Site-archief
Nog altijd in verzet
Amelisweerd
.
Amelisweerd is van oorsprong een historisch landgoed waar reeën lopen. Met vennen en mooie loofbomen. In 1970 ontdekte Jaap Pontier, een Utrechtse planologiestudent, dat er een dikke streep op de kaart liep op de plek van het landgoed Amelisweerd nabij Utrecht. Dat was de rijksweg A27, die dwars door het bos zou worden aangelegd. Spoedig ontdekte hij dat het bos misschien al in 1971 zou worden gekapt. Met wat studievrienden en belangstellenden uit allerlei hoeken richtte hij de Werkgroep Amelisweerd op, die in maart 1971 een rapport publiceerde. De Werkgroep tekende daarin een alternatief dat door de rand van het bos zou gaan, en niet er dwars doorheen.
In september 1982, vond in het bos een veldslag plaats tussen actievoerders en met pantserwagens uitgeruste politie voorafgaand aan het kappen van de bomen. Dat de felle strijd was mogelijk door de opkomst van bestemmingsplanprocedures en inspraakmogelijkheden. Amelisweerd werd hiermee hét symbool van de strijd rond wegenaanleg in Nederland.
In april 2013 verzamelden zo’n 1000 mensen zich in het bos bij Amelisweerd om te protesteren tegen het plan van minister Schultz van Haegen om de snelweg (die er dus nu zo’n 30 jaar ligt) te verbreden naar twee keer zeven rijstroken. Daarvoor moet een strook bomen aan beide kanten van de weg worden gekapt.
De Vrienden van Amelisweerd en de actiegroep Kracht van Utrecht leggen zich nog niet neer bij de verbreding van de A27 bij Amelisweerd. Op hun website is ook ruimte voor creatief verzet tegen de verbreding van de A27. Op http://www.vriendenvanamelisweerd.nl lees je meer.
Hieronder een gedicht tegen het verder oprukkende asfalt van Ingrid van Tellingen.
.
Als bomen wijken.
.
Als bomen wijken
Voor kale wegen
Waar auto’s razen
Een kunstwerk neergezet
Om iets te maken wat er niet is.
.
Als bomen wijken rust verdwijnt
Vogels niet meer zingen
Eekhoorn, reëen, wilde zwijnen,
Teruggedrongen zijn.
.
Voor bomen wijken
Wil ik opduiken
Om te zien, te ruiken
Hoe het is, hoe het was
Zoals het altijd hoort te zijn.
.
Als bomen wijken
Bos verdwijnt
Onze heilige koe verschijnt
Ach die bomen kunnen wij missen
Zolang er zuurstof is in flessen.
.
Dichter in verzet
Maurits Mok (1907 – 1989)
.
Maurits Mok werd geboren als Mozes Mok maar veranderde zijn naam in 1971 naar Maurits. Mok was behalve dichter, schrijver, vertaler en criticus ook één van de oprichters in 1944 van uitgeverij De Bezige Bij.
Maurits Mok werd als kind geconfronteerd met de gevolgen van een oorlog: hij zag de vluchtelingen tussen 1914 en 1918 om zich heen. Ook nam hij in die tijd waar hoe hele ‘klassen’ slachtoffer waren van onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen. In de jaren dertig merkte hij wat het betekende, jood te zijn en tot een vervolgde bevolkingsgroep te behoren.
Mok debuteerde in 1934 met de roman Badseizoen , maar publiceerde later vooral veel poëzie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij onder in Het Gooi. In deze periode publiceerde hij onder de pseudoniemen Victor Langeweg en Hector Mantinga.
Naast een aantal andere literaire prijzen ontving hij in 1959 de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945.
Uit de bundel Avond aan avond uit 1970 (De Bezige Bij) een gedicht over gruwelen van de oorlog.
.
The face of god after Auschwitz
.
Al die zielen die goden aanhangen,
speeksel omzetten in gebeden,
dromen verwarmen tot mythen,
mythen verkillen tot stenen
grondslagen van een geloof –
ik schuif de mist van hun visioenen weg
en ben alleen; een ijskoud waaien
staat op, een vleugelslag
van horizon tot horizon
die vormen oproept en verslindt,
en enkel leegte achterlaat, sneeuwvelden
over de aarde, een met zwarte, uitgegloeide
zweren overdekte zon.
.
Project Gutenberg en de poëzie
Guido Gezelle
.
Ik kwam op internet een Eboek tegen van Guido Gezelle; Een bloemlezing van Guido Gezelle’s gedichten. Dit boekje uit 1915 was te vinden dankzij het Project Gutenberg.
Project Gutenberg is een digitale bibliotheek van zogenaamde E-boeken of elektronische boeken.
‘ Michael Stern Hart startte in 1971 met dit project genoemd naar Johannes Gutenberg, die algemeen geldt als uitvinder van de boekdrukkunst met losse letters.De meeste door Project Gutenberg gepubliceerde teksten vallen in het publiek domein in de VS. Ofwel omdat ze nooit onder het auteursrecht vielen, ofwel omdat het auteursrecht verlopen is. Enkele teksten vallen nog onder auteursrecht, maar zijn beschikbaar gesteld door de auteurs. Typische kandidaten voor Project Gutenberg zijn belangrijke of succesvolle boeken waarvan het auteursrecht inmiddels verlopen is, zoals veel oude filosofische teksten, maar b.v. ook de Sherlock Holmes-verhalen van Conan Doyle of de Tarzan-verhalen van Edgar Rice Burroughs. Er zijn diverse readers (leesprogramma’s) op het internet te vinden waarmee men de teksten op een plezierige manier op het computerscherm kan lezen.’ (Bron Wikipedia)
Hoewel het merendeel van de teksten Engelstalig is, zijn er ook veel werken in andere talen te vinden op Project Gutenberg, waaronder het Nederlands. Een daarvan is dus het boek met de gedichten van Guido Gezelle. Waarom dan hier aandacht daaraan besteed? Allereerst omdat het project Gutenberg een prachtig initiatief is om oudere literaire werken weer onder de aandacht te brengen bij een modern (E-boeken lezend) publiek. Maar daarnaast werd ik getroffen door een gedicht van Guido Gezelle (dat ik niet kende maar waarin ik iets herkende. De op een na laatste zin deed mij heel erg denken aan twee zinnen uit een gedicht dat ik zelf heb geschreven met de titel ‘Kus’. De titel van mijn tweede dichtbundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ komt uit dit gedicht. Je kunt het gedicht hier lezen: https://woutervanheiningen.wordpress.com/2010/12/
Hier het gedicht van Guido Gezelle.
.
’T IS STILLE.
Stevie Smith
Gedicht.
Dit is het gedicht dat Joris Lenstra vertaald voordroeg bij Ongehoord Rotterdam! van de Engelse dichter Stevie Smith (1902 – 1971). Hier in de oorspronkelijke versie.
.
Not Waving but Drowning
Nobody heard him, the dead man,
But still he lay moaning:
I was much further out than you thought
And not waving but drowning.
Poor chap, he always loved larking
And now he’s dead
It must have been too cold for him his heart gave way,
They said.
Oh, no no no, it was too cold always
(Still the dead one lay moaning)
I was much too far out all my life
And not waving but drowning.
.







