Auteursarchief: woutervanheiningen

Donderdag

Sylvie Marie

.

In 2018 verscheen van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984) de bundel ‘Houdingen’ bij uitgeverij Vrijdag in Antwerpen. Ik las de bundel waarin Sylvie Marie schrijft over verlies en een nieuw begin en over alle houdingen ertussen zoals op de achterflap te lezen is. ‘houdingen’ is na ‘Zonder’ (2009), ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ (2011), ‘Speler X’ (2013) en ‘Altijd een raam’ (2014) haar vijfde bundel. In 2021 verscheen haar zesde  bundel ‘Alles valt’. Wat ik erg leuk vond om te lezen is dat Harminke Medendorp, die ik via via ken, naast de redactie van de boeken van bijvoorbeeld Kluun en Paulien Cornelisse ook deze geweldige dichter bij heeft gestaan als redacteur.

‘Houdingen bestaat uit 3 hoofdstukken te weten toestanden (drie gedichten), houdingen en uitkomsten (één gedicht). In het meest omvangrijke hoofdstuk, waar de bundel ook zijn titel aan ontleent, staat een vijfluik met de werkdagen van de week als titel. Ik heb gekozen voor de donderdag om zijn raadselachtige schoonheid.

.

donderdag

.

toen we, voor we het goed en wel beseften,

waren ingesneeuwd, plofte je

neer en vroeg of ik het aankon:

slechts elkaar hebben.

.

ik zag de hond onrustig om haar as draaien,

zei: laat ons al onze kleren uittrekken

om het echt zeker te weten.

.

uren hebben we daar op de bank gezeten

.

maar naakt zijn we nooit geweest.

we vreesden te zeer

de nabije redding.

.

kom luisteren en genieten

Prijsuitreiking gedichtenwedstrijd

.

Op zondag 18 september zal de prijsuitreiking zijn van de 8ste gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord! Na de winnaar van de 7de gedichtenwedstrijd Sara De Lodder in 2020 alweer maken dertig dichters die het tot de shortlist haalden kans op deze gewilde prijs.

De prijsuitreiking is in de Jacobustuin aan de Jacobustuin 103-109 in (hartje) Rotterdam, slechts 5 minuten lopen vanaf het Centraal Station. We beginnen om 13.00 uur en alle shortlistdichters krijgen de gelegenheid hun gedicht rond het thema Twist voor te dragen.

De jury bestaande uit dichter en hoofdredacteur van poëzietijdschrift Awater Myrte Leffring, directeur van stichting De zoek naar schittering Jiske Foppe en (mede) initiatiefnemer van Poëziemagazine MUGzine Marie-Anne Hermans heeft de gedichten van de shortlist gelezen en beoordeeld en zal op deze zondag de nummers 3,2 en 1 bekend maken.

De winnaar krijgt zoals altijd het beeldje van Lillian Mensing, en publicatie van het winnende gedicht op de website van poëziestichting Ongehoord! en dit blog. Daarnaast zal de redactie van MUGzines contact zoeken met de dichters voor een publicatie in een nummer van MUGzine.

Kom dus zondag naar de prachtige Jacobustuin om te genieten van poëzie en muziek. Toegang is gratis en er is de mogelijkheid tot het krijgen van een drankje tegen een zeer schappelijke prijs.

Het thema van deze gedichtenwedstrijd was ‘Twist’ en daar heb ik een toepasselijk gedicht bij gezocht van C. Buddigh’ met als titel ‘Pluk de dag’ uit de bundel ‘128 vel schrijfpapier’ uit 1967.

.

Pluk de dag

 

vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje Heinz sandwich spread

.
natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

.
en jawel hoor: het paste eveneens

.

De prijswinnaars van de gedichtenwedstrijd 2020

Eenzaamheid

Dubbel gedicht

.

