Categorie archief: Dichtbundels

Dichter bij Rotterdam

G.J. Laan

.

In 1981 verscheen bij uitgeverij Futile een aardig boekje samengesteld  door Meijer de Wolf, met als titel ‘Dichter bij Rotterdam’. In tegenstelling tot de ook niet onaardige bundel die een paar jaar geleden bij MUG books verscheen ‘Wij dragen Rotterdam’ in deze bundel geen hedendaagse dichters maar een overzicht van gedichten door de tijden heen over Rotterdam. Van de 16e eeuw tot de 20ste eeuw is er veel over Rotterdam geschreven in poëtische zin.

Wat opvalt zijn een aantal voor mij onbekende namen als C. A. Cocheret , W. Punt en B. Snel maar ook bekende (Rotterdamse) namen als Gerard Cox, Clara Eggink en J.H. Speenhoff, alsmede een groot aantal gedichten waar de dichter niet van bekend is. Een boek dat aan alle kanten rammelt (op het kaft staat M. de Wolff, op de titelpagina Meijer de Wolf bijvoorbeeld) met een rare bladspiegel maar dat maakt niets uit. Het is het levenswerk van deze de Wolf(f) en hij heeft een fraaie doorsnee van poëzie (hoge en lage) over Rotterdam bij elkaar gebracht.

Ik heb gekozen voor het gedicht ‘De Oude Binnenweg’ van G.J. Laan.

.

De Oude Binnenweg

.

Rond de Ouwe Binnenweg

draait ’t leven door.

Daar is geen sprake van hoge flats

of een groot glazen kantoor.

’n Biertje in ’n cafeetje,

bij de visman een vette bek.

Dan voel je je goed

en dan pas bruist je bloed,

Aan de Binnenweg is nog pret.

.

Die smalle Oude-Binnenweg,

’n stukje oud Rotterdam,

daar hoor je ’t orgel nog spelen,

in de kroeg zit ’n ouwe man.

Hij draait een zware Van Nelle

en bestelt weer een Ouwe Vlek,

want waar smaakt je borreltje lekkerder

dan aan de Ouwe-Binnenweg.

.

oude_binnenweg_1951_b_ga

Jan Arends

Spiegel van de Nederlandse poëzie

.

Sinds kort ben ik in het bezit van de ‘Spiegel van de Nederlandse poëzie’ in twee delen. Deel 1 behandelt de poëzie van 1100 tot en met 1900 en deel 2 de Nederlandse poëzie van de twintigste eeuw. Nu moet je de 20ste eeuw niet te nauw nemen want mijn uitgaven zijn van 1979. Nog een vijfde van de eeuw te gaan die niet meegenomen is, maar dit terzijde.

In deze bundel vele bekende dichters en een groot aantal minder bekende dichters. Wie kent bijvoorbeeld  J. Decroos en P.N. van Eyck nog of Garmt Stuiveling. Toch lees ik bij deze minder bekende dichters vaak heel bijzondere poëzie.

Toch viel al lezend en bladerend een gedicht van Jan Arends mij op. Jan Arends is bekender als dichter en ik schreef al eerder over zijn werk en leven (3 juni 2016). Dit gedicht wilde ik toch graag met jullie delen omdat het aan de ene kant de poëzie beschrijft zoals ik ze ook soms zie en aan de andere kant de donkere kant van Jan Arends (hij pleegde zelfmoord op 49 jarige leeftijd). Uit: Nagelaten gedichten uit 1975.

.

Het is

een gedicht.

.

Het is maar

een afvalprodukt

van wat ik weet.

.

Ik

weet het.

.

Het is

het onvertaalbare weten

dat mij kwaad laat doen.

.

Het is

geen woord

maar

het is liefde

en haat.

.

Het woord

dat ik niet zeggen kan

dat mij

verbitterd maakt

en oud.

.

spiegel_1979_new

Weemoedts felicitatiedienst

Lévi Weemoedt

.

