Site-archief

Boudewijn de Groot

De kinderballade

.

De tekst van het lied ‘De kinderballade’ van Boudewijn de Groot is geschreven door Gerrit Komrij, niet vreemd dan ook dat ik juist dit nummer vandaag hier plaats in de categorie poëzie en muziek. Zoals Herman Pieter de Boer de tekst van ‘Annabel’ schreef, zo dus Komrij de tekst van ‘De kinderballade’. Nu had ik vrijwel elk nummer van Boudewijn de Groot kunnen nemen, zijn vaste tekstschrijver Lennart Nijgh zou je de dichter onder de tekstschrijvers kunnen noemen.

‘De kinderballade’ kwam uit op het album ‘Zing je moerstaal’ uitgebracht in de Boekenweek van 1976. Ad Visser (Toppop) bedacht en produceerde deze LP. Op dit album vertolkten Nederlandse artiesten teksten van Nederlandse auteurs. Voorbeelden zijn duo’s als Kees Buddingh en Alexander Curly, Jules Deelder en Focus en Judith Herzberg en Earth & Fire. Pas in 2006 verscheen ‘De kinderballade’ in druk.

.

De kinderballade

Hij was twaalf, had rappe leden,
jongen uit de Hof van Eden.
Als hij lachte, lachten luidkeels
alle leeuweriken mee.
Met zijn blikkering van tanden,
met zijn marmerbleke handen
leek hij op een tere engel
uit een sierlijk bal masque.
Hij kon klaterhelder zingen
en zijn haar rook naar seringen.
Oh hij was een waterprins
die in zijn pak van goudlamee
was ontstegen aan de zee.

Zij was dertien, een gazelle,
en haar naam was Annabelle.
Annabelle noemden haar zowel
de hinde als het ree.
Met haar helderrode wangen,
met haar glinsterende spangen,
leek zij in haar gazen bruidsjurk
’t meest nog op een toverfee.
Blauw waren haar vreemde ogen,
blauw maar zonder mededogen.
Oh ze was een kleine meermin
die maar net van lieverlee
was ontstegen aan de zee.

Samen in het ochtendgloren
wandelden ze langs het koren.
Mild en zonder ze te storen
scheen het zonlicht naar benee.
En onder de roze stralen
kuste hij haar lippen dralend
en hij zei haar wonderwoorden,
zelfs het gras luisterde mee.
Op het horen van die woorden
week voor hen gedwee het koren
en het lispelde: wees welkom,
en bood doorgang aan die twee
zoals eens de Rode Zee.

Toen hij, op geblaf van honden,
dagen later werd gevonden,
lag de blanke prins geschonden
in het koren zonder fee.
Met zijn dode grote ogen
keek hij roerloos naar omhoog en
langzaam ritselde zijn bloed nog
uit een gruwelijke snee.
Niemand wist meer te vertellen
hoezeer kleine Annabelle
had gehouden van haar engel
uit het sierlijk bal masque.
Maar nog altijd ruist de zee.

.

Boudewijn de Groot

Dichters en muzikanten

Muziekweb

.

Muziekweb is de website van de Centrale Discotheek Rotterdam (CDR). De CDR is bekend als de muziekcollectie van Nederland en heeft op haar website veel informatie over muziek. Niet alleen over haar collectie en hoe hiervan gebruik te maken maar ook over verschillende stijlen en thema’s.

Een van de thema’s is Dichters & muzikanten. Zoals de tekst op de website al vermeldt, muzikanten en dichters zijn vaak elkaar creatieve partners. Tekstdichters zijn vaak net dichters en dichters zijn soms ook tekstdichters. In de categorie Muziek en Poëzie in songteksten heb ik hier al vele malen over geschreven.

De themafolder Dichters & Muzikanten bevat een aantal bijzondere samenwerkingsvormen van muzikanten en dichters door de tijden heen vanaf 1945 (Willem Pijper en Simon Vestdijk) tot 2012 (Willem Elsschot en Ella Bandita) maar ook de voormalige Rotterdamse stadsdichters De Woorddansers (2007), J.J. Slauerhoff en Nynke Laverman (2004) en Jules Deelder en Herman Brood (1996). In totaal worden 12 bijzondere vormen van samenwerking behandeld.

