Site-archief

Hanezang

Querulijn Xaverius Markies de Canteclaer van Barneveldt

.

Een van de redenen dat ik graag kringloopwinkels bezoek is dat, wanneer men over een ruime, goed geoutilleerde boekenverzameling beschikt, die ook nog eens  goed is ontsloten, ik daar vaak pareltjes van poëziebundels ontdek. Steeds meer mensen doen hun boekenkast de deur uit (dat staat daar maar ruimte in te nemen en stof te verzamelen) en in het gunstigste geval krijgen die boeken een tweede leven, al dan niet in een kringloopwinkel. Dat een huis zonder boeken zielloos oogt en dat juist de aanwezigheid van boeken er voor zorgt dat er gelezen wordt, interesseert helaas teveel mensen niets.

Een kringloopwinkel (met een goed ontsloten boekenverzameling, belangrijk want anders verzuip je in het aanbod en moet je wel heel gemotiveerd zijn om net zolang door te zoeken totdat je iets van je gading vindt) is zo’n plek waar je de leukste, aardigste, meest vergeten boeken en in mijn geval dichtbundels kan vinden. Juist het aanbod dat soms heel karig maar soms juist ook heel verrassend kan zijn, is wat me trekt. In kringloopwinkels kom je titels tegen die al lang vergeten zijn, niet meer te krijgen of slechts in een antiquariaat te koop zijn.

Titels waar je niet naar op zoek bent omdat je ze niet kent. Een voorwaarde wanneer je gaat zoeken op bijvoorbeeld boekwinkeltjes.nl want zomaar een beetje rondgluren kan wel maar dan heb je bijna 70.000 (poëzie) titels te gaan en ik geloof niet dat ik dat heel uitnodigend vind. Natuurlijk heel handig als je een specifieke titel zoekt maar ik hou juist heel erg van de verrassing. Zoals de twee bundeltjes die ik gisteren kocht in een kringloopwinkel in Zoetermeer.

In 1987 werd bij De Bezige Bij het kleine bundeltje ‘Hanezang’ Poëmen van Querulijn Xaverius Markies de Canteclaer van Barneveldt uitgegeven. Bijeengelezen door Marten Toonder (1912-2005) zo vermeldt de titelpagina. De kenners en liefhebbers van het werk van Marten Toonder kennen de markies als een van de vaste bijfiguren uit de Nederlandse stripreeks Tom Poes. Hij heeft de gedaante van een antropomorfe haan. De markies maakte zijn intrede in het krantenstripverhaal ‘Tom Poes en de watergeest’ uit 1947. In 1989 verscheen nog een tweede deel met de titel ‘Vleugeljaren’ en in 1997 ‘De verzamelde poëmen’, waarin opgenomen ‘Vleugeljaren’ en ‘Hanezang’, vermeerderd met herontdekt ongepubliceerd werk.

De Markies is een hooghartig personage met een minachting voor iedereen die niet van zijn stand is. Hij pretendeert van adel te zijn maar dat wordt nergens in de verhalen van Toonder bevestigd. Zijn leefgewoonten en uitspraken zijn door het Franse leven en de Franse taal geïnspireerd en hij heeft een voorliefde voor poëzie en esoterie. In de verantwoording achterin het bundeltje met 17 gedichten wordt verwezen naar de invloed van de dichter Willem Kloos, naar oude Engelse volksliedjes en naar een aantal van de verhalen van heer Bommel en Tom Poes. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Hoe pril was eens de morgenstond’.

.

Hoe pril was eens de morgenstond

.

Hoe jong was ik, hoe groen,

toen ik vroeger, na de noen,

mijn Lopsang-thee genoot

in ’t Rozenpaviljoen,

waar een merel zoete zangen floot.

.

Ach, hoe vredig was het toen,

hoe verre scheen mij daar de dood.

.

De avond is sindsdien gekomen.

Ala wat jool was is vergaan.

De vreugd der jeugd is mij ontnomen;

met ’t fêteren is ’t gedaan.

.

En als ik mijmer voor het vuur

met een Châteauneuf du Pape

over lang vergleden avontuur;

dan komt, hélas! de slaap.

