Maandelijks archief: juli 2012
Gedicht
Remco Campert
.
Vandaag gelezen dat Remco Campert zijn tweede naam Wouter is. Voor velen een totaal onbelangrijk feitje maar voor poezieliefhebbers die Wouter heten een leuk weetje. Remco Campert is al jaren één van mijn favoriete dichters. Daarom hier een prachtig gedicht van hem uit de bundel ‘Een stanmdbeeld opwinden’ uit 1952 met als titel Gedicht.
.
Gedicht
.
Als we dan liefhebben, liefhebben
tussen veel papier, holle mannen en metaal,
laten we dan liefhebben, zoals mij goeddunkt:
.
Liefhebben met de rust van de onrust, niet
die van de routine, elkaars ogen verliezen
en weer ontdekken, voorbij de huizen gaan,
.
het land in, de streling van onbekende struiken
ondergaan, de wind proeven op een steeds andere tong,
de maan zien en de zon in een kaartloze baan.
.
En laten de vrienden snel verouderen, worden
tot waardevolle verhalen, en die meter aarde is slechts
vruchtbaar
waarop wij gaan.
.
De terrorist en de poëzie
Invictus
.
Toen Timothy McVeigh op 11 juni 2001, de dag dat zijn doodstraf uitgevoerd zou worden, die hij kreeg na het plegen van een bomaanslag op een gebouw van de federale overheid in Oklahoma city, zijn final statement mocht maken, deed hij dit door het overhandigen van een handgeschreven gedicht aan zijn bewaker Harley Lappin.
Het gedicht was van William Ernest Henley getiteld ‘Invictus’ (betekenis: god van de onoverwinnelijkheid) uit 1875. Aangenomen wordt dat Henley in dit gedicht het bestaan van een god volgens de Christelijke doctrine ter discussie stelt of ontkent
Waarom McVeigh juist dit gedicht over schreef en aan de bewaker overhandigde daar kunnen we slechts naar gissen. Meteen na het overhandigen van de tekst werd McVeigh om het leven gebracht middels een dodelijke injectie.
De dichter Henley kreeg op zijn twaalfde Tuberculose waarna zijn rechterbeen werd geamputeerd. Zijn linkerbeen kon worden gespaard maar hij in zijn latere leven had hij enorm veel pijn door de abcessen die zijn lichaam teisterde. Velen denken dat zijn afkeer van het Christendom hier mee te maken heeft.
Dit is het briefje dat McVeigh aan de bewaker overhandigde mat daaronder de tekst van ‘Invictus’.
De titel Invictus was niet de originele titel van het gedicht. Dat had geen titel. De titel Invictus werd later door zijn redacteur toegevoegd toen het gedicht werd opgenomen in The Oxford book of English verse.
.
.
Invictus
.
Out of the night that covers me,
Black as the pit from pole to pole,
I thank whatever gods may be
For my unconquerable soul.
.
In the fell clutch of circumstance
I have not winced nor cried aloud.
Under the bludgeonings of chance
My head is bloody, but unbowed.
.
Beyond this place of wrath and tears
Looms but the Horror of the shade,
And yet the menace of the years
Finds and shall find me unafraid.
.
It matters not how strait the gate,
How charged with punishments the scroll,
I am the master of my fate:
I am the captain of my soul.
.
Het vak van de naaister
Sonja Prins
.
Op zoek naar voorbeelden van sociaal geëngageerde poëzie kwam ik terecht bij Sonja Prins (1912 – 2009). Sonja Prins was de dochter van de linkse non-conformist, schrijver en vertaler Apie Prins en van de vrouwenactiviste en onderwijsvernieuwster Ina Elisa Willekes Macdonald. Nog maar achttien jaar oud richtte Sonja Prins het internationale tijdschrift voor avant-gardeliteratuur Front op. Er verschenen vier nummers (1930-1931), bij de Haagse uitgeverij Servire. Prins publiceerde in 1933 haar eerste dichtbundel Proeve in strategie onder de schuilnaam Wanda Koopman. Deze modernistische bundel met sociaal geëngageerde poëzie werd lovend besproken door onder meer Hendrik Marsman en Victor van Vriesland.
.
In 1930 werd ze lid van de communistische partij en in de tweede wereldoorlog maakte ze de illegale krant Vonk. Ze werd opgepakt en naar concentratiekamp Ravensbrück gedeporteerd. Na de oorlog schreef ze in de dichtbundel Brood en rozen over haar ervaringen in het kamp. In de jaren vijftig schreef ze poëzie die verwantschap toonde met die van de vijftigers en in 1956 trad ze uit de CPN, ontgoocheld door de inval van de Sovjet Unie in Hongarije.
