Site-archief

Berkenbosch

Elly de Waard

.

Dichter Elly de Waard (1940) schreef in haar werkzame leven al meer dan twintig dichtbundels, en als er een ding over gezegd kan worden dan is het wel dat de liefde een van de belangrijkste, zo niet hét belangrijkste onderwerp in haar poëzie. Het verlangen naar de geliefde, de idylle van het samenzijn, de pijn van het niet-samenzijn, het verdriet na de breuk, en daarnaast het lichamelijke, het zinnelijke, het sensuele.

De Waard schreef honderden gedichten over de liefde. Maar wat tot nu toe nog niet bekend was, is dat vele daarvan geïnspireerd waren door of geschreven voor een zekere C., van wie de identiteit en sekse onbekend blijft. Uit haar omvangrijke oeuvre heeft De Waard nu een selectie gemaakt van deze gedichten in de bundel met de veelzeggende titel ‘Liefdesgedichten’ die eerder dit jaar verscheen.

Op de website van Meander schrijft Ali Şerik in zijn recensie van deze bundel: “De gedichten van De Waard zitten vol ritme en cadans. De dichtregels sluiten op elkaar aan als het bouwmodel van de liefde. Veel gedichten zijn opgebouwd uit disticha. Bovendien beheerst zij de kunst van het afbreken van regels uitstekend. De meeste gedichten hebben geen titel en bestaan uit korte dichtregels die de lezer moeiteloos door het gedicht voeren. Haar toon is zuiver en zorgvuldig. Zij wil begrepen worden en werpt geen raadsels op.”

In deze bundel staat ook het gedicht ‘Berkenbosch’ dat oorspronkelijk verscheen in haar bundel ‘Onvoltooiing’ uit 1988 en het is opgenomen op haar persoonlijke website.

.

Berkenbosch

.

Zij haalde adem, als naalden
die diep door een stof
getrokken worden en regelmatig
ondergedoken is haar draad.

Wij sliepen onder de hanebalken,
het gevlekte, houten hobbelpaard
stond goeiig wakend in een hoek,
de ijsbeer op de grond droeg

op zijn kop mijn muts van bont. Ik was
je lading, lieveling, ik sprong
terwijl het vroor op je wagon, ik
stookte je vuur en samen stoomden

wij de zomen van de nacht langs en
het uur. O nooit moe van met het oog
van de naald van doen te hebben, naait haar
ademen haar slaap steeds vaster toe.

.

Spel en drank

Eric van der Steen
.

In Helikon, tijdschrift voor poëzie, onder redactie van Ed. Hoornik, verscheen in 1940, het bundeltje ‘Cadans’ gedichten door Eric van der Steen.  Eric van der Steen was het pseudoniem van Dirk Zijlstra (1907 – 1985) dichter, schrijver en journalist. Als dichter debuteerde van der Steen in 1932 met ‘Gemengde berichten’ en zette zijn dichterlijke carrière aanvankelijk krachtig door. Zijn poëzie valt op door nuchterheid en droge humor. Veel van zijn boeken kenmerken zich door frisse, ongewone uiterlijke vormgeving. In de jaren veertig begon hij proza te publiceren. Na 1958 droogde zijn schrijfader op.

In totaal zou van der Steen 11 dichtbundels publiceren maar ook essays, aforismen en proza. Het bundeltje ‘Cadans’ bevat 25 gedichten en werd gedrukt in een oplage van 300 stuks. Uit dit mooie bundeltje het gedicht ‘Spel en drank’.

.

Spel en drank

.

Omdat geboren spelers ongelukkig zijn –

wij zullen ook op ons verlies niet snoeven,

wij spelen verder, al kreeg één de troeven,

dat is de Dood, en hij is groot, wij klein

en blind als paarden in een smalle mijn:

de droomen die wij overnacht behoeven,

zij slaan ons ’s morgens met hun blinde hoeven,

wij drinken om verdooving voor de pijn.

.

God en de goden lachen nu misschien

om deze sluwheid en dit slinkchse slooven:

de ooren om te hooren, om te zien

twee lichte oogen, maar om te gelooven

niets dan de koele, zorgelooze wijn –

maar ben ik dan een blinde en een doove?

.