Categorie archief: Versvormen
Knödel
Versvorm
.
De Knödel is een versvorm die door Paul Ilegems gelanceerd werd in 1988 in het Nederlandse tijdschrift Nieuwe Weelde. Ilegems beoefende die onder de naam Jacob Knödel. Met zijn rijmschema lijkt de Knödel vrij goed op een gehalveerd Zwitsers sonnet (vandaar ook ‘luiaardsonnet’ geheten).
De Knödel bestaat uit vier en drie regels met rijmschema aaba bab. Het metrum is vrij.
Twee voorbeelden van een knödel:
.
Blankenberge
.
De zomergast vliegt uit zijn bol
Bij ’t zien der zee… Hij schreeuwt als dol,
Zijn makkers grijpend, van ‘Thalassa!’
En stormt erheen, de ogen vol…
.
Ach nee. Braaf wacht hij bij de kassa
Bemachtigt kruk en parasol
En zoekt zijn weg doorheen de massa
.
.
Sportongeval
.
Het fietsen, zegt men, is gezond
Draai fier de trappers in het rond
Rijd hard want je wilt winnen!
Maar mijd een val op harde grond!
Dan wacht in’t ziekenhuis het linnen
De artsen snellen toe, terstond,
Bezoek van vrienden en vriendinnen..
.
Met dank aan het Vrije vers.
.
Douzijn
Versvorm
.
De douzijn is een versvorm die begin eenentwintigste eeuw geïntroduceerd werd door Frits Criens en inmiddels enige navolging heeft gevonden. Het douzijn is een twaalfregelig gedicht bestaande uit twee vijfregelige strofen en tot slot een distichon ( een gedicht of een strofe van een gedicht van twee regels). De eerste strofe wordt in de tweede strofe gespiegeld.
Rijmschema: abaab babba cc
Metrum: Pentameter
.
Een voorbeeld van Frits Criens uit De tweede ronde (2007)
.
Afvalrace
.
Vandaag kwam ik mijn ex op fitness tegen
Het eerste weerzien sinds een jaar of tien
Zij was niet echt tot een gesprek genegen
Haar nieuwtjes waren hopeloos belegen
En zij was erg afwezig bovendien
.
Haar huid leek een gedroogde appelsien
En had een vale lijkenkleur gekregen
Van ronde vormen was niets meer te zien
Was zij intussen ernstig ziek misschien
Hoeveel, vroeg ik me af, zou zij nog wegen
.
Ze leek wel terminaal, de arme stakker
Maar zei, toen ik dat vroeg: Ik sonjabakker
.
Limericks
Versvormen in meerdere talen
.
Een limerick is een dichtvorm van 5 regels met een vrij strak metrum. Twee drievoetige amfibrachen ( De amfibrachys is een versvoet die bestaat uit een onbeklemtoonde, daarna een beklemtoonde en dan een onbeklemtoonde lettergreep), twee regels amfibrachen en jambe en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachen.
In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam, voorts heeft de Limerick vaak een wat dubbelzinnige inhoud, of kan zelfs zeer grof zijn.
Deze vorm van ‘light verse’ werd vooral beroemd gemaakt door de Engelse nonsensdichter Edward Lear (1812-1888) met limericks als deze:
There was an old man with a beard
Who said, ‘It is just as I feared!
Two owls and a hen
Four larks and a wren
Have all build their nest in my beard!
.
Hieronder een aantal Limericks in verschillende talen.
.
Heinz Boenert (1924- )
Laut schimpfte ein alter Pariser:
“Der Lebensstil wird immer mieser!
Die Leut’sind versessen
auf Saufen und Fressen,
wo gibt es noch wahre Genießer?”
.
A wonderful bird is the Pelican.
His beak can hold more than his belly can.
He can hold in his beak
Enough food for a week!
But I’ll be darned if I know how the hellican
.
C’était un brave type de France
N’avait jamais eu n’once de chance
Il jouait au lotto
Avec son pote Otto
Tous deux n’y paumèr’nt pas que finances
.
Reinhard Döhl (1934-2004)
ein mann aus schwäbisch gmund
hielt sich im hintergrund
und das so sehr
und täglich mehr
bis völlig er drin verschwund
.
Aramis
Elvis bleef ongelooflijk discreet
ofschoon hij sterk aan zijn stoelgang leed.
In God’s latrines
krijsen blondines
non-stop zijn “IT’S NOW OR NEVER !”-kreet.
.
Een mollige call-girl te Hijken,
Bereid met haar volheid te prijken,
Laat haar klanten gewoon
Via beeldtelefoon
Een tijdlang haar call-trui bekijken.
