interpretaties gebruikt in de thematiek van de gedichten.

de foto’s komen ook terug in de bundel die een rustige bladspiegel laat zien. Sommige pagina’s bestaan uit een foto waarop het gedicht te lezen is, andere zijn bijvoorbeeld zwart met daarop in wit het gedicht. Mooi vormgegeven en met een fijn lettertype, al is de lettergrootte wat klein naar mijn zin.

In zijn voorwoord schrijft Niels Snoek ” Lees deze gedichten met alle vijf de zintuigen”  en “.. Gebruik ook het zesde zintuig” .

Vooral die laatste aanbeveling is terecht want de poëzie van Greta is wat ik ‘ getuigenispoezie’ noem waarbij het van belang is dat je je kunt inleven in de tekst en de thema’s die de dichter je voorschotelt. De gedichten zijn niet eenvoudig en luchtig van toon. De achterflap tekst verraadt al dat de bundel in verband staat met haar serieuze, soms wat weemoedige kant (van de dichter). Dat is zeker het geval.

Niet voor niets denk ik, hebben de eerste gedichten in de bundel titels als Verlangen en Weemoed, twee woorden die ik elders in de bundel nog een aantal maal voorbij zie komen. Maar er is ook plaats voor verlangen, respect en liefde. Alle gedichten, of ze nu somber, weemoedig, serieus of juist hoopvol van strekking zijn hebben iets warms, je leest er de persoonlijkheid van Greta in terug.

De gedichten variëren in lengte van korte haiku-achtige gedichtjes van een paar korte zinnen tot bladzijde vullend. Sommige zijn geïnspireerd op gedichten van andere dichters maar dat staat er netjes onder aan de pagina bij andere hebben juist weer het water, de zee als thema. Ook hier komt de onderstroom weer naar boven.

Voor wie van toegankelijke, persoonlijke en veelal serieuze poezie houdt is dit zeker een aanrader. Dat er ook een zekere speelsheid in de poëzie van Greta schuilgaat blijkt wel uit het gedicht ‘Leven’.

.

leven

.

de première van de musical Barnum

miste ik maar met een dag

de aanslag van Mohammed Atta op Lower Manhattan

slechts met een paar uur

die aanrijding laatst in de Botlek

met een paar seconden

opgelucht koester ik mijn momenten:

je mist meer dan je meemaakt, zo is het leven

.

onderstroom

Onderweg naar hier en later

Een recensie

.

Via zijn website http://gewogenwoorden.be/ maakte ik kennis met de poëzie van Koen Snyers (1966). Vanaf het moment dat ik op zijn site begon te lezen wist ik dat ik te maken had met iemand die kon dichten. Ik schreef een commentaar en van het één kwam het ander.

Zijn poëziebundel ‘Onderweg naar hier en later’ is uitgegeven door zijn eigen uitgeverij Zeghetmettekst  (http://zeghetmettekst.be/) een uitgeverij van poëzie, prozapoëzie en poëzieproza. De bundelcover is geïllustreerd door Lies Schroeyen. De bundel bevat 40 gedichten en is onderverdeeld in 5 delen met als verbinding 4 regels met als leidend motief ‘Onderweg’.

Dit is een verwijzing naar de titel en derhalve zou je verwachten dat het thema van deze bundel Onderweg is. En in zekere zin is dat ook zo. Onderweg in de tijd, onderweg in een relatie, onderweg met de trein en zelfs het (stromende) water dat een aantal keer terugkeert is onderweg. In grote lijnen worden een relatie beschreven (van de dichter en zijn geliefde, van een niet nader genoemde vrouw en man), het reizen met de trein en het stadsleven. Steeds vanuit een ander oogpunt maar met een rode draad die je al lezend gaat herkennen.

De gedichten zijn in klare taal, toegankelijk en met mooie poëtische vondsten als / Is dat zo: kunnen we met het glas / halfvol blijven klinken op de liefde? en / Ze vertelt over de eerste woorden die hij / sprak: ze rijmden niet. Of hij en zij ooit / met elkaar te rijmen zouden zijn, dat / wist ze niet.

