Site-archief

Wij hullen ons zeemeermin

Lena Plantinga

.

Ik ben groot fan van literaire- en poëzietijdschriften. Die lees ik in de koninklijke bibliotheek, openbare bibliotheken of via een abonnement. En natuurlijk ben ik zelf mede verantwoordelijk voor één van de leukste tijdschriften met poëzie (MUGzine). Deze week viel via een abonnement het literaire kunstmagazine Hard//hoofd door de brievenbus. Dit tijdschrift is voor 80% afhankelijk van donateurs en bevat derhalve geen advertenties. Wat zeker bijdraagt aan het leesplezier. Sinds kort ben ik erachter gekomen dat de uitgever Lisanne Brouwer een nichtje is van een van mijn beste vriendinnen en de chef Magazine Elianne van Elderen als aanstormend talent al met gedichten in nummer 4 van MUGzine (2020) stond. Nog meer reden dus om dit prachtige tijdschrift hier extra te promoten.

In #8 van Hard//hoofd met als thema Harnas staan, naast essays, proza, een beeldverhaal en veel kunst, gedichten opgenomen van Elise Vos, Roan Kasanmonadi, Sophia Blyden en Lena Plantinga. Deze laatste dichter, Lena Plantinga herinnerde ik me van haar voordracht tijdens De Nacht van de Poëzie in 2024 maar kende ik verder nog niet.

Plantinga (1999) is schrijver van proza, theaterstukken en dichter. Thema’s die vaak langskomen in haar werk zijn vrouwelijkheid, mythen en volksverhalen, popcultuur en moeders. In 2023 studeerde ze af aan de opleiding Writing for Performance (HKU). Behalve in Hard//hoofd verschenen gedichten van haar in Het Liegend Konijn en Tirade. Ze trad verder op bij onder andere Frontaal en Mensen Zeggen Dingen. Vanaf 2025 maakt ze deel uit van het Utrechts Stadsdichtersgilde.

In Hard//hoofd is haar gedicht ‘Wij hullen ons zeemeermin’ opgenomen.

.

Wij hullen ons zeemeermin

.

We vragen ChatGPT naar schrijfsters die zichzelf verdronken in zee, duiken een nacht

in de levens van een kleine lijst vrouwen om erachter te komen dat

het merendeel zichzelf door het hoofd schoot, van bruggen sprong

in een gesloten garage met een glas wodka en moeders bontjas aan de auto-uitlaatgassen

op vrije loop, overdosissen barbituraten of met zakken vol stenen een rivier in

.

‘excuses voor de verwarring’, zegt ChatGPT, wij wensen onszelf niet Ophelia,

wij hullen ons zeemermin, zoeken naar een prins, het liefst eentje

ver weg zodat we brieven kunnen schrijven en we likken onszelf schoon

met waterijstopjes van bubbelgum knettersuiker, hier hebben we op geoefend

met Barbies in bad, knakken benen in de juiste hoek, tijdens het schuiven

blijven de Barbiesnglimlachen en wij denken ons onsterfelijk

.

één schrijfster liep van de pier van Brighton af, ‘she stripped naked and walked into the sea,’

meldt de plaatselijke krant, voor Ann Quin afdreef schreef ze een kortverhaal

waarin een man het levenloze naakte lichaam  van een vrouw over het strand sleept

zoekend naar de visueel aantrekkelijkste opstelling

onthoofd hij haar zoals wij scharen in onze Barbies staken, ‘kijk,’ zegt hij,

‘nu klopt het beeld’

.

onze tongen slushpuppieblauw spelen wij een spel met bontjassen aan

drukken in shotjesbar een voor een op de tanden van het groene zeemonster

tot haar kaken dichtslaan, leveren onze stem in door rietjes en leren in ruil

twerken zonder kont, dat betekent steeds verder zakken

tot we vastkoeken aan de plakkende biervloer en als de prins in storm afdwaalt

snijden wij ons los met scheermesjes omdat we hem willen redden

.

 

Van alles de laatste

Elise Vos en Eddy Verloes

.

