Site-archief

Interview met een dichter

Meander literair E-zine

.

Dichters en in poëzie geïnteresseerden kennen ongetwijfeld Meander. Sinds 1995 is de website van Meander een fenomeen in literair Nederland als het om poëzie gaat. Op http://meandermagazine.net/wp/ kun je uit een veelheid aan categorieën kiezen als dichters, wereldpoëzie, de klassiekers, en recensies. Enige tijd geleden werd ik gevraagd door Antoinette Sisto, poëzieredacteur bij de rubriek Dichters, voor een interview. In het E-zine van deze  maand is het interview dat Antoinette mij afnam te lezen. Ga hiervoor naar: http://meandermagazine.net/wp/2014/10/gedichten-met-een-lekker-rauw-randje/

Bij het interview zijn ook vier van mijn  gedichten gepubliceerd uit mijn laatste bundel ‘Winterpijn’. Een van deze gedichten is ‘A la carte’.

.

A la carte
Kraaien vreten hun buikjes
rond, aan het kadaver van een
aangereden eend gaat geen
menukaart vooraf

palingen van de lucht zijn het
vuilnisbakkenrakkers in doodskleed

dan volgen de eksters, het blauw
van hun veren doet koninklijk aan
hun manieren aan tafel echter
bewijzen het tegendeel.

.

meander

 

Sylvie Marie

Vlaamse dichters

.

Sylvie Marie ( 1984) woont in Gent, waar ze politieke en sociale wetenschappen studeerde. In Brussel voltooide ze haar studententijd met een postgraduaat journalistiek. Ze publiceert sinds 2005 gedichten in literaire tijdschriften en staat regelmatig op het podium. In het voorjaar van 2009 verscheen haar debuutbundel ‘Zonder’.  In 2011 volgde een tweede bundel ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs en de JC Bloemprijs. In 2013 verscheen ‘Speler X’, een voetbalroman waarvan ze co-auteur is. In juni 2014 verscheen haar derde dichtbundel ‘Altijd een raam’.

Tussen november 2009 en juni 2011 schreef Sylvie Marie als huisdichteres regelmatig gedichten voor het weekblad Humo nadat ze Humo’s Gouden Aap won. Tegenwoordig werkt ze als leerkracht literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper en geeft ze regelmatig workshops poëzie. Ze was poëziecoördinator bij Meander en is redacteur bij het literaire tijdschrift Deus ex Machina. Op haar website http://www.sylviemarie.be/ kun je veel meer informatie vinden.

Uit haar bundel ‘Zonder’ uit 2009 het gelijknamige gedicht.

.

zonder

die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.

.

Sylvie marie

Stropdas

Peter W.J. Brouwers

.

Peter W.J. Brouwers herinner ik me nog goed van zijn voordracht bij het Ongehoord! poëziepodium in 2011. In november van dat jaar stond hij o.a. samen met Elfie Tromp en Floor Cornelisse (Upperfloor) op het podium. Sindsdien is zijn ster rijzende.

In datzelfde jaar kwam zijn landelijke debuutbundel ‘Landdieren’ uit. Peter treedt regelmatig op, publiceert gedichten op internet en in magazines en tijdschriften. Ook heeft hij een aantal poëziewedstrijden gewonnen. Hij is als jurylid verbonden aan de jaarlijkse Guido Wulmsprijs (B) en is redactielid van het literaire tijdschrift Ambrozijn.

Samen met t.v. maker Michael Abspoel werkt hij aan een theaterprogramma rondom Jacques Brel. Op zijn website http://www.peter-brouwer.com/ staan naast bio- en bibliografische gegevens, recensies, foto’s, gedichten en filmpjes.

.

Stropdas

Toen hij gestorven
en zwaar in zijn indigoblauwe
pak gehesen was

en hem
zijn sokken en zijn schoenen
weer waren aangedaan

moest hij nog een stropdas om,
die zou jij zoon
voor hem wel knopen.

Maar terwijl hij en zijn dode ik
nog enkele woorden met
jouw gedachten wisselden

zakte de knoop steeds dieper
en stroomde de das door
je handen weg.

En je schaamde je,
groot en verdrietig geworden
boven het lege laken.

Later doe je het
je zoon voor,
hoe een das te knopen.

Wanneer hij ergens in de nacht
danst en lacht,
lig jij met zijn moeder in bed
en wacht.

Denkend aan het pak en zijn postuur
leg je knopen in het behang

en kijkt bij tijd en wijlen op de klok
en neuriet,
totdat hij komt.

