Site-archief

Het denken en het meisje

Maria Barnas

.

De Nederlandse schrijver, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas (1973) gebruikt tekst en beeld zowel in haar geschreven als haar beeldende werk. Voor haar poëziedebuut ‘Twee zonnen’ uit 2003 ontving ze de C. Buddingh’ prijs,  in 2009 de J.C. Bloemprijs voor haar bundel ‘er staat een stad op’ en in 2014 voor ‘Jaja de oerknal’ de Anna Bijns Prijs.

Maria Barnas is medeoprichter (met Maxine Kopsa en Germaine Kruip) van uitgeverij ‘Missing books’ die als kunstproject boeken publiceert die niet eerder zijn herdrukt. Ze schrijft over kunst en literatuur in onder andere De Groene Amsterdammer, De Gids, Vrij Nederland en ze was columnist bij het NRC Handelsblad.

Uit haar bundel ‘Jaja de oerknal’ uit 2013 het gedicht ‘het denken en het meisje’.

.

Het denken en het meisje

Weilanden en huizen verglijden in mijn ooghoek
terwijl ik me probeer te concentreren op het meisje
dat tegenover me zit. Er past veel in een ooghoek.
Een huis dat ik herken een sloot een koe en zelfs

het grazen en verloren turen van het dier dat de nek
strekt gespannen van een onbekend geluid.
Of wacht het strammer op een teken?
Dieren vermenigvuldigen zich aan de rand.

Schikken zich in dit verzakkende moerasland
met stuitende huizen waarin ik stuk voor stuk
heb gewoond. Het meisje klemt een boek

dat doorsneden van de hersenen toont op schoot.
Ze omcirkelt kwabben en ventrikels en ontleedt
dat ik aan haar kan denken en denken.

.

MB

 

O, dat ik ooit nog eens

J. Eijkelboom

.

De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart   2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter).  Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.

.

Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.

.

O, dat ik ooit nog eens

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

0, klonk het nog eens ongehinderd.

.

je

dGM

Henk van Randwijk

Poëzieroute in Gorinchem

.

In Gorinchem is een poëzieroute waarbij allerlei gedichten in de openbare ruimte zijn aangebracht. Een van de gedichten is van dichter, journalist, verzetsheld, Gorkummer en mede-oprichter van Vrij Nederland Henk van Randwijk (1909-1966) . Hoewel Henk van Randwijk niet veel poëzie heeft gepubliceerd zijn de laatste regels uit het gedicht ‘Een volk dat voor tirannen zwicht’ beroemd geworden. Deze regels zijn aangebracht op de muur van het monument aan het Weteringplantsoen in Amsterdam.  Op deze plek was tijdens de oorlog een fusilladeplaats waar onder andere op 12 maart 1945 dertig verzetsstrijders werden geëxecuteerd.

Maar niet alleen daar deze regels, ook op een kunstwerk dat deel uit maakt van de poëzieroute in Gorinchem.

.

Een volk dat voor tirannen zwicht

.

Allen, die hier tesamen zijn,
de levenden, de doden,
de handbreed, die ons scheidt, is klein,
wij zijn tesamen ontboden voor het gericht …
.
Gedenk de liefste, die hier ligt,
de broeder, vrind of vader,
maar gun Uw ogen wijder zicht,
aanzie het land en alle mens tegader,
hoor dit bericht:
.
Wij staan tesaam voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen,
een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.

.

Henk van Randwijk

 

In Gorinchem

HVR

 

In Amsterdam