Site-archief

Urgent & Uniek, een recensie

Anne Broeksma

.

Anne Broeksma (1987) debuteerde in 2014 met de bundel ‘regen kosmos kamerplant’. In 2021 verscheen haar tweede dichtbundel ‘Vesper‘ welke genomineerd werd voor de J.C. Bloem Poëzieprijs en de Herman de Coninckprijs. En nu, in 2026 verscheen een nieuwe bundel van haar hand in de reeks ‘De Kreeftafslag’ van uitgeverij Opwenteling, waarin bekende dichters hun a-typische werk publiceren. Na de bundel van Han van der Vegt, dus opnieuw een eigenzinnige bundel. En eigenzinnig is deze bundel. Of eigenlijk zijn deze twee bundels want het is een omkeerbundel. De ene helft is getiteld ‘Urgent & Uniek’ en de andere helft ‘Milieustraat’.

Volgens de achterflap is ‘Urgent & Uniek’ een uitdrijvingsritueel van een herstellend fondsenwerver en consument, een poging het wezen van machinetaal te doorgronden door op te gaan in haar idiomen. En dat is precies wat het is. De bundel begint met een quote van David Graeber uit ‘The Utopia of Rules: On Technology, Stupidity, and the Secret Joys of Bureaucracy’ waarin hij stelt dat corporate management, door het invoeren van managementtechnieken, uiteindelijk bereikt dat we de hele tijd zaken proberen te verkopen aan elkaar (in plaats van het vergroten van efficiency onder welke noemer het gebracht wordt).

Ik schrijf dit hier op omdat de teksten en gedichten in ‘Uniek & Urgent’ voor mij heel herkenbaar zijn. Zelf ben ik al meer dan 25 jaar bezig in een leidinggevende en bestuurlijke functie en ben ik voor mijn organisatie fondsenwerver, en de gedichten van Broeksma zijn een uitvergroting van het ‘idioom’ van deze beroepsgroep. De taal die Broeksma gebruikt in haar poëzie is managementtaal, de termen, de opbouw, de vragen die zij stelt zijn voor elke manager herkenbaar en maken duidelijk hoe we doorgeschoten zijn in het bevragen van en kaders stellen in dit soort processen (ik ga er vanzelf managementtaal in stoppen merk ik).

Subsidie of fondsengeld aanvragen voor een publieksactiviteit bijvoorbeeld beschrijft Broeksma als:

.

meer publiek

breder publiek

meedenkend publiek

betoverd

behekst publiek

jong publiek, godsgruwelijk jong

ongeboren publiek

in bussen treinen parkerend publiek

van vooroordelen beroofd

stiller publiek

doder publiek

met hulpstukken naar voren tredend

stamelend, stamelend publiek

zwaaiend publiek

haatdragend publiek

wij vinden! wij vinden!

naar een miniatuur starend publiek / met / in een vergrootglas

het werk leeft door in de nieren van de doelgroep

met bolle ogen opslokkend, een plaag, het publiek

we komen met twijgen en takken getooid naar de loods het depot het museumpubliek

uit elkaar gereten door oneindig veel over elkaar heen buitelende perspectieven publiek

polyfoon, altruïstisch, opladend publiek

publiek dat meerstemmig is

vanuit zijn verre sloppenwijken naar ons is toe gereisd

ontsnappend aan andere bevolkingslaag

in gesubsidieerde bussen, zingend zijn ze onderweg

onderzoekend. opwekkend, herkennend, deskundig publiek

op handen dragend wij:

het publiek

we spiegelen onze werking voor

we spiegelen we spiegelen

in onze ogen kennen de subsidies zich toe

elke lege ruimte met kunst aan de muren moet gevuld met publiek

wat hoor je, publiek?

wat is de reden van je bezoek, publiek?

zeg in godsnaam iets

gesloten, fermé [of]  open, publiek?

het lied van het publieke klinkt om mij

nadat ik mij door zevenkoppige portalen vocht

alfabetvormig gruis in tekstvakken kriebelde

als ik het probeer te grijpen beweegt het uiteen

een school vissen gelijk

.

