Site-archief

Bernlef als dichter

Bernlef (1937 – 2012)

.

Afgelopen maandag op 29 oktober overleed de schrijver/dichter/vertaler  Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman). Hoewel Bernlef bij het grote publiek vooral bekend is van zijn roman Hersenschimmen is zijn werk als dichter minder bekend. Toch zijn de gedichten van Bernlef zeer bijzonder. Hieronder een toepasselijk gedicht uit de bundel ‘Vreemde wil’ uit 1994.

.

Prachtig

Beroemd maar dood vroeg hij: en
wat bleef er van mij over?

Ik wees op een losse regel
een uit zijn verband gerukt citaat
meestal toegeschreven aan een ander.

Voetafdruk op een verlaten strand
vol lege, uitgewoonde schelpen.

Prachtig is de onsterfelijkheid
maar wat doen wij in de tussentijd?

 

Met dank aan gedichten.nl

Stiftgedicht

Wat is het?

.

Deze poëzievorm is een idee van de Amerikaanse schrijver Austin Kleon, die ze Newspaper Blackout Poems noemt. Hij publiceerde ze op zijn website  ( www.austinkleon.com) en een bundel ervan verscheen in april 2010 onder de titel Newspaper Blackout. In Nederland maakt onder andere Dennis Gaens (stadsdichter van Nijmegen) stiftgedichten.

.

Een stiftgedicht is een gedicht dat niet ontstaat door te schrijven maar door te schrappen. Je maakt een stiftgedicht door met een merkstift in een bestaande gedrukte tekst (vaak krantenartikelen of een bladzijde uit een oud boek), woorden of delen van woorden te schrappen tot wat overblijft een gedicht vormt, dat niets meer met de oorspronkelijke tekst te maken hoeft te hebben.

.

Hier zijn enkele voorbeelden. De linker is van Judy Elfferich (http://judyelf.edublogs.org/)

 

Gerrit Komrij

1944-2012

.

Vannacht is Gerrit Komrij overleden. Dichter, essayist, schrijver en criticus. Maar vooral dichter wat mij betreft. Hieronder een prachtig gedicht van hem ‘Antipode’ .

.

Antipode

Bewaar me voor de helderheid der dingen,

Het schone hemd, de reidans en de zon.

Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,

De vale schutskleur van het kameleon.
.

Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.

Ik leef in schaduwen, ben nameloos.

Laat me verdorren in het wintertij,

Ver van de zomers met hun hels gehoos.

.
Ik kan de lichte stormen niet verdragen.

Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.

O camera. O beeld van welbehagen.

Laat me van dit de antipode zijn.

.