Site-archief
Twee uitspraken over poëzie
Herman de Coninck
.
Wanneer ik voor mijn boekenkast sta valt mijn oog regelmatig op ‘de gedichten’ van Herman de Coninck. Ik blader dan meestal door deze dikke bundel en lees er wat gedichten uit. En een enkele keer, zeker wanneer ik al enige tijd niet meer over deze fantastische dichter heb geschreven dan plaats ik hier een gedicht van hem. Zo ook vandaag. Uit het hoofdstuk ‘Nagelaten gedichten’het gedicht ‘Twee uitspraken over poëzie’.
.
Twee uitspraken over poëzie
.
Poëzie is niet noemen, maar
wat bijen na uren rondzoemen
boven dahlia’s, of Glenn Gould over partituren
.
valszingend, er naast neuriënd, meenemen.
Wat een vrouw van verte weet
die ramen heeft staan zemen.
.
Maar poëzie is ook een poes die over een toets of tien,
voorzichtig, van een piano is gelopen
en omkijkt: heb je dat gehoord, heb je me gezien?
.
Ze legt haar lippen te luister
Dimitri Verhulst
.
Ik werd vanmorgen wakker en ik voelde de behoefte aan schoonheid, aan ware poëzie, aan iets moois dat ik vandaag wilde delen. Staand voor mijn boekenkast kwam ik uit bij de bundel van Dimitri Verhulst ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ met daarin uit het hoofdstuk ‘De dochters worden wakker’ het gedicht 3.
.
3
.
De jacht is open op de dromen.
Ze opent de blinden en verzint
dat ze kan vrijen met het licht.
Zij is tezelfdertijd een vrouw,
tezelfdertijd een man,
en zij bemint zichzelf in evenwicht.
Ze legt haar lippen te luister
aan het vuile woord dat ze graag fluistert
wanneer ze koude ruiten likt.
Wat het vel veel beter weet:
de aanraking heeft een hekel
aan de zienden.
Zij sluit haar ogen
en laat zich wild bekruipen
door het onbekende.
Buiten tuchtigt de natuur
de wereld met haar wetten.
Maar in haar valt het licht nu in.
.
Miroslav Holub
De deur
.
In mijn boekenkast staat de dikke bundel ‘De geboorte van Sisyphus, een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998’ van de Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923 – 1998), uitgegeven door de Bezige Bij in 2008 in een vertaling van Jana Beranová, die ik ooit cadeau kreeg van haar. Ik heb al vaker iets gedeeld uit deze mooie bundel en dat doe ik graag nog eens. Daarom vandaag het gedicht ‘De deur’.
.
De deur
.
Kom, doe de deur open.
Misschien is buiten
een boom of een woud
of een tuin
of een magische stad.
.
Kom, doe de deur open.
Misschien krabt er een hond.
Misschien is er een gezicht
of een oog
of het beeld
van een beeld
.
Kom, doe de deur open.
Als er mist is,
trekt hij op.
.
Kom, doe de deur open.
Al was er alleen maar
tikkende duisternis,
al was er alleen maar
holle wind
al was er
niets
buiten,
kom, doe de deur open.
.
Het zal
tenminste
tochten.
.
Oud buiten
Rutger Kopland
.
Ik mag graag zomaar blind uit mijn boekenkast een dichtbundel pakken en daar dan in gaan lezen. Het aardige daarvan is dat je niet weet wat je pakt en in hoeverre de gedichten in zo’n bundel dan passen bij de gemoedstoestand waarin je verkeert. Dat kan heel goed uitpakken en soms ook heel slecht maar daar gaat het niet om, Het gaat om het verrassingseffect van de blinde keuze. Vandaag greep ik naar ‘Alles op de fiets’ van Rutger Kopland. Als je, met de scholierendemonstraties voor een beter klimaat in je achterhoofd, zo’n titel leest kun je niet anders denken dan; verstandige titel.
Lezend in deze bundel uit 1969 bleef ik hangen bij het gedicht ‘Oud buiten’. De eerste zin leek ook wel zo van een spandoek of bord te komen van die demonstratie. Het gedicht daarna was verrassend genoeg weer van een hele andere orde.
.
Oud buiten
.
Het was zo mooi vroeger.
.
Maar de freule met de lekkere
kont is verdwenen met de tuinman
in de weiden, naar de geheimen van
bloemen en bijen op zoek zei ze.
.
De jachtopziener heeft de laatste
nachtegalen doodgeschoten voor
de schoorsteenmantel. Je lag
er maar wakker van zei hij.
.
Nesten hangen open en bloot in
de bomen. Iedereen kan het zien.
.
En in de nacht strompelt een koe
als een oude dichter uit de sloot
en doet op de stoep, bijgelicht
door makker maan, haar klappende
boodschap van vrede.
.
Krijtweelde
Jan Baeke
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Brommerdagen’ van Jan Baeke gepakt. Een bundel waarin “heden en verleden verstrikt raken en onze eigen angsten, illusies en fantasieën doorklinken” zoals op de achterflap staat te lezen. Jan Baeke (1956) is dichter en vertaler en hij debuteerde in 1997 met de bundel ‘Nooit zonder de paarden’.In 2008 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2016 kreeg hij de Jan Campertprijs voor zijn bundel ‘De seizoensroddel’. De poëzie van Jan Baeke neemt in Nederland een eigen plek in. Het is poëzie die in gewone taal en met directe beelden een mysterie weet op te roepen. Uit de bundel ‘Brommerdagen’ uit 2010 het gedicht ‘Krijtweelde’.
