Auteursarchief: woutervanheiningen
Het najaar begint goed
Ongehoord! september podium
.
Na een lange welverdiende vakantie gaat stichting Ongehoord! op zondag 25 september weer van start met een dichterspodium in de centrale bibliotheek van Rotterdam (4e etage, auditorium). De vakantieperiode hebben de bestuursleden van Ongehoord! benut om de inzendingen van de 5e Ongehoord! gedichtenwedstrijd te beoordelen en om zodanig van de bijna 170 inzendingen een shortlist te maken voor de jury om te beoordelen. Hierover zal in de loop van de maand meer bekend worden gemaakt.
Maar dus eerst weer een podium. Op 25 september (aanvang 14.00) hebben al een vijftal dichters toegestemd om hun poëzie te komen voordragen. Dit zijn:
- Gerard Scharn (winnaar Ongehoord! gedichtenwedstrijd 2014)
- Stokely Dichtman (o.a. lid van het collectief Wakkerlicht)
- Niels Landstra (dichter uit Breda, publiceert binnenkort zijn nieuwe bundel ‘Droef het zwieren)
- Jaap van Oostrum (stadsdichter van Maassluis en light verse dichter)
- Martin Wijtgaard (neopostromatisch dichter en dit jaar deelnemer van de Poëziebus)
Meer informatie op de website http://www.stichtingongehoord.com
We zijn nog op zoek naar een muzikant en een prozaschrijver dus hou de websites in de gaten. Toegang op 25 september is als altijd gratis.
.
Dichter van de maand September
Jean Pierre Rawie
.
Als dichter van de maand september heb ik gekozen voor Jean Pierre Rawie (1951). In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw verkocht hij oplagen van dichtbundels waar romanschrijvers jaloers op zouden zijn. Dit was een zeer vruchtbare schrijfperiode voor hem. Uit deze tijd stamt ook de bundel ‘Intensive care’ waaruit het gedicht van vandaag komt (1982).
Rawie is een geboren Scheveninger (en als inwoner van stadsdeel Scheveningen heb je bij mij dan toch een streepje voor) maar groeide op in Groningen. Rawie is door twee dingen bekend; door zijn flamboyante levensstijl en zijn dandyachtige uiterlijk en door zijn werk dat in vaste versvormen is geschreven (sonnetten, rondelen). Ook het gedicht ‘No second Troy’ is hier een mooi voorbeeld van, in dit geval een sonnet.
De komende weken op zondag dus gedichten van deze dichter als dichter van de maand.
No Second Troy
Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen,
en die door drank en heroïne
onder mijn ogen werd verpest.
Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit clandestiene
sonnetje van ons tweeën rest.
Zo’n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.
Wat zijn dat toch voor waanideeën,
Dat je, verdomd, in een gedicht
‘de dingen van je af kunt schrijven’?
.
Eddy van Vliet
Vlaams dichter
Eduard Léon Juliaan (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.
Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.
De thematiek van zijn poëzie is gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.
.
Op de iden van maart
de dag dat Julius Ceasar werd geveld
zoals ik geleerd had
en toen nog dacht dat alles te leren viel
stierf zij
.
Zo ze dan toch moet verdwijnen
bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis
dan op de dag dat een keizer werd vermoord
zoals voorspeld in de vlucht der eenden
zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links
afrukkend en geil van verdriet
.
En na de koffie met ooms en tantes
nooit gezien en stervensgereed
de hoon van de vrienden
om mijn tekens van rouw.
.
Uit mijn boekenkast
Crowdsurfen op laag water
.
Daniël Vis publiceerde in 2014 de bundel ‘Crowdsurfen op laag water’. Ik heb hier al eens aandacht aan besteed (29 januari 2014) maar omdat dit toch een bundel is die er voor mij uitspringt pakte ik hem uit mijn boekenkast en al lezend vond ik dat ik een gedicht van hem uit de bundel met jullie wilde delen.
Het is ‘Friedrichs ontstopper’ geworden, van zo’n titel wordt je vanzelf nieuwsgierig.
.
Friedrichs ontstopper
.
voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.
soms kroop hij ’s nachts uit bed
en schoof het gordijn open.
.
er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen
en hij heeft om dingen gevraagd.
.
van de pepernoten begreep hij ook niet
hoe ze in zijn schoenen kwamen.
