Site-archief
Nachtuil
Daniel Camilo Fajardo Vanegas
.
De Colombiaanse dichter en essayist Daniel Camilo Fajardo Vanegas (2000) heeft een graad in literatuurwetenschap behaald aan de Nationale Universiteit van Colombia. Hij doceert er Literaire Studies. Hij heeft werken van Zofia Bohdanowiczowa, George Eliot, Virginia Woolf en Colette Peignot in het Spaans vertaald. Momenteel werkt hij als copywriter en redactiecoördinator voor de onafhankelijke uitgeverij Tristes Trópicos . Zijn interesse gaat uit naar abjecte literatuur. Abjectie is de toestand van verstoten en afgescheiden zijn van normen en regels, vooral op het niveau van de samenleving en de moraal.
Van hem het gedicht ‘Noctívaga’ zoals de Spaanse titel luidt of ‘Nachtuil’ in de Nederlandse vertaling.
.
Nachtuil
.
Om horror te schrijven is het nodig/ tegen jezelf te schrijven/ schuldgevoelens te verbreken/ te knagen/ aan de rigide/ choreografieën om te schrijven/ voorbij het katachtige/ voorbij/ het water/ afgezonderd voorbij/ de ketenen/ van het zelf van zekerheid/ onhandig/ onszelf in bedwang te houden in wispelturigheid/ ja, maar wanneer/ hoe/ het te laten regenen/ bloedige strelingen tot schaduw/ lauwe flauwte/ van tederheid/ een gebed/ een gefluister dat verraadt/ van onderaf/ een verontrustende kriebel/ zuur/ dorstig/ firewall/ men moet zichzelf elimineren/ langzaam/ gracieus/ zonder angst/ zonder het lawaai te slaan/ dat misschien/ wellicht/ nooit maar was/ mogelijk en hier/ vriend/ hier/ het was altijd te laat
.
Amoureus liedje
Bertus Aafjes
.
In 1940 debuteerde dichter en schrijver Bertus Aafjes (1914 – 1993) de bundel ‘Het gevecht met de Muze’. In die tijd was Aafjes nog heel actief als dichter. In 1953 verscheen zijn (toen nog) laatste gedichtenbundel ‘De Karavaan’ nadat hij gebrouilleerd raakte met de literaire wereld door zijn verzet tegen de Vijftigers (die hij van fascisme betichtte). Later in zijn leven zou Aafjes toegeven dat hij zich enorm vergist had en dat zijn afkeer van de Vijftigers al kort na het verschijnen van de gewraakte artikelen was omgeslagen in bewondering.
Pas in 1980 verscheen er weer poëzie van zijn hand met de bundel ‘Deus sive natura’ met erotische gedichten, maar die werd niet onverdeeld positief ontvangen. Gerrit Komrij schreef erover in een recensie: “Zijn erotische pennevruchten worden niet gered door poëzie, maar geaborteerd door dichterlijkheden. Schallende hoogdravendheid komt in de plaats van geladen suggestie. Het resultaat is, het spijt me dat ik het moet zeggen, erger dan de goedkoopste pornoshow. Je loopt er hersenplatjes van op.”
In zijn debuut staat het gedicht ‘Amoureus liedje in de morgenstond’ (voor clavesymbel) dat ook zeker een (licht) erotisch gedicht genoemd mag worden. Overigens las ik op het blog http://blog.despinoza.nl/ de uitspraak van Aafjes (Aafjes was – in ieder geval lange tijd – devoot katholiek die zich verzette tegen kerkelijke structuren, verhoudingen en normen)
“Er zijn vele wegen maar de juiste weg is de weg ertegen, niet de weg eronder – dat is onderkruiperij -, niet de weg erover – dat is pluimstrijkerij -, maar de weg ertegen – tegen alle wegen in en dat is van de wijsheid nog maar het begin.” Een uitspraak die Peter R. de Vries als lijfspreuk had.
.
Amoreus liedje in de morgenstond
.
(voor clavesymbel)
.
Wanneer ik in de morgenstond,
gezeten bij het vuur, ontroerd
zie hoe het liefje rijgt en snoert
aan het corset met strakke mond,
.
en hoe haar boezem honingblond
zich boven de omheining roert,
alsof haar hart op springen stond,
.
dan wordt ik heimelijk gewond,
om zooveel wilde praal en pracht
in de baleinen saamgebracht
en zegen met half-open mond,
de mist, de mei, de morgenstond.
.





