Site-archief
Het huis woont in mij
Peter Swanborn
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Het huis woont in mij’ van Peter Swanborn. Swanborn is dichter, schrijft liedteksten, is literair medewerker van de Volkskrant en redacteur van Tortuca. Tortuca is een tijdschrift voor literatuur en beeldende kunst dat sinds 1997 in Rotterdam wordt uitgegeven. Ieder nummer van Tortuca bevat een afgewogen compositie van verhalen, gedichten, tekeningen, foto’s en schilderijen. (meer info op http://tortuca.com/).
Een aantal gedichten uit deze bundel verscheen eerder in Het liegende konijn, Liter, Poëziekrant Tirade en Tortuca. De bundel bevat 31 gedichten in 3 hoofdstukken en werd uitgegeven door uitgeverij Podium in 2013. Uit deze bundel het gedicht ‘Avond op het balkon’ uit hoofdstuk 3 ; Geen mens te zien.
.
Avond op het balkon
.
Op de daken wacht een bed van vuur. De wind veegt
door de binnentuin.Ik stap over de reling, laat me vallen
als word ik gedragen, via de vijver, een moment verloren
in een muggenzwerm, dan langs achtergevels steil omhoog
naar vlammen die gretig over de rand slaan. Mijn arm strekt,
mijn hand grijpt, als het hoofd, bezweet, om orde roept en ik
met een schok in mijn oude vorm tot stilstand kom.
.
Zomergasten en de poëzie
Ionica Smeets
.
Afgelopen zondag was wetenschapsjournaliste en wiskundige Ionica Smeets (1979) de Zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO (lees vooral ook de recensie van dit programma vandaag in de Volkskrant van Jean-Pierre Geelen). Nu ken ik Ionica al vele jaren, ze werkte jarenlang tijdens haar school- en studietijd bij de bibliotheek Maassluis waar ik directeur ben. In de jaren dat we collega’s waren was Ionica precies zoals ze op tv was afgelopen zondag. Ik herinner me een keer na een bibliotheekuitstapje, toen ik haar een lift gaf naar haar woonplaats Delft, dat ze tijdens de autorit uit haar hoofd een gedicht voordroeg.
Toen ze zondagavond dan ook een fragment liet zien van haar favoriete dichter Leo Vroman verbaasde mij dat niet. Een prachtig fragment uit een documentaire over Leo Vroman en zijn vrouw Tineke. Naar aanleiding van deze aflevering heb ik werk van Leo Vroman herlezen en wil ik graag een gedicht van hem met jullie delen.
.
In bed
.
Het is mij een droom te ontwaken
door een hand op het haar en de slapen
en de streling van zaaien en rapen
meer dromen te voelen maken;
.
hoor in het omhullend geruis
van een adem de zee, de wind
op een lang, leeg strand, en een kind
ver van het ouderlijk huis –
.
Zij vroeg mij waar we nu waren.
Het was herfst in mijn droom en ook buiten
bewegen zich dorre blaren
door de lucht, en over de ruiten.
.
Bukowski
Vandaag in de Volkskrant
.
Twintig jaar na zijn dood wordt de schrijver Charles Bukowski overal geëerd. Behalve in Duitse Andernach, Bukowski’s geboortegrond. Daar zijn ze niet trots op Buk. Vandaag in de Volkskrant een groot artikel waarin de neef van Bukowski zijn verhaal doet.
Elke reden om iets van Bukowski te plaatsen is een goede reden dus:
.
Are you drinking?
washed-up, on shore, the old yellow notebook
out again
I write from the bed
as I did last
year.
will see the doctor,
Monday.
“yes, doctor, weak legs, vertigo, head-
aches and my back
hurts.”
“are you drinking?” he will ask.
“are you getting your
exercise, your
vitamins?”
I think that I am just ill
with life, the same stale yet
fluctuating
factors.
even at the track
I watch the horses run by
and it seems
meaningless.
I leave early after buying tickets on the
remaining races.
“taking off?” asks the motel
clerk.
“yes, it’s boring,”
I tell him.
“If you think it’s boring
out there,” he tells me, “you oughta be
back here.”
so here I am
propped up against my pillows
again
just an old guy
just an old writer
with a yellow
notebook.
something is
walking across the
floor
toward
me.
oh, it’s just
my cat
this
time.
.
