Categorie archief: Dichtbundels
Voor later
A. Roland Holst
.
Al eerder schreef ik over één van Neerlands grootste dichters Adriaan Roland Holst of zoals hij beter bekend is A. Roland Holst (1888- 1976). Roland Holst schreef vele poëziebundels en kreeg voor zijn werk menig literaire prijs. Zijn omvangrijke oeuvre wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.
In 1971 verscheen bij Bert Bakker en C.A.J. van Dishoeck de dundrukbundel ‘Verzamelde gedichten’ met werken uit 14 van zijn bundels (van 1911 tot 1968) aangevuld met verspreide gedichten. Een prachtige bundel van 858 pagina’s.
Uit deze bundel het gedicht ‘Voor later’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Verzen’ uit 1911 als opmaat voor de komende week waarin ik liefdesgedichten centraal zal stellen op dit blog.
.
Voor later
.
‘k Geef nu aan jou mijn vreugd, mijn leed en
mijn schemergouden dromenschat,
opdat je later nog zal weten
hoe ik je eens heb liefgehad.
.
Later, als al dit schoon voorbij is,
want tijd neemt liefde, vreugde, smart –
als elk van ons weer droef en blij is
dicht aan een nieuw gevonden hart,
.
dan zal ineens alles vervagen
bij ’t zien van dit vergeten blad;
je zal weer dromen van de dagen
toen we in elkanders ogen zagen,
toen ik je zo heb liefgehad.
.
Toon Tellegen
Stof dat als een meisje
.
Toon Tellegen ken en waardeer ik al heel lang. Om zijn verhalen, zijn creativiteit en zijn bijzondere fantasie. In 2009 verscheen van hem de bundel ‘Stof dat als een meisje’. Door de titel word ik al meteen gegrepen. Het is zo’n titel die je twee, drie keer moet lezen om te begrijpen waar de dichter zit met zijn gedachten en dat zijn vaak de beste.
Chrétien Breukers schrijft over Toon Tellegen en deze bundel: “Tellegens bundel is monumentaal, verpletterend, onontkoombaar en noodzakelijk” en “Bij Tellegen speelt het zich niet af in de oorlog, of ligt ‘het gevaar op de loer, maar staat alles in de schaduw van de dood” Daarnaast bouwt Tellegen aan een universum waarin “alles alsmaar hetzelfde is” maar doet hij dit vaak met humor.
Uit de bundel ‘Stof dat als een meisje” het gedicht zonder titel dat begint met ‘het regende’
.
Het regende
en de lucht was vol argwaan en moedeloosheid
.
en een engel verscheen,
zag om zich heen
en sloeg iemand neer,
en nog iemand
en nog iemand
.
en achteraan, in het donker, achter iedereen,
in elkaar gedoken, met zijn rug tegen een muur,
zat een man, keek naar de grond
en dacht na,
dacht dagen maanden jaren na
en dacht tenslotte, op een ochtend,
in een vlaag van roekeloosheid – meeuwen
krijsend in de bleke lucht:
ik, ik zal…
.
en de engel baande zich een weg naar hem
.
Avontuur in Groningen
Meindert Talma
.
Meindert Talma is romancier en muzikant en groeit op in het Friese Surhuisterveen. Maar ook dichter. Na de romans ‘Dammen met ome Hajo uit 1999 en Kriebelvisje uit 2003 verschijnt van hem in 2011 zijn debuutbundel als dichter ‘Laat het orgel jammeren’. Uit deze bundel het gedicht ‘Avontuur in Groningen’.
.
Avontuur in Groningen
.
Ik wil eens in Groningen kijken
of ik er misschien ook een mooi
avontuur kan beleven
had hij de vorige dag tegen zijn moeder gezegd.
Die had geen bezwaar gemaakt.
Je moest er tegenwoordig
uit halen wat er uit te halen viel.
Haar zoon moest zijn avontuur
daar in de grote stad morgen
maar eens ten volle aangaan.
Dat leek haar helemaal
niet zo’n verkeerd idee.
.
Moderne Chinese poëzie
Hsia Yu en Shang Ch’in
.
In 2012 bracht uitgeverij Voetnoot uit Antwerpen twee dichtbundels uit van moderne Chinese dichters. Vertaalster Sylvia Marijnissen maakte een selectie uit werk van Hsia Yu (1956) en Shang Ch’in (1930-2010). De bundels, getiteld ‘Als kattenogen’ (Yu) en ‘Ontsnappende hemel'( Ch’in), voorzag Marijnissen van een nawoord waarin ze ingaat op de vertaalkeuzes waarvoor zij zich gesteld zag.
De bundels werden mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds. De poëzie van Yu is erg talig en biedt de lezer verschillende in- en uitgangen, waar Ch’in prozagedichten en verzen schrijft. Als jongeman werd Shang Ch’in als deserteur gevangengezet. In een van de cellen waar hij zat opgesloten lagen dichtbundels van Lu Xun en Bing Xian, nieuwe literatuur die de klassieke schrijftaal verruilde voor de spreektaal.
Van Hsia het gedicht ‘Ansichtkaart’.
.
Ansichtkaart
Weinig tijd
Stadje van behoedzaamheid
niet zonder elkaar te vernietigen
op het punt ver weg te gaan
glas kapotslaan
vingernageldoorzichtig
.
