Site-archief
Wees erbij morgen!
Uitreiking prijzen Ongehoord! Gedichtenwedstrijd
.
Morgenmiddag vanaf 14.00 uur in het Bibliotheektheater in Rotterdam, is de feestelijke uitreiking van de prijzen van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2015.
Niet alleen veel poëzie en prijzen maar ook de heerlijke muziek van Eva Almagor zouden voldoende reden moeten zijn om erbij aanwezig te zijn. Gratis toegang en het Bibliotheektheater is geopend vanaf 13.00 uur. De prijsuitreiking zal ongeveer tot 16.30 uur duren.
We zien je graag morgen in Rotterdam!
Het Bibliotheektheater is gelegen naast de centrale bibliotheek, vlak naast station Blaak aan de Hoogstraat in Rotterdam.
.
Voordracht
Optreden bij Reuring
.
Op zaterdag 28 november zal ik samen met de dichters Edith de Gilde, Martin Wijtgaard en Elly Stolwijk optreden bij het fijne podium van dichter en vriendin Alja Spaan. Alja, met wie ik samen ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ publiceerde bij haar uitgeverij is al jaren actief in Alkmaar. Eerst bij haar thuis in haar huiskameratelier onder de titel ‘Alkmaar Anders’ en de laatste jaren met Reuring, dit keer in de Aikemazaal van Grand Café Koekenbier aan de Kennemerstraatweg 16 in Alkmaar.
Onder het motto “Oh death, my poetic death!” zal ik daar enige diep doorwrochte, trieste en minder trieste gedichten voordragen. Komt allen zou ik zeggen, de toegang is gratis. Vanaf 16.00 u bent u van harte welkom.
.
Van Edith de Gilde het gedicht ‘Als zwijgen’ uit haar bundel ‘Vleugels van cement’ uit 2012.
.
Als zwijgen
Huilen in Den Haag: stel je geen tranen voor.
Het is een bed tegen een muur geschoven.
Dat afgepaste knikje in de lift.
Thuiszitten in stof van weken
en dan uitgaan in je nette pak.
Het zijn de hoofden in de rijen voor je.
Huilen in Den Haag is krap bemeten,
is naar een feestje gaan omdat het hoort.
Zeggen dat het goed gaat, dat je
weer eens op huis aan moet, we bellen!
Het krijsen uitbesteden aan een meeuw.
Poster: Helle van Aardenberg
Onderstroom
Een recensie
.
op zondag 15 november presenteerde Greta Lugtmeier in Rockanje voor een geïnteresseerd publiek haar debuutbundel als dichter met de titel ‘Onderstroom’ . Ook mij had ze gevraagd om samen met Sabine Kars, Marijke van Geest, Niels Snoek, Anna Schenk en Juul Kortekaas deze presentatie aan te vullen met onze poëzie.
De daar voor € 14,- aangeschafte bundel ligt nu voor me om te recenseren. Allereerst valt op hoeveel tijd en aandacht er besteed is aan deze bundel. De voorkant met delen van foto’s van de kust (zand, strand, branding, zee) geven al een deel van de inhoud weg, net als de titel Onderstroom, al is die ook duidelijk voor meerdere interpretaties gebruikt in de thematiek van de gedichten.
de foto’s komen ook terug in de bundel die een rustige bladspiegel laat zien. Sommige pagina’s bestaan uit een foto waarop het gedicht te lezen is, andere zijn bijvoorbeeld zwart met daarop in wit het gedicht. Mooi vormgegeven en met een fijn lettertype, al is de lettergrootte wat klein naar mijn zin.
In zijn voorwoord schrijft Niels Snoek ” Lees deze gedichten met alle vijf de zintuigen” en “.. Gebruik ook het zesde zintuig” .
Vooral die laatste aanbeveling is terecht want de poëzie van Greta is wat ik ‘ getuigenispoezie’ noem waarbij het van belang is dat je je kunt inleven in de tekst en de thema’s die de dichter je voorschotelt. De gedichten zijn niet eenvoudig en luchtig van toon. De achterflap tekst verraadt al dat de bundel in verband staat met haar serieuze, soms wat weemoedige kant (van de dichter). Dat is zeker het geval.
Niet voor niets denk ik, hebben de eerste gedichten in de bundel titels als Verlangen en Weemoed, twee woorden die ik elders in de bundel nog een aantal maal voorbij zie komen. Maar er is ook plaats voor verlangen, respect en liefde. Alle gedichten, of ze nu somber, weemoedig, serieus of juist hoopvol van strekking zijn hebben iets warms, je leest er de persoonlijkheid van Greta in terug.
De gedichten variëren in lengte van korte haiku-achtige gedichtjes van een paar korte zinnen tot bladzijde vullend. Sommige zijn geïnspireerd op gedichten van andere dichters maar dat staat er netjes onder aan de pagina bij andere hebben juist weer het water, de zee als thema. Ook hier komt de onderstroom weer naar boven.
Voor wie van toegankelijke, persoonlijke en veelal serieuze poezie houdt is dit zeker een aanrader. Dat er ook een zekere speelsheid in de poëzie van Greta schuilgaat blijkt wel uit het gedicht ‘Leven’.