De in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt (1948) is vooral bekend van zijn tragi-komische korte verhalen en gedichten. Jarenlang was Weemoedt leraar maar toen hij daar genoeg van had richtte hij zich volledig op het bestaan van schrijver.  Weemoedt was medewerker van het Algemeen Dagblad, publiceerde in het, in Vlaardingen opgezette, literair tijdschrift ‘Renaissance’ en was van 1976 tot 1979 redacteur van literair-satirisch studentenblad Propria Cures. Later, in de jaren ’80 schreef hij in “Mare,” het weekblad van de Rijksuniversiteit Leiden.

Van de hand van Weemoedt verschenen ca. 350 gedichten. Uit de bundel ‘Geen bloemen’ uit 1978 het gedicht ‘Weemoedts felicitatiedienst’.

.

Weemoedts felicitatiedienst

.

O! als je trouwt, vergeet mij niet te vragen,

en sta mij toe om tussen oom en tant’

een stukje uit mijn dagboek voor te dragen:

wat heb ik snel de lachers op mijn hand!

.

Bijvoorbeeld, 18 maart: ‘met L. geslapen!

Ze houdt van mij!! Gaat morgen weg bij Freek’.

En, 20 maart: ‘een brief van L. op tafel:

ze trouwt met F.!!.. Bruiloft over een week’

.

De mensen brullen! ‘Dagboek van een Gek!’.

gilt tante Jo, ‘hoe krijgt-ie het verzonnen!

Je zal toch maar getrouwd zijn met die L.!’

.

Dan explodeert een stilte in ’t vertrek:

een kille tocht vaart door de trouwjaponnen.

De tafelkleedjes krijgen kippevel.

.

gb

lw

1949

Laatste keer Dichter van de maand september

.

Op 25 september (vandaag) is het de laatste keer dat Jean Pierre Rawie dichter van de maand september is. Volgende week ( 2 oktober) een nieuwe dichter van de maand.

Dit keer heb ik gekozen voor een gedicht uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1987 namelijk het gedicht ‘1949’.

.

1949

.

Wij die elkaar tot bloedens toe

op alle zwakke plekken kwetsten,

wij beiden zijn ten langen leste

de onbesliste vete moe.

.

Het laatste licht faalt in het westen,

mijn lieve vijandin, zie hoe

ik mij van mijn wapentuig ontdoe;

dit is uiteindelijk het beste.

.

Het heeft alleen zo lang geduurd:

de bitterheid waarmee wij streden

heeft voor ons alletwee voorgoed

.

zowel de toekomst als het heden

volledig in de war gestuurd. –

Zeg nu maar hoe het verder moet.

.

og

De Elfenkoning

Johann Wolfgang von Goethe

.

Altijd als ik iets lees over of van Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) moet ik denken aan Boudewijn Büch en zijn dweperige liefde voor deze beroemde Duitse schrijver, dichter, wetenschapper, filosoof, staatsman, natuuronderzoeker en toneelschrijver (dat kon in die tijd nog, zoveel verschillende carrières hebben). Ik denk dat je Büch bewust moet hebben meegemaakt om dit te herkennen.

Dat had ik ook weer toen ik in de hele fijne bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ las welk gedicht Inez Weski had gekozen als gedicht dat haar tot tranen roerde als kind. het betreft hier het gedicht ‘De Elfenkoning’ van Goethe (in een vertaling van Erik Derycke). Of ‘Erlkönig’ zoals de Duitse titel luidt uit 1782.

Ze zegt hierover: “Het gaat over een vader, die te paard met zijn ijlende kind door de nacht rijdt in de ijdele hoop op hulp. Je voelt vooral die wanhoop van de vader, die zijn kind geruststelt, en de onafwendbaarheid van het noodlot.”

.

De Elfenkoning

Wie rijdt er zo laat door nacht en wind?
Het is een vader met zijn kind.
Hij houdt de jongen vast in zijn arm,
Omklemt hem stevig en houdt hem warm.-

Waarvoor toch ben je zo bang, mijn zoon?-
Voor de elfenkoning, met mantel en kroon;
Zie jij dan, vader, de elfenkoning niet?-
Mijn zoon, dat is een nevelsliert.-

‘Mijn liefste kind, kom mee met mij!
Zo’n leuk spelletjes spelen wij:
Vol bonte bloemen staat ons strand;
Mijn moeder kleedt ons met goud en kant.’-