Van dit thema is een folder gemaakt (te krijgen via elke bibliotheek) die digitaal te lezen is op http://www.muziekweb.nl/Link/N00000000026

Van elk duo zijn geluidsfragmenten te beluisteren en is een discografie opgenomen.

.

Muziekweblogo

De zwarte jager

Uit mijn boekenkast

.

Vandaag de bundel ‘De zwarte jager’ van Jules Deelder. Gekocht als derde druk in 1984 toen ik Deelder als dichter ontdekte. Uit deze bundel (uitgegeven door De Bezige Bij) met gedichten zonder titels en zonder uitzondering met een bijzondere typografische vormgeving, uit hoofdstuk III het volgende gedicht:

.

Ontstegen aan

…..het bleke bed

komt hij

…………..op weg

…..naar het toilet

Bix Beiderbecke

…………….tegen

die zonet

…………….op

……..zijn cornet

….de Koekoekswals

heeft ingezet

.

………………..Bij

…..nader inzien

..blijkt ook het

….toilet bezet

.

zwarte jager

De Mensch Deelder

Uit mijn boekenkast

.

In de jaren 80 van de vorige eeuw was ik groot fan van Jules Deelder (en nog steeds). Uit die tijd heb ik ook verschillende bundels van hem en heb ik hem een aantal keren live op een podium zien optreden. Uit die tijd stamt ook het boek De Mensch Deelder (1986). Uit mijn (inmiddels deels vergeelde) exemplaar het volgende gedicht van Jules:

.

Half Moon Inn, San Diego, Calfornia

.

Op het gazon

rond het zwembad

groepen ze samen;

de gok-, sex- en ho-

recafbazen doen zaken

.

soms laat er een zich

voorzichtig te water;

van ver klinkt de stem

van Bep van Klaveren –

.

”k Gaf ‘m een hóek

Hij ‘p nóóit meer gebokst.’

De temperatuur loopt op

tot 25 graden

.

De Mensch Deelder, waarin opgenomen J.A. Deelder: teksten 1962 – 1985 door Pieter van Oudheusden en Herbert Verhey, Veen uitgevers

.

Deelder

 

Gedichten op vreemde plekken

Deel 82: op vuilniswagens

.

In Rotterdam heeft een samenwerkingsproject van de Stichting Poetry International en de Rotterdamse vuilophaaldienst, de Roteb tot een bijzondere plek voor poëzie gezorgd. Sinds 1988 kiest Poetry International voor de Roteb dichtregels uit die worden aangebracht op alle grotere vuilophaalwagens.  In 2001 lieten twee kunstenaars de vuilniszakken spreken, alweer in Rotterdam. De zakken kregen allemaal een letter, zodat de Rotterdammers  zelf woordjes konden maken bij het naar buiten zetten van de vuilnis.

.

Dichtregels van o.a. de Franse dichter Eugène Guillevic ( Soms geloof ik er in / of bijna), van de Chileense dichter Nicanor Parra ( wee de mens die zich nooit vergist) maar ook van Nederlandse dichters zoals Jules Deelder ( Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt) en Gerrit Achterberg ( De schemer heeft uw kleren aan) sieren vuilniswagens.

.

In 2010 organiseerde de Roteb en Poetry International een wedstrijd.  Alle inwoners uit de regio Rijnmond mochten nu zelf een dichtregel insturen en maakte hiermee kans hun regel terug te lezen op een Roteb-wagen. Dit mocht uit eigen werk zijn of een citaat uit poëzie van een andere (bekende) dichter. Winnaar van deze wedstrijd werd Peter Oole met de regel ‘Soms kom ik mezelf tegen / en dan zeg ik niet eens gedag’.

.

vuilniswagen 2

 

vuilniswagen1

 

winnaar

Gedichten op vreemde plekken

Deel 74: Op een schutting in Rotterdam

.

Gisteren een gedicht van Jules Deelder, vandaag opnieuw maar dit keer op een schutting in de Proveniersstraat in Rotterdam.