Vandaag een dubbel gedicht over eenzaamheid. Er zijn vele gedichten geschreven over eenzaamheid, het is één van die thema’s waarover dichters graag schrijven (net als over liefde, dood en poëzie). Het eerste gedicht ‘Een kwade man’ is van Hugo Claus (1929-2008) en komt uit de bundel ‘Gedichten 1948-1963’.

Het tweede gedicht ‘Assepoes’ is van Lut de Block (1952) en komt uit de bundel ‘Entre deux mers’ uit 1997.

.

Een kwade man

.

Zo zwart is geen huis
Dat ik er niet in kan wonen
Mijn handen niet langs de muren kan strekken

.
Zo wit is geen morgen
Dat ik er niet in ontwaak
Als in een bed

.
Zo waak en woon ik in dit huis
Dat tussen nacht en morgen staat

.
En wandel op zenuwvelden
En tast met mijn 10 vingernagels
In elk gelaten lijf dat nadert

.
Terwijl ik kuise woorden zeg als:
Regen en wind appel en brood
Dik en donker bloed der vrouwen

.

Assepoes

.

Je zussen sneden hiel of tenen af
en werden even bruid. De buit was jij.
Jouw zwanenzang, jouw preuts gespin,
jouw dansen op het ijs van middernacht,
had je van een sprookje meer verwacht?

.
Je bent een blinde op een uitkijktoren,
je baadt in weelde, paart in kikkerdril.
Vergeet wat je zo graag vergeten wil:
het glazen muiltje en de vlekken van
verschoten bloed. Het nabeeld van

.
een achterhaalde droom:
de prins die nooit komen zal,
de kikker nodeloos gekust.

.

St. Patrick’s day

Ierse ansichtkaarten

.

St. Patrick’s Day (of zoals de Ieren zeggen Lá Fhéile Pádraig) is de nationale feestdag van Ierland, Noord-Ierland, Montserrat en de Canadese provincie Newfoundland en Labrador. De feestdag valt op 17 maart, waarbij men de beschermheilige van het land, Saint Patrick, herdenkt. Overal in Ierland wordt dit uitbundig gevierd met activiteiten, openluchtconcerten, kermis, een grote optocht en vuurwerk bij de rivier de Liffey in Dublin. Groen is de kleur die met het festival wordt geassocieerd. Feestgangers dragen meestal groene kleding en hoedjes.

Een andere traditie is het versturen van St. Patrickdays ansichtkaarten. Op deze kaarten staan vaak wensen maar er zijn er ook met gedichten. Over de shamrock,  het Ierse nationale symbool. De shamrock is een jonge, nog witte, klaverplant met drie blaadjes. Maar ook de Leprechauns (een soort Ierse kabouter) komt vaak in de gedichten voor. Zoals in het onderstaande voorbeeld.

.

The Leprechauns are marching

.

The Leprechauns are marching,
They’re marching down the hall,
They’re marching on the ceiling,
They’re marching on the wall.
They’re marching two by two,
And now it’s four by four,
You say you still can’t see them?
Move back! Here come some more!
The leprechauns are marching,
I think it’s three by three.
Just close your eyes and try now
To visualize with me.
Their merry little feet
Will never miss a beat.
They’re very tricky fellows.
Look out! They’re under the sheet!

.

Opstel

Jan Hanlo

.

Vroeger op school was ik goed in het schrijven van opstellen en ik vermoed dat veel dichters het schrijven van een opstel als geen enkele moeite zagen. Met een beetje fantasie en taalgevoel kom je een heel eind. Toen ik in de ‘Verzamelde gedichten’ van Jan Hanlo (1912-1969) het gedicht ‘Opstel’ las moest ik daaraan denken.

In het gedicht ‘Opstel’ vertelt Hanlo over de liefde. Een opstel over de liefde. Over hoe moeilijk de liefde is en hoewel hij in de eerste zin ‘ons wijze raad wil geven over de liefde’ komt hij hierin niet ver. Het blijft bij wat oppervlakkige observaties in de tweede strofe en zelfs daarvan kun je moeilijk zeggen dat ze wijze raad zijn.