.

Hoe pril was eens de morgenstond,

hoe grijs is ’t thans om negen uur.

.

 

 

God danst Dada

Tristan Tzara

.

In 1972 verscheen bij Fizz-Subvers Press een klein maar heerlijk vreemd bundeltje van Tristan Tzara: ‘God danst Dada’. Deze bundel werd mede mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Fonds en verscheen in een oplage van 500 stuks. De bundel begint met het ‘Manifest van monsieur Antipyrine’ uit 1916 en al lezend door dit manifest weet je meteen weer waar Dada over gaat: nihilisme en anti-esthetiek, en voeg daar voor mij nog maar wat surrealisme aan toe en algemene verwarrende gekte. In de Encyclopedia Britannica staat bij het lemma Dada: nihilistische en anti-esthetische beweging in de kunsten die vooral floreerde in Zürich , Zwitserland; New York ; Berlijn , Keulen en Hannover , Duitsland; en Parijs in het begin van de 20e eeuw.

In de bundel, vertaald door Peter Nijmeijer en Sjoerd Kuyper, staan foto’s, illustraties en gedichten van Tristan Tzara. Tzara (1896 – 1963) werd geboren in Roemenië maar verhuisde in de eerste wereldoorlog naar Zürich. Daar richtte hij samen met Hans Arp, Hugo Ball en Richard Huelsenbeck ‘Cabaret Voltaire’ op, de bakermat van de Dada beweging. Cabaret Voltaire verscheen eerst als tijdschrift maar werd al snel de naam van soirées die tot heftige confrontaties met het publiek zouden leiden. Op deze soirées werden klankgedichten (klinkerkonserten) voorgedragen, werd nieuwe muziek ten gehore gebracht en werden provocerende Dada-manifesten voorgelezen. Provocatie als kunstvorm. De Dadaïsten hadden met deze kunstvorm de intentie om mensen bewust te maken van hun vastgeroeste leefwijzen maar het publiek beantwoordde dit vaak met fysiek geweld.

In 1919 verhuisde Tzara naar Parijs waar hij enkele jaren Dada manifestaties organiseerde. In 1922 werd Dada , vooral door interne conflicten tussen Tzara en Andre Breton, ontbonden, waarna Breton zich op het surrealistische pad begaf. Rond 1930 verzoenden de twee zich echter weer en schreef Tzara meer surrealistische gedichten. Later weer ontwikkelde hij echter een geheel eigen stijl en bleef hij actief als dichter en schrijver tot zijn dood. Zijn werk is, ondanks zijn Roemeense afkomst volledig door hem in het Frans geschreven.

De bundel ‘God danst Dada’ is dus een vertaling vanuit het Frans. Leuk om te weten is dat deze bundel en andere uit deze reeks tussen de 75 cent en een gulden kostte destijds. Uit deze merkwaardige bundel koos ik het gedicht ‘De staart van de duivel is een fiets’ dat in 1920 werd geschreven en verscheen in ‘Manifeste sur l’amour faible et l’amour amer’ .

.

De staart van de duivel is een fiets

.

met praalwagens

er zijn uitvinding

bloemenfeest

.

straatspektakel duiven

hij ander zijn visitekaartje

of houdt een zijn als een vermaarde en

ik niet

.

wel hij beetje mij

Nationaal Majorettenpeleton

.

(vooral liefhebberij zegt

lentefeest)

.

gigantiese als zijn majorettes

heb karnaval present ook

of hij dat de mij zijn

en beschouwt als is geen

herfstfeest

.

of

.

Dada is een maagdelijke mikrobe

Dada is tegen het Lieve leven

Dada

naamloze vennootschap voor de uitbuiting van ideeën

Dada kent 391 houdingen en 391 verschillende kleuren al naar

gelang het geslacht van de president

Het verandert – bevestigt – beweert tegelijkertijd het tegen-

deel – belangeloos – schreeuwt – vist

Dada is een kameleon, uit op snelle en winstgevende

verandering

Dada is tegen de toekomst. Dada is idioot. Dada is dood. Leve

Dada. Dada is geen literaire stroming, brul brul

.