Site-archief

Mijn ziel is op het lijf verliefd

René Verbeeck

.

De naam René Verbeeck (1904-1979) zal niet bij veel mensen een lichtje doen laten branden. Deze Vlaamse dichter was in zijn tijd echter geen onbekende dichter en was op het gebied van de poëzie onder de mensen brengen zeer actief. Hij is de auteur van elf dichtbundels en essayist.

Hij stond mee aan de wieg van de literaire tijdschriften De Tijdstroom (1930-1934) en Vormen (1936-1940) en richtte in 1937 de poëziereeks Bladen voor de Poëzie op. Tussen 1937 en 1943 verschenen in die reeks een zeventigtal dichtbundels, waaronder werk van collaboratiegezinde auteurs als Paul de Vree, Bert Peleman en Blanka Gijselen. Omdat hij samenwerkte met de Duitse bezetter zat hij na de oorlog 22 maanden in de gevangenis.

Samen met dichter als Buckinx en Demedts wordt hij gerekend tot de generatie van dertig, de zogenaamde postexpressionisten die een terugkeer naar de innerlijkheid en persoonlijke uitdrukking voorstonden. Verbeeck debuteerde in 1926 met de bundel ‘Oriëntering’ en pas in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd zijn werk weer opgepakt en publiceerde hij een aantal bundels.

In 1973 werd een gedicht van Verbeeck opgenomen in ‘Gedichten 1973’ de poëziereeks van het Davidsfonds te Leuven onder redactie van Jos de Haes en Hubert van Herreweghen. Het gedicht ‘Mijn ziel is op het lijf verliefd’ lees je hieronder.

.

Mijn ziel is op het lijf verliefd

.

Mijn ziel is op het lijf verliefd

zij heeft er alles van ontvangen

.

zij mag in al zijn kamers wonen

in ’t wonder van de warmte binnenin

.

in ’t hart dat haar zo teder dwingt

te paren met de dingen die daarbuiten zijn.

.

zij kan er wandelen in haar ver verleden

over de vruchtbare weiden van de slaap

.

feestvieren in het schuimend bloed, ’t luidruchtig vlees

waarin de beenderen zo stil hun uur verbeiden.

.

zij krimpt ineen soms in de vingers van de pijn

die in de zenuw boort en beitelt

.

verstomt bij ’t instorten van de stem

terwijl vanuit de grond een andre dwingend roept

.

en leert allengs in liefdes lijflijk avontuur

– arm zieltje mij – wat tijd is en verval

.

en wat, wat kan zij later daarmee doen?

.

Aarde

René Verbeeck

.

In de Poëziereeks van het Davidsfonds werd in 1968 de bundel ‘Gedichten 1968, een keuze uit de tijdschriften’ uitgegeven waarin een overzicht van bekende en minder bekende dichters met een gedicht in zijn vertegenwoordigd. Bijzonder is dat bijvoorbeeld Herman de Coninck in deze bundel nog onbekend is en als Leraar te Mechelen beschreven staat. René Verbeeck (1904-1979) staat in deze bundel met twee gedichten waaronder het gedicht  ‘Aarde’. Verbeeck was medestichter en redacteur van De Tijdstroom (1930-1934) en Vormen (1935-1940). Hij was stichter en uitgever van de Bladen voor de Poëzie (1937-1944) en hij publiceerde verschillende dichtbundels.

.

Aarde

.

Aarde

meng nog lang

uw sterke kruiden in ons bloed

.

uw zout in ons verlangen.

.

dat wij niet spreken met gespleten tong

van hemel en van aarde

op de fijne festijnen van de geest:

.

ook de meest etherische bloem

met haar wortels in uw lichaam leeft.

.

Najaar

Paul Van Loon

.

In een Kringwinkel (Kringloopwinkel) in de Kempen kocht ik voor 50 cent de bundel ‘De vrede ligt in je armen’ van Paul Van Loon (1952). Over de dichter Paul Van Loon (niet te verwarren met de Nederlandse kinderboekenschrijver Paul van Loon) is weinig te vinden op het internet. Op de website van Ronny De Schepper ( http://ronnydeschepper.com/) vond ik het volgende commentaar over de debuutbundel van deze Gentse dichter.

‘De vrede ligt in je armen’ (Bladen voor de Poëzie, jrg.33, nr.2, 1985, 295 fr.) is de debuutbundel van Paul van Loon. In de serie liefdesgedichten identificeert de dichter zich met de geliefde. Klassieke beelden worden in nieuwe, verrassende vorm gegoten. Is van Loon niet altijd origineel in zijn beeldvorming, hij klinkt verfrissend in de verwoording. Teder en gevoelig ook.
Soms is de auteur niet van enige pathos vrij te pleiten (cyclus De Danser). De teksten van ‘Op doorreis’ klinken dan weer speelser, terwijl de 13 gedichten van ‘De laatste einder’ dezelfde gebalde rust als de liefdesgedichten uitspelen tegen een doordachte, rijke inhoud. Een debuut met reminiscenties, maar met ook waardevolle eigen klank (J.d.B. in De Rode Vaan nr.24 van 1986).

Uit deze bundel het gedicht ‘Najaar’ (De laatste einder)

.

Najaar

.

Vandaag heb ik het teveel aan woorden

bij elkaar geharkt, het overtollige

gesnoeid en alle dorre takken

uit mijn taal in as gelegd

.

Mijn einder heb ik bijgekleurd

met het weemoedige oker van oktober,

de kruiden uit de tuin vergaard

voor de geur van een gedicht

.

En ’s avonds bij de wijn, hoe

wij ons leegstaand hart verwarmen

aan de open haard van ons verlangen

.

en hoe wij zwijgzamer dan ooit

ons koesteren aan de nagloei, onder

de uitgedoofde ogen van de nacht.

.

IMG_0855 (1)