Site-archief

Zoon van alle moeders

Herman Brood (1946-2001)

.

Tussen 1996 (Broodje gezond) en 2003 (Broodje springlevend) schreef Bart Chabot in 4 boeken over het leven van Herman Brood. Ik heb alle delen met veel plezier gelezen (evenals ander werk waaronder de poëzie van Bart). Wat me opviel in de Broodje reeks waren de taalvondsten van Herman Brood, de manier waarop hij met taal kon spelen, zijn frisse en originele kijk op dingen.

In 1988 kwam een dichtbundel uit van Herman Brood ‘Zoon van alle moeders’ met een omslag van Lucebert. In deze bundel schrijft Herman fragmentarische gedichten (de meeste zonder titel) die voornamelijk over zijn leven als Rock & Roll junkie gaan. In 2002 verschijnt het boek ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ waarin behalve gedichten ook tekeningen van hem zijn opgenomen.

Wat verder opvalt in deze bundel is het (gesproken) taalgebruik van Herman. In een soort plat Nederlands (als ik wordt ak, doe ik niet wordt doe’k nie) schrijft hij zijn gedichten op zoals hij ze zou uitspreken.

Misschien niet voor iedereen deze teksten maar bijzonder genoeg om nog eens aandacht aan te besteden. Hieronder het gedicht (zonder titel) Verdachte.

.

Verdachte… u bent reeds talloze malen

verloren gewaand

ontelbare observaties

uw schedel vrijwel leeggestolen

door hen die u als gabbers omschrijft.

.

‘k Heb geen vriende, Edelachtbare

.

Dáccord Brood, de vraag echter

waarom u een geladen revolver

meeneemt naar een bezoek

aan de ‘dag en nacht open’ farmasie

blijft onbeantwoord.

.

Ik ben de maagd edelachtbare

en tevens van lichte zeden…

.

Hij gaf een hengs op die tafel,

schrok er zelf van.

.

U kunt niet eeuwig uw adolessensie

uitstellen verdachte!

.

Brood

Jong geleerd

Doe maar, dicht maar 2003

.

Ik kreeg het bundeltje Doe maar, dicht maar kado van Inge. Hierin gedichten van jongeren die meededen aan de gedichtenwedstrijd met deze naam. Uit dit bundeltje uit 2003 een gedicht.

.

We leggen ons neer,

in een wit bed van wolken

terwijl de zon,

gouden randjes

aan onze lichamen maakt.

zó zacht en zó puur

een zevende hemel,

terwijl onschuld wegstroomt

in de regen.

een zomerse bui,

een herfststorm, zo wild.

.

Door Antoinette Kroes

.

foto (7)

 

 

Gedichten op vreemde plekken

Deel 55: Op een muurtje bij een deur in Leiden

.

De Rotterdamse dichterCornelis Bastiaan Vaandrager (1935 – 1992) schreef het gedicht ‘Nederlandse spoorwegen’ en dit gedicht staat , in de kleuren van de NS, op een muurtje naast een voordeur in Leiden aan de Moorsweg.

.

Nederlandse Spoorwegen

Tanja, je kunt kiezen:

  9.08
  9.28
    39
    55
 10.09
    30
    39
 11.09 
 11.43

Doe Amsterdam de groeten
en geen gesodemieter.

Voor meer informatie over het gedicht, de locatie en hoe het er zo is gekomen: kijk bij de reacties. Met dank aan Anne Vellinga.
.