In dit gedicht op pagina 17 t/m 20 van de bundel wordt voor mij precies het denkproces van een manager of fondsenwerver weergegeven. De behoefte om steeds opnieuw iets ‘nieuws’ of ‘vernieuwends’ te bedenken, steeds weer een stap verder te gaan om het unieke karakter van je aanvraag te benadrukken en door de overdrijving (doder publiek) geeft ze deze gekte heel goed weer. Elk aspect van de beoordelende partij wordt hier genadeloos neergezet. Geen antwoord, geen geld.

In de gedichten die hierna volgen komen handleidingen, tools, richtlijnen en gemeenschappelijke lijsten aan de orde, heel treffend voorzien van een numerieke code (1.9.2., 6.3.1., 6.3.2.). Precies zoals je ze verwacht inclusief termen als impact, vaardigheden, concept, grondslagen. En ook in deze gedichten is sprake van een overdrijving, een uitvergroting, een ridiculisering van dit soort aanvragen en voorwaarden. Ik werd heel blij van het lezen van deze gedichten, ze sluiten naadloos aan bij het onbegrip en de verwarring die ik voel wanneer ik soms zelf met dit soort aanvragen bezig ben. Met als uitsmijter het gedicht ‘selfservice’ want kom je er niet uit (en dat gebeurt) dan is er altijd een hulplijn, de (digitale) assistent. Heel goed getroffen kortom.

Het deel ‘Milieustraat’ begint met een gedicht over het sparen van beestjes gevolgd door een gedicht over een product dat met veel moeite is gemaakt (je bent het waard, ik herken meteen de reclame van L’Oréal) en vervolgens een stuk over social media, de val waarin wij allen vallen. “nu zit ik met honderdduizenden mensen in een rots / en typ driftig voort / terwijl niemand de rust heeft om lange artikelen te lezen”. Over de digitale wereld, bezorgmaaltijden, Bitcoins, stappentellers, de pakketdienst om vervolgens uit te komen bij een gedicht met de veelzeggende titel ‘lijst met restafval’. In de laatste gedichten van ‘Milieustraat’ komt de poëtische dichter Broeksma weer wat meer boven. Waren alle voorgaande gedichten vooral (ook) een aanklacht tegen de moderne gekte van deze tijd, in de gedichten ‘cradle to cradle’ en ‘roze’ lees ik de dichter terug die van een afstand naar zichzelf en de wereld kan kijken en daar introspectief op reageert. Of zoals de laatste regels van ‘roze ‘luiden: “het is alles wat ik ooit gevoeld heb en tot uitdrukking bracht / terwijl ik mijn mond opende, met mijn tong / langs mijn gehemelte streek”.

Met ‘Uniek & Urgent’ en ‘Milieustraat’ van Anne Broeksma heeft uitgeverij Opwenteling opnieuw een pareltje uitgebracht. Voor wie het idioom kent een feest van herkenning, voor de poëzieliefhebber een reis door een wereld die misschien onbekend is maar die na lezing nooit meer hetzelfde zal zijn. Broeksma weet door krachtige stijlmiddelen een duidelijke boodschap af te geven.

.

 

J.C. Bloem

Nyk de Vries

.

De stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs heeft naar aanleiding van twintig jaar poëzieprijsuitreikingen een selectie gemaakt van op J.C. Bloem geïnspireerd werk. Deze bundel zal ik binnenkort uitgebreider bespreken op dit blog maar ik wil vandaag alvast een gedicht van Nyk de Vries plaatsen. Ik heb Nyk de Vries leren kennen als dichter op het Dunya poëziefestival in Rotterdam. Ester Naomi Perquin was destijds stadsdichter van Rotterdam en zij mocht een podium vullen met dichters. Één van die dichters was Nyk de Vries (1971).

