Site-archief
Gedicht naar aanleiding van column
Onder de brug
.
Woorden ter inspiratie voor natgeregende fietsers
opdringerige brommerkoeriers, haastige passanten
stressende automobilisten en geduldige hengelaars
.
platgeslagen tekst, meestal onzichtbaar
alleen de schippers nemen flarden tot zich
in het voorbijgaan, in het half donker
.
pas wanneer er een pas op de plaats moet
worden gemaakt, openbaren zich de zinnen
de poëtische overdenkingen onder de brug
.
minutenlang mag de tekst haar lezers
plezieren en verwonderen, tot na het laatste
schip, waarna zij zich weer tijdenlang verbergt
,
Bericht aan de reizigers
Gedicht in het Centraal Station van Antwerpen
.
Toen ik begin van dit jaar in een week tweemaal in Antwerpen moest zijn kwam ik even voorbij de stationshal een prachtig vormgegeven gedicht tegen, op de muur/plafond van een van de doorgangen van het station. Het gedicht blijkt van Jan van Nijlen (1884-1965) .
Op 18 maart 2011 werd het gedicht onthuld en daarmee ging een lang gekoesterde wens van schrijver Johan Anthierens in vervulling. In aanwezigheid van de weduwe van Johan Anthierens, Elisabeth Erauw, Brigitte Raskin en stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen werd het volgende gedicht onthuld:
.
Literaire wandelingen
Deel 1: Hans Warren wandeling
.
Een nieuwe categorie op dit: De literaire wandeling, waarbij ik me wel beperk tot literaire wandeling in relatie tot dichters. Er zijn vele literaire wandelingen in relatie tot proza schrijvers, heb je daarin interesse dan verwijs ik je graag naar de rubriek op Google.
Vandaag deel 1, de Hans Warren wandeling door Zeeland. Hans Warren (1921-2001) schrijver en dichter uit Borssele debuteerde in 1946 met de dichtbundel ‘Pastorale’. Hoewel Hans Warren vooral bekendheid geniet door zijn Geheime dagboeken heeft hij ook als dichter zijn sporen verdienD. Zo publiceerde hij in 1959 de populaire bloemlezing van de poëzie van P.C. Boutens met als titel ‘Mijn hart wou nergens tieren’.
De literaire wandeling, aan de hand van gedichten en fragmenten uit Geheim Dagboek loopt door het Zeeland van Hans Warren. Hans Warren leefde en werkte bijna zijn gehele leven tussen Westerschelde en Oosterschelde. Hier schreef hij zijn kritieken voor de krant, ontstonden zijn verzen en hield hij minutieus zijn dagboek bij. Hij zag ook hoe het Zeeuwse landschap veranderde. Op de plekken waar hij als kind fossielen zocht en uitkeek naar vogels, verrees een kerncentrale en een industrieterrein. Het station waar hij jarenlang zovelen verwelkomde en van zovelen afscheid nam, is er niet meer.
Langs de zeedijk loopt één van de nieuwe wandelingen van het Wandelnetwerk Zeeland. ( Zeedijk langs de Westerschelde ter hoogte van De Sluishoek bij Borssele). Daar staat ook dit bord met een gedicht van Hans Warren ‘Juli aan de Scheldedijk’.
.
Juli aan de Scheldedijk
Wit dons kleeft op het vuile schuim
dat rimpelloos over de slikken
de kust bevloeit. Er stierven krabben
en kwallen droogden tot een vlies.
Laag strijken vale meeuwen over,
ze ruien en hun harde pennen
dalen in puntige spiralen.
Het gras tussen de blauwe spleten
wolkt wrange stuifmeel. Lang geleden
vervloeiden horizon en water.
.
Kort gedicht
Wankelen
.
het is als die ene namiddag
toen de fruitvliegjes
maar terug bleven komen
.
steeds opnieuw
gaat het niet weg
stapelt het zich op, groeit
het ver boven mijn hoofd
.
vraag ik me af
wanneer het vallen
gaat beginnen
.
