Categorie archief: Dubbel-gedicht

Huwelijk

Dubbel-gedicht

.

Vandaag in de rubriek Dubbel-gedicht twee gedichten over het huwelijk. Over het huwelijk zijn vele gedichten geschreven. Sommige vol prachtige woorden over de eeuwige verbintenis tussen man en vrouw en andere die wat meer realistisch en praktisch zijn. Juist deze tegenstelling sprak me aan en daarom vandaag twee gedichten die het huwelijk vanuit twee verschillende standpunten belichten.

het eerste gedicht is van dichter A. Marja (1917 – 1964) en komt uit de bundel ‘Van mens tot mens’ uit 1948. Het tweede gedicht is van Joost van den Vondel (1587 – 1679) , een fragment uit De Gijsbrecht van Aemstel (slot van het 4e bedrijf) uit 1637 .

.

Het huwelijk

.

Ik heb je alles gegeven:

een gedicht, mijn maandsalaris

en een kind; wil je nu even

kijken of het eten klaar is>

.

A. Marja

.

De Gijsbrecht van Aemstel (fragment)

.

Waar werd oprechter trouw
Dan tussen man en vrouw
Ter wereld ooit gevonden?
Twee zielen gloênde aaneengesmeed,
Of vast geschakeld en verbonden
In lief en leed.

.

De band, die ‘t harte bindt
Der moeder aan het kind,
Gebaard met wee en smarte,
Aan hare borst met melk gevoed,
Zo lang gedragen onder ‘t harte,
Verbindt het bloed.

.

Noch sterker bindt de band
Van ‘t paar, door hand aan hand
Verknocht, om niet te scheiden,
Nadat ze jaren lang gepaard
Een kuis en vreedzaam leven leidden,
Gelijk van aard.

.

Daar zo de liefde viel,
Smolt liefde ziel met ziel
En hart met hart te gader.
Geen liefde koomt Gods liefde nader,
Noch is zo groot.

.

Geen water blust dit vuur,
Het edelst, dat natuur
Ter wereld heeft ontsteken.
Dit is het krachtigste ciment,
Dat harten bindt, als muren breken
Tot puin in ‘t end.

.

Joost van den Vondel

.

.

.

 

 

Dubbel-gedicht

De meeuw

.

Opnieuw een dubbel-gedicht en vandaag zijn het twee gedichten over meeuwen van Dirk Kroon en Jan Kuijper.

Het gedicht ‘Meeuwen’ van Jan Kuijper staat in de bijzonder fraaie bundel ‘ Ik heb het rood van het Joodse bruidje lief’ gedichten over beeldende kunst samengesteld en ingeleid door T. Van Deel uit 1988. Jan Kuijper zijn gedicht is geplaatst bij het schilderij ‘Meeuwen’ van naamgenoot Jacob Kuijper. Dit gedicht in de bundel ‘Oogleden’ uit 1979.

Het tweede gedicht ‘Meeuw in de middag’ van Dirk Kroon verscheen in de bundel ‘Geruchten’ uit 1986.

.

Meeuwen

.

Zo gaat het nog. Er is genoeg te zien.

Als hij had toegegeven aan de meeuwen

waren ze alles komen ondersneeuwen

met een leeg doek als het gevolg van dien.

Nu zijn ze nog maar met een stuk of tien

aan ‘t stilstaand vliegen en geluidloos schreeuwen.

De schepen liggen dubbel stil. Na eeuwen

zijn ze nog altijd niet vergaan, misschien.

.

Geen tweemaal doet zich hier hetzelfde voor:

er vliegen meeuwen, water is er ook

en schepen zorgen voor een beetje rook.

Ik blijf staan kijken of ik loop weer door

en wou wel dat er heel veel meeuwen kwamen

om voor voldoende wit te zorgen samen.

.

Meeuw in de middag

.

Het is of de zilvermeeuw aarzelt,

wil zwenken, schuin in zijn vleugels,

en evenwicht juist nog hervindt.

.

Wie de draagkracht van veren

niet kent en gespannen omhoog ziet

wordt bang voor een windval.

.

De zilvermeeuw bijna bewegingloos,

aan het begin van een scheervlucht,

scherpt wel zijn vleugels maar

.

snijdt niet, nee streelt nu de luchtlaag

met slagpennen en het zachtste dons

waarlangs het wonder van het licht ontglipt.

.

Nieuwe categorie

Dubbel-gedicht

.

Wanneer je regelmatig dichtbundels leest is het je vast wel eens opgevallen dat je met enige regelmaat gedichten tegenkomt die of dezelfde titel hebben, of over hetzelfde onderwerp gaan.

Dat gegeven wil ik gebruiken in een nieuwe categorie op dit blog over poëzie onder de titel Dubbel-gedicht. Dat betekent dat wanneer ik in deze categorie een stuk plaats hier altijd twee gedichten in voor komen.

Als eerste voorbeeld heb ik twee gedichten over de reiger bij elkaar gezocht. Het betreft hier het gedicht ‘Tekening’ van Hans Warren uit de bundel ‘Vijf in je oog’ uit 1954 en het gedicht ‘Aan de kille slootkant staat een reiger, de stille moordenaar van de moerassen’ van Thomas Rap uit ‘Verzamelde gedichten’. Uit 2000.

.

Tekening

.

Een blauwe vijver, glad als ijs,

vissers halen hun netten op.

Winterzon als een vrouwenhand

in een herinnering. Geklop

van paardehoeven op een weg;

het witte wolkje van een trein

en zijn gedruis in kleurloos blauw,

steeds verder weg en meer nabij.

Hoeven en molens in het zwijgen

van een oudhollands schilderij,

spiegelbeeld van een dunne reiger

op ‘t water. Spiegelbeeld van mij.

.

Aan de kille slootkant staat een reiger, de stille moordenaar van de moerassen

.

Zijn grijze figuur als uit lood geknipt

Dan, stilaan, valt de samenwerking van mist en vorst uiteen

En langzaam, als met zachte hand gelegd, begint de eerste sneeuw te vallen

De wind steekt op en ik loop langs de nu witte oevers van het meer

De felle noordoostenwind bonkt en jaagt zware, dreigende wolkenpakken over het land

Het kale hout kermt onder zijn kracht.

Rietsnijden is nu simpel: de slappe grond is hardbevroren.

.