.
Krijtweelde
.
Een
twee
drie
vier
vijf
zes
even
zacht
negers
zien
beffen
dwalen
kerven
veertjes
stijf zien
sex zien
wat niet weg
vreet
.
is
.
gezien
.
Spel en drank
Eric van der Steen
.
In Helikon, tijdschrift voor poëzie, onder redactie van Ed. Hoornik, verscheen in 1940, het bundeltje ‘Cadans’ gedichten door Eric van der Steen. Eric van der Steen was het pseudoniem van Dirk Zijlstra (1907 – 1985) dichter, schrijver en journalist. Als dichter debuteerde van der Steen in 1932 met ‘Gemengde berichten’ en zette zijn dichterlijke carrière aanvankelijk krachtig door. Zijn poëzie valt op door nuchterheid en droge humor. Veel van zijn boeken kenmerken zich door frisse, ongewone uiterlijke vormgeving. In de jaren veertig begon hij proza te publiceren. Na 1958 droogde zijn schrijfader op.
In totaal zou van der Steen 11 dichtbundels publiceren maar ook essays, aforismen en proza. Het bundeltje ‘Cadans’ bevat 25 gedichten en werd gedrukt in een oplage van 300 stuks. Uit dit mooie bundeltje het gedicht ‘Spel en drank’.
.
Spel en drank
.
Omdat geboren spelers ongelukkig zijn –
wij zullen ook op ons verlies niet snoeven,
wij spelen verder, al kreeg één de troeven,
dat is de Dood, en hij is groot, wij klein
en blind als paarden in een smalle mijn:
de droomen die wij overnacht behoeven,
zij slaan ons ’s morgens met hun blinde hoeven,
wij drinken om verdooving voor de pijn.
.
God en de goden lachen nu misschien
om deze sluwheid en dit slinkchse slooven:
de ooren om te hooren, om te zien
twee lichte oogen, maar om te gelooven
niets dan de koele, zorgelooze wijn –
maar ben ik dan een blinde en een doove?
.
Uit mijn boekenkast
De 100 beste gedichten van 2014
.
Uit mijn boekenkast heb ik vandaag de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Ahmed Aboutaleb voor de VSB poëzieprijs 2014 genomen. Bladerend door deze bundel kwam ik een voor mij nog onbekende dichter tegen Maria de Groot.
Ze staat met 1 gedicht vermeld in de bundel en dat is getiteld ‘Adagio’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Venetiaanse gedichten’ uit 2012.
.
Adagio
.
Ik woonde op de brug van de frambozen
en mocht daar in de nacht de sterren tellen.
Ik kon hun aantal in het water lezen.
Zij hadden mij voor deze taak gekozen
omdat ik verder durfde overhellen
dan zij die als de dood de diepte vrezen.
Soms wist ik niet meer waar ik was gebleven,
begon mijn arbeid, met geduld bemeten,
opnieuw te midden van de glinsteringen.
Ik ben alleen. Ik lijd een dubbel leven.
Ik kan bij dag de vruchten niet vergeten
die in de duisternis te rijpen hingen.
.
Lijsterbessen
Over de dichtkunst
.
Over poëzie en de dichtkunst zijn vele gedichten geschreven, er zijn zelfs bloemlezingen over verschenen. Ook ik heb er enkele gedichten over geschreven. In de bundel ‘Herinneringen aan het onbekende’ een keuze uit eigen werk van Rutger Kopland uit 1966 staat het prachtige korte gedicht ‘Lijsterbessen’ met precies dit als thema.
.
Erger Lijsterbessen
.
De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.
.
Dan is het beter te zwijgen
Gijs ter Haar
.
Gisteravond was ik een stapel dichtbundels aan het opruimen (dat wil zeggen ik probeerde een plek vrij te maken in de boekenkast om ze neer te zetten en dat is nog geen sinecure) en toen kwam ik de kleine maar fijne bundel ‘Voor de zwijnen’ uit 2017 tegen van Gijs ter Haar en toen wist ik dat ik hieruit een gedicht ging plaatsen.
Gijs ken ik al vele jaren, een bijzondere man en dichter aan wie ik altijd mooie herinneringen heb. Elke keer als we elkaar tegen komen is er weer iets te melden en geniet ik van zijn voordrachten. Maar ook in de bundel ‘Voor de zwijnen’ staat veel moois zoals het prachtige gedicht ‘Dan is het beter te zwijgen’.
.
Dan is het beter te zwijgen
.
Hoe dat is, dat je dan toch
opeens de handen van je vader krijgt
hij langzaam in je lichaam kruipt
zijn oude wonden openrijt
als waren het de jouwe
.
en dat je nooit gekeken hebt
naar wat zich dagelijks voltrok
hoe hij hetzelfde kind ooit was
het achterliet in het besef
van een intens berouwen
.
dat alle angsten eender zijn
deze nog het meest van al
maar dat hij met jou sterven zal
als oude foto’s in een doos
vol ongekend vermoeden
.
je hebt je vleugels afgelegd
je voeten in beton gezet
een kind loopt door het huis
en zegt dat je zijn lieve vader bent
je wilt dat kind behoeden
.













