Categorie archief: Uit mijn boekenkast
Uit mijn boekenkast
Biotopia
.
In mijn boekenkast staat (nog) de bundel Biotopia van Jaap Montagne, stadsdichter te Leiden. Gekocht van de dichter tijdens een poëziepodium van Ongehoord! begin deze maand.
In deze bundel neemt Jaap Montagne de lezer mee naar het Leiden van zijn jeugd, de volkswijk waar hij opgroeide maar ook naar het Leiden dat wij, niet Leidenaars, kennen zoals het Leiden van Rembrandt en de 3 oktober feesten.
De fraaie omslag van de bundel is gemaakt door kunstschilder Hans de Bruijn, de vroegere buurjongen van Jaap in de Surinamestraat. De bundel is uitgegeven in 2013 bij uitgeverij De Muze.
.
Plein der eeuwige leegte
.
Op het plein der eeuwige leegte
echoot stiekem verwaaide muziek
pist een hond tegen een kale boom
waait knisperend afval over de klinkers.
.
De maan geeft er geen licht
de zon trekt er zijn gordijnen dicht
vergeten in een duistere hoek
brengt geen mens een bezoek
aan het plein der eeuwige leegte.
.
Geen hopsasa of tralala
geen salsa en geen tango
geen polonaise, geen hoempapa
geen wals, geen rock & roll.
.
Op het plein der eeuwige leegte
is het koud, hoor je de wind nooit zingen
een dichter vindt er zijn verdriet
een zwerver zijn armoede
een clown een droef gezicht
over het plein der eeuwige leegte
schrijft niemand een gedicht.
.
Uit een oud dorp
Uit mijn boekenkast
.
In mijn boekenkast staan naast de vele dichtbundels die de meesten van ons wel zullen (her)kennen ook een aantal uiterst obscure bundeltjes. Zo ook het bundeltje ‘Uit een oud dorp’ van A. Roland Holst. Onder de naam Kort en goed en onder redactie van Kees Fens en Rob Nieuwenhuis werd bij uitgeverij Em. Querido in 1976 dit curieuze bundeltje uitgegeven. Curieus door zijn vorm; een slap kartonnen kaft in blauwe kleur waarin leven en werk in 7 bladzijden worden geschetst (twee pagina’s aan het begin en twee pagina’s aan het eind van het bundeltje inclusief voor- en achterkaft). Wat dit bundeltje voor mij extra interessant maakt is dat in de verhandeling over A. Roland Holst de naam van Prof. dr. H. C. Rümke valt. Hier wordt prof. Rümke opgevoerd als de auteur van het ‘beroem geworden boekje’ Levenstijdperken van de man, ik ken prof. Rümke van een gedicht dat ik aan hem wijdde naar aanleiding van een uitspraak van hem, die ik las in het Dolhuis in Haarlem (museum van de psychiatrie). (zie hiervoor mijn blogberichten uit 2010 en 2011, zoek onder Rümke).
.
In dit bundeltje een kleine bloemlezing van gedichten van A. Roland Holst en hieruit gekozen het gedicht ‘De vagebond’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1971.
.
De vagebond
.
Zij wikken en wegen
hun geld en hun god,
en kanten zich tegen
mijn vluchtiger lot,
omdat ik mijn handen
en ogen leeg
door hunne landen
omdroeg, en zweeg
in hun geschillen,
en ging als blind
om der eenzame wille
van sterren en wind.
.
Narcissus in demon
k.n.l. grazell
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel Narcissus in demon, uitgeverij de Windroos, 1958, van k.n.l. grazell (1928). En nee, je leest het goed, zijn naam wordt met kleine letters geschreven op en in de bundel. Ik had nog nooit van hem gehoord maar was zeer onder de indruk van zijn loopbaan op Wikipedia
Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire avonden bij vriendin Claartje Eisenloeffel, medeoprichter NiKa avonden (samen met vriend Nico Knapper), juridisch adviseur, officier (Horeca), maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywriter/creatief verantwoordelijke in (inter)nationale reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video.Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.
In deze bundel veel proza gedichten maar ook het volgende gedicht.
.
handpalm
.
ze was negentien jaar oud
eleonore toen prometheus
het nathat ikanaie in haar schoot
ontbranden deed there’s none
like thee among the dancers
none with swift feet
.
en zij werd een bruiloftsfakkel
die de meisjes droegen van tarishni
vòòr hun winterslaap – o tree
at the river – in de galerij
der onvergankelijken
.
Het virginale luchtkasteel
Uit mijn boekenkast: Karel Kramer
.
Van mijn uitgever de Brouwerij kreeg ik de bundel ‘Het virginale luchtkasteel’, een mooie bundel met Franse rondelen op 37 schilderijen van Johannes Vermeer, van Karel Kramer. De Delftse dichter Karel Kramer heeft met deze bundel een nieuwe dimensie toegevoegd aan Vermeer en Delft. Als voorbeeld het gedicht bij het schilderij ‘Brieflezend meisje bij het venster’.
.
Brieflezend meisje bij het venster
.
we weten dat je er niet bent
het gordijn opzij geschoven
zijn letters wisten jou te roven
op het paard dus bij die vent
jij of hij degeen die ment
galopperend weggestoven
we weten dat je er niet bent
het gordijn opzij geschoven
.
hoe is het toeven in zijn tent?
zijn lichaamsgeuren doen verdoven
en is hij om in te geloven?
het paard nu toch weer ongewend?
we weten dat je er niet bent
.
De zwarte jager
Uit mijn boekenkast
.
Vandaag de bundel ‘De zwarte jager’ van Jules Deelder. Gekocht als derde druk in 1984 toen ik Deelder als dichter ontdekte. Uit deze bundel (uitgegeven door De Bezige Bij) met gedichten zonder titels en zonder uitzondering met een bijzondere typografische vormgeving, uit hoofdstuk III het volgende gedicht:
.
Ontstegen aan
…..het bleke bed
komt hij
…………..op weg
…..naar het toilet
Bix Beiderbecke
…………….tegen
…die zonet
…………….op
……..zijn cornet
….de Koekoekswals
heeft ingezet
.
………………..Bij
…..nader inzien
..blijkt ook het
….toilet bezet
.
Uit mijn boekenkast
Beemdgras
.
De oplettende lezer van mijn blog zal weten dat ik een zwak heb voor de poëzie van Judith Herzberg. In mijn boekenkast staan dan ook meerdere bundels van haar hand. Een ervan is Beemdgras uit 1968. Uit deze bundel het gedicht ‘Hij is zo dik en zij zo klein’.
.
Hij is zo dik en zij zo klein
Hij is zo dik en zij zo klein
hoe zou ze hem omhelzen.
Hij is zo moe en zij zo klein
hoe zou ze hem begrijpen.
Hij loopt zo slecht en zij zo klein
hoe staan ze samen stil.
Hij is zo grijs en zij zo klein
hoe. Hij wenste iemand, onbesmet
door zo’n onhebbelijk verleden als het zijne
en zij is zo klein.
.













