Categorie archief: Dichtbundels

Tegen het krakende hek

Rutger Kopland

.

In 1988, het jaar dat Rutger Kopland (1934 – 2012) de P.C. Hooftprijs ontvangt, publiceert uitgeverij van Oorschot zijn bundel ‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’.  Een groot gedeelte van de gedichten uit deze bundel is niet moeilijk te begrijpen. Vaak worden liefdesscènes beschreven op zeer romantische wijze, soms als onderdeel van de natuur (paarden, honden, bloemen). Het gedicht ‘Tegen het krakende hek’ is hiervan een goed voorbeeld.

.

Tegen het krakende hek

.

Zo stonden wij tegen het krakende hek,
zo buiten de wereld als paarden.

Het was weer aarde, gier en soir de
paris, een avond van waar en wanneer.

In mij kwamen vergeten regels omhoog,
zachte op nacht rijmende landerijen,

maar jij fluisterde: hier, hier is het
het fijnste, waar je nu bent, waar je nu

bent met je handen. Zo lagen we tegen
de aarde en tegen elkaar, terwijl het hek

kraakte tegen de opdringende paarden.

.

Wie_wat_vindt_he_4f8569a7b9656

Kopland

Uit 1 stuk

J. Bernlef

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Hoe wit kijkt een eskimo’ van J. Bernlef uit 1970. Uit deze bundel het gedicht ‘Uit 1 stuk’.

.

Uit 1 stuk

.

nadat hij de bank

had getimmerd

van ruw ongeverfd

hout

werkte hij de zwarte schroeven

weg met centen van hout

.

op één knie

zijn hoofd schuin

omhoog en

het gebaar van zijn hand:

.

hoe wit

Neeltje Maria Min

Twee zusjes

.

Lezend in de bundel ‘De gedichten’ van Neeltje Maria Min kwam ik een gedicht tegen over twee zusjes. Nu heb ik twee zusjes als dochters en ik zag meteen voor me wat Neeltje Maria Min bedoelde. Daarom dit gedicht ‘Twee zusjes zitten voor het raam’.

.

Twee zusjes zitten voor het raam.

Eén leest. De ander luistert.

Haar handje schuifelt door het haar.

Er is nog even samenhang

maar dan ontgaat haar het verhaal.

De duim blijft steken tussen mond en kin.

De oudste leidt met zachte dwang

haar zusje weer het sprookje in.

.

NMM

Dichtersomnibus, 12e Bloemlezing

Ida G.M. Gerhardt

.

In de jaren 60 van de vorige eeuw gaf Esso elk jaar een bloemlezing uit onder de titel Dichtersomnibus (ik schreef al eerder over deel 9) en gaf dit als nieuwjaarsgeschenk weg aan haar medewerkers (vermoed ik). Ik heb 6 exemplaren in mijn boekenkast en vandaag uit de 12e bloemlezing uit 1966 een gedicht van Ida G.M. Gerhardt. De gedichten in deze bloemlezing verschenen in het jaar 1964 en dit gedicht werd in het literaire tijdschrift Maatstaf gepubliceerd.

.

In de bergen

.

Achter de barre wand vandaan

verschijnt, een steengrauw stalactiet,

de ram. Hij daalt naar zijn gebied.

Haast raakt de vacht de voeten aan.

.

Oeroud, gelijkt hij een profeet:

Elia, in zijn vacht gekleed,

uit Tisbe over de Jordaan.

.

Asketisch, tot de strijd gereed.

.

Een die niet wijkt voor het geweld

maar nadert en de horens velt.

.

12e

Ida_Gerhardt_uitg.Kontrast

Serge van Duijnhoven

Een echtelijke slaapkamer

.

Serge van Duijnhoven (1970) is schrijver, dichter en historicus (dat laatste wist ik niet). Hij is de oprichter van het tijdschrift MillenniuM en de Stichting Kunstgroep Lage Landen. Daarnaast is hij frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet. Ik ken Serge vooral van het laatste, zo besprak ik zijn laatste werk (bundel en CD)  ‘Vuurproef ‘ in februari van vorig jaar. Wat schetste mijn verbazing toen ik een gedicht van zijn hand tegen kwam in de onvolprezen bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ met de nieuwsgierigmakende titel ‘Een echtelijke slaapkamer’.

