Site-archief

Kopland en Slauerhoff

Dichter over dichter

.

In de bundel ‘Dankzij de dingen’ van Rutger Kopland (1934-2012) uit 1989 staat een gedicht getiteld ‘In memoriam J.J. Slauerhoff’. In dit gedicht zijn citaten opgenomen uit ‘De ontdekker‘ en ‘Sala Y Gomez’ gedichten van J.J. Slauerhoff (1898-1936).  In het kader van dichters die over dichters schrijven leek me dit een prachtig voorbeeld.

.

In memoriam J.J. Slauerhoff

.

Het was nergens, land was niet

om te zijn, te blijven, te verlaten,

maar om terug te keren en te zien

dat het er nooit was geweest.

.

Land, dat was de droom van land,

van ergens, ‘leeg over de leege zeeën’

heen te gaan, en nooit aan te komen.

.

‘Het heet: het eiland door de zee

bezeten’, dat is het, geboren als steen

onder ‘de steenen goden’, verdiept

in hun hiëroglyphen, hun stenen

.

taal, daar zal het blijven en

verloren gaan, tot stof, tot

wat het ooit moet zijn geweest.

.

De Profundis

J. Slauerhoff

.

Ik ben in het bezit gekomen van de dichtbundel ‘Eldorado’ van J. Slauerhoff (1898-1936) uit 1928.  Ik had al een exemplaar van deze bundel maar dit betreft een eerste druk. En ondanks dat dit boek al bijna 100 jaar oud is, is het goed bewaard gebleven. De harde kaft heeft wel wat sporen van ouderdom en hier en daar is in potlood wat bij de gedichten geschreven maar het geschepte papier is nog in erg goede staat.

Dat Jan Jacob Slauerhoff scheeparts was is wel bekend. Dat hij twee bundels onder pseudoniem schreef van John Ravenswood is minder bekend. Zo verscheen Oost-Azië’ uit het zelfde jaar als ‘Eldorado’ onder dit pseudoniem maar ‘Eldorado’ dus niet. Slauerhoff publiceerde in 1928 een aantal gedichten onder de schuilnaam ‘John Ravenswood’. Slauerhoff schreef in het voorbericht van de bundel ‘Oost-Azië’, dat John Ravenswood, die woonde op het Koreaanse eiland Quelpart, zojuist was overleden. Hij was via omwegen in Korea terechtgekomen, had een aantal verzen geschreven. Hij wilde ze publiceren, maar persoonlijk anoniem blijven. Dus had hij Slauerhoff aanvankelijk benaderd om de verzen onder zijn naam te laten publiceren.

“Hij verzocht mij dus de lading zijner verzen met de vlag van mijn naam te mogen dekken. Hij kon niet meer op andere Hollandsche namen komen” (staat op pagina 3 te lezen). Nu Ravenswood gestorven bleek, zag Slauerhoff geen beletsel meer ze onder diens eigen naam uit te geven. Iedereen doorzag destijds al direct het pseudoniem. Waarom Slauerhoff deze gedichten niet onder eigen naam liet publiceren is nooit geheel duidelijk geworden. Misschien omdat het zijn eerste varensgedichten waren, en als zodanig anders dan zijn “reguliere” oeuvre.

Hoe dan ook, de volgende bundel die Slauerhoff publiceerde zou onder zijn eigen naam zijn. In 1928 ging Slauerhoff varen voor de Koninklijke Hollandsche Lloyd en maakte een aantal reizen naar Latijns-Amerika. Zijn gezondheid ging er iets op vooruit (hij leed aan aanvallen van astma) en zijn literaire productie nam evenredig toe. Tot 1930 publiceerde hij zes gedichten- en twee verhalenbundels. Dit was mede te danken aan een van zijn vrienden, de schrijver en literatuurcriticus E. du Perron. Die hielp hem in 1929, toen Slauerhoff enige tijd verbleef in het Belgische landhuis van de Du Perrons, met het sorteren, corrigeren en bundelen van de grote hoeveelheid teksten.