.
maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.
en toen hij 13 was verzoop een schaap
in de sloot, achter.
.
je kan niet over water lopen.
.
in de cartoons hangen ze even stil in de lucht
voordat ze vallen,
.
er verandert iets in hun ogen.
.
hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,
dat het iets oplost daarbinnen.
.
‘doe je mond maar open,’ zeg ik.
‘als het prikt, werkt het.’
‘het botst toch op niks,’ zegt hij.
‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’
.
hij houdt zijn hand op z’n middenrif.
.
23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.
.
hij zegt:
.
‘als jezus terug op aarde komt
is dat als mannenmodel
voor h&m.’
.
Nieuwe vrouwelijke dichters
Anne Rouse
.
In één van de vele charity shops die je overal vindt in Engelse steden kocht ik de bijzonder fraaie bundel ‘New Women Poets’ uit 1990. Samengesteld door Carol Rumens. In deze bundel staan maar liefst 25 vrouwelijke dichters uit Ierland, Wales, Schotland, Nieuw Zeeland, Zuid Afrika, Oostenrijk, Iran, Engeland en Amerika. Zij zijn door Rumens gekozen, niet om hun nationaliteit maar om hun frisse geluid en landstaal. Er zitten dichters tussen die in vaste vormen dichten en anderen laten zich juist meer leiden door alledaagse- en ongestructureerde taal.
Mijn keuze voor vandaag viel op een gedicht van Anne Rouse. Geboren in 1954 in Washington studeerde zij in Londen waar ze nu ook woont. Ze werkte als (psychiatrisch) verpleegkundige en is nu alweer jaren zelfstandig schrijver. Ze wordt door de International Poetry Society omschreven als een intelligent en vakkundig dichter. Haar gedichten werden onder andere gepubliceerd in The Guardian, The Observer, The Independent en the Times Literary Supplement.
Toen in 1990 dit boek werd gepubliceerd was Rouse vooral bekend van gedichten van haar hand die in magazines waren gepubliceerd. Vanaf 1993 verschenen er ook een aantal dichtbundels van haar. Uit de bundel ‘New Women Poets’ heb ik gekozen voor het gedicht Virginian Arcady’.
.
Virginian Arcady
.
My muse came up from the creek,
taller than a man
in the speckled shade
where crayfish imitate tiny stones
and the brisk water plays.
.
Reckon it was my muse,
being so ringlety and fair
with a child’s eye.
In her head-dress bitter, living grapes
nest on the wild vine.
.
We strolled the bog paths
from the lower fields,
apart by armlength.
She talked low, reproachful, pretty:
said I don’t lover her enough.
.
Werkboek
Jana Beranová
.
Het overkomt me soms dat ik zeker weet dat ik een dichtbundel in bezit heb maar dat ik hem nergens kan vinden. Nu is dat met dichtbundels niet zo heel vreemd, het zijn meestal niet de dikste boeken in mijn boekenkast maar het zijn er wel veel.
In het volgende geval was er echter iets anders aan de hand. Het ‘Werkboek, bloemlezing 1983 – 2010’ van Jana Beranová is helemaal geen dun bundeltje. Het is een stevig verzamelwerk van bijna 300 bladzijden. Des te vreemder dat ik het nergens kon vinden.
Nu staan mijn dichtbundels niet allemaal bij elkaar in één kast. Dat is niet heel handig maar in de jaren zo gegroeid. Ik heb het vaste voornemen dit ooit nog te gaan veranderen en een kast speciaal alleen voor poëzie te bestemmen. Desalniettemin kon ik haar Werkboek maar niet terug vinden en ik wist zeker dat ik hem in 2011 van haar gekocht had, ze had er zelfs een opdracht voor mijn dochters ingeschreven.
Afgelopen vond ik het tot mijn grote opluchting terug. Het was tussen mijn romans komen te staan. Daarom en omdat ze zulke prachtige gedichten schrijft hier twee gedichten uit deze bloemlezing; ‘Volmaakt’ en ‘Blinde liefde’.
.
Volmaakt
.
In vers gras vrijen
om later veel later
in de dood nog even
na te geuren
als hooi
.
.
Blinde liefde
.
