Site-archief
Ik ben een renner
Alex Roeka
.
Op verzoek vandaag een post over zanger en liedtekstdichter Alex Roeka (1945). In 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/02/02/alex-roeka/ schreef ik al eens over de poëtische kracht van zijn teksten en dat doe ik graag nogmaals.
Op het album ‘Zachtaardig vergooid’ uit 2010 staat het nummer ‘Ik ben een renner’. In dit nummer neemt Roeka je mee in het leven van een wielrenner dat vol staat met verwijzingen naar het leven dat iedereen leidt, vol verwachtingen, uitdagingen, vreugde, teleurstellingen en uiteindelijk de conclusie dat je op het laatst alleen overblijft. Een metafoor voor het leven. De vertolking van Roeka tijdens de Sint Willebrord Sessions Vol.1 geven de tekst nog een extra lading mee.
.
Ik ben een renner
.
Ik ben een renner
Ik ken het gat dat valt
De zwarte sneeuw, het bijtend grint
De mensenzee die in je oren bralt
Het snijden van de wind
.
Ik ben een renner
Minstens duizend keer kapot gegaan
Heb dagen langs de kant staan wachten op een ander wiel
Om verder door de hel te kunnen gaan
Want ik ben een renner
.
Ik ben een renner
Een soort beest dat jaagt
Op buit en prooi, roem en eer
En waar zelf ook op gejaagd wordt weer
Door gekken vol met gif
.
Ik ben een renner
Ze hebben me in de sloot geduwd
Me recht in mijn gezicht gespuwd
Om me te leren hoe het gaat
En dat je er nooit over praat
Want ik ben een renner
.
En in sportlokaal ‘Het Valse Plat’
Daar hangen ze aan de bar
En roepen dronken naar elkaar
Dat ik de tour ooit nog eens win
.
Ik ben een renner
Ik voel me slap en ziek
Een zwabbervod, een noodsignaal
Als ik het nu niet haal
Dan is mijn toekomst de fabriek
En dat wil ik verdomme niet
Want ik ben een renner
.
En zie ineens is daar het wonder weer
En gaan mijn benen wondermooi te keer
In beheerste razernij
En is de glorie weer voor mij
Want ik ben een renner
.
Ik ben een renner
Ik rij mijn levenskoers
Mijn dodenrit, mijn heldenstuk
Waar tussen verlies en winst
Niet meer dan een haartje zit
De luim van het geluk
Ik ben een renner
.
En wie mijn vriend is hier in deze trein
Zal na de volgende bocht mijn vijand zijn
Tot slot is er niet een
Op het laatst rij je alleen
Want ik ben een renner
.
En in sportlokaal ‘Het Valse Plat’
Daar hangen ze aan de bar
En roepen dronken naar elkaar
Dat ik hem had kunnen winnen toen
.
Ik ben een renner
.
Grootmoeder
Dubbel-gedicht
.
Vandaag in het Dubbel-gedicht twee gedichten over grootmoeders of oma’s. In deze twee gedichten is heel goed het verschil te lezen tussen hoe er naar een oma werd gekeken rond 1900 en hoe dat was rond het einde van de 20ste eeuw.
Het eerste gedicht is van de Vlaamse dichter Virginie Loveling (1863 – 1923). Virginie Loveling debuteerde, samen met haar twee jaar oudere zuster Rosalie, met realistische, observerende gedichten, die een sentimentele ondertoon hadden. Na Rosalies vroegtijdige overlijden in 1875 schreef ze in hoofdzaak novellen en romans in een vrij sobere en realistische stijl. Het gedicht van Loveling is getiteld ‘Grootmoeders portret’ en komt uit ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige Letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980.
Het tweede gedicht in dit Dubbel-gedicht over grootmoeders en oma’s is van Willem Wilmink (1936 – 2003). Het gedicht of eigenlijk de liedtekst is getiteld ‘Oma’s’ en ik nam het uit ‘Willem Wilmink verzamelde liedjes en gedichten’. De tekst is van het nummer ‘Oma’s van de CD ‘Loodzware tassen’ uit 2005.
.
Grootmoeders portret
.
In grootmoeders kamer daar hangt het beeld
uit hare kinderjaren:
Een lachend mondje, peerlenoog
En bruine kroezelharen
.
De kinderen stonden en staarden ’t aan,
En ’t zeî aan het ander:
”Och, waar’ dat schoone kindje hier,
Wij speelden met malkander!”
.
En de oude in haar leunstoel met bril en toer,
Keek op bij deze rede:
”Wie zou dat schoone kindje zijn?…
Gij speelt er altijd mede”.
.
Oma’s
.
Kinderen! Mijn oma komt
en ze blijft wel zeven dagen
en dan is het altijd feest
en ik kan haar alles vragen,
alles wat ik lekker vind,
-Ze verwent je, lieve kind.
.
En mijn oma heeft een brede hoed
en daar kom ik mee naar beneden
en mijn oma lacht erom,
want ze houdt wel van verkleden,
ze vindt mij zo’n leuke vent.
-Omdat oma jou verwent.
.
Oma neemt van alles mee
wat ik heel goed kan gebruiken.
Ze heeft snoepjes in haar tas
die naar odeklonje ruiken,
ze heeft lolly’s en kaneel.
-Ze verwent je veel te veel.
.
Spook en reus en toverheks,
daar kan oma van vertellen
en ze geeft me veel patat
en ze geeft me frikandellen
met een lekkere vette smaak.
-Ze verwent je veel te vaak.
.
Nooit praat oma erdoorheen
als ik ooit een keer wil praten,
Na het eten moet ze vaak
hele kleine windjes laten,
rikketikketikketik.
-Ze bederft je dat vind ik.
.
Herman Pieter de Boer
Lenny Kuhr
.
Dat muziek troost kan bieden weten we allemaal, het aantal troostrijke liederen is enorm. Vaak wordt deze troost verkregen door de muziek, de melodie en als het helemaal meezit dan is het een combinatie van de muziek en de woorden die troostrijk is. In het geval van het lied ”s Nachts bij het open raam’ van Lenny Kuhr durf ik te stellen dat het toch ook vooral de woorden, de liedtekst of het gedicht waaruit het lied bestaat, de troost biedt.
Herman Pieter de Boer ken ik nog van zijn bundels met korte verhalen uit de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw maar ook als dichter en liedtekstdichter is hij bijzonder. De muziek bij het gedicht ’s Nachts bij het open raam’ komt ook al van een grootheid namelijk van Franz Schubert. Het lied staat op de CD ‘Stemmen in de nacht’.
.
’s Nachts bij het open raam
.
De maan zo mooi, van wolken vrij
zo zoel, een zomerlichte nacht
verzonken in mijn mijmerij
heb ik steeds aan jou gedacht
en hoe jij zomaar bent gegaan
zo zacht naar een ander bestaan
.
je bent niet meer, maar toch en toch
ik ben nog altijd niet alleen
bijna nabij voel ik je nog
je adem en gedachten om mij heen
bijna nabij, ik voel je nog
je adem om mij heen
.
bewegingloos bij ’t open raam
het lijkt of iets er naar me wenkt
het glimlacht zacht en zegt mijn naam
ben jij het die daar even aan mij denkt
het eerste licht, voorbij de nacht
was jij dat die aan mij dacht
.







