Site-archief
Asemische poëzie
Nieuwe vorm van poëzie
.
In mijn zoektocht naar poëzie en de randen van de poëzie kom je de meest bijzondere zaken tegen. Zoals bijvoorbeeld de asemische poëzie. Is het poëzie of is het eerder een vorm van kunst? Asemische poëzie is, volgens een artikel in de Engelstalige Wikipedia een term die rond 1997 voor het eerst gebruikt werd door John Byrum, een visueel dichter, in zijn correspondentie met Jim Leftwich, uitgever en auteur visueel, typografisch en/of literair werk. Zijn vriend en collega Tim Gaze zorgde mee voor de verspreiding van de term.
De laatste jaren wordt de term meer en meer gebruikt ter aanduiding van een bepaalde creatieve bezigheid die het midden houdt tussen kalligrafisch schrift en abstracte grafiek. Aanhangers, beoefenaars van Asemisch schrijven of asemische poëzie hebben zich verenigd in een Facebook-groep, publiceren in diverse gedeelde blogs en maken bundels en chapbooks beschikbaar op internet. De auteurs vormen een internationaal zeer divers gezelschap waaronder een aantal auteurs die zich al eerder hebben bezig gehouden met visuele poëzie, tekst-collages en typografische en kalligrafische experimenten, mail art en computergestuurde teksten.
.
Met dank aan Wikipedia en http://vilt.wordpress.com/2011/11/27/over-asemische-schriftuur-1/
Frederik van Eeden
Psychiater en dichter
.
Frederik van Eeden (1860-1932) was psychiater, schrijver en wereldverbeteraar (volgens zijn Wikipedia pagina). Blijkbaar is de combinatie psychiater en dichter een vaker voorkomende want wie mijn eerdere berichten over professor Rümke heeft gelezen weet dat hij beide ook combineerde. Frederik van Eeden is natuurlijk vooral bekend en beroemd om twee werken; De kleine Johannes (1885) en Van de koele meren des doods (1900). Minder bekend is hij als dichter terwijl hij toch poëzie heeft geschreven die zeer de moeite waard is.
Hier een voorbeeld uit 1908 uit de bundel ‘Dante en Beatrice’.
.
De dichter en de geleerde
.
De Dichter is een neuswijs kind,
dat Leven zoekt waar ’t niemand vindt.
Hij spreekt met bergen, maan en zon
alsof dat alles leven kon.
De Dood zelf lijkt hem een bedrog,
zelfs dáárin speurt hij ’t leven nog.
.
Maar de Natuurgeleerde
doet juist het omgekeerde.
Zijn hedendaagse wetenschap
is wonder-slim, en wonder-knap,
want die verklaart, met wijsheid groot,
het Leven door de Dood.
.
Met dank aan gedichten.nl
Chris van Geel
Dichter en beeldend kunstenaar (1917 – 1974)
.
In de Volkskrant van 8 december (boekenbijlage) staat een recensie van ‘Ik ben een onderling onverzoenlijke ratjetoe’, een brievenboek van Chris van Geel, dichter en beeldend kunstenaar. Nu kende ik de dichter Chris van Geel eerlijk gezegd niet maar de beschrijving door Aleid Truijens maakt mij nieuwsgierig.
Allereerst was er de opmerking dat je Chris van Geel moest ‘close readen’. Ik heb de definitie van close reading er maar eens bijgezocht en daaruit blijkt dat deze vorm van ‘duiden’ niet of nauwelijks meer wordt gebruikt. Uit Wikipedia:
.
Close reading is een vorm van literaire kritiek die zich toelegt op een minutieuze lezing van de tekst zelf, zonder gebruik te maken van biografische of andere extra-literaire informatie.
Close reading gaat ervan uit dat geen enkel element in een literaire tekst er ‘zomaar’ staat: alles heeft zijn functie en de tekst vertoont een hechte samenhang in al zijn lagen.
De zuivere close reading wordt tegenwoordig bijna niet meer beoefend. Onder invloed van de ‘cultural studies’ wordt literatuur weer bestudeerd als onderdeel van een historisch, maatschappelijk en cultureel netwerk.
.
Dat deze vorm van lezing en duiding niet meer in zwang is lijkt me terecht. Toch werd ik alsmaar nieuwsgieriger helemaal toen ik las dat ‘Van hen (Jan Emmens, Jan Hanlo, Judith Herzberg, Elisabeth Eybers en Tom van Deel…) moest hij weten wat ze goed vonden en wat niet, welke regels weg of anders moesten’ en ‘Toen in 1958 zijn eerste bundel Spinroc verscheen, was hij een ervaren dichter’. Voeg daarbij alle rampspoed die hem overkwam in zijn leven en het enige dat je nog wil is zijn poëzie lezen.
