Site-archief

Dichter bij Achterberg

Simon Vinkenoog

.

Over de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962) heb ik al vele malen geschreven op dit blog. In de categorie Dichter over dichter schreven al verschillende dichters een gedicht over deze toch wel omstreden dichter (hij kreeg 16 jaar TBS voor de moord op zijn hospita en de aanranding van haar dochter en hij verbleef meer dan vijf jaar in diverse forensisch psychiatrische inrichtingen), kwam hij in de categorie Dubbelgedicht terug en ook over zijn werk schreef ik meerdere malen.

In 1965 verscheen voor de eerste keer de bundel ‘Dichter bij Achterberg’ samengesteld door Wim Hazeu bij Nijgh & Van Ditmar. Mijn editie is een tweede gewijzigde druk uit 1981. In deze bundel staan maar liefst meer dan vijftig gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters, gewijd aan Gerrit Achterberg. Dat Achterberg niet alleen door tijdgenoten bewonderd werd als dichter (hij ontving onder andere in 1949 de P.C. Hooft-prijs en in 1959 de Constantijn Huygens-prijs en wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie) maar ook door dichters uit latere generaties blijkt uit de bijdragen in deze bundel; van Roland Holst, Mok, Vroman en Polet tot Lucebert, Büch en Vinkenoog. Allemaal schreven ze een gedicht over deze bijzondere dichter.

Achterin de  bundel staan vele pagina’s noten met verwijzingen naar artikelen die geschreven zijn over Gerrit Achterger en informatie over de deelnemende dichters.

Volledig willekeurig en alleen maar omdat het vandaag zondag is, koos ik voor het gedicht ‘Zondag’ van Simon Vinkenoog (1928-2009) dat eerder verscheen in zijn bundel ‘Wondkoorts’ uit 1950.

.

Zondag 

Voor Gerrit Achterberg

 

zesmaal de reis om het vers

in evenveel dagen

wakkerworden en de pijn

niet langer kunnen verdragen

.

zandloper woestijn

leeg – het glas gebroken

.

rijmpijn woordenwijn

vrij van de rust der zondagen

te zijn

en voortijds op jacht

naar het laatste woord

.

geen letter gelezen

geen bede verhoord

.

Vervulling

Gerrit Achterberg

.

Gerrit Achterberg (1905-1962) wordt beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie. Achterberg debuteerde in 1925 met de bundel ‘De zangen van twee twintigers’ en in 1931 publiceerde hij de bundel ‘Afvaart’ waarin Achterbergs hoofdthema al aanwezig is: het oproepen van de gestorven geliefde. Na de publicatie van deze bundel raakte Achterberg in een geestelijke crisis. Hij werd enkele keren opgenomen in een psychiatrische inrichting en had veel problemen in relaties met vrouwen. De verwarring die dat met zich meebracht leidde bij Achterberg vaak tot gewelddadige buien.

In 1937 schoot Achterberg zijn toen 40-jarige hospita dood en verwondde hij haar 16-jarige dochter Bep in de commotie die was ontstaan nadat hij op zijn kamer getracht had Bep te overweldigen. Hij meldde zich zelf bij de politie en werd tot TBS veroordeeld. Tot 1943 verbleef hij in diverse (forensisch-)psychiatrische inrichtingen. Daarna volgde een periode van resocialisatie tot de TBS in 1955 definitief werd opgeheven.

Ondertussen bleef Achterberg schrijven en werken produceren. Tussen 1939 en 1953 verschenen 22 bundels. Zijn werk werd onderscheiden met onder meer de P.C. Hooft-prijs en de Constantijn Huygens-prijs.

Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ die in 1991 bij Querido verscheen het gedicht ‘Vervulling’.

.

Vervulling

.

Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.

Al je gewone vragen vinden weer gehoor.

Regent het. Ja het regent. Goede nacht.

Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.

Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.

Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.

Alles wat antwoord is gaat van mij uit.

Je wordt vervuld van oneindigheid.

.

GA

achterberg (1)

 

Schuddegeest

Gerrit Achterberg

.

Gerrit Achterberg (1905 -1962) wordt algemeen beschouwd als één van de belangrijkste  dichters in de 20ste-eeuwse Nederlandse poëzie. Hij ontving voor zijn werk de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs. Achterberg’s leven was geen doorsnee leven; opnames in psychiatrische ziekenhuizen en inrichtingen, gewelddadige buien en tenslotte de moord op zijn hospita en de veroordeling tot TBS. Uit het uitgebreide oeuvre van Gerrit Achterberg vandaag het gedicht ‘Schuddegeest’ uit de bundel ‘Voorbij de laatste stad’ uit 1981. Behalve in ‘Passage’ (waarover ik al eerder schreef op dit blog) schreef Achterberg ook over dit kleine hofje in Den Haag. Schuddegeest, in de Archipelbuurt in Den Haag, is een van de oudste voorbeelden van sociale woningbouw, gebouwd in 1854.

Voor mij heeft Schuddegeest nog een extra betekenis. Toen ik op de  P.A. Tiele academie (Bibliotheek- en Documentatieacademie) studeerde (in de Paramaribostraat in Den Haag) was Schuddegeest de titel van de ‘schoolkrant. Reden hiervoor was dat dit hofje grensde aan de tuin van de academie.

.

Schuddegeest

.

Verre verlichte pompen van Shell

lijken een slachtgelegenheid bij nacht;

bloedbruiloft in het klein, gestolde schal

binnen de stilte van de stratenschacht.

.

Het zijn tinnen soldaatjes uit een spel.

Vlak naast elkander staan zij pal op wacht

voor speelgoedhuizen. Bomen worden zacht

papier-maché. Ik voel mij in de val.

.

Het infraphile bloedbelopen oog

van Philipslampen loert uit winkelkasten.

Politie als een decimeter nadert.

.

Terwijl het leven door mijn lichaam adert

loop ik op luiken naar de weg te tasten.

Mijn benen zijn van hout en veel te hoog.

.

schuddegeest

 

schuddegeest_3