Auteursarchief: woutervanheiningen

Rijden onder invloed

Driving Under Influence

.

Op de website van http://www.nobac.org/ (waar bac staat voor blood-alcohol-content) is een pagina geheel en al gewijd aan gedichten over het rijden onder invloed van alcohol: DUI (driving Under Influence). Deze website is er gekomen ala een blijvende herdenking aan de 14 jarige Mark Andrew Engle, die door een dronken pickup bestuurder werd doodgereden.

Door gedichten te plaatsen proberen de beheerders van de website gemeenschappen in de Verenigde Staten structureel te wijzen op de gevaren van het rijden onder invloed. Op de website staan al bijna 50 gedichten over dit onderwerp. Veel zijn als gedicht niet veel meer dan een wanhoopskreet over een verloren geliefde of familielid, een enkeling tilt het hierboven uit zoals Tiffany J. L. Alfonzo in het gedicht ‘The black stars on the streets’.

.

The black stars on the streets

Stars stud the Colombian streets,
Not to mark celebrity whereabouts,
Not to mark the places where dignitaries stood,
Not for fame or fortune.

The stars lie dully on concrete canals,
No luminous twinkle illuminate long nights,
Nights so warm but with deathly chills,
Nights as dark as the stars on the streets.

Four-pointed stars dot the streets,
Black stylized crosses mourn murderous deaths,
Gilded with mutely glittering gold,
Marking many an abridged young life.

They show through headlights without dazzle,
In the stormiest of nights they weep,
Through their four-pointed veils
They wail out the words, this person died here.

Stars in the sky pompously twinkle,
Glowing over the city as signs of life and popularity,
But the stars on the street are fallen stars,
The stars all die once their people die on the pavement.

Through the headlights of those willing
To merrily drink the alcoholic chalices of vices,
They warn the drivers with their four mournful, sad points
Beseeching them for attention and vigilance.

Before claiming the vices of libations,
Remember the mournful stars on the streets,
Ride with the driver free of alcoholic vices
So that anyone will not be painted in black and gilded in gold.

.

ddd

Voordracht

September

..,.

Het seizoen is duidelijk weer begonnen. Hoewel de temperaturen nog hoog zomers aan doen beginnen de activiteiten op poëzie gebied alweer. Afgelopen dinsdag een lezing gegeven over poëzie aan de Probus in Portugaal en op zaterdag 24 september ga ik voordragen bij de Reizende dichters in Sommelsdijk. http://oogo.cultuurpleingo.nl/literair-cafe-op-24-september/

Op zondag 25 september is het dan de beurt aan collegadichters bij het poëziepodium van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com/

In Maassluis ben ik door het museum benaderd om een gedicht over kerstmis te schrijven bij hun kersttentoonstelling van dit jaar. Wonderwel met deze temperaturen is dat gelukt, in sonnetvorm nog wel. Dit gedicht zal ik t.z.t. hier delen. Voor nu een gedicht uit mijn eerste bundel ‘Zichtbaar alleen’ uit 2008 getiteld ‘Engelendraden’.

.

Engelendraden

.

In een hoek

in het goud van de zon

ligt het stof van jaren her

.

Fijne draden

lichten op in zilver

en vlechten een web

van onzichtbaar leven

.

Het symbool van geloof

vanuit een hemel gezonden

standvastig, om de toekomst

te trotseren in vertrouwen

.

engelendraden_1

Foto: Ruben Philipsen; Basilique Notre Dame de Beaune, Beaune, departement Côte d’Or, Bourgondië, Frankrijk 2001

 

Triomf, triomf!

Hendrik Tollens

.

Hendrik Tollens (1780 – 1856) was de eerste echte dichter des vaderlands. Hij was er bij toen het moderne Nederland ontstond en hij dichtte erover. Tollens kreeg dan ook twee standbeelden: één in Rotterdam, waar hij in 1780 werd geboren, en één in Rijswijk, waar hij stierf in 1856. Toen hij jong was, maakte hij vertalingen en schreef hij herderszangen met overdadige sentimenten en een erotisch tintje, en ook strijdliederen voor opstandelingen.

En met name dat laatste werd niet altijd meteen herkend. In een interessant stuk van Machiel Jansen over het boek van Lotte Jensen met de titel ´Verzet tegen Napoleon´ op http://www.literairnederland.nl/verzet-tegen-napoleon-lotte-jensen/ blijkt dat Lotte Jensen in haar boek een gedicht van Tollens heel anders interpreteert dan bijvoorbeeld Komrij.

