Site-archief
Vrouwen
Gerry van der Linden
.
Onder het motto: Meer vrouwen en poëzie op dit blog (zelf bedacht motto) ga ik de komende tijd een aantal gedichten van vrouwelijke dichters plaatsen gebruik makend van de onvolprezen bundel ‘Volmaakte aanwezigheid, volmaakt gemis’.
Vandaag een gedicht van Gerry van der Linden (1952) is docente Poëzie- en schrijftraining aan ’t Colofon in Amsterdam. Ze publiceerde een aantal dichtbundels waaronder ‘Zandloper’ uit 1997 waar het onderstaande gedicht in is gepubliceerd.
.
Enkele liefdesgedichten
VI
.
Ik zie een man die weggaat.
Een vrouw
laat hem passeren.
.
Daar gaat een schouder
en een heup
die ze heeft vastgehouden.
Ze zijn nu bij de deur.
.
Het is een messcherpe vrouw.
De plooien
heeft ze al weggestreken.
.
Er valt een droge regen
tussen zijn hemd
en haar rok.
Wat zullen ze groeien!
.
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.
Veel voor weinig
De boekenkast van Lucebert
.
Stichting Perdu staat voor het uitdragen en ontwikkelen van de poëzie in het Nederlandse taalgebied in samenhang met andere kunsten. Daartoe brengt zij op haar podium experimentele en geëngageerde vormen van literatuur met de dichtkunst als focus en reflectie als uitgangspunt.
Bij Poëziecentrum Perdu wordt op 1 december een feestelijke bijeenkomst georganiseerd rond het thema ‘De boekenkast van Lucebert’. Naast een film en een voordracht van Lisa Kuitert (als hoogleraar Boekwetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en schrijfster van ‘De lezende Lucebert’) wordt er een verkoop georganiseerd van een deel van het nagelaten boekenbezit van Lucebert. Een deel van zijn uitgebreide bibliotheek is op verzoek van de erven Lucebert geschonken aan Perdu.
De boeken worden in pakketjes van steeds 4 exemplaren verkocht voor € 12,- per stapeltje. Een aantal van de boeken bevat een handtekening of een stempel en ben je niet tevreden met een titel in je pakket dan kun je deze achteraf met andere kopers ruilen.
.
Stadsdichters
In Nederland (en België)
.
Nederland kent vele stadsdichters. Om precies te zijn waren het er vorig jaar 50. Volgens mij zaten daar ook dorpsdichters bij maar voor het gemak (waarom ook niet) houden we het op stadsdichters. Nederland telde op 1 januari 2013 precies 408 gemeenten. Dat wil zeggen dat maar 12,3% van de Nederlandse gemeenten over een stadsdichter beschikt. In Vlaanderen is het aantal inmiddels gegroeid naar 5 (van 3).
Wat is eigenlijk een stadsdichter? Stadsdichters zijn dichters die officieel door een college van burgemeester en wethouders zijn benoemd. Hun taak is meestal een aantal gedichten schrijven over de gemeente of over activiteiten en gebeurtenissen in de gemeente. Dat varieert van een paar gedichten per jaar tot maandelijks een gedicht. Sommige stadsdichters hebben daarnaast de rol van aanjager. In hun functie van stadsdichter mogen of moeten ze de inwoners van de gemeente kennis laten maken met poëzie of activiteiten op het gebied van de poëzie.
De stadsdichter van Hengelo, Fred van de Ven heeft nu voorgesteld om te komen tot een instituut voor stadsdichters. Zo’n instituut zou dan aanbevelingen kunnen doen aan de colleges: over het aantal gedichten dat geschreven zou kunnen worden, over de publicatie en over de vergoeding. Want in de regel is het liefdewerk, oud papier.
In 2005 werd de eerste stadsdichtersbundel ‘De stad en ik’ uitgegeven door uitgeverij Kontrast, onder redactie van Gerard Beense (Stadsdichter van Lelystad) gevolgd door ‘Verzen van verbondenheid’ in 2008 en ‘Stadsdichters bijeen’ in 2009 tijdens de 5e stadsdichtersdag in Lelystad. Inmiddels is de 9e stadsdichtersdag geweest in Lelystad, georganiseerd door de stichting Poëtikos, met een stadsdichtersgedichtenwedstrijd, dus volgend jaar het tweede lustrum.