.
leven
.
de première van de musical Barnum
miste ik maar met een dag
de aanslag van Mohammed Atta op Lower Manhattan
slechts met een paar uur
die aanrijding laatst in de Botlek
met een paar seconden
opgelucht koester ik mijn momenten:
je mist meer dan je meemaakt, zo is het leven
.
Onderstroom
Voordracht bij presentatie bundel
.
Op zondag 15 november wordt in Tabak en gemak op het Dorpsplein 20 in Rockanje de debuutbundel van Greta Lugtmeier gepresenteerd met de titel ‘Onderstroom’. Zij heeft een aantal dichters gevraagd om hieraan luister te geven waaronder ook ik. De dichters die samen met Greta het programma invulling zullen geven zijn: Niels Snoek, Sabine Kars, Joh Muller, Marijke van Geest en ikzelf dus. Anna Schenk en Juul Kortekaas delen hun tweespraak over de zee en de poëtische muziek is in de handen van De Troubabrours.
De inloop is vanaf 13.30 en het programma begint om 14.00. De toegang is gratis.
.
Van één van de dichters, Sabine Kars (http://sabinekars.nl/) het gedicht ‘er is niet één manier’.
.
Er is niet één manier
.
er is niet één manier
om een afscheid te oefenen
te proeven hoe de bodem smaakt
.
en er vervolgens uiteraard geen raad mee weten
maar betegeling roept nog altijd weerstand op
.
de avond viel in onvoltooide delen
geen ruimte meer om langer in het zicht
en onbedoeld samen te bestaan
.
het is niet zeker of we nog werden waargenomen
roerloos – na die laatste beweging tegen negenen
.
doorschijnend
en de knieën opgetrokken
.
huidgespannen
schuilplaatsen
in het nachtlicht
.
Allerheiligen, bezeten woorden
Levenslang lezen
.
Enige tijd geleden kreeg ik de vraag of ik een toepasselijk gedicht had of wilde schrijven voor de bundel ‘Allerheiligen, bezeten woorden’ met als thema de vergankelijkheid, het mysterie en de kracht van het leven. Nogal vaag misschien maar als je de bundel leest ben je er snel achter dat het hier gaat om een combinatie Halloween, Edgar Allen Poe, Dracula, vampiers en griezelen. Eem echte bundel voor jeugd en jongeren dus.
Zelf sta ik er met het gedicht ‘Levenslang lezen’ waar ik Dracula laat leven op het lezen van boeken. Het gedicht kun je lezen op dit blog, kijk hiervoor bij 30 december 2014.
Daarom uit deze bundel een gedicht van een collega dichter Mattie Goedegebuur met de titel ‘Takkewijf’.
.
Takkewijf
.
mijn haren waaien
als een bos sprokkelhout
terwijl ik omzichtig
onzichtbaar voor
witte wieven
hen beloer
als zij uitgaan
uit versgestorvenen
en rondspieden
naar onbedachten
als vers aanstaand lijk
.
Verzetsgedichten
Garmt Stuiveling
.
Ik kreeg de bundel ‘Bij Nederlands bevrijding’ van Garmt Stuiveling in handen met houtgravures van Jan Th. Giessen. Het betreft hier een uitgave van vlak na de oorlog met gedichten die in de jaren 1941 tot 1945 zijn geschreven. In drie hoofdstukken: Tijdens de bezetting, In memoriam en Bij Nederlands bevrijding.
De bundel is na de bevrijding gepubliceerd en uitgegeven door W.G. Breughel te ‘s-Graveland in een oplage van 4900 stuks. Hieronder het eerste gedicht uit de bundel getiteld ‘Vorstenverrader en verradersvorst’.
De hele bundel is on-line te lezen via het geheugen van Nederland op http://www.geheugenvannederland.nl/ en dan zoeken op Garmt Stuiveling.
.
Zonder lidwoord
Sluitende man I
.
Poëzie komt in vele vormen. Zo is er de vorm waarin lidwoorden volledig of vrijwel volledig worden weggelaten hetgeen, in mijn beleving, het gedicht vaak een mate van afstandelijkheid meegeven. Dichten zonder lidwoorden is niet niet domweg lidwoorden weglaten waar je die normaliter zou schrijven, het is ook zoeken naar alternatieven, naar wegen om zonder lidwoorden toch dat te kunnen schrijven wat je wil schrijven.
Ik weet dat er dichters zijn die bijna niet anders meer kunnen of willen. Ik blijf het met enige verbazing lezen. Een mooi voorbeeld dat ik zeker kan waarderen is het gedicht ‘Sluitende man I’ van dichter Piet Gerbrandy.
Piet Gerbrandy (Den Haag, 1958) is dichter, classicus en poëziecriticus. Hij ontving voor zijn werk verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs. Over zijn bundel ‘Kreukmonden opgevuld met gelei schreef Wiel Kusters begin dit jaar:
“Zijn experimentele, atonale poëtica heeft niet alleen symbolistische trekken maar is ook sterk verwant aan de poëzieopvattingen van hermetisch genoemde dichters als Hans Faverey, Cees Nooteboom en Kees Ouwens.”