Hier en daar wordt Koen wat kwistig met taalgrapjes zoals in het laatste gedicht krenterig / krentenbrood, koffie pruttelt, mijn lief houdt zich stil, roeren in onze koffie/ en zijn het roerend eens maar nergens had ik de neiging om zinnen over te slaan. In mijn geval betekent dat, dat de dichter een toon aanslaat of een geluid heeft gevonden waarin je vanzelf mee gevoerd wil worden.

Naar het einde van de bundel lezend ga je de verbanden zien en herken je zinnetjes uit eerdere gedichten. De gedichten zijn los uitstekend te lezen maar als geheel voegen ze een extra dimensie toe aan de leesbeleving.

De tekst op de achterflap meldt: Deze bundel is meer dan een verzameling van losse (proza)gedichten: hij leest als een poëtisch verhaal met miniatuurschetsen en toevallige ontmoetingen. Als lezer waan je je onderweg in het leven van alledag, met sprongen in tijd, ruimte en hoofd.

Ik kan het daar alleen maar eens mee zijn.

Uit de bundel het gedicht ‘Halte een’

.

Halte een

.

Halte een, elf minuten vertraging.

.

Scholieren overrompelen het treinstel en mijn ge-

moed met veel rumoer. Anderen stappen geruisloos

in de trein om naar hun werk te sporen.

.

Een vrouw komt recht tegenover mij zitten. Haar

aanwezigheid tempert het rumoer en mijn gemoed.

.

Ik schat haar een jaar of dertig – ja, ik zou zelfs de

leeftijdsjaren van mensen tellen, als dat kon.

.

Gelooft u nog in de liefde? vraag ik aan de vrouw.

U mag mij tutoyeren, zegt ze, seconden stelend om

na te denken over mijn vraag.

Tutoyeer mij ook maar, zeg ik en ik herhaal: geloof

jij nog in de liefde?

.

Met het glas halfvol kan je blijven klinken op de

liefde, antwoordt ze.

.

coverbundel

De bundel ‘onderweg naar hier en later’ is te koop voor € 11,- (exclusief verzendkosten) via de website gewogenwoorden.be

Dubbeldichters, een recensie

Mattie Goedegebuur en Derrel Niemeijer

.

Na twee eerdere bundels van Derrel Niemeijer te hebben gerecenseerd kreeg ik nu het verzoek om de nieuwe bundel die hij en Mattie Goedegebuur hebben gepubliceerd  bij uitgeverij Heimdal te lezen en te recenseren. Mattie haar laatste bundel ligt nog op mijn stapel: te recenseren bundels maar na het lezen van deze bundel heb ik er zin in gekregen. Derrel volg ik al een tijdje en daaruit bleek me dat zijn gedichten in kwaliteit toenemen. De gekte is er zeg maar een beetje uit aan het verdwijnen. En met gekte bedoel ik de enigszins chaotisch manier schrijven, van opmaak en van alles op papier smijten. In die zin is ook deze bundel weer een verbetering ten opzichte van de voorgaande.

Gaat dat dan niet ten koste van de authenticiteit? Gelukkig blijft Derrel in zijn gedichten verrassen met opmerkelijk vondsten, creatieve manieren van zaken bespreken en is ook zijn manier van persoonlijk dichten gebleven. Zelfs ten aanzien van de bladspiegel (nog een pijnpuntje uit de laatste bundel) is in deze bundel de naar mijn mening juiste weg bewandeld. Jammer dat de wat langere gedichten op een bladzijde naast elkaar zijn gedrukt om het maar op die ene pagina te krijgen, dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede.

Dat hiervoor gekozen is begrijp ik trouwens wel en dat heeft alles te maken met de opzet van deze bundel. Zoals het in het voorwoord staat beschreven:

Na enkele ontmoetingen begint het poëtisch koppel met een gedichtenbattle: Niemeijer schrijft een uitdagend gedicht, waarop Goedegebuur weer reageert (of omgekeerd).

En dat is precies waar de bundel uit bestaat, steeds twee gedichten van beide waarbij de een op het gedicht van de andere reageert met een ‘tegen’gedicht. Vooraf vroeg ik me af of dit kon werken maar na lezing weet ik; dat kan, en hoe.

De ‘battles’ zijn uitdagend, verrassend, geven een kantelend beeld van een onderwerp en blijven daardoor fris en leesbaar. Waarbij beide duidelijk een eigen stijl hanteren zijn de gedichten van Derrel eerder provocatief en die van Mattie eerder om wat langer over na te denken. De chemie tussen beide dichters is echter bij elke battle aanwezig en dat is knap.