De winnaar van deze wedstrijd was stadsdichter van Hengelo Lowie Gilissen met het gedicht ‘Amsterdam’.
.
Amsterdam
Nabij gehei dreunt, dreunt, dreunt,
in een dwingend ritme
als van een metronoom.
Op die doffe beat houden trams
met hun triangeltringtingtinggetinkel
en ssschurend sssnerpen
van weerbarstig wentelende wielen
helemaal geen maat.
Opgevoerde brommers overstemmen
met knalpijphard geknettterrrr
en passant moeiteloos
nerveuze claclaxons van schildpadtrage taxi’s.
Doppleriaans nadert met steeds meer nadruk
de viertonige ta-ti-ta-ta sirene
van een slalomambulance.
Te midden van deze ongeorkestreerde kakofonie
staat een straatmuzikant op zijn viool
een ti-ta-ti-ta partita van Bach te spelen,
alsof al die helse herrie om hem heen niet bestaat.
En warempel,
ik denk dat ook,
één hemels ogenblik.
.
Dichter in verzet
Maurits Mok (1907 – 1989)
.
Maurits Mok werd geboren als Mozes Mok maar veranderde zijn naam in 1971 naar Maurits. Mok was behalve dichter, schrijver, vertaler en criticus ook één van de oprichters in 1944 van uitgeverij De Bezige Bij.
Maurits Mok werd als kind geconfronteerd met de gevolgen van een oorlog: hij zag de vluchtelingen tussen 1914 en 1918 om zich heen. Ook nam hij in die tijd waar hoe hele ‘klassen’ slachtoffer waren van onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen. In de jaren dertig merkte hij wat het betekende, jood te zijn en tot een vervolgde bevolkingsgroep te behoren.
Mok debuteerde in 1934 met de roman Badseizoen , maar publiceerde later vooral veel poëzie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij onder in Het Gooi. In deze periode publiceerde hij onder de pseudoniemen Victor Langeweg en Hector Mantinga.
Naast een aantal andere literaire prijzen ontving hij in 1959 de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945.
Uit de bundel Avond aan avond uit 1970 (De Bezige Bij) een gedicht over gruwelen van de oorlog.
.
The face of god after Auschwitz
.
Al die zielen die goden aanhangen,
speeksel omzetten in gebeden,
dromen verwarmen tot mythen,
mythen verkillen tot stenen
grondslagen van een geloof –
ik schuif de mist van hun visioenen weg
en ben alleen; een ijskoud waaien
staat op, een vleugelslag
van horizon tot horizon
die vormen oproept en verslindt,
en enkel leegte achterlaat, sneeuwvelden
over de aarde, een met zwarte, uitgegloeide
zweren overdekte zon.
.
Poëziepodia
Deel 9
.
Dichters in de Prinsentuin
De Stichting Literaire Activiteiten Groningen organiseert elk jaar het literaire festival Dichters in de Prinsentuin (vanaf 1998) in de Prinsentuin in de stad Groningen. In 2013 is de eerste Internationale editie een feit van 24 t/m 26 juli. ‘Land der Horizonten: dichters uit Hanzeland’ is de titel van de 16e editie van dit poëziefestival, waar naast Nederlandse en Vlaamse auteurs, dichters uit Duitsland, Polen, Denemarken en Estland zullen optreden. Alle informatie over dit bijzondere festival staat op: http://www.dichtersindeprinsentuin.nl/
.
Festina lente poëzieslag
Als sinds 1998 organiseert Festina Lente in samenwerking met de stichting Poëzieslag 1 keer in de maand een poëziewedstrijd in eetcafé Festina aan de Looiersgracht 40 b in Amsterdam. Met ingang van het seizoen 2009/2010 wordt deze wedstrijd elke derde maandagavond van de maand gehouden. In deze wedstrijd strijden (maximaal) 12 aanstormende dichters om zowel een jury- als een publieksprijs met gedichten die ze zelf geschreven hebben. De avond begint om 20.45 en is gratis toegankelijk. Meedoen kan. Kijk voor alle informatie op de website http://www.cafefestinalente.nl/poezieslag.php
.