 .

PWJ

Verslag van een mooie zondagmiddag in november

Ongehoord!

.

Op zondag 24 november was het laatste poëziepodium van Ongehoord! van dit jaar. In totaal meer dan 50 mensen bezochten de glazen zaal in de bibliotheek van Rotterdam voor een middag vol poëzie en muziek.

De presentatie van deze middag was in handen van Menno Olde Riekerink die dit op zijn geheel eigen en creatieve wijze deed. Voor de voordrachten werden de dichters kort geïnterviewd.

De middag begon met de dichter Gosia Wolak. In het kader van de Poolse maand van de bibliotheek Rotterdam had Ongehoord! twee Poolse dichters uitgenodigd. Gosia, architecte van beroep, droeg voor uit haar nieuw te verschijnen bundel met gedichten. Haar gedichten, eerst in het Pools daarna in de Nederlandse vertaling werden ondersteunt door lichtbeelden met tekeningen van haar hand.

Na Gosia was het de beurt aan Elfie Tromp. Zij was al eerder te gast bij de presentatie van tijdschrift Strak maar zondag las ze voor uit haar succesroman Goeroe (genomineerd voor het beste Rotterdamse boek van 2013).

Vervolgens was het de beurt aan Agnieszka Steur, de tweede Poolse dichter. Agnieszka las / droeg teksten voor van haar hand. Eerst een deel in het Pools en vervolgens in het Nederlands. Na Agnieszka was het tijd voor de 4e vrouw op rij de singer-songwriter Avilyn. Avilyn bracht samen met een (acoustisch) bassist een deel van haar repertoire dat bestaat uit Engels- en Nederlandstalige nummers.

Vervolgens kwam Edwin de Voigt verhalen uit zijn nieuwe bundel Naar Inkt Vissen, een bundel gedrukt met de inkt van inktvissen. Niet verwonderlijk dat de poëzie in de bundel vissen en het leven in zee als thema heeft. Ook Menno droeg een stuk uit deze bundel voor.

In de pauze was er ruimte en tijd om boeken, bundels en cd’s aan te schaffen, bij te praten en contacten te leggen.

Na de pauze was het de beurt aan Joz Knoop. Joz deed wat hij het beste kan, prachtige poëzie brengen waarbij ook gelachen mag worden. En natuurlijk deed Joz een aantal Jozonets, een dichtvorm waarbij een aantal zinnen halverwege het gedicht  gespiegeld worden herhaald. Een heel bijzonder inventieve manier van dichten die tot zeer opmerkelijke resultaten leidt.

Als laatste dichter uit het programma was Marloes Robijn aan de beurt. Als Meander dichter bracht zij frisse, onverwachte poëzie.

Het Open podium bracht maar liefs 7 dichters en tot slot speelde Avilyn nog. Al met al een mooi slotakkoord van een jaar ongehoorde poëziepodia. Op Facebook kun je de foto’s en een filmpjes bekijken van deze middag: https://www.facebook.com/pages/Poëzie-stichting-Ongehoord/198377273552195?fref=ts

.

nov

IMG_6017

IMG_6028

IMG_6022

IMG_6026

IMG_6027

Zondag 24 november

Ongehoord! podium

.

Het novemberpodium is het laatste van dit jaar maar zeker niet het minste, Een overvol programma waarin de dames zeer goed vertegenwoordigd zijn.

Wat te denken van schrijfster columniste Elfie Tromp, haar ster is niet rijzende, die schiet omhoog! Haar debuutroman Goeroe werd zeer goed ontvangen en genomineerd voor het beste Rotterdamse boek en ze werkt aan een nieuwe roman over zaadsmokkel in de hondenfokkerij. Dan de Meanderdichter van deze editie Marloes Robijn, ook nog jong maar ze trad al op bij Dichters in de Prinsentuin, Onbederf’lijk vers en Festifarm.

Dan komen er maar liefst twee Poolse dichters, woonachtig in Nederland voordragen. Gosia Wolak en Agnieszka Steur. De eerste architect en gastdocent ontwerples aan de TU Delft, de tweede Pools taal- en letterkundige, schrijfster, columnist, journalist en taalonderzoeker. Zij zijn gevraagd in het kader van de Poolse maand in de bibliotheek van Rotterdam.

De laatste vrouw is Avilyn, een Rotterdamse singer-songwriter die in 2009 debuteerde met haar album ‘alleen maar vrij’. Avilyn schrijft zelf haar liedjes (teksten en muziek) op gitaar en piano.

