Site-archief
De sneeuwpop
Harriet Laurey
.
Harriet Laurey (1924 – 2004) werd in Eindhoven geboren en is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor veelal jonge kinderen. Ze debuteerde als dichter in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in ‘De Nieuwe Eeuw’. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley’, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Deze bundel kon het grote publiek zeer bekoren. In 1971 schreef een recensente van de Telegraaf dat zij de bundel ‘Oorbellen’ uit 1954 al vijftien jaar lang tot de beste Nederlandse liefdespoëzie rekende. In 1955 publiceerde zij nog eenmaal samen met haar echtgenoot een dichtbundel maar daarna schreef ze nog louter kinderboeken.
Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘De sneeuwpop’.
.
De sneeuwpop.
Ik ben de sneeuwpop op het Leidseplein.
In vlokken kwam ik naar hun wereld vallen,
ontelbaar. Maar zij maakten met z’n allen
de starre man, die ik opeens moet zijn.
.
Mijn ene arm korter dan de and’re,
mijn hoofd te groot, de stijve hoed te klein.
Ik voel wel, dat ik onbehouwen schijn.
Ik voel het, maar ik kan het niet verand’ren.
.
Hoewel zij inderhaast mijn beide ore
-alsof een pop wel zonder kan – vergaten,
hoor ik hun warme mensenstemmen praten.
.
En ’t sneeuwt zó los. Maar ik ben vastgevroren
en straks, met heel het plein alleen gelaten,
niet eens meer sneeuw, niet eens meer helder water..
,
Ondertussen
Lieke Marsman
.
Lieke Marsman (1990) becommentarieerde en vertaalde middels een blog het werk van generatiegenoten op Tirade.nu. In 2010 verscheen haar debuut ‘Wat ik mezelf graag voorhoud’ dat een jaar later de Liegend Konijn Debuutprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’ prijs won. Van het boek werden dan ook meer dan 3.000 exemplaren verkocht. Vanaf januari 2013 maakt Marsman deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift Tirade. Haar tweede bundel ‘De eerste letter’ verscheen in januari 2014 en gaat vooral over alle mogelijke angsten die de mens kunnen bedreigen. In een gevecht tussen besluiteloosheid en karaktervastheid schrijft ze over liefde, verlies, bang zijn, en vooral over verder willen.
Lieke Marsman heeft een eigen website http://www.liekemarsman.nl/ waar vooral de pagina met door haar vertaalde gedichten zeer de moeite waard is. Uit haar debuutbundel uit 2010 het gedicht ‘Ondertussen’.
.
Ondertussen
.
Ik ga zitten bij een groot raam, ik ga kijken
hoe de rode straatstenen donker worden. eerst
door regen en nog eerder door de wolk
die daaraan vooraf over kwam drijven.
.
Dan zit ik er al een tijdje. Dan
begin ik de muren te ruiken. Aan de uiteindes
van mijn hoofd staat een hotel: mensen lopen in
en uit. Met hun voeten bewegen ze de haren
van het tapijt de donkere kant op, daar
durf ik niet goed iets van te zeggen.
.
Maar iedere dag was ik voor hen mijn beddengoed.
.
En ik kan kijken naar de lucht
alsof iemand erboven met een lepeltje
zijn ei kapot staat te tikken. In wit licht
struift de regen naar beneden. Hier
is het voor altijd droog.
.
Dan kan ik denken:
er komen nog zoveel dagen waarop we
warme broodjes kunnen maken, vandaag
ga ik in de barstjes van het raam groot
en donker als straten worden.
.






