Site-archief

MUGzine 24 is er!

welkom in het verlaten strandhuis

.

Het is van hout, natuurlijk. En het is klein, met ronde raampjes. Als een boot op palen, dieptreurig vast in het zand. 

In de nieuwe MUGzine hebben we een poëtisch huisje ingericht voor gestrande dromen. Een houten huis dat lijkt te huilen, een heilig toevluchtsoord van gestrande dromen. Dat zijn de laatste regels van het voorwoord van Marianne in de nieuwe editie van het kleinste meest eigenwijze en particulierste poëzietijdschrift van de lage landen. MUGzine #24 bevat poëzie van Sofie Verdoodt (1983), Steven Van de Putte (1976), Hans Franse (1940) en Gijs ter Haar (1963), een Luule en de illustraties zijn dit keer van kunstenaar Merlijne Marell.

MUGzine is, zoals geschreven, een particulier initiatief en we gaan op weg naar ons eerste lustrum. In december van dit jaar verschijnt alweer het 25ste nummer. Elke editie is gratis te downloaden via mugzines.nl maar omdat we weten dat veel poëzieliefhebbers graag gedichten van papier lezen, laten we vanaf het eerste nummer van elke editie een beperkte oplage drukken. Wil je MUGzine op papier ontvangen word dan donateur en mail naar mugazines@yahoo.com.

Alle reden dus om de nieuwe editie van MUGzine te downloaden of op papier te bestellen. Om alvast in de stemming te komen hieronder een gedicht van Sofie Verdoodt dat ze voor ILFU schreef en dat ik koos omdat het getiteld is ‘Zomer in Den Haag’.

.

Zomer in Den Haag

.

Gezinsvakantie in een koloniaal hotel
waar een straatfeest ons wekte.
Een keukenmeid gilde, rumoer woei
met de nachtvlinders binnen.
Ouders prikten de kinderen op bed.
.
We zwierven door de stad.
Als een hond die zijn neus volgt,
kwamen we enkel onszelf op het spoor.
.
Te midden van vergane glorie
moesten we elkaars lippen openwrikken
boven zeevruchten zo groot als kindervuisten.
Iemand gaf wrokkig de peper door.
Op de menukaart schreven we ‘help’.
.
Een deel van ons is daar achtergebleven,
door obers geruisloos van tafel geruimd.
Het meisje met de parel zwaaide niet terug.
.
Ik rilde in een oesterschelp.

.

Anker Kruis Hart

Sofie Verdoodt

.

Schreef ik in 2022 nog “In 2014 debuteerde ze bij poëzieCentrum met de bundel ‘Doodwater’ en voor zover ik kan nagaan is het bij dit debuut gebleven.” over de Vlaamse dichter, filmprogrammeur en doctor in de Kunstwetenschappen Sofie Verdoodt (1983), inmiddels is er een nieuwe bundel van haar verschenen getiteld ‘Anker Kruis Hart’. Deze bundel staat in het teken van het afscheid. De liefdesrelatie is verbroken en daarmee hebben ook alle gezamenlijke verhalen en dromen van een toekomstig leven definitief afgedaan.

De anker, het kruis en het hart staan samen in de bijbel voor geloof, hoop en liefde. En dat zijn thema’s die in deze bundel naar voren komen. De bundel bestaat uit drie afdelingen of delen zo je wilt. In het eerste deel is er de liefdesbreuk die zijn sporen achterlaat. Herinneringen, het verlangen en het gemis, zo komen allemaal voorbij.

In de tweede afdeling is er de wisselwerking tussen het kind zijn en het ouder zijn. Het overlijden van een moeder en zelf moeder worden. In zekere zin gaan de gedichten in deze afdeling over verlies maar ook over loutering en vertrouwen in de toekomst.