.

Een echtelijke slaapkamer

.

Hij spoelde aan. Een vis

met rottende ingewanden

Soms deed hij hele dagen

niets dan zich ontlasten

of pogingen daartoe

.

de bloedkorstjes in het toilet

liet hij door zijn vrouw

verwijderen. Hij zag haar

gebukt op de toiletvloer

Hij wilde haar gebukt in bed

.

De kuit moet zwemmen

tot haar maag. Zij spartelde

happend naar adem. Na afloop

zonk hij neer tot hij

verbaasd de bodem raakte

.

Op een avond trof zijn vrouw

hem kruipend in de keuken

Zij sleepte hem naar boven

in de kamer waar zijn cellen

konden zwellen. Hij kreunde

.

richtte zich nog een keer

op, kwijlde op zijn knokkels

en doorboorde haar met een

gestrekte arm vol tot aan

zijn oksel. Zo werden zij

.

gevonden – man en vrouw

hun lichamen verwrongen

als wrakken die, onder

toeziend oog van de zoon

door een arts werden gedemonteerd

.

Serge-van-Duijnhoven-1343842815

Ik schrijf je neer

Hugo Claus

.

Dat een gedicht van Hugo Claus in de bundel ‘A joy forever, de mooiste liefdesgedichten uit de wereldliteratuur’ terecht is gekomen verbaasde mij al niet maar na lezing van het gedicht wist ik zeker dat dit geheel terecht was. Daarom hier dat gedicht met de intrigerende titel ‘Ik schrijf je neer’.

.

Ik schrijf je neer

.

Mijn vrouw, mijn heidens altaar,

Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,

Mijn jonge bos dat ik doorwinter,

Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,

Ik schrijf je adem en je lichaam neer

Op gelijnd muziekpapier

.

En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen

En maak je weer voor wereldreizen klaar

En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.

.

Maar bij goden en bij sterrenbeelden

Wordt het eeuwig geluk ook dodelijk vermoeid,

En ik heb geen huis, ik heb geen bed,

Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.

.

Ik schrijf je neer op papier

Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.

.

hugoclaus

Geboortegrond

Zuid Holland: dichterlijk gewest

.

In 2004 verscheen een heel aardig boekje met de titel ‘Zuid Holland: dichterlijk gewest’ bij de stichting Achterland te Zeist. In de inleiding staat onder andere te lezen: “Het Zuid Hollands landschap en zijn bewoners zijn niet weg te denken uit de literatuur over de diverse regio”s. Dat geldt niet alleen voor de stereotiepe streekroman, maar ook voor de ‘grote literatuur’en niet uitsluitend voor de stad, maar ook voor het platteland. Het ligt daarom voor de hand de diverse streken van de provincie afzonderlijk te bespreken en voor elk van hen de verbintenis tussen landschap en letterkunde separaat in beeld te brengen.”

In dit aardige boek staan foto’s met daarbij tekstfragmenten en gedichten die een relatie met elkaar hebben. Een leuk voorbeeld vind ik het gedicht ‘Geboortegrond’ van Anton Gerits (1953) bij een foto van de oude tramremise van de HTM aan de Parallelweg. Tegenwoordig is deze oude tramremise het Haags openbaar vervoer museum met een groot aantal historische bussen en trams.

.

Geboortegrond

.

Waar weiland is verkleind tot grasgazon

het bos versmald tot park en lindelaan,

ligt mijn geboortegrond gekneveld neer

en zucht onder het harde wegennet.

.

Soms murmelt hij een enkel woord en steekt

een handvol gras tussen de klinkers uit,

maar slechts een enkel kind vermoedt zijn hand

en wroet met passie het plaveisel los.

.

Maar ’s nachts gaan mannen rond met schop en zand

en waar de moedergrond het wegdek breekt

staan ze eerbiedig stil en knielen neer.

Den Haag heeft bijna geen verleden meer.

