Site-archief
Als je een meisje bent
Maartje Smits
.
Eind 2015 verscheen bij uitgeverij De Harmonie de poëziebundel ‘Als je een meisje bent’ van Maartje Smits. Maartje Smits studeerde Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie, waar zij nu lesgeeft naast haar werk als freelance schrijver. Haar uiteenlopende werk werd in vele tijdschriften gepubliceerd. Dit jaar was ze een van de deelnemende dichters van de Poëziebustoer.
Als je een meisje bent gaat over opgroeien. “Je houdt het niet tegen. Maar Maartje Smits wilde het eigenlijk niet. In Als je een meisje bent probeert zij het volwassen worden te vangen door het schimmige gebied tussen kind en vrouw vast te leggen in beelden en bekentenissen. Maar de dichtbundel is tevens een gebruiksaanwijzing voor meisjes (m/v), alsook de definitieve omhelzing en tegelijkertijd het afscheid van het meisje”.
Uit deze bundel het gedicht ‘Via Via’.
.
Via Via
.
gister zag ik mijn moeder fietsen
in een stad waar wij allebei niet wonen
‘mam’
het duurde even voor ze mij herkende
ze was onderweg, sms’te ze, maar morgen
dus hier sta ik
onduidelijk of ze al geweest is
of nog moet komen
in mijn hoofd een rijtje vragen met mama erboven
mama de eerste
waarom lakschoenen ordinair zijn
ik zal kijken of ze nog steeds
van die pantykousjes draagt te geel
voor haar Hollandse kuiten
twee waarom kuikens je voeten volgen
drie wat ze bedoelde met ‘zie je nou, dat krijg je’
toen ik achteruitstapte
het piepte nog
vier over ongelukjes en
hoe lang je een ongelukje
dan blijft vijf waar ze naartoe ging, waar ze vandaan kwam
wat er gebeurt als een ei koud wordt
of ze naar huis gaat
en of ik mee mag
.
De Pier
Mooie taal
.
In het alleraardigste boekje ‘Het lied van Den Haag’ zijn (bijna) alle liedjes die ooit bekend zijn geworden over Den Haag verzameld. Toen ik over de Pier aan het lezen was viel me bij het lied ‘de pier’ van Charles Heijnen uit 1915 op dat de taal die daarin gebruikt zo mooi en voornaam is. Poëtisch van klank en daarom uiterst geschikt om op te nemen onder de categorie poëzie in songteksten.
Uit de strofe uit het lied blijkt ook hoe voornaam de stad Den Haag en met name Scheveningen ooit was.
.
Op de pier in Scheveningen promeneert het blauwe bloed,
Sinds de banken en het windscherm is ’t leven er zoo zoet.
Jonkers voeren dweepgesprekjes met hun blik in ’t blauw verschiet,
Spreken af op knusse plekjes en de freule weigert niet.
Heel Den Haag ontmoet elkander, en ‘hm’…met ’n ander,
Vol beminnelijken zwier savoureeren ze een exquisiet pleizier.
.
Catullus
Kleine vogel
.
Voor dat je gaat denken dat ik hier over katten ga schrijven (had zomaar gekund, er is veel poëzie bekend en beschikbaar over katten) of dat ik poëzie in het Latijn ga plaatsen; niets van dat al. Gaius Valerius Catullus (±84-54 v.Chr.) was de eerste grote Latijnse lyricus. Als een van de invloedrijkste dichters van de 1e eeuw voor Christus uit de Ciceroniaanse periode – Romeinse literatuur – schreef hij ongeveer 116 gedichten (totaal circa 2300 verzen (versregels)). Deze gedichten werden later gebundeld in de ‘Carmina Catulli’. Zijn stijl is gevarieerd en zijn werk bevat onder andere liefdesgedichten, spotgedichten en epische gedichten (epigrammen).
In ‘Het Grote Dieren Gedichten Boek’ dat in 2007 werd samengesteld door Guus Luijters en gepubliceerd bij uitgeverij Nieuw Amsterdam staan een aantal van de gedichten van Catullus in vertaling opgenomen. Zo ook het gedicht zonder titel hieronder.
.
Kleine vogel, speeltje van mijn lieveling,
jij, met wie ze zich vermaakt, jij, op haar schoot,
jij, naar wiens snavel ze haar vinger uitsteekt
om hem tot scherpe pikjes te prikkelen,
wanneer ze maar zin heeft, haar blik vonkend van
verlangen naar mij, in een lief spel met jou –
als tedere troost voor haar pijn, denk ik,
zodat de gloed van haar hartstocht tot rust komt –
kon ik toch maar met jou spelen zoals zij,
en het verdriet dat mijn hart drukt verlichten!
