Site-archief

Nieuw gedicht

Dagmenu

 

In het woud van jouw oksel

vechten de zuren om een plaatsje

vooraan

je lichaamsdauw plakt mijn ogen

dicht op je huid,

trekt het zout

op mijn gebarsten lippen

 

Waar liggen je wegen van hoop?

Je rotsvaste anker

stevig in de bodem

van mijn verlangen

 

Wieg me, waai me,

blaas me weg en houdt me staande

in de smaak van je omhelzing

ligt mijn wens

naar je hoofdgerecht

.

dagmenu

Gedichten op vreemde plekken

Deel 35: Op het strand

 

Dit gedicht wordt gemaakt door het rijden met een truck over het strand van Vlieland. Opde banden van de truck zijn de dichtregels gemaakt in spiegelbeeld zodat de tekst in het zand te lezen is.

 

De dichtregels zijn van Jan de Booys en luiden:

Breng gedachten vol verlangen naar het lege stille strand. Schrijf ze duizend stille malen tussen duizend korrels zand.

strandregels

strandregels 2

Gedichten op vreemde plekken

Deel 34: Op een school

 

Op een school in Hulten dit gedicht in een rugzakvorm van Erik van Os.

rugzak

Stevie Smith

Gedicht.

Dit is het gedicht dat Joris Lenstra vertaald voordroeg bij Ongehoord Rotterdam! van de Engelse dichter Stevie Smith (1902 – 1971). Hier in de oorspronkelijke versie.

. 

Not Waving but Drowning

Nobody heard him, the dead man,
But still he lay moaning:
I was much further out than you thought
And not waving but drowning.

Poor chap, he always loved larking
And now he’s dead
It must have been too cold for him his heart gave way,
They said.

Oh, no no no, it was too cold always
(Still the dead one lay moaning)
I was much too far out all my life
And not waving but drowning.

.

Stevie Smith, March 1966

Gedichten op vreemde plekken

Deel 33: Tunnelgedicht

.

Een gedicht van Stadsdichter Joke van Leeuwen (2009) Alleen te lezen als je er langzaam langs loopt/fietst/rijdt.

De hele tekst staat hieronder.

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, door deze gang van lucht in boomse klei,
behaagziek als een brug zijn tunnels niet, de wereld is teruggebracht tot kleine optocht van toevalligheden, een snelle blik in onbekende ogen, een jas waarin hier iemand al eens kwam,
hier kunnen zon en wind niet bij, hier bloeit niets, groeit niets, is het heen of weer binnen de lijntjes blijven, en boven gaat het zoveel kanten op, tien hoog en toch nog uitzichtloos of op de grond iets als de hemel,
en u jij golle jullie gij, al is Sint-Annadorp vergaan, de put in en verdwenen, er waaien oude liedjes rond tielierelarelom die willen zich bewaren tussen getob en tegenzin en opgeraapte grappen,
wat doen de benen hier hun best, er moet weer wat, dat zal wel zijn, iets halen, iets betalen, iets willen, iemand zien misschien, waren de buizen hier als glas, was er dan nu nog wat er was,
diep in de grond verzonken huizen, drie potten met verschaalde lijdzaamheid en zoete bonen, de kraag van een matroos met einders in herinnering en veel vuil spel en slappe touwen,
de grove buiken van gestorven schepen, daarboven vissen die volharden, daarboven alles, maar toch weeral geen fraai ontvangend comité dat staat te zingen van wees welkomtierelierelom,
hoe goed dat u jij golle jullie gij weer boven bent zijn zijt (en dan de grote trom en een refrein).