Als opstel over de liefde is het dus geen geweldig voorbeeld. Maar misschien wilde Hanlo wel met dit gedicht laten zien hoe veel opstellen zijn. Om te eindige met de constatering dat ‘we’ aangetast zijn of van te voren al niet geschikt voor de liefde. Waarmee hij ons niet zozeer een wijze raad geeft (al kun je daarover van mening verschillen) als wel onze verwachtingen over de liefde in ons leven meer realiteitszin geeft. Hoe dan ook een bijzonder gedicht.

Op de website van Laurens Jz. Coster lees ik bij dit gedicht een uitspraak van Jan Hanlo die de zaak er zeker niet helderder op maakt:

“Poëzie en boeken, het is allemaal papier en in elk geval geen soep en geen kussen, geen zwerftochten. Je poetischer, je wahrer, heeft Friedrich von Schlegel gezegd. Dat vind ik wel mooi uitgedrukt, een zeer loffelijk streven om zo de poëzie op te vatten. De realisten zeggen: Je wahrer je poetischer. Ik vergeet altijd wat het nu eigenlijk betekent.”

.

Opstel

.

Ik zou U een wijze raad geven over de liefde,
lezer,
en een betere inlichting over dat waarvan
wij zoveel verwachten,
als ik er zelf meer van wist

.

Liefde is kussen geven
en kussen krijgen
Maar als het niet gelukkig maakt,
dan is het vergeefse moeite

.

En liefde voor geld
vlot moeizaam

.

Moeizaam komen sommigen aan hun eind
en veel geluk hebben zij niet gekend, zo lijkt het wel
In minuten van verbeelding en ander ongeduld
hebben zij het vlug verbruikt,
werkelijkheden verdisconterend
waaraan ze blijkbaar wanhoopten,
aangetast,
of van te voren al
niet geschikt

.

De bomen

Philip Larkin

.

In juni 1967 schreef dichter Philip Larkin (1922-1985) het gedicht ‘The Trees’.  In wezen is dit gedicht een ‘observatiegedicht’ met een soort volksfilosofie erachter, waarbij de dichter zich scherp bewust is van de ingrijpende veranderingen die gaande zijn en deze in verband brengt met de menselijke sterfelijkheid. Met verhoogde gevoeligheid voor de natuurlijke wereld in de lente, komt ook de empathie van de dichter door.

Zo beschrijft Larkin de behoefte aan het begrijpen en in context plaatsen van de processen, die diep in de boom aan het werk zijn. Dit voegt een zweem van mysterie toe aan het gedicht, essentieel voor de werking en het begrip van het gedicht. Tegelijkertijd is dit een gedicht over de dood.

Het gedicht ‘The Trees’ is één van Larkin meest gelezen en gewaardeerde gedichten in het Verenigd Koninkrijk en verscheen 7 jaar nadat het geschreven werd in de bundel ‘High Windows’.

.

The Trees

.
The trees are coming into leaf
Like something almost being said;
The recent buds relax and spread,
Their greenness is a kind of grief.
.
Is it that they are born again
And we grow old? No, they die too,
Their yearly trick of looking new
Is written down in rings of grain.
.
Yet still the unresting castles thresh
In fullgrown thickness every May.
Last year is dead, they seem to say,
Begin afresh, afresh, afresh.

.

De Titanic

Thomas Hardy

.

Afgelopen week zag ik een nieuwsbericht waarin was te zien ( het waren video-opnamen) hoe de Titanic na 110 jaar ( de Titanic zonk in de nacht van 14 op 15 april van 1912 in de Noord Atlantische oceaan, zo’n 660 kilometer ten zuiden van Newfoundland in Canada) er nu bij ligt op de bodem van de oceaan op 3810 meter onder het wateroppervlakte.

Een team van OceanGate Expeditions maakte video-opnamen van 8K die heel scherp laten zien ( tot in detail) hoe het schip er na al die jaren bij ligt. De bedoeling is dit elk jaar te doen om te zien hoe het schip erodeert en om de veranderingen vast te kunnen leggen.