Ook in de titelkeuze wordt de samenwerking versterkt. Titelcombinaties als ‘Wapen-Heelmeesters’, ‘Een geboren dichter – Hij is gehoorzaam’, ‘Boeren, burgers en buitenlui – Koning, keizer, admiraal’ zijn een aanvulling op het concept van deze twee dichters.

Wat mij betreft, gezien de kwaliteit van de gedichten, de bijzondere combinatie van dichters en de verrassende thema’s op termijn reden tot herhaling.

Uit deze bundel de gedichten ‘battle’ ‘Heimwee naar de boekenkast – Slapend in boeken’

.

Heimwee naar de boekenkast

door Derrel Niemeijer

.

Mijn boekenkast

is mijn thuis.

Daar waar

mijn boeken staan

is mijn thuis.

.

Daar waar

mijn boeken stonden

is mijn thuis.

.

Dat huis

wat ik thuis noem…

moet noemen

is huis maar

mijn boekenkast

staat daar

.

Daarin kijken

is thuis komen

.

Slapend in boeken

Door Mattie Goedegebuur

.

Elk boek groet ik

hartelijk met

warme knik

.

Ze liggen mij

na aan het hart

.

Op alfabet

binnen de categorie

onderwerpssortering

.

Ze staan in het gelid

on- en gelezen

.

Mij begraven

in gedrukte inkt

is als in mijn bed

.

dubbeld

 

dubbeld2

Binnenstadboogie

Recensie

.

Alexander Franken, de sympathieke dichter/singer-songwriter uit Den Haag, heeft bij U2pi zijn nieuwe bundel Binnenstadboogie gepubliceerd met gedichten en liedteksten. Op de achterkant van de bundel staat te lezen: ‘Alexander schrijft wat in hem opkomt. Soms is dat kort, lang, grappig, serieus, muzikaal, werelds.’

Na lezing van de bundel kan ik dit beamen. Binnenstadboogie is gevuld met bekend werk van Alexander (gedichten en liedjes die hij regelmatig op allerlei podia ten gehore brengt) maar ook (voor mij) onbekend werk. Van kort (drie korte zinnetjes) tot lang (meerdere pagina’s), Haags (daarover straks meer), grappig en serieus (zeker) en werelds.

Bundels als deze hebben vaak een thema of een rode lijn maar in Binnenstadboogie is dat vooral de mens Alexander Franken. Dat hij niet alleen dichter is maar (misschien wel vooral) singer-songwriter blijkt voor mij uit het feit dat bij veel teksten je bijna automatisch een muzikale lijn, een melodie in je hoofd krijgt waarop de tekst gelezen kan worden. Dat veel van zijn teksten rijmen draagt hier zeker aan bij. In zekere zin is een deel van zijn teksten als light verse te betitelen.

Als mede Hagenees kan ik ook veel van de teksten plaatsen. gedichten/liedteksten met titels als Scheveningen, Paleis Noordeinde, Zeebenen in de tram, Haags hart, De Oude Mol en Nu de duinen rusten zijn voor de inwoner van Den Haag pareltjes van herkenning en voor de niet Hagenaar/Hagenees een mooie reden om de Hofstad te bezoeken of te (leren) ontdekken.

Met veel liefde en warmte schrijft hij over zijn stad en haar inwoners. Vaak op een persoonlijke toon (Kees, Klaas, Maarten, Saskia en Bram, we leren ze allemaal via Alexander kennen) of in een beschrijving van situaties die Alexander meemaakt.

Ook de liefde komt regelmatig aan bod, het verlangen, de hoop, de hunkering. De liefde voor mensen en voor dingen, plaatsen. Zelfs uit het genadeloze gedicht Zoetermeer (waar ik ben opgegroeid en ook nog eens in de wijk Palestijn) blijkt een “Haagse liefde”.

Binnenstadboogie heb ik in één ruk uitgelezen maar met de wetenschap dat ik de bundel nog vaak even zal oppakken om een tekst terug te lezen of uit te citeren. Alexander Franken is geen dichter van de grote poëzie, zijn teksten neigen vaker naar liedteksten of anekdotes dan naar gedichten maar ik heb er van genoten. De poëtische teksten die ook in de bundel staan krijgen misschien daardoor juist wel een extra lading.