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
Hagar Peeters
.
Vandaag uit de bundel “Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ van Hagar Peeters het gedicht ‘Zal ik nog een eindje met je meelopen?’ omdat het gewoon een mooi gedicht is.
.
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
.
Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
of tot de eerstvolgende tunnel.
Tot de derde straat rechts,
tot de ingang van het park.
Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.
.
Je mag meelopen tot in mijn kamer,
tot het glaasje van het een of ander,
tot ik mijn tanden heb gepoetst
of tot het eerste ochtendlicht
over de stoel met kleren valt.
.
Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
tot de school weer is begonnen,
de ambtenaren pauze houden
de winkels zijn gesloten
of tot de laatste stoptrein gaat.
.
Tot na het ontwaken maar voor het ontbijt,
tot na het ontbijt maar voor de lunch,
tot na de lunch maar voor het avondeten
mag je meelopen.
.
Nieuw gedicht
Koppijn 17.30 uur
.
Bruutgebekte kleuter denkt zich
baas van de speelplaats
drie verdiepingen lager
.
goedlachse, alles met de mantel der moederliefde
bedekkende, verwekster van het kleine monster
staat schaapachtig lachend het geblaat van
dumkopf junior aan te gapen
.
een emmer koud water maar vooral de twijfel aan het doelwit
staat nog tussen droom en de rechtvaardigheid van
de daad. Helaas rinkelen de ramen in het huis van
de opvoeder in mij, nog na van het sluiten
.
koel ik mijn polsen in het water der wrake
.
Boom poëzie
Gedichten op vreemde plekken Deel 96: Bij een boom
.
In Bergen op Zoom staat op het Gouvernementsplein een prachtige oude plataan. Voor deze plataan staat op een stalen bord het gedicht Dikke Boom van Bert Bevers. Waarmee de toch al mooie boom een extra uitstraling krijgt naar het winkelend publiek dat er langs loopt.
Het gedicht van Bert Bevers:
.
Dikke Boom
.
Blijven gaat jou net zo makkelijk
af als het zwijgen een stomme.
Jij ziet. Jij ziet wat wij niet zien
maar houdt je van den domme.
.
Er kuierden tal van geslachten rond
deze stam die slechts naar grond verlangt
en licht en ruimte, en jij, jij weet dat
heel de wereld aan jouw wortels hangt.
.
Dadaïstisch dichter
Paul van Ostaijen
.
Leopold Andreas (Paul) van Ostaijen (1896-1928) was een Vlaams dichter en prozaschrijver die vooral bekend werd om zijn dadaïstische poëzie en het eerste volwaardige dadaïstische filmscenario ter wereld “De bankroet jazz” . De bankroet jazz werd rond 1921 geschreven maar werd pas in 1996 voor het eerst uitgegeven. In 2008 werd het bewerkt tot een korte speelfilm.
Van Paul van Ostaijen zijn een aantal dadaïstische gedichten heel bekend (bijvoorbeeld Boem Paukeslag) hieronder twee voorbeelden.
.
.
.
C. Buddingh
Gedicht over de zee
.
Gisteren nog uren op het strand doorgebracht dus vandaag een gedicht over de zee van Cees Buddingh. Over hoe je ook naar de zee kan kijken, zoals alleen Cees Buddingh dat kon.
.
Zeeklacht
.
Het water van de zee is altijd zout,
Hoe men de suikerpot ook mag hanteren,
Geagiteerd over het strand marcheren,
Terwijl de wind de brandingkoppen krauwt;
Een borstbeeld hakken uit scheepstimmerhout,
Des nachts, in droom, met meerminnen verkeren,
Tarbot fileren of Neptuin vereren:
Het water van de zee is altijd zout.
.
Daar helpt geen moederlief, geen vaderstout,
Geen bokken, dokken, knokken of gekscheren,
Geen brein van boterkoek, geen hart van goud:
Of men voor dames voelt of meer voor heren,
Het water van de zee blijft altijd zout.
.