Ach vader, ach vader, heb je niet gehoord
Waarmee de koning mij zachtjes bekoort?-
Wees rustig, blijf rustig mijn kind!
In dorre bladeren ritselt de wind.-

‘Ga mee met mij en leer mij kennen;
Mijn dochters zullen jou verwennen,
Ze dansen elke nacht, mijn lieve knaap,
En wiegen en zingen je daarna in slaap.’-

Ach vader, ach vader, kijk ginds naast de baan:
Zie je de koning zijn dochters niet staan?-
Mijn zoon, ik zie ze helder en klaar;
Het lijken die oude grijze wilgen daar.-

‘Ik hou van jou, je bent al wat nu voor mij telt;
En ben je niet willig, dan gebruik ik geweld.’-
Ach vader, ach vader, nu raakt hij me aan!
Elfenkoning heeft mij pijn gedaan!-

De vader huivert, hij rijdt gezwind
Hij houdt in zijn armen het kermende kind,
Bereikt de hoeve ternauwernood;
Het kind in zijn armen was dood.

.

erl_king_sterner

gdv

Misverstand

Menno Wigman

.

Al eerder besteedde ik aandacht aan de poëzie van Menno Wigman (1966). Wigman publiceerde vanaf 1984 verschillende bundels, hij publiceerde poëzie in bladen als Vrijstaat Austerlitz, Zoetermeer, Optima, Maatstaf, De Tweede Ronde, Millennium, Payola, Bunker Hill, De Zingende Zaag, Passionate en De Gids en hij ontving voor zijn werk de A. Roland Holst-Penning (2015) en de Jan Campert-prijs  (2002) voor ‘Zwart als kaviaar’. Naast dichter is Wigman vertaler en samensteller van bloemlezingen.

Uit de bundel ‘Zwart als kaviaar’ uit 2001 het gedicht ‘Misverstand’.

.

Misverstand

.

Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed

waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand

of drie geloof ik meer en meer dat poëzie

geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte

die je met een handvol hopeloze idioten deelt,

.

een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt

en ’s nachts – een heelkunst is het niet.

De kamer blijft een kamer, het bed een bed.

Mijn leven is door poëzie verpesten ook

al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets

.

wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig

lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.

.

zak

Maiandros, een recensie

Herve Deleu

.

Sinds het winnen van de eerste Ongehoord! gedichtenwedstrijd in 2012 ken ik Herve Deleu en mag ik zijn poëzie graag lezen. Dichter en schrijver van korte verhalen Herve Deleu heeft zich de laatste jaren ontwikkeld als een allround schrijver met een enorme dadendrang. Zo heeft hij nu een nieuwe dichtbundel met als titel ‘Maiandros’ wat Grieks is voor Meanderen. Waarom hij voor deze titel heeft gekozen wordt me niet helemaal duidelijk uit de gedichten in de bundel. Maar daarover zo meer.

Eerst de bundel zelf. Mooi uitgegeven in eigen beheer met een stevige kaft en goede kwaliteit papier. Op de eerste pagina een colofon waarop alleen summier wat informatie. Titel, eerste druk en dichtbundel 2016. Op de titelpagina een bevestiging van wat er op het omslag staat, dat het hier poëzie betreft. Daarna meteen het eerste gedicht. Op de laatste pagina een inhoud met de titels van alle gedichten en op welke pagina ze zich bevinden.

Ik zal heel eerlijk zijn, ik zie vaker bij in eigen beheer uitgegeven bundels een zekere eenvoud, een zeer summiere duiding van wie, wat, waar en waarom. Ook hier mis ik dat. Ook de bladspiegel met naar links en rechts naar de bladzijde rand uitgevulde tekst vind ik niet fraai en leidt af van de inhoud. Noem me ouderwets maar de klassieke indeling van het boek, met titelpagina, Franse titelpagina, inhoudsopgave en wat meer duiding van de inhoud stel ik als lezer zeer op prijs. In dit geval had dat ook best gekund. Enige informatie over Herve, titels van zijn andere uitgaven en wellicht een reden waarom deze bundel is gevuld met liefdes- en erotische gedichten.