In de jaren 70 trok ze zich terug in de bossen bij Baarle-Nassau als kluizenaar om daar in alle rust te kunnen werken.
Uit ‘Het geschonden aangezicht'(1955) het volgende gedicht:
.
Het vak van de naaister
.
ja ik geef het afgeronde beeld
met al zijn hoeken en plooien
van deze wereld
.
ik hang haar op de stellage
en drapeer de stoffen
met de hand van een naaister
.
en terwijl ik zo bezig ben
klinkt uit de buste
een stem die mij waarschuwt
.
luister je kan nu wel plooien
maar ik was er eerder
de aarde de melkweg
.
als je mij wilt vergooien
blijft er niets over
en niets te draperen
.
met mijn oor op de buste
schrijf ik haastig
naaister van woorden
.
De kluizenaarswoning van Sonja Prins is te bezichtigen: http://www.papierentijger.org/index.php?page_id=31&style_id=0
Bron: Wikipedia en Gedichten.nl
Gerrit Komrij
1944-2012
.
Vannacht is Gerrit Komrij overleden. Dichter, essayist, schrijver en criticus. Maar vooral dichter wat mij betreft. Hieronder een prachtig gedicht van hem ‘Antipode’ .
.
Antipode
Bewaar me voor de helderheid der dingen,
Het schone hemd, de reidans en de zon.
Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,
De vale schutskleur van het kameleon.
.
Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.
Ik leef in schaduwen, ben nameloos.
Laat me verdorren in het wintertij,
Ver van de zomers met hun hels gehoos.
.
Ik kan de lichte stormen niet verdragen.
Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.
O camera. O beeld van welbehagen.
Laat me van dit de antipode zijn.
.
Kritisch op kritiek
Wat vinden de lezers?
.
Een paar weken geleden heb ik hier een stuk gepost onder de veelzeggende titel ‘Zoet en fruitig versus Zuur en bitter’. Een reactie op een nare recensie. Was de recensie inhoudelijk geweest en de kritiek opbouwend dan had ik hier vrede mee kunnen hebben. Door de pompeuze toon, de manier waarop en de totale desinteresse om zich in de gedichten te verdiepen echter voelde ik mij gedwongen een reactie te schrijven.
Ik begin hier over omdat ik op de website van de Huffington post een interessant artikel las van Travis Nichols met de titel ‘Should poetry critics go negativ?’
Het artikel en de reacties op dit artikel zijn het lezen meer dan waard. Een klein stukje uit het artikel:
In terms of ‘negative criticism’ (so called), I rarely see the use of it. If it is to dismiss a work of literature/art as unvaluable/irrelevant, don’t we already do this by not attending it, or by not investing our desires and passions in it? It is so much work just to understand poetry/art (for works of art and poetry to become legible to one’s self) I have never understood why people would want to waste their energy on what does not interest them (what, that is, they do not love or desire).
en:
In other words, why bother going negative on poetry when American culture has gone so negative on poetry already? It’s already well below zero, why pile on? Why not focus on what’s good, on what’s desirable? Donovan sees a poet-critics job as to, first, “do no harm,” and then, in a sense, to work out of love.
Het hele artikel lees je hier: http://www.huffingtonpost.com/travis-nichols/should-poetry-critics-go_b_429646.html
Zo doe je dat dus
Aan de slag
Door mijn stuk over Flarfs ben ik gaan proberen of ik het zelf ook kan. Een Flarf schrijven.
Ingrediënten: Google, en de kernwoorden Razernij en Puddingbroodje.
Dit heb ik er van gemaakt.
.
Flarf
Broodjes die beschermen tegen hondsdolheid en
razernij, ik eet me misselijk aan
twee puddingbroodjes, in het midden
van de orkaan is alles rustig
.
zij sprak dan ook de woorden:
de standaardreactie op deze formulering
is er een van ; half Nederland op de
kast jagen, nieuw dekseltje zoeken
.
er worden telefoongesprekken over
gevoerd (op donderdag is dat oriëntaalse
vermicelli) publieksvoorlichting,
puddinglepel, lijkroof, wervingsadvertenties
.
Helemaal niet gek voor mijn eerste flarf zou ik zeggen.
Flarf
Ready mades of collages
.
Zoals je in de kunst de techniek van de collage hebt (zie hieronder een bijzonder fraai voorbeeld van I. Vos), zo heb je in de poezie ook iets dergelijks onder de naam Flarf. Een Flarf is een gedicht waarin zoekresultaten van het internet zijn verwerkt. Een Flarf kan helemaal bestaan uit deze teksten of ermee zijn gelardeerd.
