Site-archief

Nachtuil

Daniel Camilo Fajardo Vanegas

.

De Colombiaanse dichter en essayist Daniel Camilo Fajardo Vanegas (2000) heeft een graad in literatuurwetenschap behaald aan de Nationale Universiteit van Colombia. Hij doceert er Literaire Studies. Hij heeft werken van Zofia Bohdanowiczowa, George Eliot, Virginia Woolf en Colette Peignot in het Spaans vertaald. Momenteel werkt hij als copywriter en redactiecoördinator voor de onafhankelijke uitgeverij  Tristes Trópicos . Zijn interesse gaat uit naar abjecte literatuur. Abjectie is de toestand van verstoten en afgescheiden zijn van normen en regels, vooral op het niveau van de samenleving en de moraal.

Van hem het gedicht ‘Noctívaga’ zoals de Spaanse titel luidt of ‘Nachtuil’ in de Nederlandse vertaling.

.

Nachtuil

.

Om horror te schrijven is het nodig/ tegen jezelf te schrijven/ schuldgevoelens te verbreken/ te knagen/ aan de rigide/ choreografieën om te schrijven/ voorbij het katachtige/ voorbij/ het water/ afgezonderd voorbij/ de ketenen/ van het zelf van zekerheid/ onhandig/ onszelf in bedwang te houden in wispelturigheid/ ja, maar wanneer/ hoe/ het te laten regenen/ bloedige strelingen tot schaduw/ lauwe flauwte/ van tederheid/ een gebed/ een gefluister dat verraadt/ van onderaf/ een verontrustende kriebel/ zuur/ dorstig/ firewall/ men moet zichzelf elimineren/ langzaam/ gracieus/ zonder angst/ zonder het lawaai te slaan/ dat misschien/ wellicht/ nooit maar was/ mogelijk en hier/ vriend/ hier/ het was altijd te laat

.

De valsche veerman

Nieuw leesboek voor katholieke scholen

.

Voor mijn verjaardag kreeg ik van een vriend een bijzonder oud (1900) maar erg leuk boekje met de titel ‘Nieuw leesboek voor katholieke scholen’. Een boekje vol verhalen, liedjes en gedichten uit een tijd waar wij ons echt niets bij voor kunnen stellen. De verhalen zijn doordrongen van een diep religieus besef, zijn moralistisch en staan vol stichtende taal. Op zichzelf is dat al genieten, juist omdat het zo anders is dan tegenwoordig, maar er staan ook een paar hele aardige gedichten in

Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘De valsche veerman’ dat me deed denken aan een liedje van vroeger over een kikvors aan de oevers van de Rotte. Alleen was het daar een ooievaar die roet in het eten gooide.

.

De valsche veerman

.

Er piepte reis in ’t oeverzand

Van een rivier een muis: zij wou

Zoo dolgraag naar den overkant,

Doch wist niet, hoe ze er komen zou.

.

Dat merkte algauw een kikker daar.

“He juffer!” kwaakte die, “kom hier!

Bind aan het mijne uw pootje maar,

En ik vaar je over met plezier.”

.

Ons muisje deed het – één, twee, drie!

De kikker stak van wal – hoezee!

En ’t lustig knagelijntje – zie,

Voer als zijn passagier toen mee.-

.

Een poosje nu ging alles goed;

Maar ach! de pret was spoedig uit:

In ’t midden van den breeden vloed

Dook onverwachts de valsche puit.

.

“Help, help! o wee ‘k verdrink!” zoo kreet

Onze arme muis toen in haar angst….

Daar pakte opeens een valk haar beet, –

Vloog op, en had – een dubbele vangst!

.