Want dat zijn het. Stuk voor stuk hebben ze als onderwerp, verlangen, liefde, genot en een onderhuids borrelen van het ondermaanse. Ik zie de dichter bij de gedichten en begrijp hem, ken hem (een beetje) en weet dat hij een liefhebber is. Waarom niet een beetje info over de inhoud? Het maakte mij in ieder geval nieuwsgierig.

Herve kan dichten, en als het onderwerp de liefde in al haar verschijningsvormen is, is hij op zijn best. Niet voor niets was zijn winnende gedicht bij de Ongehoord! gedichtenwedstrijd er een die zo in deze bundel had kunnen staan, broeierig, opwindend en erotisch geladen.

Het lezen van de gedichten was opnieuw een plezier. Het Nederlands van Herve is die van een Vlaming en dat geeft zijn poëzie voor mij net dat beetje extra. Hoewel verenigd door het onderwerp zijn de gedichten toch steeds anders en soms verrassend zoals ‘Isabelle’ en ‘Genesis 2′(waar is Genesis 1?). Ondanks wat bezwaren is het een mooie bundel met 34 zeer lezenswaardige gedichten geworden zoals te verwachten viel van Herve. Hoe je aan de bundel moet komen? Eerlijk gezegd heb ik geen idee maar probeer het eens via zijn Facebook of Linkedin account.

Uit al deze opwinding en verlangen heb ik gekozen voor wat ik het mooiste gedicht vind; ‘Tango’. Voor mijn gevoel zit in dit gedicht alles wat in deze bundel aanwezig is. Hier is de dichter toeschouwer, scribent, analyticus en bewonderaar. Precies zoals ik het graag zie.

.

Tango

.

Ze strijkt gracieus haar haren strak

glimmen veld in ravenzwart

siddert als een wespenblad

wanneer haar kleed haar lijf omvat

.

ijdel glijdt z’haar schoenen in

de hak als fallus opgericht

staccato stampt ze putten in

’t parket dat kraakt als een gedicht

.

hij leidt haar dwingend in het rond

zij is het vuur, hij is de lont

hun lijven smelten tot één romp

die wentelt tot de passie komt

.

hun blikken haken elkaar vast

’t begeren in haar schoot gevat

door ’t overrijpe breekt de bast

zij wordt een vrucht in eigen nat

.

synchroon bewegen ze hun lijf

dat van haar rondom het zijn

de tango geeft hen lust en pijn

tot ’t eind hen rukt uit hun verzadigd zijn.

.

img_5507

 

Zomer

Toon Tellegen

.

Omdat de zomer maar voortduurt (en wat mij betreft mag dat nog lang duren) een gedicht over de zomer van Toon Tellegen. Ik weet dat ik veel mensen een  plezier doe met de poëzie van Toon Tellegen dus wie weet, maak ik hem dichter van de maand. Nu hier het gedicht ‘Zomer’ uit de bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998.

.

Zomer

.

Zomer.

De zon schijnt.

De hemel bloeit.

Mensen kijken omhoog, gaan op hun tenen staan,

klimmen op elkaars schouders

en plukken God.

‘God is mooi,’ zeggen ze, ‘mooier dan ooit.’

Ze zetten hem in vazen

op hun tafels en voor hun ramen,

en God bloeit en geurt een middag en een avond-

dan leggen ze hem tussen de bladzijden van een schrift,

onder een ijzeren gewicht

voor later, in de winter,

als er niemand is.

.

gg

zomer

 

Voordracht

September

..,.

Het seizoen is duidelijk weer begonnen. Hoewel de temperaturen nog hoog zomers aan doen beginnen de activiteiten op poëzie gebied alweer. Afgelopen dinsdag een lezing gegeven over poëzie aan de Probus in Portugaal en op zaterdag 24 september ga ik voordragen bij de Reizende dichters in Sommelsdijk. http://oogo.cultuurpleingo.nl/literair-cafe-op-24-september/

Op zondag 25 september is het dan de beurt aan collegadichters bij het poëziepodium van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com/

In Maassluis ben ik door het museum benaderd om een gedicht over kerstmis te schrijven bij hun kersttentoonstelling van dit jaar. Wonderwel met deze temperaturen is dat gelukt, in sonnetvorm nog wel. Dit gedicht zal ik t.z.t. hier delen. Voor nu een gedicht uit mijn eerste bundel ‘Zichtbaar alleen’ uit 2008 getiteld ‘Engelendraden’.