Ik zal dat optreden niet snel vergeten want ik stond schuin naast het podium te luisteren toen er iemand aan kwam lopen en naast me kwam staan om mee te luisteren. Ik dacht deze persoon te herkennen maar kom hem niet meteen plaatsen. We begroeten elkaar en we genoten van het optreden van Nyk de Vries. Na zijn voordracht zei de man gedag en liep weer verder. Ik ging nog even met een bevriende dichter praten en vroeg hem wie die man toch was? Hij kwam me zo bekend voor. Het bleek Ahmed Aboutaleb, de kersverse burgemeester van Rotterdam en poëzieliefhebber te zijn. Die kon toen nog redelijk anoniem en zorgeloos over zo’n festival te kunnen lopen.

Maar terug naar de bundel ‘Beste meneer Bloem,’. Uit deze bundel het gedicht van Nyk de Vries (genomineerd in 2013 met zijn bundel ‘De dingen geburen omdat ze rijmen’ ) getiteld ‘J.C. Bloem’.

.

J.C. Bloem

.

Ik ontmoette J.C. Bloem in 1956 en meteen begreep ik

dat het een vreemde snuiter was. We liepen door het

Chinese deel van de stad toen hij een dolk te voorschijn

trok en die recht in zijn buik plaatste. Hij was niet dood,

maar we moesten wel als gekken naar het ziekenhuis.

Daar sprak ik bijna de hele avond met zuster Anna en

amper twee weken later waren we getrouwd. Wat kan

ik er verder over zeggen? Waarom langer wachten op je

liefje als ze gewoon naast je zit?

.

Bekentenis

Bart Moeyaert

.

Nu het intermenselijk klimaat onder druk staat en de spanningen in de wereld toenemen, leek het me gepast mijn lezers een kleine opsteker, een lichtpuntje te bieden. En hoe doe je dat beter dan door het delen van een liefdesgedicht. Tenslotte zou liefde (in een ideale wereld, waarin we niet leven, ik weet het) het verschil moeten maken. Dus zie het als opsteker, als positieve bijdrage aan mijn en jullie gemoedsrust.

Het gedicht dat ik heb uitgezocht is van de Vlaamse dichter Bart Moeyaert. Moeyaert (1964) is schrijver van met name jeugdboeken, dichter en docent Creatief Schrijven aan de afdeling Woordkunst van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Van 2006 tot 2008 was hij Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontving verschillende literaire prijzen voor zijn jeugdboeken ( Deutsche Jugendliteraturpreis, de Boekenleeuw en de Zilveren griffel) en werd in 2009 genomineerd voor de J.C.Bloem-poëzieprijs 2009.

In 2008 publiceerde hij de bundel ‘Voor gelukkige mensen’ maar in 2003 debuteerde hij als dichter met de bundel vol liefdespoëzie ‘Verzamel de liefde’. Uit deze bundel koos ik het ogenschijnlijk eenvoudige maar oh zo effectieve liefdesgedicht ‘Bekentenis’.

.

Bekentenis

.

Ik mag je.

Nee. Ik mag je niet.

Ik moet je. Dat bedoel ik.

.

Ik heb je lief.

Nee. Heb ik niet.

Ik word je lief. Dat voel ik.

.

Ik ga met jou.

Nee. Ga ik niet.

Ik sta je bij. Beloof ik.

.

Ben stapel op je.

Hou je vast. Ik. Hou. Van. Jou.

.

Geloof ik.

.

Zon

Ester Naomi Perquin

.

De dichter, schrijver, columnist, essayist en voormalig stadsdichter van Rotterdam (2011-2012) en Dichter des Vaderlands (2017-2019) Ester Naomi Perquin (1980) is een multi-talent. Ze debuteerde in 2007 met de bundel ‘Servetten halfstok’ die werd gevolgd in 2009 door de bundel ‘Namens de ander’, in 2012 met ‘Celinspecties’, in 2016 met ‘Jij bent de verkeerde en alle andere gedichten tot nu toe’ en in 2017 met ‘Meervoudig afwezig’.