Maar er komen ook twee heren. Joz Knoop. Joz was van 2010 tot 2013 wijkdichter van het Rotterdamse Beverwaard. In 1990 ontwierp Joz een eigen dichtvorm, het jozzonet: een gedicht dat zich in zijn middelste regel spiegelt. Inmiddels wordt deze dichtvorm tot ver over onze landsgrenzen gebruikt.

En tot slot komt Edwin de Voigt, Hij neemt ons mee in zijn nieuwe project Naar Inkt Vissen. Een speciaal boek vol zeemansverhalen, gedrukt met echte inktvisseninkt.

De presentatie is in handen van Menno Olde Riekerink.

We beginnen om 14.00 uur, zaal open om 13.30 uur. Gratis koffie en thee en natuurlijk is er de mogelijkheid om met alle dichters te praten en hun bundels aan te schaffen en te laten signeren.

Toegang is gratis. Waar: In de centrale bibliotheek van Rotterdam aan de Hoogstraat, op de eerste verdieping in voorheen de Glazen Zaal.

.

Ongehoord

Collage gedicht

Hertha Müller

.

Hertha Müller (1953) is een Duitstalige schrijfster van Roemeense afkomst. Ze stamt uit een etnisch Duitse familie uit het  Banaat (een geografische en historische regio in Centraal Europa). Zij studeerde Duits en Roemeense taal- en letterkunde en ontving voor haar werk in 2009 de Nobelprijs voor Literatuur. Omdat ze weigerde met de Securitate samen te werken werd haar werk in Roemenië verboden of ernstig gecensureerd. In 1987 week ze samen met haar partner Richard Wagner uit naar West Duitsland. Daar werkte ze verder aan haar oeuvre dat vooral gaat over het dagelijkse leven in een dictatuur.

Bij het schrijven van haar proza putte de schrijfster tijdens de dictatuur uit woorden die ondanks alles vrijelijk in haar hoofd konden rondzoemen. Vreemd genoeg bedient ze zich voor haar poëzie juist vaak van het gedrukte woord. In Nederland verscheen in 2011 bij uitgeverij De Geus haar bundel ‘De rokkenjager en diens bijdehante tante’.

Uit deze bundel, vertaald door Ria van Hengel, een ‘collage’ gedicht met vertaling.

.

einmal_regnete_144_145

 

op een keer regende
het melk op het huis
in 3 ploegen kwamen
alle katten drinken
de magere op de arm gedragene de
spitsneuzige die met slim genoegen
de hemel als privébezit in hun kop
droegen de verslagene de begravene
maar tevreden geworden
met de jaren – en overreden met
granaatrode poten waren de bulgaren
verreweg de mooiste van alle katten
in de dakgoten

.

Meer informatie over Hertha Müller is te vinden op de site van Meander: http://meandermagazine.net/wp/2011/06/een-lust-voor-het-lezersoog/

Anna Swirszczynska

1909 – 1984

.

Door @PieterDrift werd ik gewezen op de Poolse dichteres Anna Swirszczynska, de dichteres met de meest onuitspreekbare achternaam van alle dichters. Over haar lezend en vooral haar gedichten lezend werd ik erg enthousiast. Deze Poolse dichteres heeft een zwaar leven gehad, veel meegemaakt en hele mooie poëzie geschreven.

Meer informatie over Anna is te vinden op: http://www.poemhunter.com/anna-swirszczynska/biography/ en op de website van Meander.

Hieronder een fraai staaltje van haar (vertaalde) poëzie.

.

The Same Inside

Walking to your place for a love fest
I saw at a street corner
an old beggar women.
I took her hand,
kissed her delicate cheek,
we talked, she was
the same inside as I am,
from the same kind,
I sensed this instantly
as a dog knows by scent
another dog.
I gave her money,
I could not part from her.
After all, one needs
someone who is close.
And then I no longer knew
why I was walking to your place.

.

Met dan aan Pieter Drift en Poemhunter.com

anna

Het Vliegend Varken

Website met poëzie

.

Hebben ze in Vlaanderen het Liegend Konijn, in Nederland hebben we het Vliegend Varken. Deze website met en over poëzie is een mooie aanvulling op de poëziewebsites die er al zijn. Juist omdat er aandacht wordt besteed aan dichters die wel al bekend zijn bij een kleiner publiek of waarvan het werk wel al wat bekendheid geniet. Deze dichters worden in de spotlight gezet en van hen verschijnen er gedichten op de website.