.
Met dank aan gedichten.nl, Meandermagazine.net en poezie-in-beweging.nl
Lai
Versvormen
.
Vandaag weer een bijzondere versvorm de ‘Lai’ .
De Lai is mogelijk afkomstig uit de Provence (Frankrijk) en bestaat uit 4 maal drie regels waarbij het rijmschema aab wordt gehanteerd. Of zoals de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren het beschrijft: Een 12e- of 13e-eeuws Oudfrans verhaal in paarsgewijs rijmende verzen van acht lettergrepen (wat dus een andere uitleg is dan hetgeen hieronder staat, wat maar eens benadrukt dat er geen consensus bestaat over wat een lai precies is). Weer een andere bron geeft als betekenis van lai een Keltische vorm van verhalende poëzie. De vraag wat een lai precies is, is nog nooit tot ieders tevredenheid beantwoord schrijft de DBNL dan ook terecht.
Het metrum is: de a regel: 3 jamben, de b regel 1 jambe. Niet al te ingewikkeld dus maar met een verrassend effect. Hieronder twee voorbeelden de eerste is van Quinty Leeuwenvacht.
.
Sweet dreams
We zoenen lekker loom
Als in een zoete droom
Pom pom
.
Dan neem je het condoom
En schuift het zonder schroom
Er om
.
Eerst doen we het heel sloom
Mijn lichaam wasemt stoom
Ik grom
.
Dan ga je zonder toom
Je zet me onder stroom
Ik kom!
.
Psalm 17 1-5
.
Heer luister naar mijn bee.
Ik dien uw zaak der vree.
Aanhoor.
.
Mijn ogen zien naar u,
Dus vel uw oordeel nu.
Ga door.
.
Geen onrecht is in mij,
Mijn taal oprecht en blij.
Bekoor.
.
Ik volg ’t Pad der Wet,
Ik ga met vaste tred
Ervoor.
.
Strofe, metrum, voet, jambe
Poëzie analyse
.
De recensie van ‘Wanneer kom je buiten spelen?’ is nog niet klaar, deze wordt waarschijnlijk morgen geplaatst. Vandaar vandaag een bericht over poëzie analyse. In mijn blogs over verschillende versvormen komen vaak termen voor als metrum, jambe, strofe etc. De ervaren poëzielezer weet meestal wel wat daar mee bedoeld wordt. Voor een ieder die bij dit soort termen zich achter op het hoofd krabt hier een korte uitleg van een aantal van de belangrijkste termen.
.
Strofe
Een strofe in een gedicht is meestal niet moeilijk te herkennen omdat het visueel gescheiden is. Het is vergelijkbaar met een paragraaf in een tekst. Strofen beschrijven meestal een gedachte en hebben een vastgestelde lengte van twee of meer lijnen. De namen voor verschillende strofenlengtes zijn:
2: distichon
3: terzine
4: kwatrijn
5: quintet
6: sextet
7: septet
8: octaaf
5 of meer: stanza (algemene term)
.
Zoals je ziet zitten er een paar namen tussen die je wellicht bekend voorkomen (octaaf en sextet) uit de muziek. De versvorm sonnet bestaat dus uit twee kwatrijnen gevolgd door een sextet of twee terzijnen.
.
Metrum en voet
Het metrum en voet zijn wat lastiger dan het rijmschema en de strofen. Metrum komt uit het Grieks: metron betekent meten. Het heeft dus te maken met de lengte van een lijn in het gedicht. De lengte van een gedicht wordt niet bepaald door gewoon de woorden te tellen. Dit werkt niet omdat woorden verschillende lengtes en ritmes hebben wat van invloed is op hoe je het gedicht leest. Je merkt dit heel goed als je een rijmend vers wilt schrijven: hoe lang de lijn wordt, hangt af van de lijn waarmee het rijmt. Je kunt niet ineens een lijn veel langer of korter maken, want dan klinkt het niet goed meer.
De lengte van een lijn meten we in voet. Elke voet is een herhaling van hetzelfde ritme in de lettergrepen. Meestal onderscheiden we zes verschillende voeten. Het ritme wordt weergegeven in vier verschillende notatievormen.
.
Als je een gedicht analyseert, kun je zien hoeveel voeten het heeft. Dit tel je dan per lijn en dat is het metrum (de lengte). Termen die gebruikt worden om dit aan te duiden zijn:
1: monometer
2: dimeter
3: trimeter
4: tetrameter
5: pentameter
6: hexameter
7: heptameter
8: octameter
.