.

gerits

ZH

 

tramremise

Arthur Rimbaud

De tuin van de Franse poëzie

.

In 2011 verscheen van Paul Claes de bloemlezing ‘De tuin van de Franse poëzie, een canon in 100 gedichten’. In deze lijvige bundel (440 pagina’s). In deze bundel staat van elke dichter die is opgenomen een korte biografie, een typering van het werk, een bibliografie en commentaar door Claes.

Van Arthur Rimbaud (1854 – 1891) zijn (vanzelfsprekend) meerdere gedichten opgenomen. Van het gedicht ‘De slaper in het dal’ zegt Claes: Een antimilitaristisch anthologiestukje van een voorlijke adolescent. Oordeel zelf.

.

De slaper in het dal

.

Een plek vol groen waar een rivier door zingt

Die ’t kruid met flarden zilver onbesuisd

Bespat; vanaf het fier gebergte blinkt

De zon: een klein dal dat van stralen bruist.

 

Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,

De nek in blauwe kers gedompeld, ligt

In openlucht te slapen op de grond,

Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.

 

Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes

Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:

Natuur, wieg hem vol warmte: kou heeft hij.

 

De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;

Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille

Borst, rechts twee rode gaten in de zij.

.

Tuin der

 

 

arthur-rimbaud

Guichelheil

Huub van de Lubbe

Vanmorgen luisterde ik naar ‘Groot hart’ van De Dijk en toen herinnerde ik me dat Huub van der Lubbe ook een niet onverdienstelijk dichter is (Gerrit Komrij nam drie van zijn gedichten op in zijn bloemlezing). Dat lees je al terug in zijn songteksten maar zoals ik al eerder schreef op dit blog, songteksten of liedteksten hebben hun eigen dynamiek en regels. Poëzie heeft deze regels niet of minder/anders.

In 2010 verscheen van Huub de dichtbundel Guichelheil, wat al zijn 5e dichtbundel is. Eerder verschenen ‘Melkboer met de blues’, ‘Versterkte gedichten’, ‘Geregeld leven’ en  ‘Solo met Jan’.

Ter vergelijking uit de bundel Guichelheil het gedicht ‘Over en uit’ en van de CD ‘Door’ uit 2003.

.

over en uit

Als alles wat gedaan moest is gedaan
En alles wat gewaagd is geprobeerd
Als alles is gegaan zoals gegaan
En alles wat je deert je niet meer deert

Als alles wat bestreden is beslecht
Als wat onopgemerkt bleef is geduid
Als alles wat besproken is gezegd
En alles wat verbrast kon is verbruid

Soms voel ik even een verlangen naar
Het einde, die goedkope panacee
En naar de stilte daarvan, dat geluid

Ik merk dat ik me, langzaam weliswaar,
Maar toch verzoenen kan met het idee
Dat het voorbij is straks, over en uit

.

.

Wil je altijd van me houden

Wil je altijd van me houden
Zoals alleen jij dat kan
Wil je altijd van me houden
Al maak ik er een zootje van
Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
En ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet

Wil je altijd van me houden
Ook al praat ik nog zo krom
Wil je altijd van me houden
Al vraag jij je af waarom
Wil je altijd van me houden
Ook als het eiglijk niet meer gaat
Maar jij met je ruime denken
Mij in mijn waan en waarde laat
Wil je altijd van me houden
Ook al blijf je aan de gang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang

Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
en ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet
Wil je altijd van me houden
Ook al jaag ik je op stang
Wil je altijd van me houden
Al lul ik tegen het behang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang

.

Door

Guichelheil (1)

Guichelheil

Tweedst

J. Bernlef (1937 – 2012)

.

J. Bernlef  is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).

Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).

In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.

Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).

.

De kunst om tweedst te zijn

.

Net achter de leider de zijweg ingeglipt

(die hij niet had gezien)

en zo de bessestruik ontdekt

.

Goed, ze smaken bitter maar

aan alles wen je op den duur

.

Kleine, harde bessen, zuur

maar zoet smakend naast het

al half vergane lijk van de leider.

.

bernlef

bernlef2