Categorie archief: Dichtbundels
Honger en dorst
Simon Vinkenoog
.
Op een dag als vandaag, dat dichter en poëzievriend Derrel Niemeijer wordt gecremeerd, past een gedicht van beatdichter Simon Vinkenoog (1928 – 2009). Uit zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950 heb ik gekozen voor het gedicht ‘Honger en dorst’.
.
Honger en dorst
.
Honderd woorden schreef ik
die ik kende, en de andere zocht ik op.
Soms dacht ik, sta op, zoek niet langer,
ga uit. Maar het regent buiten
en zwart is de nacht.
.
(ik kan liegen alsof het gedrukt staat,
want papier is gewillig
en ik heb niemand tot getuige).
.
Maar ik kan niet, ik durf niet naar buiten,
want woorden zijn bedrog,
een kil verraad dat tocht binnenlaat
dat slapen gaat en ademt
dat honger lijdt en dorst
.
(ik sta voortdurend in het krijt
maar niemand maant mij
tot betalen).
.
Mijn lichaam leeft van renteloze woeker
en woorden zijn ongeneeslijk –
.
niet van binnen, waar de pijn mort
en niet naar buiten,
waar het regent.
.
Camera Obscura
Adriaan Morriën
.
In de kringloopwinkel kocht ik weer een paar mooie bundeltjes. Een ervan is de ‘Dichters omnibus’ de 16e bloemlezing uit 1970. Ik had al een aantal van deze omnibussen uit de jaren ’60 maar dit exemplaar nog niet. In deze omnibus veel dichters die ik ken maar ook een aantal onbekenden. Een dichter die ik wel ken is Adriaan Morriën.
Adriaan Morriën (1912 – 2002) debuteerde in 1939 met de bundel ‘Hartslag’. Hij werkte na WO II vooral aan vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool. Daarnaast werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij was betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren. Als redacteur van een aantal literaire tijdschriften (onder andere Tirade), beoordeelde hij manuscripten. Ook was hij adviseur van de uitgeverijen G.A. van Oorschot en De Bezige Bij. Een aantal belangrijke schrijvers, onder wie Harry Mulisch, Gerard Reve en W.F. Hermans en de dichter Hans Lodeizen, werden door hem ‘mede-ontdekt’. Ook vertaalde hij verschillende Franse schrijvers.
Voor zijn vertalingen ontving hij in 1962 de Martinus Nijhoff-prijs en voor de dichtbundel ‘Oogappel’ kreeg hij in 1988 de Herman Gorterprijs. Uit de bundel ‘Het gebruik van een wandspiegel’ uit 1968 (en dus uit de Dichters omnibus) het gedicht ‘Camera Obscura’.
.
Camera Obscura
.
Door je grote pupillen
zou ik mijn hand willen steken
om op de tast te zoeken naar
de beelden die je van me bewaart.
.
Ik zou mijn eigen aanblik voelen
en weten waar ik je heb aangeraakt,
waar ik nog warm ben in je
en waar ik al ben afgekoeld.
.
Te laat
Toon Tellegen
Vandaag heb ik het gedicht ‘Te laat’ van de dichter van de maand oktober Toon Tellegen gekozen. Enerzijds omdat het gedicht me raakt in deze rare tijden en anderzijds omdat Toon Tellegen als geen ander waarheden kan verkondigen die je meteen bereid bent om aan te nemen. Zo ook in het gedicht ‘Te laat’ uit de bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998.
.
Te laat
We zijn te laat,
we hebben gedanst, hadden we niet moeten doen,
we zijn wanhopig geweest, niet goed,
we hebben reusachtige lasten op onze schouders genomen,
we hadden moeten vragen: waarom zijn deze lasten niet licht,
we hadden moeten denken: dit is verkeerd,
we hebben over liefde gesproken in zorgvuldig gekozen bewoordingen,
zorgvuldig??
durven we dát woord in de mond te nemen?
liefde,
en dan zorgvuldig?
we hebben verontschuldigingen gezocht,
ons koninkrijk hebben wij willen geven voor een verontschuldiging –
we zijn te laat,
we moeten onszelf maar niet vergeven,
laten we dat maar niet doen,
nee.
.
Herfst
J. Slauerhoff
.
Een gedicht van J. Slauerhoff dat aansluit bij de tijd van het jaar.
