Aan mijn engelbewaarder

Frederik van Eeden

.

In een miniboekenkast langs de weg staan meestal heel veel oude en onaantrekkelijke boeken. Tenzij de beheerder van die kasten er actief mee bezig is, dan kun je er vaak wel interessante of actuele boeken in vinden. Wanneer ik er langs een loop moet ik altijd even kijken. Meestal weet ik dan bij de eerste aanblik wel of het wat is of niet. Maar ik word ook nog weleens verrast.

Zo liep ik pas geleden langs een kast waarin ik in eerste instantie niet veel zag staan. Oude thrillers uit de jaren ’90 van de vorige eeuw, wat studieboeken en wat verouderde jeugdboeken. Maar er stond ook een klein boekje in de hoek. Kleine (of dunne) boekjes zijn vaak poëzie en dit boekje, ongeveer ter grootte van een MUGzine, was een zeer goed bewaard dichtbundeltje van Frederik van Eeden (1860-1932). Het bundeltje ‘Aan mijn engelbewaarder’ en andere gedichten is uit 1922. Op de titelpagina heeft ene Greetje haar naam geschreven en de datum van 21 oktober 1943.

De 56 pagina’s zijn onderverdeeld in 9 genummerde hoofdstukjes. Hoofdstuk VI bestaat uit welgeteld 1 gedicht en dat is getiteld ‘Uitvaart van Domela Nieuwenhuis’.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) was een Nederlands socialistische politicus en later een sociaal-anarchist en antimilitarist. Domela Nieuwenhuis geldt als een van de oprichters van de socialistische beweging in Nederland. Hij was in 1879 oprichter van het tijdschrift Recht voor Allen. Later, in 1898, was hij oprichter van het blad De Vrije Socialist. Oorspronkelijk heette hij Nieuwenhuis, maar in 1859 ontving zijn familie bij Koninklijk Besluit toestemming de achternaam ‘Domela’ toe te voegen, zodat de familienaam voortaan Domela Nieuwenhuis werd. Vooral dat laatste, dat dit bij Koninklijk besluit ging vind ik erg grappig voor een sociaal-anarchist.

.

Uitvaart van Domela Nieuwenhuis

.

De roode Baar kwam nader, uuren toefden

duizenden voor de vensters, op de straten

geduldig wachtend, ernstig, met zacht praten,

eindlooze, sombre meenigt van bedroefden.

.

De volksbuurt vol, al de door zorg gegroefde

in ’t rauwe morgenlicht vale gelaten,

moeders met kindertjes, dat ze niet hoefden

die zooveel uuren lang alleen te laten –

.

Daar vlamt de Roode Baar, met Rood van Trots,

van vuur’ge Liefde en van heilig woeden,

.

En al d’onterfden voelen bij dat Rood

daar gaat een wreeker van hun valen nood.

.

Roode Bloeddroppel uit de Wonde Gods!

Hoelang – hoe lang nog zal de Wonde bloeden?

.

November 1919

.

 

 

Geplaatst op 8 november 2026, in (bijna) vergeten dichters, Dichtbundels en getagd als , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.