Gerrit Komrij gaf de dichter Tollens er nog van langs en vond dat zijn ’ lofdicht op de nieuwe tand van zijn zoon´ een ‘schoolvoorbeeld van slechte poëzie’ was. In haar boek komt Jensen met een heel andere kijk op dit gedicht voor de dag en weet overtuigend aan te tonen dat de tand hier als wapen wordt gebruikt. Het verzet tegen Napoleon blijkt een tand te hebben. Als je in dat licht de 5e en 6e strofe leest begrijp je hoe Tollens dit gedicht waarschijnlijk bedoeld heeft.

Oordeel zelf zou ik zeggen.

.

Op de eerste tand van mijn jongstgeboren zoontje

Triomf, triomf! Hef aan, mijn luit,
Want moeder zegt: de tand is uit!
Laat dreunen nu de wanden!
Eerst gaf Gods gunst het lieve wicht
De adem en het levenslicht,
Nu geeft zij ’t wichtje tanden.

Tromf, triomf! God dank er voor,
Want moeder zegt: de tand is door!
Nu lof en lied verheven!
Geluk nu, kind, met spel en zang!
Besteed het wel, bewaar het lang,
Wat u Gods gunst wil geven.

Bewaar het lang, besteed het wel:
Een goed gebruik is Gods bevel:
Laat u dat voorschrift leiden;
Hou, u ten nut en Hem ten dank,
De tandjes rein en ’t zieltje blank;
Zo knagen geen van beiden.

Groei op, groei op! Word groot en goed;
Win treflijk aan in kracht en moed
Om lot en leed te tergen;
En, wie u ’t eerloos hoofd moog’ biên,
Laat, jongen, laat uw tanden zien,
Waar eer en plicht het vergen.

Groei op, word braaf, bekroon zijn doel:
Laat vroeg uw ziel van diep gevoel
Voor recht en waarheid branden!
Belach der bozen wrok en wraak,
En neem altoos der braven zaak
Manmoedig op uw tanden.

Groei op, word vroom, word rijk aan deugd!
Laat nooit mijn oog, dat weent van vreugd,
Om u van weemoed krijten;
En geve u God tot aan de dood
Een eerlijk stukje daaglijks brood,
Waarop uw tandjes bijten!

.

tollens

Foto: A. Kramer, met dank aan http://www.gedichten.nl en http://www.literairnederland.nl

Stroomopwaarts

Gedichten op vreemde plekken

.

Poëzie is overal, ik roep het al jaren en elke keer weer blijkt dat het ook zo is. Zo had ik vorige week een afspraak bij Stroomopwaarts in de stad waar ik werk en daar, in een kantoor, kwam ik de onderstaande banner tegen. Prominent opgehangen aan de muur.

Het gedicht ‘En Boem’ van M. Huisman. De schrijver kwam door een ongeval in een rolstoel terecht en schreef daar dit gedicht over. Met toestemming van de directeur heb ik een foto genomen van dit gedicht en nu dus hier te lezen.

.

gedicht-op-banner

Interieur

Onmogelijk geluk

.

Het gedicht ‘Interieur’ van de dichter van de maand september, Jean Pierre Rawie, komt dit keer uit de bundel ‘Onmogelijk geluk’ uit 1992.

.

Interieur

.

In dit met boeken volgestouwd vertrek

heb ik steeds minder anderen van node,

met al mijn aan de dood ontstegen doden

iedere nacht stilzwijgend in gesprek.

.

Bij wie is wat ik liefheb nog in trek?

Het meeste is al eeuwen uit de mode.

Van wat ik deed, uit nood of om den brode,

rest enkel de grandeur van het echec.

.

Maar ook al bood het leven nog zoveel

waar ik mijn tanden op heb stuk gebeten,

één regel, en de wereld raakt vergeten,

.

één rijm, en het verscheurd heelal wordt heel:

alleen achter mijn schrijftafel gezeten

heb ik opnieuw aan heel de schepping deel.

.

jpr

Droef het zwieren; een recensie

Niels Landstra

.

Al eerder schreef ik een recensie over een dichtbundel van Niels Landstra (1966), dichter uit Breda. Toen over zijn bundel ‘Nader en onverklaard’. Inmiddels staat Niels aan de vooravond van de publicatie van zijn 4e bundel met als titel ‘Droef het zwieren’ bij uitgeverij Oorsprong.