In ‘Eldorado’ staan dus gedichten die zijn geschreven tijdens zijn reizen naar Latijns-Amerika. Het gedicht ‘De Profundis’ staat op pagina 55. De Profundis is Latijn voor ‘uit de diepte’ en dit is duidelijk terug te lezen in het gedicht. Je kunt je voorstellen dat tijdens de zeereizen Slauerhoff tot een dergelijk gedicht is gekomen. Ook Ida Gerhardt schreef een gedicht met deze titel. Lees dit gedicht hier en vergelijk.

.

De Profundis

.

Waar de zee zwart wordt van diepte en wrakken

Niet verder zinken – vaste sterren worden –

Over der onderwereld plantenhorden

Die plomp als rotsen kiemen, noch vertakken,

.

Wacht – onder wijd en angstig ledig zwijgen,

Als dood diep in een geest die zich niet kent,

En drukt een stilt’, nooit opgeheven dreigen

Der laatste rampen, steeds afgewend,

.

De drenkelingen, die zijn afgedaald.

Zij merken helsch herleefd dat zijn niet mogen

Vergaan, maar eeuwig met gesperde oogen

Een nacht inzien, die opklaart noch vervaalt.

.

Na Slauerhoff’s dood

Dichters over dichters

 

In de rubriek ‘Dichters over dichters’ vandaag een gedicht van de dichter Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) die leefde van 1887 tot 1939. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandse calvinistische dichter van zijn generatie. P.J. Meertens noemt hem een christelijk renaissancedichter en Hans Werkman, biograaf van Willem de Mérode schreef over hem: “De dichter doorleefde de tragedie van een onmogelijke liefde; hij schreef in de spanning van jongensliefde en een mystieke beleving van christelijk geloof”.

Die calvinistische en christelijke inslag komt heel duidelijk terug in het gedicht ‘Na Slauerhoff’s dood’ dat hij schreef in 1936 (13 dagen na het overlijden van Slauerhoff) en dat ik nam uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 dat in twee banden verscheen. Dit gedicht staat in het tweede deel. Beide banden werden mogelijk gemaakt met financiële steun van het ministerie van WVC (kom daar nog maar eens om).

J.J. Slauerhoff en Willem de Mérode hadden wat levensbeschouwing betreft weinig met elkaar gemeen. Het pessimistisch scepticisme van de eerste stond lijnrecht tegenover het reformatorisch, orthodox christen-zijn van de ander. Toch hadden beide dichters ook overeenkomsten zoals hun liefde voor de Chinese lyriek.

.

Na Slauerhoff’s dood

.

Dichter, je bent besproken en bezongen

Door hen die over dood lichtzinnig baazlen,

Alsof je een weekje thuis was met de maazlen.

Straks zullen zij weer met die flinke jongen

Er één op drinken, naar de meisjes gaan

En (’t leven is geen lol) landerig vertrekken

Om in de Stille Zuidzee te ontdekken

Dat de aarde bezig is met te vergaan.

.

Misschien heb jij ’t verschriklijke beseft

Dat je God overal zoekt en nergens treft,

Tot Zijn gelaat de duisternis deed wijken

En jij, Hem ziende, duister moest bezwijken?

.

Dit is zoo droef dat je bewonderaars preeken

En niemand één woord over God dúrft spreken.

.

J.J. Slauerhoff

Avond

.

Omdat zijn gedichten zo fraai gecomponeerd zijn, het gedicht ‘Avond’ van J.J. Slauerhoff (1898-1936).

.

Avond

Het huis sliep achter zijn gesloten blinden,
Wij zaten samen op de kille bank,
De dag was als haar oude vader krank,
De blaren fluisterden met moede winden.

Moe van de geuren die zij moeten dragen
Van graven oud en rozen uitgebloeid,
Weemoedig vlagend door verwarde hagen
En ’t armlijk loof dat om de zerken groeit.
 
Je hebt weinig gedacht en veel gezwegen
En stil de handen om mijn hoofd gelegd,
Zo zeggend: ‘Ook de grootste liefde kan niet tegen
De dood die niets ontziet en alles slecht.’