Uit: ‘Al Dwalend’ uit 1947 het gedicht ‘Herfst’.
.
Herfst
.
’t Is stil in de lucht, de trekkende ganzen
Richten hun zuidvlucht in wiggevorm.
Verbrijzeld, ontblaard door den laatsten storm
Hangen de takken in zilverglanzen.
.
’t Is stil… om van verre landen te droomen,
Of men vanzelf er zoo heen zal drijven,
Aan niemand gehecht, niets dat weerstand biedt,
Maar weet men wel dat men er nooit zal komen,
Om voortaan op deze plek te blijven…
Waarom op deze, op een andre niet?
.
Er is iets in dien vijver, die boomen
En ’t huis aan de heuvels dat samenhoort,
En ik ben als gast door hen aangenomen…
Nu wordt het tijd voor het laatste woord.
.
Vijfendertig tranen
Ida Vos
.
Ida Vos (1931-2006) begon met schrijven in 1975. Ze publiceerde in dat jaar de gedichtenbundel ‘Vijfendertig tranen’ na jaren van zwijgen. De vijfendertig tranen verwijzen naar vijfendertig joodse kinderen die met elkaar in één klas hebben gezeten. Slechts vier van hen overleefden de oorlog en één van die vier kinderen was Ida Vos. Hierna volgde nog de bundel ‘Schiereiland’ (1979) en ‘Miniaturen’ (1980). Na deze poëzie voor volwassenen heeft ze zich toegelegd op het schrijven van kinderboeken.
De bundel ‘Vijfendertig tranen’ was lang niet verkrijgbaar. Het exemplaar dat ik bezit is een 6e druk uit 1983. Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft een nieuwe en bijzondere uitgave gemaakt: een lees- en luisterboek.Kort voor haar dood werden de gedichten door Ida Vos zelf ingesproken.
In de bundel geeft Ida Vos op ingetogen wijze een beklemmend beeld van het drama van de jodenvervolging. Dit doet zij in korte gedichten van soms maar een paar regels. In alle gedichten is het grote drama van de oorlog en de vernietigingskampen heel voelbaar en duidelijk aanwezig.
Ik wil hier twee gedichten uit deze bundel plaatsen. Het eerste gedicht ‘aardrijkskunde’ doet bij veel mensen wel een belletje rinkelen al weet men vaak niet wie dit gedicht heeft geschreven (zo was het bij mij ook, ik herkende het gedicht toen ik het las maar had geen idee dat het uit deze bundel van Ida Vos kwam). Het tweede gedicht ‘naar buiten’ vind ik als gedicht gewoon heel erg mooi.
.
aardrijkskunde
.
zij had een onvoldoende
voor aardrijkskunde
die laatste dag
maar wist een week later
precies waar Treblinka lag
.
héél even maar
.
naar buiten
.
ze wil nu buiten spelen
gaan lopen in een bos,
rennen door sneeuw en regen
ze laten haar niet los
.
ze is er wel,
ze is er niet,
ze mag er niet meer zijn
.
de letters in haar sprookjesboek
staan niet meer op één lijn
.
Mont Ventoux
Jan Kal
.
De Mont Ventoux is vooral bekend onder wielerliefhebbers (als Col van de buitencategorie) en onder de lezers van het gelijknamige boek van Bert Wagendorp (dat inmiddels ook verfilmd is). Minder bekend is het gedicht met deze titel van Jan Kal.
Jan Pieter Kal (1946) is vooral bekend van zijn vele sonnetten. Hij groeide op in Haarlem, maar verhuisde naar Amsterdam voor een studie medicijnen. Aan studeren kwam hij niet toe door een alles overheersende liefde, maar die bracht hem wel tot het schrijven van sonnetten. Jan Kal kan van weinig poëzie maken. Hij heeft een eigen spontane, weemoedige toon, waarin ook zijn humor een plaats heeft.
Kal debuteerde in 1974 met de bundel ‘Fietsen op de Mont Ventoux’ waaruit ook dit gedicht is genomen. Hij heeft inmiddels 16 bundels het licht laten zien met ‘Een dichter in mijn voorgeslacht’ uit 2015 als laatste.
.
Mont Ventoux
.
Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
Onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.
.
Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.
.
Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer ge begint.
.
Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van de wind.