Omdat ik zelfspot een prachtige eigenschap vind, hier het gedicht ‘Zoetermeer’.

.

Zoetermeer *

.

Buien lusteloosheid

dalen op mij neer

als iemand mij verteld

“U nadert Zoetermeer”

.

De architect die dat bedacht heeft

was aan de drugs of straalbezopen

waarom heeft hij geen galg bedacht

om hem aan op te kunnen knopen

.

Een wijk heet er Palestijn

daar durft geen jood te komen

maar ook de vrome moslims

willen er niet wonen

.

Het Stadshart klopt er niet

.

De mensen zijn er chagrijnig

gelijk moet je ze geven

er valt toch niets te lachen

als je in Zoetermeer moet leven

.

Ik wou dat er een eind aan kwam

dus bad ik : “Lieve heer,”

“Als u ooit nog iets gaat scheppen”

“schep dan geen Zoetermeer”

.

* Met dank aan René Geerlings

AF

Meer informatie over Alexander Franken en de bundel staat op zijn website http://www.alexanderen.nl 

Boze wolven; een recensie

Evy van Eynde

.

Op 15 juli 2013 besprak ik op dit blog de bundel ‘Wanneer kom je buiten spelen’, een poëziebundel van Evy van Eynde. Nu is haar nieuwe boek ‘Boze wolven’ verschenen bij Boekenplan in Maastricht. Dit keer vele korte verhalen in 4 hoofdstukken en een hoofdstuk 5 met zes gedichten.

Op de achterflap staat te lezen dat in Boze wolven “kwetsbare personages zich in eenzaamheid en het onheilspellende van het alledaagse leven wentelen”. En “bevreemdende metaforen en beelden laten de lezer achter met een oncomfortabel gevoel”. Maar “toch zijn de verhalen niet zonder hoop”.  Genoeg om met veel interesse de bundel te gaan lezen.

Evy schrijft in een bijzondere stijl, veel korte zinnen, bijna surrealistische maar zeer poëtische taal en gebruik makend van prachtige metaforen, beelden en woorden. De invloed van het Vlaams raakt mij telkens weer, de woorden, zinswendingen en uitdrukkingen die ik soms wel, soms niet ken lees ik met veel plezier. Kiekenkot, de koer, vijzen, ineen stuikt, eens je gekozen hebt; ik smul ervan.

Wat me opvalt tijdens het lezen is dat ik soms het gevoel heb lange gedichten te lezen, prozaïsche poëzie of poëtisch proza. Dan weer licht en ijl, dan weer rauw en direct. Prachtige poëtische zinnen als “alvorens je hersenen een verhaal opdissen, heeft je lichaam de werkelijkheid al geproefd” en “Ik zal bebloed en bekrast aankomen in de hemel. Want die is voor mij weggelegd. Dat heb ik zo beslist.”

Mijn favoriete hoofdstuk is het vierde ‘De grote oorlog’ met de verhalen Pietje I, II en III. Over kippen die Pietjes heten en Mechelse Koekoeks. Triest, wrang maar zo mooi met mededogen geschreven.

Ook de 6 gedichten in hoofdstuk 5 ‘Nachtvlinders’bevallen me zeer. Ze sluiten aan bij de verhalen in die zin dat de taal en de beschrijvingen bijna automatisch voortvloeien uit de verhalen van daarvoor.

Persoonlijk hoop ik dat de volgende bundel de verhalen zal bevatten die Evy op haar website (https://evyvaneynde.wordpress.com/)  heeft geplaatst over Rosse Sandra, Kale Freddy en Mottig Jackske zoals ‘Een joekel van een vent’. De bundel die daarvan verschijnt zal ik wederom met groot plezier lezen en graag onder jullie aandacht brengen.

Omdat dit blog over poëzie gaat sluit ik af met een gedicht uit ‘Boze wolven’ over een van mijn favoriete vogels.

.

Nachtraaf

.

Hij trekt door het land

Splijt gestrand verdriet

dat onderhuids tiert

.

Klieft vleugels

uit de sterrenhemel

en verlaten grond

waar in de verte

.

Een huis langzaam kruipt

in de boom ernaast in de

tuin in het dorp  waar

de mensen mieren zijn.

.

boze wolven

koekoek