.

Slauerhoff-website

Uit Verzamelde gedichten Deel 1 (1947) Serenade III

Dichters en muzikanten

Muziekweb

.

Muziekweb is de website van de Centrale Discotheek Rotterdam (CDR). De CDR is bekend als de muziekcollectie van Nederland en heeft op haar website veel informatie over muziek. Niet alleen over haar collectie en hoe hiervan gebruik te maken maar ook over verschillende stijlen en thema’s.

Een van de thema’s is Dichters & muzikanten. Zoals de tekst op de website al vermeldt, muzikanten en dichters zijn vaak elkaar creatieve partners. Tekstdichters zijn vaak net dichters en dichters zijn soms ook tekstdichters. In de categorie Muziek en Poëzie in songteksten heb ik hier al vele malen over geschreven.

De themafolder Dichters & Muzikanten bevat een aantal bijzondere samenwerkingsvormen van muzikanten en dichters door de tijden heen vanaf 1945 (Willem Pijper en Simon Vestdijk) tot 2012 (Willem Elsschot en Ella Bandita) maar ook de voormalige Rotterdamse stadsdichters De Woorddansers (2007), J.J. Slauerhoff en Nynke Laverman (2004) en Jules Deelder en Herman Brood (1996). In totaal worden 12 bijzondere vormen van samenwerking behandeld.

Van dit thema is een folder gemaakt (te krijgen via elke bibliotheek) die digitaal te lezen is op http://www.muziekweb.nl/Link/N00000000026

Van elk duo zijn geluidsfragmenten te beluisteren en is een discografie opgenomen.

.

Muziekweblogo

Slauerhoff leeft!

Festival Literaire Meesters

.

In Utrecht wordt van 10 tot en met 25 november het Festival Literaire Meesters georganiseerd, waarin de dichter J.J. Slauerhoff (1898 – 1936) centraal staat. Daarnaast zal de dichter in de week van 12 tot en met 16 november volop aandacht krijgen op Cultura24 (het digitale themakanaal van de Publieke Omroep voor verdieping in kunst en cultuur). Alle informatie over dit festival vind je op http://www.literairemeesters.nl/

Misschien wel de bekendste zin uit het gedicht ‘Woninglooze’ van Slauerhoff is: Alleen in mijn gedichten kan ik wonen. Nooit vond ik ergens anders onderdak.

Nu, hier een ander gedicht wat mij erg aanspreekt van deze dichter/scheepsarts die nog altijd veel lezers en bewonderaars kent.

.

De moede soldaat

Achter de hagen langs de straat
Staan zij in feestgewaad;
Geen schone kan mij nog wat schelen,
Zij mogen mijn soldij verdelen!
.
En ik vereer niet meer de heilige meren,
Noch luidt voor mij de avondgong,
Die etter draag van kwade zweren
En nauw de dood ontsprong.
.
Maar kindren komen aan mijn knie, zij houden
In kleine handjes grote schalen wijn.
Ach, laat ik drinken, dromend van hen houden,
En nooit soldaat meer zijn!

.

Met dank aan gedichten.nl

 

 

Gedichten op vreemde plekken

Deel 61: In een parkeergarage

.

In een parkeergarage in Leeuwarden staat de eerste zin van het gedicht ‘Morgen rijd ik’  van J.J. Slauerhoff (1898 – 1936) onder de ruit van de bewakers/portierspost.

Hier het gedicht in zijn geheel uit de bundel ‘Serenade III’.

.

MORGEN RIJD IK

Morgen rijd ik met bedwelmende bloemen naar je toe.

Ik wil niet langer wachten, eindelijk weten hoe

Je bent; de bloemen zullen je verraden.

Als je liefdeloos bent, zullen ze kwijnen en treuren;

Als je kwijnt van verlangen, heviger geuren;

Als je brandt van verlangen, hun knoppen scheuren

En jij in een groot gebaar al je gewaden.

.