Debutanten
Volkskrant
.
In de Volkskrant van dinsdag staat een aardig stuk over 5 debutanten onder de titel Dichtgroeien. Deze 5 debutanten zijn Hannah van Wieringen, Pieter de Bruijn Kops, Jeroen van Rooij, Daniël Vis en Laura van der Haar. De laatste twee finalist en winnaar van het NK Poetry Slam, de eerste een toneel/prozaschrijfster, nummer twee redacteur en nummer drie prozaschrijver. Van elk van de dichters een gedicht en een kort interview met vragen als: waarom schrijf je gedichten?, welk woord zou je nooit gebruiken? en wanneer ben je ermee begonnen?
Alle vijf debuteren met een dichtbundel en na lezing van het (bijna) 3 pagina’s tellende stuk gaat mijn voorkeur uit naar Daniël Vis. Hij debuteert bij Prometheus met de bundel ‘Crowdsurfen op laag water’ (komt uit in april 2014).
Voor degene die niet wil wachten tot april heeft Daniël ook een website: http://danielvis.wordpress.com/
Van deze website het volgende gedicht: daten op de uitlaatplek
.
daten op de uitlaatplek
I
we nemen de roltrap
naar de lingerie-afdeling.
ze is op zoek naar een broekje,
blauw,
voor bij die en die bh.
we kennen elkaars ondergoed.
ik laat m’n ogen gaan
over maten die ze niet heeft,
het hangt vol met wat je mist.
ik wis de laatste tijd weer
regelmatig mijn browsegeschiedenis.
II
ze vertelt over de hond
die ze vroeger hadden, thuis.
dat ze na jaren kon zien
aan z’n blik
wanneer hij moest schijten,
het was zielig hem dan niet uit te laten.
een huisdier is handig vindt ze,
om omgang te trainen.
en binding.
ik groef een kuil voor de konijnen
die bij m’n ouders in de garage
stil verhongerden.
ze waren niet van mij.
ik was onschuldig.
een supersoaker vol bleek
en de kat van de buren.
III
het broekje dat ze zoekt
is niet te vinden.
is het de juiste maat
dan is het de kleur niet,
de juiste kleur
en niet de maat.
en ja. het moet blauw.
soms ben je elke kilo die je weegt.
de prijskaartjes liegen er niet om.
.
Aantekeningen als readymade
Aantekeningenpoëzie
.
In de Volkskrant van vrijdag 13 september stond in de rubriek De Recensiekoning een stukje over aantekeningenpoëzie. Nu heb ik op dit blog al vaker over readymades geschreven. Pas nog over stiftgedichten maar eerder ook over Google raedymades bijvoorbeeld. Dit is een nieuwe variant.
Hoe werkt het?
Mensen die met aantekeningenboekjes werken (en dat zijn er een heleboel) of in hun telefoon onder notities van alles noteren beschikken over een arsenaal aan aantekeningen van soms maar een paar woorden of zinnen. Vaak heb je geen idee meer waarom je het ooit hebt opgeschreven of waar het over gaat. Die aantekeningen gebruik je om een readymade van aantekeningen te maken.
Voor beeld uit de krant:
.
Het inzicht van H.
.
Over het mailtje
weet ik nog wanneer je
voor het eerst
een bord vol oesters
tropenroosters
afbraaktheorieën en cafés
niks werkt meer
.
Uiteraard heb ik zelf ook een poging gedaan met mijn notities.
.
Ylvis clips
.
Control enter
harde nieuwe pagina
schaakbord op een tafel
in thema’s werken die in de
community leven
leuk is goed
als het om het leveren
van een inspanning gaat
vandaag is weer geen dag
.
De columns van Campert
Volkskrant
.
Vandaag wil ik, als rechtgeaarde poëzieliefhebber, een lans breken voor de columns van Remco Campert. Niet alleen is Remco Campert al lang een van mijn favoriete dichters maar ik merk dat ik zijn columns ook steeds meer ga waarderen. Waar blijkt dat uit, zul je dan vragen?
Na mijn vakantie lag er zo’n kilo of 6 aan kranten van de afgelopen weken te wachten op tafel. Doelgericht haalde ik de boekenbijlagen van de Volkskrant eruit en de columns van Campert las ik met veel plezier als eerste. Volgens mij is de rest van de stapel vrijwel ongelezen uiteindelijk in de oud papierbak beland.