Van Shang Ch’in het gedicht ‘Ontsnappende hemel’.
.
Ontsnappende hemel
Dodengezicht is nooit gezien moeras
Moeras in wildernis is ontsnapping van hemeldeel
Vluchtende hemel is overvloedige rozen
Overstromende rozen is nooit gevallen sneeuw
Niet gevallen sneeuw is tranen in aders
Opwellende tranen is bespeelde luitsnaren
Tokkelende luitsnaren is brandend hart
Verbrand hart is wildernis van moeras
.
De muze op zee
Een bloemlezing
.
De inleiding van de bloemlezing ‘De muze op zee’ begint met de zin: Wij zijn een zeevarend volk. Het is dan ook niet vreemd dat er een bundel met ‘zeegedichten’ is samengesteld. Adriaan Morriën heeft deze bloemlezing met Nederlandse dichters met gedichten over de zee samengesteld ter gelegenheid van de Boekenweek 1951. Eigenlijk is het een Boekenweek uitgave voor jonge mensen, zoals op de titelpagina staat te lezen. Uitgegeven door de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek, de voorganger van de huidige CPNB, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels.
Hij eindigt zijn inleiding net de woorden; ‘Moge deze bloemlezing niet alleen de vaderlandse liefde tot de zee, maar ook de, ik zou bijna zeggen, onvaderlandse liefde tot de poëzie aanwakkeren.’
Een mooi en nobel streven. Ik weet niet of dit destijds gelukt is maar deze bloemlezing staat vol prachtige poëzie van onbekende dichters tot de groten uit ons taalgebied als Slauerhoff, Vasalis, Greshoff en Marsman. Aangevuld met fijne illustraties in zwart/wit van de hand van Fons Montens.
Een keuze maken uit zoveel mooie gedichten is niet eenvoudig dus heb ik gekozen voor twee gedichten uit deze bloemlezing, een van Achterberg en een van J.B. Charles.
.
Marsman
.
Juli 1940
Misschien dat eens de parelvisschers van Bizet hem vinden,
zooals hij neerligt op den bodem van den Oceaan
met centenaren water boven zich. Hij ziet de booten gaan
van Duitschland, engeland, Amerika en Insulinde
binnen zijn oogen als het ware; tot het jongst gericht.
.
Dan zullen wij hem op de waterheuvelen zien staan,
zeggend tegen de hoogste sterren dood’s diepzeegedicht
.
G. Achterberg
.
Een suite van de zee
.
De groene zee is mijn vriendin,
ik rust bij haar en speel er in,
en voor mijn onbevreesde voeten, geplant
op de verste vaste rand,
dit brosse gele suikerzand van ’t strand,
spoelt zij ze aan, de lieflijke geschenken
waarvan de zilte geur aan haar doet denken,
aan haar en aan zoveel in haar besloten dingen:
het wier, een Spaanse fles en schelpen
waarin de meermin en de eeuwigheid
tweestemmig zingen.
.
J.B. Charles
.
De dichter is maar blinde
H.H. ter Balkt (1938 – 2015)
Op zondag 8 maart 2015 is de dichter H.H. ter Balkt in zijn woonplaats Nijmegen overleden. Ter Balkt ontving gedurende zijn dichtersleven veel belangrijkste literaire prijzen, waaronder in 2003 de P.C. Hooftprijs, de Jan Campert prijs in 1988, de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de Herman Gorterprijs in 1972. Hij leidde de laatste jaren een sober en teruggetrokken bestaan en had al langere tijd een broze gezondheid. Van hem het gedicht ‘China, juni’.
.
China, juni
De dichter is maar blinde
vlier, hij kreunt en zingt
in de wind die in hem klimt
In juni bloeiden op dat plein papaver en gentiaan
(die elkaars geheime zwijgende geliefden zijn)
Demonische kweekgras-wortels mokten …Bloemkronen
lokten duizend plukkers uit hun schaduw
Woest doemden voerlieden op in hun maaidorsers
van steen waarvan de stenen wielen ratelden; hard
snerpten zwepen in de stenen hand van de menners
die neermaaiden de papaver en de gentiaan
De dichter is maar blinde
vlier, hij zwijgt en zinkt in de wind
die aan hem wringt
.
Uit: ‘In de kalkbranderij van het absolute’ uit 1990.
.
Louis Paul Boon
Verzamelde gedichten
.
Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.
Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.
Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).
Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.
.
Zo zal ik dan worden
.
zo zal ik dan worden
stilaan een zich oudvoelend man
een bloem een gedicht op de lippen
en verder wat knutselend nog
aan luchtvervuiling en zo
.
zo zal ik dan worden
een propere oude man
als ons hondje dat niets mocht
in huis doen en zo doof
was geworden als een pot en zo
.
zo zal ik dan worden
met wat schorre stem verhalen
aan mijn kleinzoon over vroeger
de revolutie die we toen wilden
de sovjetrepubliek vlaanderen en zo
.
zo zal ik dan worden
en vragen naar mijn bril
en zoeken naar mijn stok
om op te steunen en zo
.

























