Site-archief
Umbrisch getijdenboek
Hans Franse
.
Bij de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 werd Scheveninger Hans Franse tweede. Als prijs mogen de winnaars optreden op het Ongehoord! podium in Rotterdam en afgelopen 12 februari was het zover. Hein van der Schoot, Wouter Veldboer en Hans Franse traden op en wisten het publiek te boeien. Vooral bij Hans Franse (1940) was duidelijk dat hij tijdens zijn leven ervaring had opgedaan met spreken en voordragen voor groepen (politicus, theaterdirecteur, leraar). Tegenwoordig brengt Hans de lente en de zomer door in zijn huis op een berg in Umbrië. Dat was ook de reden dat hij niet aanwezig kon zijn bij de feestelijke prijsuitreiking afgelopen jaar.
Franse schreef twee boeken over Umbrië en in 2015 verscheen bij Edizioni Era Nuova srl. in Italië de tweetalige bundel uit getiteld ‘Umbrisch getijdenboek’ of ‘Le ore canoniche umbre’ poesie in Nederlandese e italiano.
De gedichten in deze bundel zijn gebeden, zo lees ik op de achterflap. Zijn gebedenboek begint met de muzikale stilte van de luisteraar in de hemelse natuur van Umbria en eindigt met het beschouwen van de luidruchtige stilte van voorbijgangers in het wereldse Perugia. Ook al stelt de dichter zich als heiden op, toch zijn de woorden vervuld van mystieke verlangen. Niet alle meditaties zijn zwaar en verheven, er zijn ook luchtige intermezzo’s zoals een vermakelijke schets van een processie en een lofzang op de Sangiovese wijndruif.
Ik heb gekozen, voor ik de achterflap ;las overigens, voor het gedicht ‘Processie’ juist om de combinatie van het verhevene en de vette knipoog aan het einde van het gedicht.
.
Processie
.
De cirkel van gesloten muren
weerstond de tand des tijds,
maar het gebit van de huizenrij
vertoond verval en gaten,
hier en daar opgevuld
met amalgaam van andere tijden.
Er waren toen nog heilige heiligen
die zegenend relikwieën
onder andere tegen kiespijn aandroegen
om het eindeloze verval te weerstaan.
Eenmaal per jaar worden
de heiligen gevierd
en loopt de bevolking
gezellig keuvelend en biddend
achter de muziek aan
voor de grote feestelijke middagmaaltijd
terwijl de oude pastoor met veel moeite
het Allerheiligste vasthoudt
en net doet alsof hij het
echt belangrijk vindt.
.
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Ik wil dit jaar beginnen met iedereen die dit leest de allerbeste wensen over te brengen, op naar een mooi en poëtisch 2017!
Een nieuw jaar, een nieuwe dichter van de maand. Zoals vorige week al door mij aangekondigd is in januari Hagar Peeters dichter van de maand januari, Dus elke zondag in januari een gedicht van deze dichter.
Hagar Peeters (1972) studeerde Cultuurgeschiedenis en Algemene Letteren aan de Universiteit van Utrecht en was redacteur bij het ‘Historisch Nieuwsblad’. Haar performance op het Double Talk-festival in 1997 bleek voor haar de doorbraak: ze werd gevraagd op te treden bij De Nacht van de Poëzie en Crossing Border, nog voordat zij was gedebuteerd. Dat zou gebeuren in 1999, met ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’.
Naast poëzie schrijft Peeters ook proza. Maar omdat ze dichter van de maand is vandaag het gedicht ‘Ook wij, Titaantjes uit de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003.
.
Ook wij, Titaantjes
We hadden geen benul van hoe het liep.
We deden dingen omdat je dingen doet.
We richten daden aan en lazen soms een boek
om te vieren dat gedachten niet vergingen.
We gingen door omdat je verder moet
of bleven haken aan een onverwachte blik
omdat er blikken zijn waarmee iets wordt bedoeld,
vooral wanneer bedoeld was wat wij wilden.
We vingen aan en rondden ook wel af
maar wat in gang gezet was ging zijn eigen weg toch weer.
We maakten plannen, legden ons erbij neer
dat dingen gingen zoals ze niet waren voorvoeld.
We liepen af toen het eenmaal zo ver was
dat wat niet voorvoeld was onomkeerbaar bleek.
We lieten wat we hadden in de steek
en zochten naar wat ons verlaten had.
.
Wachten in de ochtend
Dichter van de maand
.
Voor de laatste keer dit jaar de dichter van de maand. In december is dit M. Vasalis en voor de maand januari heb ik gekozen voor dichter Hagar Peeters. Maar nu dus nog één keer als dichter van de maand een gedicht van Vasalis. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Wachten in de ochtend’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.
.
Wachten in de ochtend
.
Ik zat te wachten in een groot en leeg café
in bont gedoken, rillend in mijn eigen vuur
En alle bleke kelners wachtten mee…
zij spraken weinig, met gedempte stem:
‘ze wacht op hem, ze wacht op hem, op hem…’
er was geen klok, geen tijd, alleen maar duur.
De rode bomen brandden in het park omhoog
en het gebladert rilde in hun naakte brand;
ik zag het, en ik zag een vreemde hand
vóór mij op tafel, mager en die soms bewoog
op ’t rode kleed-de voorhang van een tabernakel.
Toen was ik niets meer dan maar één tentakel
blindelings gestrekt, met één blind oog voorop
en één doof oor, één sprakeloze open mond
gestrekt en zoekend tussen duizend mensen
en afgeleid door geen, één dringend wensen
totdat hij enkel maar die ene vond,
diens oog kon zien, het oor kon horen
en die de mond had uitverkoren
en die de kreet daaruit verstond.
Tot hij daar was….. tot hij daar stond
en ik, nog ganselijk verloren
hem nauw kon zien, hem nauw kon horen.
.