De Engelse dichter Thomas Hardy (1840-1928) schreef ‘The Convergence of the Twain’, met als ondertitel ‘Lines on the loss of the Titanic’ in 1912. Hij schreef het voor het Titanic Disaster Fund. De Titanic, een luxueus schip waarvan men dacht dat het onzinkbaar was, kwam bij haar eerste vaart in aanvaring met een ijsberg en zonk op 15 april 1912, waarbij meer dan 1500 mensen omkwamen. Hardy’s gedicht is een huiveringwekkende verslag van menselijke ijdelheid en machteloosheid tegenover de onverschillige, vernietigende krachten van de natuur.

.

The Convergence of the Twain

.

Lines on the loss of the “Titanic”)

 

I
            In a solitude of the sea
            Deep from human vanity,
And the Pride of Life that planned her, stilly couches she.
II
            Steel chambers, late the pyres
            Of her salamandrine fires,
Cold currents thrid, and turn to rhythmic tidal lyres.
III
            Over the mirrors meant
            To glass the opulent
The sea-worm crawls — grotesque, slimed, dumb, indifferent.
IV
            Jewels in joy designed
            To ravish the sensuous mind
Lie lightless, all their sparkles bleared and black and blind.
V
            Dim moon-eyed fishes near
            Gaze at the gilded gear
And query: “What does this vaingloriousness down here?” …
VI
            Well: while was fashioning
            This creature of cleaving wing,
The Immanent Will that stirs and urges everything
VII
            Prepared a sinister mate
            For her — so gaily great —
A Shape of Ice, for the time far and dissociate.
VIII
            And as the smart ship grew
            In stature, grace, and hue,
In shadowy silent distance grew the Iceberg too.
IX
            Alien they seemed to be;
            No mortal eye could see
The intimate welding of their later history,
X
            Or sign that they were bent
            By paths coincident
On being anon twin halves of one august event,
XI
            Till the Spinner of the Years
            Said “Now!” And each one hears,
And consummation comes, and jars two hemispheres.
.

Pers

Anna de Noailles

.

In Le Havre was ik in een vrij grote boekwinkel en daar hadden ze maar liefst twee boekenkasten vol poëzie. Opvallend veel bundels van oude dode dichters stonden er in de kast, Rimbaud, Baudelaire, Verlaine maar ook veel oude dode vertaalde dichters als Goethe en Shakespeare. Alsof er geen moderne Franse poëzie zou bestaan. gelukkig was er naast al dat klassieke werk ook moderne poëzie te vinden maar de nadruk lag toch op de klassiekers.

In een bundeltje ‘100 poèmes pour les amoureux des chats’ las ik een gedicht van Anna de Noailles (1876-1933) opnieuw een oude dode dichter. Deze Franse schrijfster en dichter werd geboren als Anna Élisabeth Bibesco prinses de Brancovan en werd door haar huwelijk comtesse de Noailles. Ze was als salonhoudster een bekende verschijning in de Parijse beau monde van het fin de siècle.

Haar salon was lange tijd uitermate populair bij de culturele en artistieke elite uit haar tijd en werd bezocht werd door vooraanstaande tijdgenoten als Sarah Bernhardt, Paul Claudel, Colette, André Gide, Paul Valéry, Jean Cocteau en Marcel Proust, met welke laatste ze ook nauw bevriend was. Diverse kunstschilders vereeuwigden Anna op doek, waaronder Antonio de la Gandara, Kees van Dongen, Jacques-Émile Blanche en Philip de Laszlo. Beeldhouwer Auguste Rodin maakte een buste van haar, waarvan het kleimodel zich momenteel bevindt in het Musée Rodin te Parijs en de afgewerkte versie in het Metropolitan Museum of Art te New York.