Grote Salon Zonneveld
Lex Zonneveld organiseert met regelmaat Grote Salon Zonneveld in bar restaurant BLIJ aan de Walenburgerweg 66 in Rotterdam. Lex Zonneveld ontvangt schrijvers, dichters, kleinkunstenaars en musici. Toegang is € 5,- Informatie over Grote Salon Zonneveld staat op de Facebookpagina van Lex https://www.facebook.com/events/486811864687565/
.
Gedichten op vreemde plekken
Deel 77: Op het Onze lieve vrouwe Gasthuis in Amsterdam
.
Van Stef ontving ik wat foto’s van gedichten op bijzondere plekken. De eerste is van een deel van het gedicht ‘Lied van Amsterdam’ van Jan Campert. Dit bevindt zich op de glazen wand van een deel van het gebouw.
Hieronder de foto en het hele gedicht.
Het lied van Amsterdam
.
Verlaat ‘t Centraal en zie de stad,
die zich voor de stad ontvouwt
gelijk een waaier, baan naast baan,
van parelgrijs en goud.
Het parelgrijs der morgenlucht,
die over de Amstel stijgt,
het goud van zon en herfstseizoen,
dat al ten einde neigt.
Welk oord gij ook om haar verliet,
zij komt u tegemoet
met kaden, Damrak en de bBeurs
en schepen onder ‘t roet,
met torens rank breed en sterk van steen
en rank van makelij
en, als ge goede oren hebt,
met roepen over ‘t Y.
Daar is geen stad als Amsterdam
zoo ruim en zoo vertrouwd;
als ik een huis te bouwen had,
ik had het hier gebouwd
met vensters waar al ‘t licht door stroomt,
dat van den Amstel slaat,
wanneer de winter ‘t water stremt
en ‘t volk te schaatsen gaat.
Wie ’s avonds voor die vensters staat
hij ziet den warmen gloed,
die boven Leidsche en Rembrandtplein
de wolken walmen doet doet;
hij ziet, wanneer hij oogen heeft,
de onbewogen wacht
van Heerengracht en Keizersgracht
bij ‘t ingaan van de nacht.
Die, trouwloos van aard als ik,
eens Amsterdam verried,
hij vindt geen rust aleer zijn schuld
gedelgd is met een lied
en waar hij zwerft en wat hij zoekt
vindt hij ter wereld niet,
voordat hij weer de duiven rond
den Westertoren ziet.
En niet aleer zijn voetstap weer
de oude stad hervindt,
de Wallen, ‘t Kolkje, de Zeedijk,
of voordat hij de wind
bij Schreierstoren heeft gevoeld
te waaien door zijn haar,
niet eer houdt Amsterdam voor hem
haar liefste vreugde klaar.
Want die het diepste wordt bemind
zij toeft in Amsterdam,
zoo brandt, in edel goud gevat,
‘t juweel gelijk een vlam,
en waar het hart slaat van mijn land
slaat ook haar franke hart
rood is haar mond, o Amsterdam,
en zie haar haren zwart.
Nu dit beeld mij niet meer verlaat,
bij dag niet noch bij nacht
weet ik dat ieder sterveling
wel eens wordt thuisgebracht.
Hij neemt zijn staf, hij schoeit den voet
en keert vanwaar hij kwam;
hij delgt zijn schuld en dicht een lied
voor haar en Amsterdam
.
.
Met dank aan http://www.liedgenootschap.net
Uit: Verzamelde gedichten, uitgeverij Stols Den Haag
Poëziepodia 5
Deel 5
.
Happy Hour in Pulchri
In de Pulchri Studio aan het Lange Voorhout 15 in Den Haag wordt elke 3e vrijdag van de maand Happy Hour georganiseerd. Dit is de ene keer met muziek en de andere keer met literatuur. Mensen met literaire aspiraties kunnen zich aanmelden bij Frans de Leef (deleef@hetnet.nl) en mogen dan het podium beklimmen. Aanvang 21.00 uur. Toegang gratis en er is voor € 5,- wat te eten te krijgen.