Naast Meander, De Contrabas, Hanta, Krakatau en Hernehim (en vele andere) nu dus een vernieuwde website voor een ieder die zich interesseert in poëzie of het lezen van gedichten.

.

Je kunt de website vinden op http://www.hetvliegendvarken.nl/index.html

.

Hermetische poëzie

Met vis op weg

.

Naar aanleiding van het gedicht dat ik gisteren plaatste heeft Ger Belmer gereageerd. Deze reactie gaat ondermeer over het toevoegen van onbegrijpelijke elementen aan gedichten waardoor deze vrijwel onleesbaar worden. Elementen die op het eerste gezicht niets met elkaar en het gedicht te maken hebben. Hoewel mijn gedicht Met vis op weg bedoeld was als een stukje absurde tekst zonder enige betekenis (gewoon omdat het kan en ik er zin in had zoiets te schrijven) heeft dit me wel aan het denken gezet.

Ook ik lees weleens poëzie waarvan ik denk; waar gaat het eigenlijk over? Poezie die ondoorgrondelijk en eigenzinnig is (zou je ook kunnen zeggen) maar waar ik niets mee kan. Nu weet ik dat er mensen zijn die dit ook van (delen) van mijn poëzie vinden. Hierover schreef ik al in Zoet en Fruitig versus Zoet en Bitter (27 april). Soms kan mijn poëzie wat abstract zijn. Toch denk ik dat mijn poëzie niet als hermetisch gekenschetst moet worden. Zoals ik in mijn reactie op de reactie van Ger schreef heeft Joris Lenstra een zeer duidelijk en leesbaar stuk voor Meander geschreven over wat hermetische poëzie is, wat de kenmerken zijn en hoe deze vorm van poëzie te (leren) waarderen. Dit stuk kun je hier lezen: https://meandermagazine.nl/2007/09/7-hermetische-pozie/

Tot slot een voorbeeld van hermetische poëzie van Hans Faverey. Met dank aan gedichten.nl

Zodat ik uitzie

.

Zodat ik uitzie

door het oog

van mijn naald

.
en sneeuwblind herken

de zwerfsteen,

sterfsteen onder

.
mijn tong: splinter

voor splinter

.
slaagt hij erin

niets te wegen,

niets voor te stellen.

.

Zoet en fruitig versus Zuur en bitter

Of: een recensie van een recensie

De afgelopen week bekeek ik het nieuwe tv programma ‘De nieuwe Rembrandt’ samen met mijn vrouw en dochter. In dit programma worden door 3 ‘experts’ kunstwerken beoordeeld op hun ‘Rembrandtfactor’. Mijn dochter werd al snel opstandig van de opstelling en de air van de ‘experts’.  Zo was er een groot wit kruis met daarop een kruisbeeld waaraan een koordje hing. Als je daar aan trok klonk een kinderliedje. De kunstenaar vertelde daar over dat het een aanklacht was tegen het kindermisbruik in de kerk. Duidelijk.

Toen het kunstwerk binnen werd gebracht voor de ‘experts’ werd er lacherig over gedaan, er werd dan nog net aan het touwtje getrokken maar het kunstwerk werd weggezet als niet ter zake doende. Mijn dochter vond dat heel onrechtvaardig. Waarom mag zo’n kunstenaar niet vertellen wat het idee is achter zo’n kunstwerk? Ik verdedigde toen nog het besluit van de programmamakers door te zeggen dat een kunstwerk als uniek werk een eigen zeggenschap moet hebben en dat in een museum ook niet bij elk kunstwerk wordt uitgelegd wat de kunstenaar er mee bedoeld heeft.

Later bedacht ik, na het lezen van een tv recensie in de Volkskrant, dat er wel degelijk iets mankeerde aan dit programma. Er werd door de ‘experts’ niet serieus nagedacht over de aangeboden kunstwerken. Een blik op het werk en men had zijn mening klaar. Niet nadenken of doordenken over wat er werd aangeboden, wat de diepere laag zou kunnen zijn. Ongetwijfeld om de vaart in het programma te houden. Terwijl er ook een kunstwerk werd binnengebracht dat al goed werd bevonden op basis van de naam van de kunstenaar. Deze was bij één van de ‘experts’ bekend en de twee andere volgde dociel zijn mening en vonden het werk ook meteen heel erg goed.

Waarom schrijf ik dit?