Ze houden elkaar vast
strompelend naar de finish
.
arm in arm
de plooien gladstrijkend
van hun omslag
.
stekeblind
de vingers gestrengeld
om hun witte stok
.
wie wegvalt
heeft gewonnen
.
Jana draagt voor uit haar Werkboek tijdens de Poëziebustoer van 2016
Troep
Willem Jan Otten
.
Ik las een gedicht van Willem Jan Otten en moest onwillekeurig denken aan een dergelijke situatie bij mij thuis. Hoe vaak kom je geen stapel spullen tegen die je netjes hebt opgeruimd en waar je nooit meer naar omkijkt. Het is hetzelfde gevoel dat ik krijg als ik wel eens naar programma’s als American Pickers kijk op History Channel. De twee ‘pickers’ komen dan soms bij mensen die enorme schuren vol spullen hebben, vaak in dozen weggestopt maar ook bovenop elkaar gestapeld zonder enige orde. In veel gevallen weten deze mensen niet eens meer wat ze in de loop der jaren verzameld hebben.
Zelf probeer ik voorzichtig met steeds minder spullen te leven met als enige uitzondering dichtbundels. Daar kun je er nooit genoeg van hebben. Uit ‘Het keurslijf’ uit 1974 het gedicht ‘Het materiaal’.
.
Het materiaal
.
Ik bewoon een huis
vol ingepakt bezit.
.
De kisten onderop bedolven,
wat later kwam wanordelijk.
.
Van uitpakken geen sprake:
hier of daar bevestig ik
een label.
.
Deugniet
Rogi Wieg
.
Vandaag voor de laatste keer dichter van de maand augustus Rogi Wieg. In de maand september is Jean Pierre Rawie dichter van de maand. Ik heb vandaag gekozen voor het bijzondere gedicht van Rogi Wieg ‘Brief aan mijn dochter’ omdat ik daar wel iets in herken. Uit de bundel ‘De Kam’ uit 2007.
.
Brief aan mijn dochter
Er is altijd een thema en dat ben jij, deugniet,
simpel gezegd, niet cryptisch, niet met vergelijkingen,
of mystiek, niet met dichterlijke ingrepen, niet met
woorden die met elkaar spelen – spelende woorden
betekenen al iets ingewikkelds, het spijt me – jij bent
voor mij de mogelijkheid tot eenvoud die, in elk geval,
míj ontroert en mij doet werken op papier aan de liefde
van een vader die buiten zijn verzen wil gaan voor jou,
in een gewone brief aan mijn dochter. En elke brief aan jou
wil ik bewaren, korte brieven, zinnen die al het poëtische
ontkrachten en aantonen dat kunst soms waardeloos is. Niet
omdat de kwaliteit ontbreekt, maar om hele andere redenen.
Dit wilde ik je vanavond even zeggen, al ben ik alleen, deugniet.
.
Memopoezie.org
Poëzie op post-it blaadjes
.
Op 10 oktober 2012 schreef ik over een nieuw fenomeen; Memopoëzie. Naar aanleiding van een andere uiting van poëzie namelijk post-it poëzie wat eigenlijk min of meer hetzelfde is. Je schrijft een (kort) gedicht op een post-it velletje (maar dat mag ook een andere vorm van memo-papiertje zijn) en laat dat ergens achter als verrassing voor de lezer die dat gedicht tegen komt.
Jarenlang hing het voorbeeld dat ik schreef in de poëziehoek van mijn bibliotheek. Ik was hem al bijna vergeten totdat we afgelopen maand gingen herinrichten, toen kwam hij weer boven water.
Grappig genoeg werd ik deze week gewezen op het feit dat de website waar ik destijds over schreef een ander adres had gekregen (namelijk memopoezie.org). Ik heb daar nu een inlog van en het is zeer de moeite waard om een te kijken welke poëzie er al gedeeld is via memo-papiertjes.
Hier mijn gedichtje van destijds en een voorbeeld van de nieuwe website.
.
Moeilijk gesprek
Je laat je vragen
Voorafgaan door gezucht
Mijn antwoorden
Zijn te zwaar
Om je lucht te geven
Laat ons maar in stilte
Naar elkaar glimlachen
.
Dit voorbeeld van de website is van Zomervogel:
Langzaam knoopt de beul
de strop van Engelse en Franse


