Wikipedia geeft de volgende onstaansgeschiedenis van de Flarf:
“Eind 2000 stuurt de Amerikaanse dichter Gary Sullivan een gedicht in naar poetry.com, ‘één van die frauduleuze poëziewedstrijden’, zoals hij de Amerikaanse organisatie noemt. Hij wil hiermee protesteren tegen de onoorbare praktijk van het verlokken van de argeloze dichter tot publicatie van zijn of haar gedichten, door poetry.com uiteraard, tegen buitensporig hoge tarieven. Aangezet door de theorie dat elk gedicht, hoe slecht ook, met het oog op winstbejag per definitie door dit soort organisaties de hemel in wordt geprezen, zendt Sullivan het slechtste gedicht in dat hij kan bedenken. Hieronder volgen de eerste 10 regels van het gedicht ‘Mm-hmm’.
- Yeah, mm-hmm, it’s true
- big birds make
- big doo! I got fire inside
- my “huppa”-chimp(TM)
- gonna be agreessive, greasy aw yeah god
- wanna DOOT! DOOT!
- Pffffffffffffffffffffffffft! Hey!
- oooh yeah baby gonna shake & bake then take
- AWWWWWL your monee, honee (tee hee)
- uggah duggah buggah biggah buggah muggah
Drie weken later ontvangt Sullivan een lovende brief van poetry.com met een aanbieding om, tegen forse betaling, zijn gedichten in een ‘coffee-table quality book’ uit te laten geven met een ‘Arristock leather cover stamped in gold and a satin bookmarker’. Sullivan maakt van dit voorval gewag op een mailinglist en roept andere dichters op om eveneens ‘vreselijke’ gedichten in te sturen naar poetry.com. Enkelen, waaronder K. Silem Mohammed en Drew Gardner reageren positief. Ergens in deze beginperiode valt het betekenisloze woord flarf, dat al snel als benaming wordt opgepikt voor het ‘aanstootgevende, sentimentele en infantiele’ in de vreselijke gedichten. Zo ontstaat er begin 2001 een clubje dichters dat begint te experimenteren met flarf gedichten, waarbij het gebruik van Google als primaire bron van flarfteksten zijn intrede doet. Dit laatste heeft tot gevolg dat flarf steeds vaker wordt aangewend als aanduiding van de wijze waarop de poëzie tot stand komt in plaats van de aanvankelijke betekenis van ‘het infantiele, het domme’.”
In Nederland verscheen de eerste Flarfbundel in 2009 van Ton van ’t Hof getiteld ‘Je komt er wel bovenop’.
Ton van ’t Hof heeft een bijzonder leesbaar en interessant stuk geschreven over Flarfpoezie. Deze tekst werd op 27 april 2007 tijdens een avond in Perdu over Amerikaanse poezie gepresenteerd. De volledige tekst lees je hier: http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/Flarf_lezing.pdf
Gedichten op vreemde plekken
Deel 54: Op een Mok
.
Op deze mok een gedicht van Robert Frost: The road not taken uit 1920.
.
The Road Not Taken
Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
To where it bent in the undergrowth;
Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim
Because it was grassy and wanted wear,
Though as for that the passing there
Had worn them really about the same,
And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I marked the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way
I doubted if I should ever come back.
I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I,
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference
Literaire kunst
Ballade en romancen
.
Balladen en romancen zijn niet zeer lange, lyrisch-epische gedichten in strofenvorm, waarin op eenvoudige wijze een belangwekkend gebeuren verhaald wordt. Oorspronkelijk was ‘ballade’ de naam van een Provencaals of Italiaans danslied, terwijl de naam ‘romance’ in feite betekende; gedicht in het Romaans. (in tegenstelling tot gedichten in het Latijn). MiddelNederlandse anonieme balladen zijn bijvoorbeeld:
Lied van heer Halewijn
Van twee Conincskinderen
Het daghet in den oosten
In de Romantiek werd het genre opnieuw beoefend maar nu zien we naast gespannen, donkere en vaak droevig eindigende ballade een minder gespierde, soms sentimentele en gewoonlijk blij eindigende vorm naar voren komen; de romance. Voorbeeld A.C.W. Staring : Ada en Rijnoud.
Het verschil tussen ballaade en romance is dus vooral een sfeerverschil (vergelijk ook de termen in de klassieke muziek). De Romantiek is ook de tijd waarin de oude volksliederen (waarbij heel wat balladen) wederom gelezen en uitgegeven worden. In navolging hiervan vinden we cultuurballaden en romancen bij dichters als Goethe, Schiller, Heine, Bilderdijk en Staring.
De tekst van Het lied van de heer Halewijn is hier te lezen: http://www.cambiumned.nl/poeziehalewijn.htm