.
foto: Annet Hogenesh
Hij had eens gelezen
Look J. Boden
.
In 2007 debuteerde Look J. Boden (1974) met de bundel ‘De waan van de nacht’. Volgens de achterflap zijn de gedichten uit deze bundel bondig, helder en nuchter. Geen mistige taalmuziek maar poëzie uit de echte wereld en daardoor even geschikt voor de leek als voor de liefhebber.
Boden studeerde rechten in Rotterdam en werd uiteindelijk journalist. Hij schreef voor het Rotterdams Dagblad, FEM Business en Schrijven Magazine. Naast dichter is hij zelfstandig communicatieadviseur. In deze bundel staan 33 gedichten die stuk voor stukvoldoen aan de beschrijving op de achterflap. Ik koos voor het gedicht ‘Hij had eens gelezen’.
.
Hij had eens gelezen
.
Hij had eens gelezen
dat iedereen
min of meer
hetzelfde was
.
Niet dat hem dat
tevreden stelde
of gerust
.
Het enige pluspunt
was dat hij niet
niet meer de deur
uit hoefde om
dit te staven
.
U kunt uw leven
nog eens rustig
nalezen op
Teletekst of
www. –
maar verder kwam
hij niet
.
Eneas
Publius Virgilius Maro en Joost van de Vondel
.
Van Ton Rodenburg kreeg ik de ‘Eneas’ van Publius Virgilius Maro in de vertaling van Joost van den Vondel uit 1947 met lithografieën van Dignum Dominicus Lammers. Een mooi, groot, lijvig werk van 382 pagina’s dat eigenlijk te groot is voor mijn boekenkast. En toch ben ik zeer verrukt over deze gift van Ton.
Vergilius zijn bekendste werk is de Aeneis (of in vertaling de Eneas), het grote heldendicht waarin de grootheid van Rome, van Romes oorsprong en verleden wordt bezongen. Dit werk moest even beroemd worden als de Ilias en de Odyssee van Homerus, het heeft dan ook een gelijkaardige inhoud, maar het is kritischer geschreven.
De Aeneïs gaat over de legende van Aeneas, die de Romein voorstelt als de verre afstammelingen van de Trojanen en van het geslacht van de Iulii (=Julii), waartoe Augustus behoorde door de adoptie van Quintus, de zoon van Aeneas en kleinzoon van Venus en Jupiter. De vermenging van deze mythologie met Latijnse geschiedenis maakt dit epos tot een nationaal kunstwerk, dat vanaf zijn ontstaan tot het heden toe geldt als het mooiste gedicht in de Latijnse taal.
In de taal van Vondel wordt dit een prachtig maar niet eenvoudig werk om te lezen. En toch ben ik eraan begonnen. De taal van Vondel is archaïsch maar prachtig. En nee, niet alles wat ik lees begrijp ik meteen maar dat geeft niet, door de taal, de rijkdom aan woorden en beschrijvingen neemt de schrijver me mee in het verhaal. Wat ik verder heel bijzonder vind is hoe de taal is veranderd. Als je de tekst hardop in je hoofd leest is er niet zo gek veel veranderd maar het gebruik van d’s en t’s, van h’s en g’s waar we dat niet gewend zijn, de ae voor de e, het gebruik van de stille c, de n aan het eind van vele woorden, allemaal in onbruik geraakt. Mooi om te zien hoe taal steeds veranderd en zich aanpast aan de tijd.
Per boek staat aan het begin een korte inhoudsopgave zoals dat vroeger vaker gedaan werd. Hier de inhoud van het eerste boek. Als tekst bijna een gedicht.
.
Eneas, de godtvruchte en strijtbaere oorloghshelt,
Vervolght van Iunoos wrock, en doolende om te landen
In ’t oude Italie, vervalt, door ’t woest gewelt,
Der Siciljaensche zee, in ’t ende aen Didoos stranden.
Zijn moeder Venus wijst hem ’t onbekende padt,
Dat naer Karthago loopt: zij deckt met eene wolcke
Achates, en haer’ zoon; die vindt de nieuwe stadt,
En wint Elyzes gunst, ten troost van zijnen volcke,
Geberght, en wel onthaelt ter tafel in ’t palais,
Belust om trojes val te hooren, en hun reis.
.


