In de bundel ‘Van alles de laatste’ uit 2025, scharen dichter Elise Vos (1984, dichter en Slavist) en Eddy Verloes (1959, germanist, fotograaf, galerist en curator) zich rond het begrip vergankelijkheid en willen ze schoonheid toevoegen aan deze existentiële zoektocht. Hun observaties leggen onomstotelijk vast dat er een prachtige wereld verborgen ligt in die tijdelijkheid. Het verdiept de waarde van mensen, dingen en relaties. Het geeft een extra dimensie aan onomkeerbaarheid, aan te laat zijn.

Dit lees ik achterin de bundel ‘Van alles de laatste’ en ik kan het er alleen maar mee eens zijn. Vergankelijkheid in al zijn vormen (afbraak, leegstand, verrotting, slijtage, ineenstorting) blijkt steeds opnieuw een bron van inspiratie voor kunstenaars (en dus ook dichters en fotografen). Zo ook dus voor Elise en Eddy.

In 27 sfeervolle foto’s van vergankelijkheid en even zoveel gedichten nemen de beide auteurs je mee in hun wereld. Qua uitvoering en formaat deed de bundel me even denken aan mijn debuutbundel waarnaar dit blog is genoemd maar de foto’s en de gedichten zijn van een andere aard. Voor wie van pure fotografie houdt waarbij het in veel gevallen niet meteen duidelijk is waar je naar kijkt en de daarbij gemaakte gedichten die licht schijnen op deze onduidelijkheid (vanuit de dichter) is dit zeker de moeite waard te lezen en te bekijken (en ervaren!).

Ik koos voor het gedicht ‘Afscheidsritueel’ behorende bij de foto ‘The Origen’ op pagina 46 en 47.

.

Afscheidsritueel

.

altijd was er meer water dan aarde

elke bodem kon ons dragen

.

ik bracht de koude van de bron

aan tafel in stilte, de kracht intact

.

rolde over dampende weidegrond

het vocht drong binnen

voor de droogte intrad

.

maar kiemen werden gedragen

door wolken draden

en je kleed in geitenhaar

.

dit is geen verzoek, keer niet terug

ik strooi zout in je schoenen

.

knoop alvast een rode draad

om je gezwollen lichaam

.

leg een naald onder je kussen

het kind op de welving van je buik

.

5 jaar minipoëziemagazine

Jubileum MUGzine

.

Niet zonder enige trots mogen wij van MUGzine onze jubileumuitgave aankondigen. Vanaf vandaag te lezen op mugzines.nl en deze week in de brievenbus van al onze donateurs, nummer 25. In 5 jaar MUGzines hebben we ruim 100 dichters de ruimte geboden om een paar gedichten te publiceren (we zijn maar een minipoëziemagazine met maximaal 20 pagina’s) in het meest eigenwijze en leukste (en zeker kleinste) poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen.

Dit keer poëzie van maar liefst drie Vlaamse dichters te weten Lies Van Gasse, Elise Vos en Kris Lauwereys en een Nederlandse dichter Albert Hagenaars. Omdat we wat meer gedichten wilden plaatsen in dit jubileumnummer dit keer geen kunst of illustraties maar wel een nieuwe rubriek Muggenbeten, waarin we stekelige opmerkingen en uitlatingen over poëzie door de eeuwen heen en (soms) van over de landsgrenzen opnemen.

Wij van MUGzines (Bart de vormgever, Marianne redactiefilosoof en voorwoordschrijver, en ik duizenddingendoener) zijn ontzettend trots op wat we neer hebben gezet de afgelopen 5 jaar. En we gaan door! De eerste verkenningen zijn reeds begonnen, ideeën gedeeld, brainstorms gewoed en namen doorgegeven.

Bart heeft van 5 jaar MUGzines een prachtige poster gemaakt. Zou je die ook thuis willen ontvangen? Dat kan, we verloten er een paar. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com met in de onderwerpsregel Jubileumposter.

In editie 25 zoals gezegd vier dichters. Een ervan is Albert Hagenaars (1955) dichter en auteur. De belangrijkste thema’s in zijn boeken zijn reizen, interculturele relaties, vervreemding en identiteit. Hagenaars debuteerde in 1979 met de bundel ‘Stadskoorts’ waarna nog 12 bundels zouden volgen en een paar romans. Zijn laatste publicatie is van 2023 getiteld ‘Samenval – Gabungan’ Poëzie in het Nederlands en Indonesisch, in samenwerking met kunstenares Edith Bons. Uit De Tweede Ronde, jaargang 3 uit 1982 nam ik het gedicht ‘Voltooiing’.

