Site-archief

De zomer

Dubbelgedicht

.

Nu de dagen weer langzaam lengen en de zon zich steeds minder bescheiden laat zien is het tijd om ons op te maken voor de zomer. De zomer heeft in de loop der tijden vele dichters geïnspireerd zoals je hierhier, of hier in verschillende hoedanigheden en van verschillende dichters kunt lezen. Daarom, voor de tweede keer alweer, opnieuw een dubbelgedicht over dit, voor veel mensen, favoriete seizoen.

In dit dubbelgedicht allereerst een gedicht van Gerrit Komrij (1944 – 2012) getiteld ‘De zomer of Het land zonder zonde’ uit ‘Dagkalender van de poëzie’ uit 2001. Als tweede een gedicht van de Vlaamse dichter Roland Jooris (1936) getiteld ‘Zomers’ uit ‘Dichters van nu 9’ uit 1997. Hoewel beide gedichten de zomer bezingen is er bij beide ruimte voor een kritische blik.

.

De zomer of Het land zonder zonde

.

Grijp nu de zonnen uit de blauwe lucht

En dans de krijgsdans van de evenaar.

Jaag al uw spookgedachten op de vlucht.

Sla zélf op hol. Maak ieder sprookje waar.

.

Stampvoet en ril – het hele repertoire.

Doe oeverloos wat wild en ongewoon is:

Verslinger u aan een geweldenaar

Of jank wanhopig om uw verre Adonis.

.

Laat uw verlangen alverterend zijn.

Er is geen grens, geen straf, geen stillen wenk,

Er is alleen verdomd veel zonneschijn.

.

Omhels op aarde ieder creatuur

En alle elementen – maar gedenk

De blauwe winter in uw spel van vuur.

.

Zomers

.

landelijk in de 20ste eeuw

voel ik het zweet als een luxe

in mijn hemdje dringen

in deze blijkbaar vredige

zomer;

.

veel volk aan zee, veel

bloemen en vruchten,

het binnenland verwerkt tijdig

de regen

en elk bericht in de krant

spreekt vredig de vrede

tegen.

.

 

Maurice Gilliams

Herfst

.

Ik dacht altijd dat ik een hekel had aan de herfst; koud, nat, grijs. En heel eerlijk denk ik dat nog steeds maar ik waardeer dit seizoen ook wel steeds meer. Al was het alleen maar door het aantal gedichten dat ik de laatste tijd over de herfst heb geplaatst. Het zal het licht en de verkleuring van de bladeren aan de bomen zijn maar ik begin een zekere waardering voor dit deel van het kalenderjaar te ontwikkelen. Ik realiseerde me dat toen ik het gedicht ‘Herfst’ las van de in Antwerpen geboren dichter Maurice Gilliams (1900 – 1982) in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1993. Oorspronkelijk verscheen dit gedicht in 1936.  In dit gedicht komen allebei mijn gedachten ten aanzien van de herfst aan bod.

.

Herfst
.

Het is een land van grijsaards na de zomer,
hier geeuwt de heide in haar gal van zonde;
het bruin der eiken heeft de geur van honden,
het dorp gloeit in zijn klokken van oktober.
.
De honing druipt vermoeid in aarden potten
waaraan de handen zich getroost verenen;
en eenzaam duurt ’t gemaal der molenstenen,
’t kasteel staat in zijn grachten te verrotten.
.
Sterfbedden blinken van het goud der vaderen,
’t is avond en de zonen zien het wonder:
’t geboortehuis dompelt in nevel onder
en jeugd en lief en ’t ál zijn niet te naderen.

.

 

Eik

Anneke Brassinga

.

In mijn tuin staan twee enorme eikenbomen. Of eigenlijk staat 1 in mijn tuin en 1 in de tuin van de buurman. Maar hun eikels en bladeren die ze in deze herfst afschudden zorgen ervoor dat ik een hele dag bezig ben met het ruimen van bladeren, takken en eikels om het pad en de directe omgeving een beetje bereikbaar te houden. Dichter Anneke Brassinga (1948) heeft in haar bundel ‘Het wederkerige’ uit 2014 een mooi gedicht gepubliceerd over de Eik. Toen ik dat gedicht las wist ik meteen dat ik dat hier wilde plaatsen in dit seizoen waar ik, maar jullie ongetwijfeld ook, genieten van de prachtige kleuren en af en toe zuchten onder de enorme hoeveelheid bladeren die deze majestueuze bomen laten vallen in de herfst.

.

Eik

.

Stug loof uit kromme takken barstend, quercus robur,

wát u zegt! – meer heb ik niet te geef behalve schaduw,

als wolkendek ontbreekt. Dus hou uw mond,

.

tenzij u eikels vreten wou; ze vallen

straks na eerste kou. Mijn jas? Ik zou beschaamd zijn

u zo ruig doorgroeid te zien, vol mos.

.

En blijf ook af van al dat tere schemerweefsel

ondergronds, het treurt nog om Dodona

waar ik op rotsen stond en ruisend met mijn

.

doorwaaid blad uw god het woord gaf.

Licht was daar lavend vuur. Wat komt is duister:

ik voorspel mijzelf een stomme boom in windstille

.

verstuiving.

.