Ze kreeg verschillende poëzieprijzen waaronder de J.C. Bloem-poëzieprijs en de Anna Blaman Prijs. Een aantal van haar gedichten verschenen op kaarten en posters bij Plint. Zo ook het gedicht ‘Zon’.

.

Zon

.

Ik sta een tijdje met mijn vriendje op de dijk.

Kijk, zegt hij: de zon zakt in de zee
en het licht zakt langzaam mee

en de schaduwen verdwijnen
en de kleuren van de dag

en als het donker wordt
dan is het avond

en is het avond
wordt het nacht.

Mooi hè, zegt hij.
En we zwijgen.

Het is mooi en
goed bedacht.

.

De ballade van als dan

Gedichten voor gelukkige mensen

.

In 2008 werd door Querido de bundel ‘Voor gelukkige mensen’ uitgegeven van Bart Moeyaert. Roman-, kinderboekenschrijver en dichter Moeyaert (1964( debuteerde in 2003 als dichter met de bundel ‘Verzamel de liefde’. Hij publiceerde een aantal romans en stelde de poëziebloemlezing ‘Vlees is het mooiste’ samen.

Van januari 2006 tot en met januari 2008 was hij stadsdichter van Antwerpen en ontving hij in die functie ook een eredoctoraat aan de universiteit van Antwerpen. Moeyaert is veelvuldig bekroond en werd in meer dan 17 talen vertaald.

Voor zijn kinderboeken ontving hij vele prijzen en voor zijn poëzie werd hij genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2009 (voor ‘Gedichten voor gelukkige mensen’) en voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2020 (voor de bundel ‘Helium’).

In de bundel ‘Gedichten voor gelukkige mensen staan 27 gedichten en ik koos voor het gedicht ‘De ballade van als dan’.

.

De ballade van als dan

.

Ik dacht dat je wat zei

-jij hoort bij mij

was mooi geweest-

en buig me naar je toe,

maar hoe ik me ook

hou, in jouw geval

noem ik het horten

van je adem de ballade

van als dan: ik ken er

onderhand de stilte

van – het is haast

dodelijk hoe jij naar

woorden zoekt als je

wilt zeggen: dichterbij.

.

Te leen

Muziek in poëzie

.

Ik zal de komende tijd wat vaker gedichten met jullie delen die over muziek gaan. Ik schreef al vaker over tekstdichters, liedjesmakers en muzikanten die poëtische teksten schrijven maar nu dus liedjes en muziek in de tekst zelf. Door de tijden heen hebben dichters muziek en het lied als onderwerp gekozen voor hun poëzie. Van Guido Gezelle tot Stefan Nieuwenhuis. In deze nieuwe categorie gedichten uit alle tijden van verschillende dichters, te beginnen met de dichter Bart Moeyaert.

Bart Moeyaert (Brugge, 1964) is schrijver van met name jeugdboeken, dichter en docent Creatief Schrijven aan de afdeling Woordkunst van het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Van 2006 tot 2008 was hij Stadsdichter van Antwerpen. Hij ontving verschillende literaire prijzen voor zijn jeugdboeken ( Deutsche Jugendliteraturpreis, de Boekenleeuw en de Zilveren griffel) en werd in 2009 genomineerd voor de J.C.Bloem-poëzieprijs 2009.

Uit: ‘Als een geheim zat in ons huis een ander huis verborgen’, De Maan, Mechelen 2011 het gedicht ‘Van mij’.

.

Van mij

.

Je zong een liedje

en je zei: dit liedje

is alleen van mij.

Ik vroeg: moet je

niet zeggen: was?

Je keek verveeld.

Je zei: Waarom?

Ik zei: dat je dat zegt.

Wat je net zong heb je

gedeeld, want noten

zijn van iedereen.

Je krijgt ze maar

een liedje lang.

Zolang het duurt,

zei ik. Te leen.

.

bart moeyaert