Site-archief

Nog meer concrete poëzie

Bordeaux

.

Afgelopen weken was ik op vakantie in Frankrijk, het zal je niet ontgaan zijn, en daar bezocht ik onder andere Bordeaux. In Bordeaux is het museum van hedendaagse kunst (het CAPC) met onder andere een prachtige tentoonstelling van de Chinese kunstenaar (Hong Kong) Trevor Yeung. In een zijvleugel echter was er ook een tentoonstelling van kunstwerken gemaakt door, ik denk, leerlingen van een middelbare school.

De reden dat ik hier bij stil wil staan is dat zij allemaal voorbeelden van concrete poëzie hadden gemaakt, die daar in een ruimte werden tentoongesteld. Concrete poëzie is meer dan dat maar om het hier even plat te slaan, het betreft in dit geval een vorm van beeldpoëzie die, met name in Frankrijk, bekend werd door mensen als Max Jacob en Guillaume Apollinaire, maar ook in vele andere landen bekend is en vaak niet door de minste kunstenaars en of dichters (Joan Brossa, Freda Kamphuis, Paul van Ostaijen).

Hieronder dus een aantal voorbeelden van Franse middelbare schoolleerlingen. Als je goed kijkt zie je dat ze een vorm hebben gekozen bij de woorden die ze gebruikt hebben in het ‘gedicht’.

.

 

Hong Kong

Albert Hagenaars

.

Met een naam die naar de hofstad verwijst en een gedicht dat de titel draagt van een stad waar de afgelopen jaren veel aan de hand was kom je vanzelf in mijn vakantiegedichten. Albert Hagenaars (1955) schrijver en dichter heeft als belangrijkste thema’s in zijn boeken reizen, interculturele relaties, vervreemding en identiteit. In zijn bundel ‘Drijfjacht’ De ongebundelde gedichten 1979 – 2004 uit het jaar 2005 bevat het gedicht ‘Hong Kong’ waarin het thema interculturele relaties als uitgangspunt dient voor het gedicht.

.

Hong Kong

.

voor Lai Lai Hui

.

Over het gladde water van de haven kringelt

de wierook uit de tempels die de stad haar naam gaf

en mij de roes in de vrouw die jij elke nacht werd.

.

In de tempel van Man Mo met haar begroeide

daken en versleten tegels gingen ze ooit door

de knieën: de soldaat en de koopman en de arts

.

maar nooit de dichter. Wij wachtten, jij en ik

en je moeder die volgens haar wetten over ons

heerste, wachtten tot het ene stokje uit de koker

.

zou vallen waarmee de priester onze toekomst

moest duiden maar ik wist het al; toen jij je benen

om de mijne klemde en trok. Er vielen er vier.

.