Ik moest hieraan denken toen ik gisteren door een goede vriend opmerkzaam werd gemaakt van het feit dat er een recensie van mijn laatste bundel was verschenen op Meander. Ene Kees G. te A. had zich aan mijn boek gezet op een manier die bij mijn vriend het stoom uit zijn oren deed komen. “Wat denkt die overjarige elitaire hippie wel. Naar mannetje met zijn paardenstaartje.”, hij had inmiddels op internet informatie ingewonnen over de schrijver van het ‘zure, naargeestige stuk’

Ik heb de recensie gelezen had daar de volgende gedachten bij.

Kees G. beweert van alles maar geeft geen voorbeelden.  Niets prikkelt, alles is saai en als voorbeelden geeft hij dan korte stukjes van soms maar een paar woorden. Uit de context getrokken zonder verder commentaar waarom dat dan blijkbaar saai of monotoon-brommerig zou zijn.  Als dieptepunt wordt het enige rijmende gedicht aangehaald. Pijnlijk noemt Kees G. het. Waarom Kees? Waarom is dit pijnlijk? Geef daar duiding aan, neem je werk als recensent serieus.

Laat ons neuken Nora, je windt me op
want alleen jij kunt je lippen zo tuiten
als ik streel over het vlees aan je kuiten
kom schat, nog een keer, hoppa-hoppa-hop

O, maar nu begrijp ik het zal je zeggen.  Maar is dat zo? Dit is een strofe uit een gedicht van Kees G. Een strofe uit een gedicht waarmee hij een prijs heeft gewonnen. Wederom, zo uit de context getrokken zou je kunnen zeggen: lekker vulgair met een kinderlijk rijmpje aan het einde (quote bevriende dichter).

‘Als je poëzie serieus neemt, dan is er maar een maatstaf, de hoogste.’ Schrijft Kees G.  Is dat zo Kees?

In de afgelopen jaren ben ik verschillende keren door dichters en aankomende dichters  benaderd en gevraagd om commentaar te geven op hun gedichten. Dat heb ik altijd met nuance gedaan, niet alleen maar de zwakke punten benoemen maar vooral de sterke kanten benadrukken, stimuleren, enthousiasmeren. Een paar van deze mensen zijn inmiddels zelfs door Meander geïnterviewd en als talenten bestempeld. Wat ik maar wil zeggen is dat de beschrijving van Kees G. een zeer eenzijdig beeld schept van de werkelijkheid.  Ik heb mijn bundel er even bij gepakt (en je kunt dit verifiëren door mijn blog te lezen) en wat blijkt: 3 gedichten uit de bundel hebben de eerste prijs gewonnen in poëziewedstrijden waaronder die van de LAZ en de SLAU, 4 gedichten zijn genomineerd in poëziewedstrijden of waren laureaat gedichten en maar liefst 15 gedichten werden gepubliceerd in tijdschriften, magazines en op literaire en /of poëziewebsites op het internet.

Tientallen mensen vonden mijn gedichten blijkbaar goed of goed genoeg. Wie zou er dan gelijk hebben, al die mensen en de inmiddels honderden mensen die mijn bundels hebben aangeschaft of Kees G. ‘Een zwetende schilferige zestiger’ (quote bevriend dichter)?

De kwalificaties van mijn vriend hebben allemaal door mijn hoofd gespeeld, de eerste keer dat ik de recensie las, daar ben ik heel eerlijk over, als je integriteit en je rechtvaardigheidsgevoel wordt aangetast verval je snel in vileine termen. Ik ben de eerste die zal erkennen dat niet al mijn gedichten even goed zijn, dat ik wel eens in de val van het cliché trap of dat mijn poëzie soms wel erg abstract is (dat is ook zo). Tegelijkertijd weet ik dat veel mensen van mijn gedichten genieten en dat ze mijn poëzie waarderen. De mening van 1 mens kan daar niets aan veranderen.

Ik hoop met bovenstaand stuk een eerlijk tegengeluid te hebben gegeven. En Meander? Meander stond een aantal jaar geleden te boek als licht elitair en nogal negatief in haar besprekingen van ‘minder bekende dichters’. De afgelopen jaren is daarin verandering in gekomen en ik beschouw de recensie van Kees G. dan ook maar als een incidentele terugval. Ik ben niet voor niets pas geleden Vriend van Meander geworden. Ik zal dat ook blijven, want in tegenstelling tot Kees G. hou ik wel van poëzie en al haar beoefenaren.

Dat wilde ik kwijt.

Wil je de recensie met eigen ogen lezen? Dat kan op: http://meandermagazine.net/wp/2012/04/in-het-wangslijm/