Het gedicht Rotown Magic wijkt op een paar punten af van de tekst op de schutting. Ik weet niet of dit door de, ongetwijfeld Rotterdamse, schilder van het gedicht is gedaan of dat er een andere reden voor is. Hoe dan ook, de tekst op de schutting is Rotterdamser dan de tekst van het originele gedicht (zoek de verschillen).

.

Rotown magic

Rotterdam is niet te filmen
De beelden wisselen te snel
Rotterdam heeft geen verleden
en geen enkele trapgevèl
.
Rotterdam is niet romantisch
heeft geen tijd voor flauwekul
is niet vatbaar voor suggesties
luistert niet naar slap gelul
.
’t Is niet camera-gevoelig
lijkt niet mooier dan het is
Het ligt vierkant hoog en hoekig
gekanteld in het tegenlicht
.
Rotterdam is geen illusie
door de camera gewekt
Rotterdam is niet te filmen
Rotterdam is vééls te ècht

.

Uit: Vrijwel alle gedichten (2004)

Met dank aan gedichten.nl

deelder1

deelder2

deelder3

deelder4

J.A. Deelder

Gedicht

.

Ik geloof  dat ik de laatste tijd wel erg veel tijd doorbreng in Rotterdam. Ik kreeg ineens zin in een Deelder gedicht.

.

Mariniersbrug

De Maasbrug
symbool van on-
verzett’lijkheid
leed aan metaal-
moeheid en was
gedoemd – Geen
.
marinier die ‘t
stage knagen van
den tijd een halt
toepriep – Integen-
deel! Reeds rees
uit Rotown’s harte-
.
bloed een nieuw
symbool ons tege-
moet – scharlaken
in de neongloed –
De Mariniersbrug
Poort die naar
heden voert!

.

Uit: Vrijwel alle gedichten, 2001

Met dank aan gedichten.nl

.

Jules Deelder

Tegenstellingen

Andreus en Deelder

.

Om nog maar eens te tonen dat mijn poëtische voorkeuren nogal breed zijn hieronder twee dichters die ik bewonder(om verschillende redenen overigens) met twee volkomen verschillende gedichten.

Kil

De herfst wordt nu kil.
De meeste bomen houden hun groen vol,
maar de berken, van vorm en tint toch al ijl,
slinken tot geesten.
Hun schemerende skeletten zijn behangen
met dunne gouden munten waar de zon doorheen schijnt,
versleten dukaten die zullen
vallen op vochtige Hollandse zandgrond.

Hans Andreus

 

Oh Kut

Oh kut, oh snee, oh pruim, oh spleet,
Oh gleuf, oh naad, oh kier, oh reet,
Oh gat, oh dot, oh doos, oh neuk,
Oh muts, oh klier, oh bef, oh prut,
Oh peer, oh vijg, oh dop, oh deur,
Oh lek, oh put, oh kloof, oh scheur,
Oh rits, oh snits, oh lik, oh stuk,
Oh pot, oh punt, oh kruis, oh munt,

Oh poort, oh zucht, oh tuin, oh lust,
Oh moes, oh vlaai, oh muis, oh trut,
Oh vlucht, oh krocht, oh brug, oh kolk,
Oh veeg, oh dirk, oh kees, oh hol,
Oh grot, oh schacht, oh bron, oh dal,
Oh hok, oh wak, oh wel, oh kwal,
Oh soes, oh tas, oh voos, oh kwast,
Oh zweer, oh puist, oh moot, oh schram,

Oh flens, oh roos, oh poes, oh jet,
Oh sluis, oh pomp, oh lurk, oh kets,
Oh schelp, oh schee, oh poel, oh zee,
Oh zacht, oh zout, oh zoet, oh wee,
Oh hals, oh fles, oh vaas, oh kat,
Oh mond, oh wond, oh jaap, oh kwel,
Oh vat, oh val, oh toef, oh zalf,
Oh vloek, oh troost, oh kuil, oh graf,

Oh klem, oh kluif, oh spons, oh kruik,
Oh klit, oh snor, oh plons, oh fuik,
Oh dons, oh kluit, oh lonk, oh tuit,
Oh in, oh uit, oh in, oh uit.

Jules Deelder