Anna de Noailles kreeg in 1910 de literatuurprijs van de Académie Française en werd in 1921 opgenomen in het Franse Legioen van Eer. Ze debuteerde in 1901 met haar dichtbundel ‘Le Cœur innombrable’, waarin ze de aanbidding van de natuur centraal stelt, welke ze zag als een onuitputtelijke bron van genot. Haar levensfilosofie was gebaseerd op een zinnelijk hedonisme: ze geeft zich volledig over aan haar hartstochten, slechts getemperd door het besef dat de jeugd niet eeuwig duurt en de dood onvermijdelijk is. Met haar eerste bundel werd Noailles op grond van haar breedvoerige beeldspraak en ritmische strofen wel beschouwd als de laatste Franse dichteres van de romantiek.

Van deze grote dame is dus een klein gedicht over een poes opgenomen in het bundeltje. Het gedicht ‘Chatte persane’ verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Derniers Vers et poèmes d’enfance’ uit 1934. De vertaling is van mij.

.

Perzische kat

.

De slaapkamer, waar de eentonige zomer

het goud van zijn heerlijkheid beperkt,

in een bries warme rillingen

graaft de Argentijnse schrikgodin naar

de kat met de duivelse ogen, die

sluw en lang, komt drinken uit

de vaas met anemonen.

.

Wie de geest krijgt

Jacobus Bos

.

Jacobus Bos (1943) debuteerde in 1969 met een verhalenbundel en ontving in 1974 de Anna Blamanprijs voor ‘De dagelijkse geest’. Zijn poëziedebuut ‘Mijn blauwe evenbeeld’ uit 1987 werd genomineerd voor de eerste C. Buddingh’-prijs. Sinds Wie vliegt die vliegt (2002) publiceert hij zijn poëzie bij Wereldbibliotheek. In juni van 2022 verschijnt van deze dichter, waarvan op Meander werd geschreven dat zijn oeuvre grotendeels, ten onrechte, is genegeerd de bundel ‘Wie de geest krijgt’. Een bundel gedichten over een zoon en zijn vader, die draait om leven en dood.
Uit deze bundel komt het gedicht ‘Alsof hij een verzinsel is’ .

.

Alsof hij een verzinsel is

.

Hij ziet de vader als een walvis in de

diepte.

Onvoorstelbaar hoe lang hij onder water

kan blijven.

Hoewel hij geen meter van zijn plaats

komt.

Recht tegen een blinde storm in.

Alsof het toeval hen samen heeft gebracht.

Alsof hij door een Luik het verkeerde huis

is ingegaan.

Hij binnen en zijn vader blok verbazing

buiten.

Soms biedt zelfs wanhoop geen redding

Als zij op blote voeten voor de waterval

staan

die een sprankelend gordijn is van ijs.

Zijn vader veegt een lok haar uit zijn

ogen

en doet hetzelfde bij het haar van zijn zoon.

Hij vraagt zijn vader hoe het is om dood

te zijn.

Zijn vader kijkt hem lang en zwijgend aan.

.

 

 

Reiger

Remco Ekkers

.

Vakantie kun je natuurlijk op vele manieren hebben. De een gaat twee weken all-in naar een resort aan een Turkse kust, de ander bij een biologische boer kamperen en de derde spendeert zijn tijd aan het zitten aan de waterkant, met een hengel en een visserstentje. Die laatste zal waarschijnlijk weleens worden bezocht door een reiger, op zoek naar een makkelijk hapje. Remco Ekkers (1941-2021) schreef het gedicht ‘Reiger’ in zijn bundel ‘Praten met een reiger’ uit 1986.

.

Reiger

.

Met die reiger aan de waterkant

zou ik wel een praatje willen maken

naast hem hurken en vragen:

‘Nog wat kikkers gevangen?’

.

Samen kijken over het water en

als hij een beetje vertrouwd raakt

wil ik met mijn hand zachtjes

glijden langs zijn hals.

.

Hem eens lekker pakken

in zijn verenjas en later

de spitse snavel gevaarlijk

laten rusten tegen mijn wang.

.