Site-archief

Vers uit de tuin

Constantijn Huygens.

 

Het Huygens Museum (Hofwijck) in Voorburg ken ik van een bezoek dat ik er ooit bracht toen een collega uit de bibliotheekwereld daar afscheid nam. Een leuk klein museum met een fraaie tuin eromheen. Dit museum presenteert nu samen met de Universiteit Gent een nieuwe tentoonstelling over de geschiedenis van Nederlandse poëzie over tuinen, met een hoofdrol voor de zeventiende-eeuwse dichter, componist en diplomaat Constantijn Huygens (1596-1687).

“Vers uit de tuin, Constantijn Huygens over mens, tuin en natuur,” zoals deze tentoonstelling is getiteld, belicht de jeugdjaren van het hofdicht en de unieke historische tuin die Constantijn Huygens zelf ontwierp. Deze tuin inspireerde Huygens tot het schrijven van een van de beroemdste gedichten uit de Nederlandse literatuur, waarin hij reflecteert op de relatie tussen mens, tuin en natuur.

De Nederlandse tuingedichten zijn uitzonderlijk. Nergens in Europa zijn er zoveel gedichten over tuinen geschreven. Ze geven inzicht in hoe er gedacht werd over de tuin als door de mens gecontroleerde natuur. Ook etaleren de gedichten de goede smaak van de tuinbezitters en welk praktisch nut de natuur voor de mens kan hebben.

In 1651 voltooide Huygens ‘Hofwijck’, het grootste Nederlandstalige dichtwerk dat hij ooit geschreven heeft. In bijna drieduizend versregels beschreef hij zijn gelijknamige buitenplaats, die hij zo’n tien jaar daarvoor in Voorburg had laten aanleggen. In het begin van het gedicht geeft Huygens als reden voor het schrijven van dit grote werk over zijn buiten dat men het verwacht van hem, omdat hij nu eenmaal een bekend dichter is.

Hieronder een deel (het begindeel) van dit gedicht. Het hele eerste deel lees je hier.

 

Hofwijck

.

De Wijsen van eertijds hebben’t soo verstaen, ende
het is altoos waerachtigh gebleven, dat Vrught en
Vreughd, Voordeel en Vermaeck in een getwernt
den deughdelixten draed maken. Daer op sagh
ick dat mijn Vader gesien hadde, als hij sich
gelusten liet de lichamelicke lusten van sijn
Hofwijck soo te beschrijven, datse de ziel raeckten;
makende van die Wandeling een’ Handeling,
die naer hem sijn’ Erven, oock naerden ondergangh
vande plaetse, te stade komen moght. Ende
het soete voornemen alsoo uijtgevoert heeft mij
te dienstigen licht gedocht voor de Corenmate;
daer onder het geschapen was voor eerst te
smooren, sonder de moeijte die ick aengewent
hebbe, om het oock onse Eewe te moghen bekent
maken. Hoe het dese neus-wijse Wereld
sal op nemen, staet te sien. Bij U.E. en meen
ick geenen ondanck verdient te hebben. De
Stichter van Hofwijck is haer te lief, om een
stuxken wercks vanden Dichter te verwerpen.
Een stuxken Bijwerks noemde ick het beter:
dewijle wij heel wel weten, en qualick gelooven
konnen, dat hij daeraen all gaende en staende
niet meer en heeft besteedt, als de brockelinghen
van vier der druckste maenden die hij beleeft
heeft; sonder dat ijemand getwijffelt hebbe, dat hij
in ’t gewoel van soo vele andere besigheden ijet
sulx onder de leden soude hebben.
.

Vers op vrijdag

Gedichten op de rug gelezen

.

In 2018 zetten Layla ter Horst en Elise Kriekaard ‘Vers op Vrijdag’op. Toen zij samen voor hun eindexamen zaten en in tegenstelling tot veel van hun medescholieren juist wél van de poëzielessen genoten, besloten ze hier iets mee te doen. Layla schreef ook zelf gedichten en aangemoedigd door haar vriendinnen besloot ze hier wat mee te doen. Ze wilde haar poëzie publiceren. Elise was meer van het beeld en zo werd ‘Vers op Vrijdag’ geboren op Facebook en Instagram https://www.facebook.com/versopvrijdag/ en https://www.instagram.com/versopvrijdag .Elke vrijdag wordt een nieuw gedicht geplaatst en als aandachtstrekker wordt bij elk gedicht een versregel op de blote rug van een persoon geschreven en getoond. Geschreven door Layla en met vaste en vaardige hand op een blote rug gezet door Elise.

Haagse vriendinnen van het van oorsprong Voorburgse poëzie-duo introduceerden ‘Vers op Vrijdag’ op hun school waarna de gedichten van Layla werden toegelaten als eindexamenmateriaal. ,,Ik mag straks een aantal van de gedichten van Layla analyseren”, beaamt Alexandra van Engeland die op het vwo van het Maerlant Lyceum zit in 2018.

.

Een huis in Delft

.

In een huis in Delft
wonen zij nu
Ik heb ze lang niet meer gesproken
Het is er groot, met kleine kamer

.

Waar vroeger ongewilden onderdoken
Een bad op pootjes
Een haard van goud
Op een plek als deze
Wordt men makkelijk samen oud

.

Het tempo van zijn ouder worden
Streef snel dat van haar voorbij
Nu is het huis van haar alleen

.

En als ze haar naar de liefde vragen
Dan vertelt zij over hem
Wanneer zij stof vangt
Tussen antieke meubels
En haar heupen,
waar hij zo van hield,
Vaststaan als cement
Als ze haar dan naar de liefde vragen
Vertelt zij over hem

.

Ongehoord goed

Voorburg

.

Nietsvermoedend liep ik pas geleden door een winkelstraat in Voorburg toen Inge mij wees op een gedicht onder het viaduct waarover de Utrechtse baan loopt en waar het snelwegverkeer raast over de A12.

Toen ik de titel van het gedicht las moest ik glimlachen. Ongehoord, ja dat ken ik. In 2009 werd dit gedicht in opdracht van Rijkswaterstaat geschreven door Arthur Lava.

Arthur Lava, (1955) is het pseudoniem van Howard Krol, Arthur naar Rimbaud. Hij was in 1988 één van de initiatiefnemers van de groep dichters die zichzelf de Maximalen noemden, naar hun eerste bundel.  Deze dichters, streefden naar een soort poëzie waarin meer straatrumoer zou doorklinken. Zij keerden zich tegen de verstilde, ingekeerde en autonome poëzie van veel van hun voorgangers en eisten daarentegen een poëzie van het volle en eigentijdse leven. De belangrijkste andere vertegenwoordigers van de maximalen zijn Joost Zwagerman, Pieter Boskma en René Stoute.De Franse dichter Arthur Rimbaud was voor de meeste Maximalen het grote voorbeeld.

 

IMG_2760