Ik kreeg deze bundel te lezen voordat hij publiekelijk het licht ziet (zoals bij zijn voordracht op 25 september op het podium van Ongehoord! in Rotterdam, zie hiervoor onder de categorie Ongehoord!) met de vraag of ik er een recensie over wilde schrijven.

Nu was zijn vorige bundel mij bijzonder bevallen dus ik heb hier graag in toegestemd. De nieuwe bundel bevat 32 gedichten en deze zijn geschreven in een zware periode in zijn leven. En dat is in de gedichten, de titels van de gedichten en in de hele sfeer van de bundel te herkennen. Dat zou kunnen betekenen dat het een zware bevalling is om de bundel te lezen maar dat is geenzins het geval.

De taal van Niels Landstra laat zich niet één, twee, drie kennen, je moet zijn taal, zijn zinnen zorgvuldig lezen. Zijn woordkeus, zinsopbouw en poëtische kracht is verrassend en creatief. Ondanks het leed, de beslommeringen en het verdriet in de onderwerpen van de gedichten valt er veel te genieten. Een enkele keer heb ik de zinnen hardop moeten lezen wat mij hielp bij het begrip van de teksten. Soms ook valt Niels in de val van wat ik het gebruik van ‘grote woorden’ noem. Zo komen bijvoorbeeld woorden als galgenmaal en hongernood in het gedicht ‘Voedselbank’ mij wat hoogdravend over.

Toch schaadt dat op geen enkele manier de intentie van de dichter of het gedicht. Tussen de vaak schrijnende gedichten komt de ‘oude vertrouwde romantische’ Niels om de hoek zoals in een gedicht als ‘Bloemenzee’.

In de bundel graaft Niels in zijn ziel (of doet aan soul searching wat eigenlijk een betere omschrijving is) alsof het schrijven van deze gedichten therapeutisch was (wat misschien ook wel zo is), zonder overigens meelijwekkend of zieleknijperig te worden.

De bundel eindigt hoopvol met het gedicht ‘Laatste werkdag’ waarin de slotzinnen zijn:

In de stad zijn nog wereldwijs / de zwervers, die geenzins dralen / zij hebben elke dag een laatste werkdag.

Ik heb uit deze bijzondere bundel gekozen voor het gedicht ‘De kapeltuin’.

.

De Kapeltuin

.

Op het ruisen dat zwiert door de populieren

in bronzen mozaïeken van licht, deinen

zonnebloemen reikhalzend mee als betoverd

door een lofzang die zich over hen ontfermt

.

en de harten roerde van Spanjaarden, Fransen

en de verloren mof. In de hof glanzen

vleugeltjes van insecten bij de waterpomp

warrelen koolwitjes in stille triomf

.

om de goudsbloemen die door hun bladerkronen

gedragen soezen in de schemer, een pastel

van rood en koper dat doopt de percelen

van H.H. Maria/Dymphna’s en haar kapel

.

in het slotstuk van de nacht. Een oplaaiend

houtvuur warmt groentesoep en schildert een fietsje

oranje, bergt de kleine eigenaresse

een bloem uit de tuin in haar slapende hand.

.

nielslandstra

Erotiek in poëzie

Dana Hokke

.

In 2000 schreef de Groene Amsterdammer over de toen 70 jarige ‘vergeten’ dichter Dana Hokke (alias van Dana Constandse). Deze dichter publiceerde in 1982 de bundel ‘Gebroken wit’ maar in de jaren daarna was slechts sporadisch nieuw werk van haar te lezen. Gedichten verschenen in Hollands Maandblad, Lust & Gratie, Maatstaf en in de poëziekalender van Meulenhoff maar ook in het Vlaamse Gierik en het besloten Tijdschrift Ons Kent Ons (TOKO).

Het hele artikel kun je hier lezen https://www.groene.nl/artikel/wie-schrijft-die-blijft-4

Uit haar bundel een erotisch gedicht getiteld ‘Vergelijking’.

.

Vergelijking

.

Het paren van nijlpaarden

is minstens zo subtiel

als onze logge bezigheid

in bed. Ook hier

stroomt Gods water echter

opgewekt over de akkers

of onbekommerd de delta in

al naar gelang het

zo uitkomt.

.

nijlpaarden

 

Als je een meisje bent

Maartje Smits

.

Eind 2015 verscheen bij uitgeverij De Harmonie de poëziebundel ‘Als je een meisje bent’ van Maartje Smits. Maartje Smits studeerde Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie, waar zij nu lesgeeft naast haar werk als freelance schrijver. Haar uiteenlopende werk werd in vele tijdschriften gepubliceerd. Dit jaar was ze een van de deelnemende dichters van de Poëziebustoer.