.
Het najaar begint goed
Ongehoord! september podium
.
Na een lange welverdiende vakantie gaat stichting Ongehoord! op zondag 25 september weer van start met een dichterspodium in de centrale bibliotheek van Rotterdam (4e etage, auditorium). De vakantieperiode hebben de bestuursleden van Ongehoord! benut om de inzendingen van de 5e Ongehoord! gedichtenwedstrijd te beoordelen en om zodanig van de bijna 170 inzendingen een shortlist te maken voor de jury om te beoordelen. Hierover zal in de loop van de maand meer bekend worden gemaakt.
Maar dus eerst weer een podium. Op 25 september (aanvang 14.00) hebben al een vijftal dichters toegestemd om hun poëzie te komen voordragen. Dit zijn:
- Gerard Scharn (winnaar Ongehoord! gedichtenwedstrijd 2014)
- Stokely Dichtman (o.a. lid van het collectief Wakkerlicht)
- Niels Landstra (dichter uit Breda, publiceert binnenkort zijn nieuwe bundel ‘Droef het zwieren)
- Jaap van Oostrum (stadsdichter van Maassluis en light verse dichter)
- Martin Wijtgaard (neopostromatisch dichter en dit jaar deelnemer van de Poëziebus)
Meer informatie op de website http://www.stichtingongehoord.com
We zijn nog op zoek naar een muzikant en een prozaschrijver dus hou de websites in de gaten. Toegang op 25 september is als altijd gratis.
.
Dichter van de maand September
Jean Pierre Rawie
.
Als dichter van de maand september heb ik gekozen voor Jean Pierre Rawie (1951). In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw verkocht hij oplagen van dichtbundels waar romanschrijvers jaloers op zouden zijn. Dit was een zeer vruchtbare schrijfperiode voor hem. Uit deze tijd stamt ook de bundel ‘Intensive care’ waaruit het gedicht van vandaag komt (1982).
Rawie is een geboren Scheveninger (en als inwoner van stadsdeel Scheveningen heb je bij mij dan toch een streepje voor) maar groeide op in Groningen. Rawie is door twee dingen bekend; door zijn flamboyante levensstijl en zijn dandyachtige uiterlijk en door zijn werk dat in vaste versvormen is geschreven (sonnetten, rondelen). Ook het gedicht ‘No second Troy’ is hier een mooi voorbeeld van, in dit geval een sonnet.
De komende weken op zondag dus gedichten van deze dichter als dichter van de maand.
No Second Troy
Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen,
en die door drank en heroïne
onder mijn ogen werd verpest.
Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit clandestiene
sonnetje van ons tweeën rest.
Zo’n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.
Wat zijn dat toch voor waanideeën,
Dat je, verdomd, in een gedicht
‘de dingen van je af kunt schrijven’?
.
Eddy van Vliet
Vlaams dichter
Eduard Léon Juliaan (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.
Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.
De thematiek van zijn poëzie is gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.
.
Op de iden van maart
de dag dat Julius Ceasar werd geveld
zoals ik geleerd had
en toen nog dacht dat alles te leren viel
stierf zij
.
Zo ze dan toch moet verdwijnen
bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis
dan op de dag dat een keizer werd vermoord
zoals voorspeld in de vlucht der eenden
zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links
afrukkend en geil van verdriet
.
En na de koffie met ooms en tantes
nooit gezien en stervensgereed
de hoon van de vrienden
om mijn tekens van rouw.
.
Uit mijn boekenkast
Crowdsurfen op laag water
.
Daniël Vis publiceerde in 2014 de bundel ‘Crowdsurfen op laag water’. Ik heb hier al eens aandacht aan besteed (29 januari 2014) maar omdat dit toch een bundel is die er voor mij uitspringt pakte ik hem uit mijn boekenkast en al lezend vond ik dat ik een gedicht van hem uit de bundel met jullie wilde delen.
Het is ‘Friedrichs ontstopper’ geworden, van zo’n titel wordt je vanzelf nieuwsgierig.
.
Friedrichs ontstopper
.
voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.
soms kroop hij ’s nachts uit bed
en schoof het gordijn open.
.
er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen
en hij heeft om dingen gevraagd.
.
van de pepernoten begreep hij ook niet
hoe ze in zijn schoenen kwamen.
