Site-archief

Halflachend met de wijzen

Po Tsjü

.

Chinese poëzie is al zo oud als, tsja China eigenlijk. Dus al heel oud. Over Chinese poëzie schreef ik al een aantal keren zoals over Hsia Yu en Shang Ch’in (20ste eeuw), Li Tai Po (8ste eeuw), Yi Sha (20ste eeuw), Wen Zhengming (16e eeuw), Liu Xia en Liu Xiabo (20ste eeuw) en dan sla ik de poëzie van Mao Tse Tung hierbij even over want dat is meer propaganda dan poëzie.

Wat me duidelijk is geworden is dat de oude Chinese poëzie vooral de natuur en de strijd (oorlog) bezingt en de moderne Chinese poëzie daarnaast ook vooral activistisch is. En hoewel ik ook graag over activistische poëzie schrijf (kijk vooral in de categorie Dichter in verzet voor een overzicht) wil ik vandaag toch stil staan bij een dichter die over allerlei onderwerpen poëzie schreef maar in dit gedicht ‘De filosofen’ juist de diepte zoekt.

Ik heb het hier over de dichter Po Tsjü (772-846). Po Tsjü (zijn naam wordt op vele verschillende manieren geschreven) was een Chinese dichter die vooral bekend stond om zijn ballades en satirische gedichten. Hij was van mening dat goede poëzie gemakkelijk te begrijpen moest zijn voor het gewone volk en gaf daar het goede voorbeeld van in gedichten die zich kenmerkten door eenvoudige taal, een natuurlijke stijl en een maatschappijkritische inhoud. Dat geldt zeker voor het gedicht ‘De filosofen’ dat ik las in de bundel ‘Halflachend met de wijzen’ vertaald en gekozen door Elisabeth de Jong-Keesing uit 1959. 

.

De filosofen

.

‘Zij die spreken weten niet,

zij die weten zwijgen.’

.

Deze woorden, zegt men, zijn

door Lau Tse gesproken.

.

Als ik moet geloven dat

Lau Tse zelf een weter was,

.

waarom schreef hij dan een boek

van vijfduizend woorden?

.

Zwemmen

Mao Tsetung

.

In de laatste weken van 2021 wil ik regelmatig poëziebundels in mijn bezit wat extra aandacht geven. Met andere woorden; ik zal regelmatig voor mijn boekenkast gaan staan en daar een bundel uitpakken en erover schrijven.  De eerste bundel die ik pakte was de bundel ‘Poems’ van Mao Tsetung (1893 – 1976). In 2015 schreef ik al over deze bundel, toen ik deze net gekocht had in een kringloopwinkel. De bundel is uitgegeven door Foreign Languages Press in Peking in het jaar dat Mao overleed.

Dat het hier een prachtig staaltje Chinese propaganda betreft zal niemand tegenwoordig meer verbazen maar de samenstellers hebben hun best gedaan de gedichten van Mao in een breder historisch perspectief te zetten. Zo staat achterin de bundel onder de titel ‘Note on the verse form’: All the poems in this volume are written in classical Chinese verse forms. Those which carry the subtitle “to the tune of…”belong to the type of verse called ‘tzu’. The rest are either ‘lu’ or ‘chueh’ two varieties of the type ‘shih’.

In de bundel gedichten over historische gebeurtenissen (slagen, campagnes, marsen) maar ook wat gedichten over de natuur en personen. Het gedicht dat ik uitkoos is een gedicht over, wat later een historische gebeurtenis zou blijken. Mao zwemt graag en in 1956 zwemt hij onder andere de Yangtze over, waar dit gedicht over gaat. In 1966 zwemt de dan al 72-jarige Mao Zedong (zoals hij in Nederland bekend is) opnieuw de rivier de Yangtze over. Toch zo’n vijftien kilometer, vol met draaikolken en toen ook al behoorlijk smerig. Het is meer een magistraal stuk politiek theater dan een sportieve zwemwedstrijd.

.

Swimming

.

-to the tune of Shui Tiao Keh Tou

June 1956

.

I have just drunk the waters of Changsha

And come to eat the fish of Wuchang.

Now I am swimming across the great Yangtze,

Looking afar to the open sky of Chu.

Let the wind blow and waves beat,

Better far than aidly strolling in a courtyard.

Today I am at ease.

“It was by a stream that the Master said –

‘Thus do things flow away!'”

.

Sails move with the wind.

Tortoise and Snake are still.

Great plans are afoot:

A bridge will fly to span the north and south,

Turning a deep chasm into a thoroughfare;

.

Walls of stone will stand upstream to the west

To hold back Wushan’s clouds and rain

Till a smooth lake rises in the narrow gorges.

The mountain goddess if she is still there

Will marvel at a world so changed.

.

Mao Tse Tung

The long march

.

Soms kom je onverwachte verrassingen tegen. Zo ook afgelopen zaterdag. Ik was bij een kringloopwinkel in Voorburg en kocht daar onder andere het obscure bundeltje Mao Tsetung: Poems. Een in 1976  door Foreign Languages Press in Peking uitgegeven bundel met vertaalde gedichten van de voormalig leider van China. Mao Zedong (zoals wij hem tegenwoordig kennen) leefde van 1893 tot 9 september 1976. De vraag is dus of hij nog leefde toen deze bundel werd uitgegeven of dat het is uitgegeven naar aanleiding van zijn dood. We zullen het nooit weten.

Het is in ieder geval de eerste editie (en daar zal het waarschijnlijk ook wel bij zijn gebleven). Met voorin een uitvouwbaar handschrift van Mao, een foto met zijn handtekening en 36 gedichten van zijn hand. Achterin een noot van de vertalers over de gedichten die allemaal in traditionele Chinese versvormen geschreven zijn als de tzu, de lu, de chueh en twee variaties op de shih.

De gedichten zijn geschreven tussen 1925 en 1963 met intrigerende titels als The people’s liberation army captures Nanking (1949), Reply to comrade Kuo Mo-jo (1961) en Militia women, inscription on a Photograph (1961).

Omdat de Lange mars van Mao heel bekend is hier het gedicht The long march (1935).

.

The long march

(a lu shih)

.

The red army fears not the trials of the long

march,

Holding light ten thousand crags and torrents.

The Five Ridges wind like gentle ripples

And the majestic Wumeng roll by, globules of clay.

Warm the steep cliffs lapped by the waters of golden

sand,

Cold the iron chains spanning the Tatu river.

Minshan’s thousand li of snow joyously crossed,

The three armies march on, each face glowing.

.

(Five Fidges en Wumeng zijn gebergten, Minshan is een deel van de Yangtze rivier)

mao1

mao2

mao3