Misschien niet de meest eenvoudige poëzie om te lezen maar wel poëzie waar je op kan kauwen en waarvan de schoonheid langzaam tot je komt.
.
Sluitende man I
Te midden van jaarloze flessen tast
schrander de gymnasiast naar contact in een muur
want aantocht van mensen is denkbaar.
Uit rokzak puilt een zinderende schuimkraag.
Staat kroegjool op springen, het lekt
in zijn aards gewelf – ach daar velt hem
vonkende stroom, stuipt zijn hart.
In baaierd van zwam zal zijn rotting
geknakt, hoge zijden gedeukt nog wat liggen.
Hij leeft. Hij vermoedt dat hij leeft.
Hij wendt zich van veel dingen af die zijn.
En sluitende man kiest hij vrouw
om aanspreekbaar te blijven.
.
Met dank aan gedichten.nl
Dichtsalon ’t Kapelletje
Voordracht
.
In maart schreef ik over een nieuw initiatief als het gaat om poëziepodia. Een nieuw initiatief was toen Dichtsalon ’t Kapelletje. Het podium van Dichtsalon het Kapelletje is in de foyer van theater het Kapelletje aan de v.d.Sluijsstraat 156 ( ingang Schiekade 45/47 ) in Rotterdam en wordt georganiseerd van 14.00 uur t/m 16.00 uur.
Op zondag 4 oktober aanstaande zal ik op dit podium mijn poëzie voordragen. De toegang is gratis, de presentatie doet Frank Vingerhoets en de muziek wordt verzorgd door Maaike Siegerist. Mijn voordracht is na de pauze. Het programma ziet er als volgt uit:
Rien Vroegindeweij
Liesbeth Mende
Jan de Grauw
PAUZE
Hans Wap
Frans Oltshoorn
Wouter van Heiningen
.
Als voorproefje een gedicht van één van mijn mede-dichters zondag (en jurylid van de Ongehoord! Poëzieprijs 2015) Rien Vroegindeweij. Uit de bundel ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973.
.
Poëzie is voor mij een verhaal
.
Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
Een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon
.
Meer informatie op http://www.theaterkapelletje.nl
Kopland in het laboratorium
Experimenten met taal (en dichters)
.
Op de website van de Radboud Universiteit kwam ik een bijzonder lezenswaardig artikel tegen over een experiment bij het Max Planckinstituut voor psycholinguïstiek over de taal van dichters.
De onderzoekers Mauth, Baayen en Schreuder hebben niet echt een hypothese: de experimenten hebben vooral een verkennend karakter. Ze zijn bij hun ontwerp van de tests uitgegaan van de houding die dichters tot de taal aannemen. Baayen: “Ze lezen, herlezen, voelen en proeven de woorden. Ze laten associaties in zich wakker worden.”
In dit artikel wordt Rutger Kopland gevolgd bij het afnemen van de tests en daarna. De theorie van de onderzoekers stelt dat de lexical connectivity bij dichters groter is. Het lexicon in het brein lijkt nog het meest op internet, met allemaal hyperlinks die alsmaar verder kunnen worden uitgebouwd. Geoefende taalgebruikers zouden meer verbindingen maken, aldus de theorie.
Maar Kopland heeft zijn twijfels over de gemaakte aannames bij de eerste test. Een uitspraak over dé dichter, dé poëzie kunnen de proeven niet doen. De bestaande dichtstijlen lopen te veel uiteen. Aan de test deden 15 dichters mee waaronder Tsead Bruinja en Piet Gerbrandy.
Van het tweede experiment heeft hij hogere verwachtingen. Hierin moeten de dichters in korte tijd bepalen of woordcombinaties ook in betekenis overeen komen. De schoonheid van poëzie schuilt immers vooral in onverwachte betekenisvalkuilen. De dichter speelt met afgesproken betekenisregels, overtreedt ze. Met open ogen en niet in een roes. Dat maakt dichten leuk. Maar daartoe moet een dichter de taal door en door kennen. Zich zeer doordacht afvragen wat een woord betekent. Zich verwonderen dat het woord een betekenis heeft. Dat is Koplands materiaal.
Interessante materie voor wie zich met dichten en dichters bezig houdt. Kopland citeert aan het eind van het interview met hem de beginregels van het gedicht ‘Boomgaard’ uit ‘Een man in de tuin’ uit 2004.
.
Boomgaard
.
Woorden weten van zichzelf niet waarvoor ze
gemaakt zijn — en zo is het met alles in de wereld
niets weet waarvoor het er is
en ook wij weten het niet
.
Ik kijk door het raam de boomgaard in en zie hoe
woorden voor vogels, bomen, gras, voor wat er is daar
daar niets betekenen en ook de boomgaard zelf
heeft geen betekenis
.
In mijn hoofd zoekt iemand naar woorden voor
iets dat nog geen gevoel is en nog geen gedachte
.
en langzaam begin ik te voelen en te denken
dat ook de boomgaard daarnaar zoekt — dat wij
hetzelfde zoeken, de boomgaard en ik
.
















