Site-archief
Gedichten op vreemde plekken
Nummer 39: Gedicht op een bunker
Op de liniebunker in Den Helder heeft Joop Leibbrand het gedicht Sporen gemaakt.
Sporen
Al wat je bent een moment
een aardkundige tijding
.
nooit ga je spoorslags
en voetstoots sporadisch
.
wat grondig verdwijnt laat
zich in omwegen vinden
.
tredend in weefsels
van uitleg
.
het spoor dat je volgt van
verkleuring en as
.
oor dat je wel of niet leende
blik die wel of niet aankwam
.
al wat je nalaat
is de mond op het glas.
.
Nieuw gedicht
Zoetermeer 1967
Toen ik jong was was Zoetermeer nog een dorpje met 6.000 inwoners, werd een van de ssrte vinexwijken van Nederland gerealiseerd. Boerderijen maakten plaats voor nieuwbouwwoningen en al gauw was de Boerderij niet meer die plek waar de koeien op stal stonden en het graan werd verbouwd maar de poptempel te midden van flats en doorzonwoningen.
.
De Boerderij
.
Hier was de boomgaard met appelbomen en
perenbomen, waar kippen vrij rond liepen en wij,
niet gehinderd door enig historisch besef,
onze jeugdjaren gulzig genoten
.
Het uitzicht eindigde daar waar je ogen je brachten
waar de zon de scherpe lijnen tot wazigheid verwarmde
.
De eerste flatgebouwen klommen op uit de klei
van akkerbouwers en foerageergebieden van weidevogels
ze gaven ons een nieuwe horizon en brachten hoogte
in ons platte polderleven
.
we liepen gedachteloos van en naar school
terwijl zich om ons heen de wereld vormde
het dorp verdween als de seizoenen
zonder ooit nog terug te keren
.
daar lopen wij nu, in deze stad zonder grenzen,
waar alleen de poptempel nog verwijst naar vroeger tijden
.
Gouwe ouwe
Een klein gedicht van Hans Andreus uit 1951.
Liedje
Alle roekoemeisjes
van vanavond
alle toedoemeisjes
van vannacht
wat zeggen we daar nu wel van?
.
Niets.
We laten ze maar zitten
maar zitten maar liggen maar slapen
maar dromen van jaja.
Gedichtenwedstrijd 2012 stichting Ongehoord!
Let the sin begin
Zoals al aangegeven start de stichting Ongehoord! binnenkort een poëziewedstrijd met als thema ‘Let the sin begin’ of de 7 hoofdzonden.
Om je alvast een voorproefje te geven hier één van de hoofdzonden met foto en gedicht uit mijn bundel Zichtbaar alleen (te koop via woutervanheiningen@yahoo.com voor € 15,-).
Wellust
In het diepst van je dalen
brandt een vuur, verzengend,
de ratio verzwelgend
Een vuur dat gezichten en namen
doet vergeten,
familiebanden en vriendschappen
doet verworden
tot niets meer dan rumoer
op de achtergrond bij het aanschouwen
van grootse prestaties
Volle lippen omsluiten
warrige woorden en
zetten aan tot daden
Ronde vormen dagen uit,
stimuleren, trekken aan
en laten achter
gedachteloos en leeg
Schaakmeisje
Voor een kampioen
Ik heb een paar jaar geleden het gedicht Schaakmeisje geschreven over een (toen nog) 17 jarig meisje dat bij schaakvereniging Groenoord in Schiedam schaakte. Zij was het enige vrouwelijke lid van die vereniging en ook nog eens een jaar of 20, 30 jonger dan de gemiddelde schaker daar. Vandaag hoorde ik van een collega van me, die schaakt bij de Willige dame in Dordrecht, dat daar een paar meisjes zich hadden aangemeld als lid en dat één van hen kampioen was geworden. Speciaal voor haar had hij het gedicht uit mijn boek laten voordragen bij het kampioensfeest. Het gedicht is te lezen op Hanta.nl en bij de categorie Gedichten.
Open brief aan professor Rümke
Naar aanleiding van ‘Open brief aan professor Rümke’
Op 15 oktober schreef ik op dit blog over de reactie van de kleinzoon van professor Rümke op mijn gedicht ‘Open brief aan professor Rümke’. Zijn kleinzoonHans heeft me nu een gedicht van hem toegestuurd uit de bundel (onder het pseudoniem H. Cornelius) De afgelegde weg uit 1934. Ik wilde jullie dit gedicht niet onthouden. Rijmend in vorm maar thematisch nog altijd aktueel.