(richting stad)

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, gekomen uit een kromgetrokken droom met overkant, nog zevenhonderd stappen min of meer en daar is ’t stad, een plein, een schilderij, een berg vers fruit, een park dat kan bewaard, een menigte die nieuwe kleren wil,
een taak die languit ligt te wachten, een nacht met ogen open, de properpoetser voor de glans (de koninklijke poort is moeten lopen naar de gillisplaats, daar staat die poort niet echt een poort te zijn, er is wel meer niet wat het is),
terwijl hier u jij jullie golle gij onder de Schelde bent zijn zijt, ligt alles boven als versteend op u jij golle jullie gij te wachten, het wenen op de pauzeknop en niemand raapt nog grappen op, het lachen houdt zich in om dalijk door te gaan,
de stad is stil gaan staan bij wat er wringt en al die Antwerpse geschoeide voeten stokken, even vraagt niemand waar vandaan, een schreeuw blijft aan een dakgoot hangen,
de auto’s wachten voor het rood en even gaat er niemand dood die iemand graag in leven houdt, het brood wordt even niet meer oud, de hoogste bomen weigeren de wind,
een val wordt net op tijd gebroken, de prater zwijgt en vraagt zich af wat hij te zeggen denkt, het water blijft verbaasd in buizen aarzelen, de haast weet niet meer waar naartoe,
maar dan als u jij golle jullie gij weer boven komen komt, boegeert het, botst het, bloeit het, vloekt het, is het toch weer later.

.

tunnelgedicht

 

tunnel 2

Gedichten op vreemde plekken

Deel 31: De postzegel

.

De Royal Mail  gaf deze postzegel in 2001 uit. Het gedicht “’The Ad-dressing of Cats’” is in zijn geheel op de postzegel afgedrukt. De dichter is T. S. Eliot (1888-1965) die in 1948 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg.

.

Postzegel

 

Update nieuwe bundel

Je hebt me gemaakt met je kus

.

Zoals je hier al eerder kon lezen ben ik druk in de weer samen met Alja Spaan een gedichtenbundel uit te geven bij uitgeverij 9en40 van Alja.

De bundel met de mooie titel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ bevat 2 maal 20 liefdesgedichten.

Gedichten over de liefde van het hart, het hoofd en het lichaam.

De proefdruk hebben we bekeken en we zijn het eens over de aanpassingen. De dealine van half september gaan we niet halen maar heel lang zal het niet meer duren.

.

Ik denk dat we een mooi kerstcadeau gaan presenteren medio oktober.

.

Wordt vervolgd…

.

Poëziewedstrijden

Update

 

Nu de vakantie is afgelopen worden er weer allerlei poëziewedstrijden uitgeschreven en georganiseerd. Voor een goed overzicht kun je kijken op:

http://www.schrijvenonline.org

Waar het hart vol van is

Willem Wilmink

Op zoek naar een boek met gedichten voor mijn dochter in de bibliotheek (uiteraard want een goede collectie, duidelijk overzichtelijk en altijd bereikbaar en voorradig) kwam ik het boek ‘Waar het hart vol van is’ van Willem Wilmink tegen.

Niet direct wat ik zocht maar toen ik erin begon te lezen kon ik het ook weer niet wegleggen. Willem Wilmink neemt je mee langs vergeten dichters, verteld waarom bepaalde gedichten zo in elkaar zitten zoals ze in elkaar zitten, geeft aanwijzingen, achtergronden en uitleg.

Kortom een zeer lezenswaardig boek en niet alleen voor kinderen/jongeren.

Uit het boek een mooi stukje uit een gedicht ‘Huiswaarts reizende’ van de dichter J.C. Bloem die ook aan de orde komt over de liefde voor ouders;

.

Deze liefde kent geen gaan en keeren

kent geen afstand en gewiekten tijd;

de ééne drang van haar begeren

is hongeren naar eeuwigheid

.

ww

Een aanrader! Allemaal naar de bibliotheek en lezen maar!

Terug van (tijdelijk) weggeweest: Gedichten op vreemde plekken

Deel 29:  Gedichten op muren

.

Op zichzelf niet zo vreemd meer, gedichten op muren maar dit is een heel leuk initiatief in Veenendaal i.s.m. Kees Stip, onze grootste dierenrijmer.

.