Site-archief

Van ver

Johanna Geels

.

Dichter, schrijver, columnist Johanna Geels (1968) komt oorspronkelijk uit het slamcircuit en draagt dan ook graag voor (eventueel met muzikale begeleiding, gitaar, soundscapes). Toch verschenen er van haar al een roman en vier dichtbundels. Haar debuutbundel ‘Tuig’ uit 2008 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Hierna volgde ‘Detox’ (2010), ‘Wildberichten’ (2014) en ‘Vuurmakers’ (2015). Zij schrijft voornamelijk over de absurdistische en poëtische kant van het dagelijks bestaan en haar gevecht met chronisch ziek-zijn (h-EDS, een erfelijke bindweefselaandoening).

Op de website van de schrijverscentrale lees ik: Het universum van Geels is niet dat van tv-reclames, spelletjes en zoete koek. De wereld van deze dichter heeft rafels, en barstjes ontsieren het aardoppervlak. Maar juist daardoor kan Geels die wereld in al haar naaktheid en oprechtheid laten zien: “Buitenwijken liegen niet.” Johanna Geels baant zich een weg dwars door de troep, benoemt dat wat pijn doet en spaart ook zichzelf niet. Met als doel van de reis: “een andere vogel. Een nest.”

Alle reden dus om eens aandacht te besteden aan deze dichter. Uit haar tweede bundel ‘Detox’ uit 2010 nam ik het gedicht ‘Van ver’.

.

Van ver

.

Ik kom hier niet voor de gezelligheid.

Valt het u op dat ik niets heb gegeten.

Nooit heb gegeten.

In dit land.

.

Valt het u op dat ik nooit heb gehuild.

Ik temperement altijd fout schrijf.

Omdat ik iets.

Ik wil het goed zeggen.

.

Omdat iets van een zelf.

Van een land ver weg.

Waar mijn stoel stond.

.

Ik kan het niet goed zeggen.

.

Of ik nog iets heb?

Nee dank u.

Niets.

.

Tuig

Lumpentum

.

De laatste tijd gaat het in de media nogal eens over tuig. (Voetbal-) hooligans, straatbendes, drugs-gerelateerde ontploffingen, trollen op Twitter die Jan en alleman bedreigen en ga zo maar door. De Duitse dichter, schrijver en literair criticus Heinrich Heine (1797-1856), geboren als Harry Heine (geen geintje!) schreef er een treffend gedicht over. Heine behoorde tot de stroming van de Romantiek. Hij maakte vele ironische en spitsvondige gedichten die ook tegenwoordig nog mensen aanspreken.

Het gedicht met de veelzeggende titel ‘Tuig’ of ‘Lumpentum’ in het Duits komt uit de bundel ‘Romanzero’ en wel uit het tweede boek ‘Lamentaties en Lazarus’. Het gedicht is vertaald door Marko Fondse en ik nam het uit de bundel ‘Denk ik aan Duitsland in de nacht’ uit 1988.

.

Tuig

.

De rijkelui krijg je pas plat,

Als je ze plat weet op te vrijen –

Het geld is plat, mijn kleine schat,

En eist ook platte vleierijen.

.

Zwaai gul het wierookvat met lof

Naar ieder goddelijk gouden kalf;

Kruip en aanbid in slijk en stof.

Maar áls je looft, doe het dan níet half.

.

Hoog is van ’t jaar de prijs van ’t brood.

Maar ’t schoonste van de woordenschat

Ligt nog op straat – bezing desnoods

Maecenas’ hond en vreet je zat!

.

Lumpentum

.

Die reichen Leute, die gewinnt
Man nur durch platte Schmeichelein —
Das Geld ist platt, mein liebes Kind,
Und will auch platt geschmeichelt sein.
.
Das Weihrauchfaß, das schwinge keck
Vor jedem göttlich goldnen Kalb;
Bet an im Staub, bet an im Dreck,
Vor allem aber lob nicht halb.
.
Das Brot ist teuer dieses Jahr,
Jedoch die schönsten Worte hat
Man noch umsonst — Besinge gar
Mäcenas’ Hund, und friß dich satt!
.