DE STAD
1.
Uit donkre gang van het station
uit dompe menschenmassa kwam ik in het licht;
daar sloeg de felle zon in mijn gezicht
ik stond er stil en knipte met de oogen…
Daar was het plein, de breede straat met hooge
gebouwen, daar was beweging:
fel doorelkander was het woelen
trams en auto’s in koele
schuiving glijden aan
tusschen de menschen, die, zich reppend, gaan.
Het was de vreugde om den sterken dag
die ik over de stad en de menschen zag
De blijdschap lag over allen: zij wisten het niet.
De blijdschap was in mij….kend’ ik het verdriet
van de velen die daar gingen?
Zij gingen in het licht; ik zag hen gaan;
dat was genoeg….In blijdschap bleef ik staan.
2.
De stad verdwaast in ’t violette licht,
gemsten uit de hooggehangen bollen
is vol tumult van claxons, trams en hollen
van menschen naar ’t trottoir, schrik op ’t gezicht
voor schreeuw van auto, die op hen gericht,
heeft scherp haar oogen… Zie hoe vreemd gezwollen
In het ontsteld gelaat der stad.., In dolle
driftkamp van leven werd het Zijn ontwricht
Krankzinnig is de stad, toch grootsch en prachtig,
het zwaar bewegen in de volle straten,
waar menschen gaan van duister’ angsten drachtig.
Zij voelen om zich wringen, wreed, oerkrachtig,
het onmeedogend leven, dat verwaten,
en donker dreigend, stuwt hen oppermachtig.
WAT??
Nog steeds niet?
Maar zo´n prachtige bundel met 80 gedichten voor maar 14,50 euro moet je toch gewoon in huis hebben.
´Zoals de wind in maart graven beroert´ kun je bij mij bestellen met of zonder opdracht, wel of niet gesigneerd. Mail me op woutervanheiningen@yahoo.com voor details.
Ook bij mij te koop `Je hebt me gemaakt met je kus` mijn bundel liefdes en erotische gedichten samen met Alja Spaan voor 12, 50 euro en ‘Zichtbaar alleen’ een bundel met 24 gedichten en bijbehorende foto’s van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen voor maar 15 euro.
Waar gaat het eigenlijk over?
De betekenis van een gedicht
De titel boven dit stukje is natuurlijk geleend van Theo en Thea, twee jeugdhelden. Toch dekt dit de lading van wat ik hier met jullie wil delen. Als dichter krijg je nog wel eens de vraag waar een gedicht nu eigenlijk over gaat. Mijn antwoord is dan altijd een wedervraag: Waar denk jij dat het gedicht over gaat? Natuurlijk wordt elk gedicht geschreven vanuit een bepaalde gedachte of voorval of zomaar vanuit een inspirende gebeurtenis (en dat kan werkelijk van alles zijn) maar het belangrijkste voor mij is wat de lezer er uit oppikt of meeneemt. Toch kan een uitleg soms heel verhelderend werken. Ik kwam het volgende stukje en gedicht tegen op de site van Barbara Weibel.
Martin Galvin, described for me the background for his poem, “Passive Aggressive.” He was sitting in an airport terminal. Across the aisle sat a young woman with two young men seated on either side of her. “She was so obviously trying to impress one of these young men by regaling him with tales of her travels,” Martin explained. “But she used the word ‘like’ three times in every sentence.” His poem so clearly captures the essence of his experience:
PASSIVE AGGRESSIVE
by Martin Galvin
It’s like I just like have to kiss
a boy in every city where I am like at.
It’s just so totally like I do this. Kiss.
So I am like last year? in Florence?
Italy? So weird.
I mean totally it was like so weird
I hadn’t like kissed like one of them?
And I was so totally like bummed.
So I see this really like old man
at the airport and like it’s what
I do so I go totally up to him and like
kiss him and it was totally like weird.
He was like twenty-seven and his wife
– it was like Like. She was like
so passive aggressive. Like sulked.
I was just like. It was like I did it?
Like totally kept my kiss list going? Weird.
Over taalvervuiling gesproken.