Als je een meisje bent gaat over opgroeien. “Je houdt het niet tegen. Maar Maartje Smits wilde het eigenlijk niet. In Als je een meisje bent probeert zij het volwassen worden te vangen door het schimmige gebied tussen kind en vrouw vast te leggen in beelden en bekentenissen. Maar de dichtbundel is tevens een gebruiksaanwijzing voor meisjes (m/v), alsook de definitieve omhelzing en tegelijkertijd het afscheid van het meisje”.

Uit deze bundel het gedicht ‘Via Via’.

.

Via Via

.

gister zag ik mijn moeder fietsen
in een stad waar wij allebei niet wonen
‘mam’
het duurde even voor ze mij herkende
ze was onderweg, sms’te ze, maar morgen

dus hier sta ik
onduidelijk of ze al geweest is
of nog moet komen

in mijn hoofd een rijtje vragen met mama erboven
mama de eerste
waarom lakschoenen ordinair zijn
ik zal kijken of ze nog steeds
van die pantykousjes draagt te geel
voor haar Hollandse kuiten
twee waarom kuikens je voeten volgen
drie wat ze bedoelde met ‘zie je nou, dat krijg je’
toen ik achteruitstapte
het piepte nog
vier over ongelukjes en
hoe lang je een ongelukje
dan blijft vijf waar ze naartoe ging, waar ze vandaan kwam
wat er gebeurt als een ei koud wordt
of ze naar huis gaat
en of ik mee mag

.

maartjesmits_small

als-je-een-meisje

De Pier

Mooie taal

.

In het alleraardigste boekje ‘Het lied van Den Haag’ zijn (bijna) alle liedjes die ooit bekend zijn geworden over Den Haag verzameld. Toen ik over de Pier aan het lezen was viel me bij het lied ‘de pier’ van Charles Heijnen uit 1915 op dat de taal die daarin gebruikt zo mooi en voornaam is. Poëtisch van klank en daarom uiterst geschikt om op te nemen onder de categorie poëzie in songteksten.

Uit de strofe uit het lied blijkt ook hoe voornaam de stad Den Haag en met name Scheveningen ooit was.

.

Op de pier in Scheveningen promeneert het blauwe bloed,

Sinds de banken en het windscherm is ’t leven er zoo zoet.

 

Jonkers voeren dweepgesprekjes met hun blik in ’t blauw verschiet,

Spreken af op knusse plekjes en de freule weigert niet.

 

Heel Den Haag ontmoet elkander, en ‘hm’…met ’n ander,

Vol beminnelijken zwier savoureeren ze een exquisiet pleizier.

.

het-lied-van-den-haag

pier

Catullus

Kleine vogel

.

Voor dat je gaat denken dat ik hier over katten ga schrijven (had zomaar gekund, er is veel poëzie bekend en beschikbaar over katten) of dat ik poëzie in het Latijn ga plaatsen; niets van dat al. Gaius Valerius Catullus (±84-54 v.Chr.) was de eerste grote Latijnse lyricus. Als een van de invloedrijkste dichters van de 1e eeuw voor Christus uit de Ciceroniaanse periode – Romeinse literatuur – schreef hij ongeveer 116 gedichten (totaal circa 2300 verzen (versregels)). Deze gedichten werden later gebundeld in de ‘Carmina Catulli’. Zijn stijl is gevarieerd en zijn werk bevat onder andere liefdesgedichten, spotgedichten en epische gedichten (epigrammen).

In ‘Het Grote Dieren Gedichten Boek’ dat in 2007 werd samengesteld door Guus Luijters en gepubliceerd bij uitgeverij Nieuw Amsterdam staan een aantal van de gedichten van Catullus in vertaling opgenomen. Zo ook het gedicht zonder titel hieronder.

.

Kleine vogel, speeltje van mijn lieveling,

jij, met wie ze zich vermaakt, jij, op haar schoot,

jij, naar wiens snavel ze haar vinger uitsteekt

om hem tot scherpe pikjes te prikkelen,

wanneer ze maar zin heeft, haar blik vonkend van

verlangen naar mij, in een lief spel met jou –

als tedere troost voor haar pijn, denk ik,

zodat de gloed van haar hartstocht tot rust komt –

kon ik toch maar met jou spelen zoals zij,

en het verdriet dat mijn hart drukt verlichten!

.

catullus

boek-18