In de derde afdeling tenslotte is de verteller, de dichter zelf moeder en in de gedichten in dit deel komen geloof, hoop en liefde in volle omvang aan de orde. In het slotgedicht ‘Ultima Thule’ komen de drie afdelingen bij elkaar. Thule of Ultima Thule was een benaming in de oudheid voor het ‘uiterste Noorden’, de uiterste grens van de bekende wereld.

.

Ultima Thule

.
Hoe we plat op de buik door het zonnestelsel kruipen,
geen terugweg meer in het kielzog van een hond
die de kruimels oplikt recht voor onze neus.
Dezelfde wetten gelden overal, ook sterren
zijn óf dwerg óf reus.
We noemen de grote beer en de kleine beer
alsof taal ze ooit kan temmen.

.
Ik ben zo één met jou in mijn verval.
Laat me het uniform van mens van je lichaam scheuren.
Laat me de zware helm van je schedel lichten.
Vergun me om je naar de uitgang te leiden.
Ik zal de stenen onder je voeten zacht kneden.
Ik zal de bochten op je pad met mijn blote handen rechten.

.
Als je door de deur stapt, weet dat we alle lichten aan laten in huis
en dat niemand zich te slapen legt tot je aangekomen bent,
daar waar je betekenis verschuift.
We bedekken onze oren wanneer je door de geluidsmuur breekt
met een onnoemelijke knal.

.
De woorden, de verhalen, het aanhoudende vechten,
mijn appél op het heelal.
Het gaat niet over mij maar over jou en jou en jou
maar over jou vooral.

.

Sofie Verdoodt

Steen

.

Het leuke van verzamelbundels lezen is, behalve dat je over een thema vele gezichtspunten, stijlen en ideeën voorgeschoteld krijgt, ook de gelegenheid om nieuwe dichters te leren kennen. Die laatste ervaring had ik toen ik aan het lezen was in ‘600 gedichten over leven, liefde en dood’ nieuw groot verzenboek, samengesteld door Jozef Deleu.

Op de op een na laatste bladzijde van de gedichten in het boek staat het gedicht ‘Steen’ van de Belgische dichter Sofie Verdoodt (1983). Sofie Verdoodt publiceerde gedichtencycli in onder meer Poëziekrant, De Volksverheffing en De Brakke Hond. Haar werk werd bekroond in talrijke poëziewedstrijden. Als doctor in de kunstwetenschappen schrijft ze over film en kunst, doceert ze en werkt ze als filmprogrammator.

In 2014 debuteerde ze bij poëzieCentrum met de bundel ‘Doodwater’ en voor zover ik kan nagaan is het bij dit debuut gebleven. Op haar website wordt de titel van de bundel uitgelegd: “Bijgelovige zeelieden koesterden een diepe angst voor het verschijnsel ‘doodwater’ dat voorkwam in voornamelijk Scandinavische wateren. Een kleiner vaartuig blijft in cirkels varen of raakt stuurloos door een bovenlaag van zoet of brak water dat de stroom ophoudt. Dit maritieme begrip werd in de volksmond een uitdrukking voor symbolische stilstand en aanzuigende doodsdrift.”

En: “Over haar gedichten hangt vaak een dreiging, iets onheilspellends waarvan je weet dat het er is, ook al staat het er niet. Het staat je te wachten.” Alle reden dus om het gedicht ‘steen’ uit deze bundel hier met je te delen.

.

steen

.

je dood sloeg een kleine krater in de tuin

met het oorverdovende

van stilvallende motoren

ik ruim vandaag weer puin

en vind de zwarte doos van mijn herinnering

.

het is je steen die leunt tegen mijn voeten

als de drempel die ik nemen moet

om uit je vacht te groeien

kleefkruid hecht zich aan mijn huid

de aarde voedt zich met jouw bloed

.

ik kijk naar hoe het je vergaat

hoe je je afwendt van het licht

jij en de bloemen groeien slechts

een andere richting uit

.

wie een kuil graaft

krijgt hem nooit meer dicht

want met een graf is het niet anders

dan met alle dingen

.

de stenen zullen groter worden

een mens moet altijd klein beginnen

.