.

Engelendraden

.

In een hoek

in het goud van de zon

ligt het stof van jaren her

.

Fijne draden

lichten op in zilver

en vlechten een web

van onzichtbaar leven

.

Het symbool van geloof

vanuit een hemel gezonden

standvastig, om de toekomst

te trotseren in vertrouwen

.

engelendraden_1

Foto: Ruben Philipsen; Basilique Notre Dame de Beaune, Beaune, departement Côte d’Or, Bourgondië, Frankrijk 2001

 

Droef het zwieren; een recensie

Niels Landstra

.

Al eerder schreef ik een recensie over een dichtbundel van Niels Landstra (1966), dichter uit Breda. Toen over zijn bundel ‘Nader en onverklaard’. Inmiddels staat Niels aan de vooravond van de publicatie van zijn 4e bundel met als titel ‘Droef het zwieren’ bij uitgeverij Oorsprong.

Ik kreeg deze bundel te lezen voordat hij publiekelijk het licht ziet (zoals bij zijn voordracht op 25 september op het podium van Ongehoord! in Rotterdam, zie hiervoor onder de categorie Ongehoord!) met de vraag of ik er een recensie over wilde schrijven.

Nu was zijn vorige bundel mij bijzonder bevallen dus ik heb hier graag in toegestemd. De nieuwe bundel bevat 32 gedichten en deze zijn geschreven in een zware periode in zijn leven. En dat is in de gedichten, de titels van de gedichten en in de hele sfeer van de bundel te herkennen. Dat zou kunnen betekenen dat het een zware bevalling is om de bundel te lezen maar dat is geenzins het geval.

De taal van Niels Landstra laat zich niet één, twee, drie kennen, je moet zijn taal, zijn zinnen zorgvuldig lezen. Zijn woordkeus, zinsopbouw en poëtische kracht is verrassend en creatief. Ondanks het leed, de beslommeringen en het verdriet in de onderwerpen van de gedichten valt er veel te genieten. Een enkele keer heb ik de zinnen hardop moeten lezen wat mij hielp bij het begrip van de teksten. Soms ook valt Niels in de val van wat ik het gebruik van ‘grote woorden’ noem. Zo komen bijvoorbeeld woorden als galgenmaal en hongernood in het gedicht ‘Voedselbank’ mij wat hoogdravend over.

Toch schaadt dat op geen enkele manier de intentie van de dichter of het gedicht. Tussen de vaak schrijnende gedichten komt de ‘oude vertrouwde romantische’ Niels om de hoek zoals in een gedicht als ‘Bloemenzee’.

In de bundel graaft Niels in zijn ziel (of doet aan soul searching wat eigenlijk een betere omschrijving is) alsof het schrijven van deze gedichten therapeutisch was (wat misschien ook wel zo is), zonder overigens meelijwekkend of zieleknijperig te worden.

De bundel eindigt hoopvol met het gedicht ‘Laatste werkdag’ waarin de slotzinnen zijn:

In de stad zijn nog wereldwijs / de zwervers, die geenzins dralen / zij hebben elke dag een laatste werkdag.

Ik heb uit deze bijzondere bundel gekozen voor het gedicht ‘De kapeltuin’.

.

De Kapeltuin

.

Op het ruisen dat zwiert door de populieren

in bronzen mozaïeken van licht, deinen

zonnebloemen reikhalzend mee als betoverd

door een lofzang die zich over hen ontfermt

.

en de harten roerde van Spanjaarden, Fransen

en de verloren mof. In de hof glanzen

vleugeltjes van insecten bij de waterpomp

warrelen koolwitjes in stille triomf

.

om de goudsbloemen die door hun bladerkronen

gedragen soezen in de schemer, een pastel

van rood en koper dat doopt de percelen

van H.H. Maria/Dymphna’s en haar kapel

.

in het slotstuk van de nacht. Een oplaaiend

houtvuur warmt groentesoep en schildert een fietsje

oranje, bergt de kleine eigenaresse

een bloem uit de tuin in haar slapende hand.

.

nielslandstra