.
Open Podium van de OBA (Bibliotheek Amsterdam)
Schrijvers van proza of poëzie maar ook zangers en cabaretiers krijgen 7 minuten de tijd om hun kunsten te tonen op het Open Podium in de centrale van de bibliotheek van Amsterdam. Het open podium is elke laatste zaterdagmiddag van de maand op de tweede etage van de bibliotheek aan de Oosterdokskade 143 van 15.00 tot 17.00 uur het hele jaar door. Wil je meedoen stuur dan een mail naar openpodium@oba.nl
.
Zalige Zondag in café de la Gare
In het Haagse café de la Gare vindt iedere eerste zondag van de maand een literaire middag plaats waar dichters en schrijvers een kans krijgen hun werk te delen met het publiek. Er is geen open podium maar je kan je aanmelden bij John Broekhuis via Facebook of via de mail: johnf@ziggo.nl Café de la Gare is te vinden aan de Nieuwe Schoolstraat 13 in Den Haag. De Zalige Zondag begint om 16.00 uur en duurt tot 19.00 uur.
.
Poëziepodia 4
Deel 4
.
Woorden in de waagschaal
Het Haarlems Podium ‘Woorden in de waagschaal’ wordt elke derde donderdag van de maand -behalve de vakantiemaanden juli en augustus- in het historische Waaggebouw georganiseerd. Het Waaggebouw staat op de hoek van het Spaarne, Damstraat 29. Tegenwoordig is daar de ‘Taverne De Waag’ gevestigd. Dit podium wordt georganiseerd door drie enthousiaste vrijwilligers van De stichting Haarlemse Dichtlijn te weten: Sonja Kagie, Nuel Gieles en Dries Havermans die ook de presentatie voor zijn rekening neemt. Op de website van De Haarlemse Dichtlijn vindt je veel informatie over alle activiteiten van deze stichting: http://www.haarlemsedichtlijn.nl/WidW/default.html
.
Het Nieuwe Dicht
Rotterdam is, opnieuw, een poëzieavond rijker. Vanaf 16 oktober vindt elke derde dinsdag van de maand in letterencafé Tsjechov&Co ‘Het Nieuwe Dicht’ plaats ( Delistraat 2, 3072 ZK Rotterdam). De avonden bestaan uit 4 uitgenodigde dichters die ieder 3 eigen werken zullen voordragen, aangevuld door 1 werk van een andere auteur. Daarnaast is er een muzikaal intermezzo en een open podium (waar de genodigde dichters ook ander werk mogen voordragen) waar men zich vooraf, of op de avond zelf voor kunnen aanmelden. Tijdens het open podium heeft elke dichter ongeveer 5 minuten om voor te dragen. De inloop is vanaf 20.00 uur, aanvang 20.30 uur en de toegang is gratis. Meer informatie over het eerstvolgende podium vind je hier: https://www.facebook.com/events/130844653730766/
.
Café Eijlders
Elke derde zondag van de maand wordt vanaf ca. 16.30 uur in Café Eijlders een dichtersmiddag georganiseerd. Café Eijlders is gesitueerd aan de Korte Leidsedwarsstraat, bij het Leidseplein in Amsterdam. De dichtmiddagen duren tot ongeveer 19.00 uur. Een aantal regels waar dichters in Eijlders zich aan dienen te houden zijn: Er wordt door dichters in meerdere ronde voorgedragen met tussendoor pauzes, de indeling van de voordrachten vindt plaats door de presentator, er mogen 3 tot 4 gedichten worden voorgedragen, korte inleidingen en goed voorbereid achter de microfoon plaats nemen, aandacht ook voor de andere dichters en elke dichtmiddag wordt afgesloten met een laatste ronde waarbij uitgekozen dichters nog eens 2 gedichten mogen voordragen. Informatie is te vinden op de website vanCafé Eijlders: http://www.eijlders.nl/index.htm
.