.

Voltooiing

.

Er is een afgraving in de heuvels
van mijn jeugd, gevuld met regen
van jaren, zoals ook vele nachten
als hun bouwputten me trekken,
.
en ik de stilte van drijfzand onderga
en de beklemming van zware kranen,
roerloos spiegelend in het zwarte water,
verlaten dokken, verwrongen rails,
.
misthoorns en de moord op de heide,
fragmenten op een ver televisiescherm,
voor een lang geleden kind uitgezonden
en geluidloos nu, eindelijk voltooid.
.
.

Nog een Vlaming

Kris Lauwereys

.

De Vlaamse dichter Kris Lauwereys (1979) kwam al eerder voorbij op dit blog als partner van Elise Vos maar deze teamcoach timmert zelf ook aan de poëzieweg. Van Lauwereys (niet te verwarren met de literair vertaler Kris Lauwerys met een -e-  minder)  werden gedichten gepubliceerd in Het Gezeefde Gedicht, Deus Ex Machina, Kunsttijdschrift Vlaanderen, en bekroond in diverse poëziewedstrijden zoals de Poëzieprijs Harelbeke, de Interuniversitaire Prijs Babylon en de Kunstprijs Lint.

Hij werkt momenteel aan zijn debuutbundel die eind 2024 zal verschijnen. Hij droeg zijn poëzie voor bij Perdu (Vers van het Mes) en Noordwoord (Dichters in de Prinsentuin). Daarnaast is Lauwereys  medewerker van Roer.me (een bijzonder fijne website met veel poëzie) waar hij onder andere in de reeks Gruis een gedicht heeft gepubliceerd en waar hij begonnen is met recensies schrijven. Het gedicht dat ik met jullie wil delen is getiteld ‘Sisyphus’ en komt van de site van de universiteit Leuven.

.

Sisyphus

.

Hij weet dat niemand na de jaren
hem komt halen
geen hand wrikt zijn schouder
vanonder de rots
steen kleeft aan hem als eelt

.

schraapt hij zijn weg
de helling op
de kwelling is sinds lang
tot sleur gesleten

.

van vooruit en terug verlost
is alles een kring
die hem verslindt

.

steeds maakt hij rond
wat hij nooit meer begint

.

Vruchtpluis

Elise Vos

.

Elise Vos (1984) studeerde Oost-Europese Talen en Culturen aan de Universiteit van Gent. Daarnaast is ze dichter en maakt ze deel uit van Vos & Wolf, een kunstenaarsduo dat poëzie en fotografie combineert. Met haar partner Kris Lauwereys en nog twaalf dichters maakt ze deel uit van Obsidiaan “een schrijfcollectief met vlijmscherpe pen die zintuigen prikkelt en woorden wil slijpen tot kunst, een open laboratorium met teksten die beperkingen en grenzen daadwerkelijk opheffen, met inkt die licht absorbeert en weer vrijgeeft.”

Haar beeldrijke poëzie wordt gekenmerkt door vrouwelijkheid, folkloristische elementen (soms met een zwart randje) en een patstelling tussen de rauwe realiteit en sprookjes.  In haar schrijven kent ze geen taboes. Haar werk werd gepubliceerd in Meander, Het Gezeefde Gedicht, De schaal van Digther, Tirade, Deus ex Machina, Het Liegend Konijn en Hollands Maandblad. Eind 2024 verschijnt haar debuutbundel bij uitgeverij De Zeef. Van de site van Meandermagazine nam ik het gedicht ‘Vruchtpluis’ omdat ik erg hou van samengestelde woorden die feitelijk (nog) niet bestaan.

.

Vruchtpluis
.
het onkruid woelt
van de pogingen in haar buik
daar krioelen duizend poten
.
moeder verlaat de doorploegde akkers
om ze te verruilen voor een open zee
ze draagt een zoute massa, de vorm verloren
.
in een vermomd huis zonder stem
slapen Noordzeegrijze kiezels
ze vermoedt ogen in lege schelpen
.
van akkerdistel en hondsdraf
tot wilgenroosje of zilverschoon
ze beslist: elke bloem verdient een naam

.