Maar waarom lees ik Campert dan zo graag? Omdat hij als geen ander schijnbaar achteloos met citaten strooit, strofen en regels van gedichten die nieuwsgierig maken. Neem nu zijn column van afgelopen zaterdag. Allereerst een gedicht van zijn vader Jan Campert over het eiland Walcheren, gevolgd door regels van Willem Kloos over de zee (toch al een onderwerp dat mijn interesse heeft, zal wel door mijn woonplaats komen), regels van Lucebert en eindigend met een kort gedicht van Paul van Ostaijen.
Ik krijg dan meteen zin om alle vier de gedichten op te gaan zoeken, om de hele tekst te lezen. En of Remco dit terloops, uit zijn hoofd of herinneringen doet of niet, mij weet hij altijd te boeien,
.
Uit zijn column van zaterdag 31 augustus het (volledige) gedicht over Walcheren van zijn vader Jan Campert.
.
Lof van Walcheren
.
Daar is geen land, dat zoo verliefd
Door het water wordt omarmd
Als tusschen Walcheren en Sloe
Van Walcheren het strand.
Dat moet toen God de wereld schiep,
Dien dag zóó zijn geweest,
Dat Hij het opriep uit het niets
Als weldaad voor den geest;
Een handvol grond, waaraan het oog
Had zijnen lieven lust,
Een groen juweel, een flonker-steen,
Domein van stilte en rust.
.
Men reize waarheen men ook wil,
Den verste kaap voorbij,
Maan nimmer treft men zulk een land
Als Walcheren in de Mei.
Wie ooren om te horen heeft
Hij luistere naar het lied,
Dat in de Meidoornhagen leeft
En hij vergeet het niet.
Wie oogen heeft om nog te zien
Zal, als hij Walcheren ziet,
Die sluiten voor een wijl misschien
Maar hij vergeet het niet.
.
En zelfs de voorjaarswind, die vaart
Langs zee en dijk en duin
Houdt den bewogen adem in
Boven Gods liefsten tuin
Met zijn meidoornhagen in bloei
En ’t wieg’lend wegelkruid –
En keert weerom en vaart nog eens,
Verliefder dan een bruid.
Daar is geen land als dit mijn land
Besloten tusschen zee en strand.
O palm van Gods hand…… .
.
Regelafbreking
Jannah Loontjens
.
Vanmorgen las ik in het boekenkatern van de Volkskrant een recensie van Dat ben jij toch van dichter Jannah Loontjens. De recensent Erik Menkveld haalt hierbij een paar regels aan “Ik. Hier in bed, naast mijn / geliefde, zijn slapend gezicht vlakbij” en schrijft daar dan tussen haakjes achter ‘Let op de prachtige regelafbreking’.
Nu weet ik hoe belangrijk regelafbrekingen kunnen zijn in de poëzie, door het laten vallen van een korte stilte kun je de woorden voorafgaand en volgend op de stilte extra lading meegeven. Het komt voor dat, wanneer ik een gedicht voordraag, ik merk dat ik andere stiltes laat vallen dan dat ik zelf in de tekst heb aangebracht. Als iemand anders de tekst van datzelfde gedicht zou lezen zou dat kunnen leiden tot een ander begrip van het gedicht.
Hoe belangrijk regelafbrekingen zijn bleek vorig jaar bij de beoordeling van gedichten voor de Nationale Turing Gedichtenwedstrijd. Een groot aantal gedichten was ter beoordeling aangeboden aan de (voor) jury waarbij de regelafbrekingen verdwenen waren. het was alsof er in sommige gevallen geen poëzie was ingezonden maar een kort stuk proza. Deze gedichten waren dan ook onverminderd niet door naar een volgende ronde.
Terug naar Jannah Loontjens. Toen ik de regels uit haar gedicht las in de recensie moest ik een paar keer lezen voor ik begreep waarom de recensent deze regelafbreking zo “prachtig” vond. Laat maar eens een wat langere stilte vallen na ‘mijn’ en spreek dan geliefde extra sterk uit. De combinatie met ‘zijn slapend gezicht vlakbij’ geeft deze regels dan ineens iets extra’s.
Soms moet je poëzie herlezen of hardop lezen om de schoonheid ervan te begrijpen.
.
