.
maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.
en toen hij 13 was verzoop een schaap
in de sloot, achter.
.
je kan niet over water lopen.
.
in de cartoons hangen ze even stil in de lucht
voordat ze vallen,
.
er verandert iets in hun ogen.
.
hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,
dat het iets oplost daarbinnen.
.
‘doe je mond maar open,’ zeg ik.
‘als het prikt, werkt het.’
‘het botst toch op niks,’ zegt hij.
‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’
.
hij houdt zijn hand op z’n middenrif.
.
23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.
.
hij zegt:
.
‘als jezus terug op aarde komt
is dat als mannenmodel
voor h&m.’
.
Nieuwe vrouwelijke dichters
Anne Rouse
.
In één van de vele charity shops die je overal vindt in Engelse steden kocht ik de bijzonder fraaie bundel ‘New Women Poets’ uit 1990. Samengesteld door Carol Rumens. In deze bundel staan maar liefst 25 vrouwelijke dichters uit Ierland, Wales, Schotland, Nieuw Zeeland, Zuid Afrika, Oostenrijk, Iran, Engeland en Amerika. Zij zijn door Rumens gekozen, niet om hun nationaliteit maar om hun frisse geluid en landstaal. Er zitten dichters tussen die in vaste vormen dichten en anderen laten zich juist meer leiden door alledaagse- en ongestructureerde taal.
Mijn keuze voor vandaag viel op een gedicht van Anne Rouse. Geboren in 1954 in Washington studeerde zij in Londen waar ze nu ook woont. Ze werkte als (psychiatrisch) verpleegkundige en is nu alweer jaren zelfstandig schrijver. Ze wordt door de International Poetry Society omschreven als een intelligent en vakkundig dichter. Haar gedichten werden onder andere gepubliceerd in The Guardian, The Observer, The Independent en the Times Literary Supplement.
Toen in 1990 dit boek werd gepubliceerd was Rouse vooral bekend van gedichten van haar hand die in magazines waren gepubliceerd. Vanaf 1993 verschenen er ook een aantal dichtbundels van haar. Uit de bundel ‘New Women Poets’ heb ik gekozen voor het gedicht Virginian Arcady’.
.
Virginian Arcady
.
My muse came up from the creek,
taller than a man
in the speckled shade
where crayfish imitate tiny stones
and the brisk water plays.
.
Reckon it was my muse,
being so ringlety and fair
with a child’s eye.
In her head-dress bitter, living grapes
nest on the wild vine.
.
We strolled the bog paths
from the lower fields,
apart by armlength.
She talked low, reproachful, pretty:
said I don’t lover her enough.
.
Werkboek
Jana Beranová
.
Het overkomt me soms dat ik zeker weet dat ik een dichtbundel in bezit heb maar dat ik hem nergens kan vinden. Nu is dat met dichtbundels niet zo heel vreemd, het zijn meestal niet de dikste boeken in mijn boekenkast maar het zijn er wel veel.
In het volgende geval was er echter iets anders aan de hand. Het ‘Werkboek, bloemlezing 1983 – 2010’ van Jana Beranová is helemaal geen dun bundeltje. Het is een stevig verzamelwerk van bijna 300 bladzijden. Des te vreemder dat ik het nergens kon vinden.
Nu staan mijn dichtbundels niet allemaal bij elkaar in één kast. Dat is niet heel handig maar in de jaren zo gegroeid. Ik heb het vaste voornemen dit ooit nog te gaan veranderen en een kast speciaal alleen voor poëzie te bestemmen. Desalniettemin kon ik haar Werkboek maar niet terug vinden en ik wist zeker dat ik hem in 2011 van haar gekocht had, ze had er zelfs een opdracht voor mijn dochters ingeschreven.
Afgelopen vond ik het tot mijn grote opluchting terug. Het was tussen mijn romans komen te staan. Daarom en omdat ze zulke prachtige gedichten schrijft hier twee gedichten uit deze bloemlezing; ‘Volmaakt’ en ‘Blinde liefde’.
.
Volmaakt
.
In vers gras vrijen
om later veel later
in de dood nog even
na te geuren
als hooi
.
.
Blinde liefde
.
Ze houden elkaar vast
strompelend naar de finish
.
arm in arm
de plooien gladstrijkend
van hun omslag
.
stekeblind
de vingers gestrengeld
om hun witte stok
.
wie wegvalt
heeft gewonnen
.
Jana draagt voor uit haar Werkboek tijdens de Poëziebustoer van 2016




