Wat opvalt is zijn voorkeur voor het dichten over de natuur. Op de blog van Elly de Waard http://www.ellydewaard.nl/blog/ (zij woonde in de jaren 60 van de vorige eeuw samen met Chris van Geel) staan bij de nagelaten gedichten louter gedichten over de natuur. Hier een voorbeeld.
.
Eenden
Ze zijn al weg uit water
en moeilijk van bewegen
verruilen zij hun zwijgen
voor angstaanjagend kwaken.
.
Op de begroeide oevers
klapwieken zij omdat ze niet
hun snavel ongestoord
in water kunnen steken.
.
Met tegenzin op vleugels
verlaten zij de grond,
hun zware lichaam trekt
uit zicht het donker in.
.
met dank aan gedichten.nl
.
Hoewel ik bij de gedichten die ik heb kunnen vinden niet aan close reading heb gedaan, vond ik ze heel toegankelijk en bijzonder. Hoewel poëzie over de natuur mij dan weer minder boeit, waren de gedichten die ik las zeer de moeite waard. Kortom een dichter om te ontdekken als je hem nog niet kende of te herlezen als je hem al wel kende.
Flarf
Ready mades of collages
.
Zoals je in de kunst de techniek van de collage hebt (zie hieronder een bijzonder fraai voorbeeld van I. Vos), zo heb je in de poezie ook iets dergelijks onder de naam Flarf. Een Flarf is een gedicht waarin zoekresultaten van het internet zijn verwerkt. Een Flarf kan helemaal bestaan uit deze teksten of ermee zijn gelardeerd.
Wikipedia geeft de volgende onstaansgeschiedenis van de Flarf:
“Eind 2000 stuurt de Amerikaanse dichter Gary Sullivan een gedicht in naar poetry.com, ‘één van die frauduleuze poëziewedstrijden’, zoals hij de Amerikaanse organisatie noemt. Hij wil hiermee protesteren tegen de onoorbare praktijk van het verlokken van de argeloze dichter tot publicatie van zijn of haar gedichten, door poetry.com uiteraard, tegen buitensporig hoge tarieven. Aangezet door de theorie dat elk gedicht, hoe slecht ook, met het oog op winstbejag per definitie door dit soort organisaties de hemel in wordt geprezen, zendt Sullivan het slechtste gedicht in dat hij kan bedenken. Hieronder volgen de eerste 10 regels van het gedicht ‘Mm-hmm’.
- Yeah, mm-hmm, it’s true
- big birds make
- big doo! I got fire inside
- my “huppa”-chimp(TM)
- gonna be agreessive, greasy aw yeah god
- wanna DOOT! DOOT!
- Pffffffffffffffffffffffffft! Hey!
- oooh yeah baby gonna shake & bake then take
- AWWWWWL your monee, honee (tee hee)
- uggah duggah buggah biggah buggah muggah
Drie weken later ontvangt Sullivan een lovende brief van poetry.com met een aanbieding om, tegen forse betaling, zijn gedichten in een ‘coffee-table quality book’ uit te laten geven met een ‘Arristock leather cover stamped in gold and a satin bookmarker’. Sullivan maakt van dit voorval gewag op een mailinglist en roept andere dichters op om eveneens ‘vreselijke’ gedichten in te sturen naar poetry.com. Enkelen, waaronder K. Silem Mohammed en Drew Gardner reageren positief. Ergens in deze beginperiode valt het betekenisloze woord flarf, dat al snel als benaming wordt opgepikt voor het ‘aanstootgevende, sentimentele en infantiele’ in de vreselijke gedichten. Zo ontstaat er begin 2001 een clubje dichters dat begint te experimenteren met flarf gedichten, waarbij het gebruik van Google als primaire bron van flarfteksten zijn intrede doet. Dit laatste heeft tot gevolg dat flarf steeds vaker wordt aangewend als aanduiding van de wijze waarop de poëzie tot stand komt in plaats van de aanvankelijke betekenis van ‘het infantiele, het domme’.”
In Nederland verscheen de eerste Flarfbundel in 2009 van Ton van ’t Hof getiteld ‘Je komt er wel bovenop’.
Ton van ’t Hof heeft een bijzonder leesbaar en interessant stuk geschreven over Flarfpoezie. Deze tekst werd op 27 april 2007 tijdens een avond in Perdu over Amerikaanse poezie gepresenteerd. De volledige tekst lees je hier: http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/Flarf_lezing.pdf










