Site-archief
Dichter van de maand oktober
Antoinette Sisto
.
Op 3 juli jongstleden overleed Antoinette Sisto (1963), een prachtig dichter en een lief en mooi mens op veel te jonge leeftijd. Antoinette was dichter, vertaalde Italiaanse poëzie en ze was sinds 2007 redacteur voor Meander. Voor Meander interviewde ze vele dichters waaronder mij in 2014. Ik had haar leren kennen op het WAK festival in Den Haag en sindsdien volgde ik haar als dichter. Ze droeg een aantal keren voor op podia die ik organiseerde en ik mocht bij de presentatie van haar laatste bundel ‘Hoe de zee een woord werd’ in februari van dit jaar een aantal van haar gedichten voordragen. Als mens en als dichter wordt ze enorm gemist. Alle reden om haar dichter van de maand oktober te maken.
Op alle zondagen in oktober zal ik een gedicht uit één van haar bundels plaatsen. Deze keer uit haar laatste bundel het gedicht ‘Diner voor twee’.
.
Diner voor twee
.
Neem een bovengemiddeld slimme man
kies een bekoorlijke vrouw
geef de vrouw dat beetje koketterie
dat ruim door de beugel kan, onzichtbare lipstick
de man geen sigaret
maar een kalm gebaar van handen
zonder trouwring
zoek een decor bij elkaar
intieme muren, een goed verlicht restaurant
een kamerscherm
dat toch niet formeel aandoet.
Laat obers met zwarte vlinderstrikjes
hen bedienen met discretie, zonder tolken of
overbodige vorken, ervoor waken
dat ze geen wijn morsen
op haar met ijver uitgekozen jurk.
Laat hen niet meer dan twee ons vlees
per persoon eten.
Voeg beslist geen strijkers toe
maar laat van tijd tot tijd
passende geluiden vallen
het zachte tinkelen van metaal
tegen porselein de aandacht
van verlegen blikken afleiden
servetpunten die de lippen teder deppen
na elk met zorg gekozen woord
dat toch spontaan op de tong uiteenvalt.
Let op zonder te veel zout of bittere nasmaak.
Laat emoties hoog oplopen
een reden om het af te zoenen
op de drempel van de buitendeur zonder glas.
Maak dat ze tenslotte verdwijnen
hun schaarse woorden, de lichamen wit
tegen het donker, wanneer de avond sneller valt.
.
Halina Poświatowska
Liefdespoëzie
.
Halina Poświatowska ( 1935 – 1967) was een Pools dichter die door een ongeneeslijke hartafwijking niet oud is geworden. In 1967 overleed zij na een hartoperatie aan trombo-embolische complicaties. Poświatowska behoort tot de moderne tijd dichters in Polen. Ze debuteerde in 1956 met gedichten in het blad ‘Gazeta Czestochowa’. Hierna volgden drie dichtbundels met titels als ‘Today’ (1963), ‘Ode to hands’ (1966) en postuum ‘One more memory’ (1968).
De belangrijkste motieven van haar poëtische werk zijn de liefde en de dood. Bewust van haar broosheid, heeft Poświatowska herhaaldelijk haar tegenstand tegen het onbegrensde lot uitgesproken. Zij klaagde de onvolmaaktheid van het menselijk lichaam aan, maar ze gebruikte ook elk moment van haar leven. In haar werken negeerde ze haar vrouwelijkheid. Ze schreef over zichzelf en andere vrouwen als heldinnen. Dit alles ingebed in diepe filosofische gedachten. De poëzie van Halina Poświatowska is een studie van de menselijke natuur, van een liefdevolle vrouw en van een vrouw die bewust is van haar sterfelijkheid.
Uit ‘Heb medelijden, tijd’ Poolse poëzie van de twintigste eeuw uit 2003, het gedicht zonder titel in vertaling van Karol Lesman.
.
*
.
Ik ben Julia
ik ben 23 jaar
ooit proefde ik van de liefde
ze smaakte bitter
als een kop zwarte koffie
versterkte
mijn hartslag
prikkelde
mijn levend organisme
wiegde mijn zintuigen
.
ze heeft me verlaten
.
ik ben Julia
op een hoog balkon
hangend
schreeuw ik kom terug
ik roep kom terug
ik bezoedel
mijn gebeten lippen
met de kleur van bloed
.
ze is niet teruggekomen
.
ik ben Julia
ik ben duizend jaar
ik leef-
.
Koud water
A. Roland Holst
.
Vandaag trok ik de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1970 van A. Roland Holst (1888-1976) uit mijn boekenkast. Een keuze maken uit zijn gedichten valt nog niet mee. Hij heeft er niet alleen ontzettend veel geschreven (de bundel bestaat uit meer dan 800 pagina’s) maar er zijn ook zoveel prachtige gedichten van zijn hand. Tijdens zijn leven verschenen al 42 dichtbundels en na zijn dood ook nog enige. A. Roland Holst heeft nog altijd veel liefhebbers en bewonderaars van zijn werk. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.
Het gedicht dat ik uiteindelijk koos (na vele gedichten te hebben gelezen, wat zeker geen straf was) is ‘Koud water’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Onder koude wolken’ uit 1962.
.
Koud water
.
Wat bleef mij als mijn adem eigen? Wat
is het met mij, dat ik mijn naam en mijn
mens-zijn onder de mensen onderschat
om in de vroegte zonder naam te zijn
en overeind?
Wat anders dan koud water
over mijn huid als het buiten dag wordt.
Wat anders dan te worden overstort
door het begin, het element, om later
tussen het vuur en de open glazen deur
een geest te zijn van vlees, een willekeur
tegen de wereld.
Noem het hoogmoed, noem
de enige roem waar ik mij op beroem
waanzin – de rest kan mij gestolen worden-
de zonden en de ziekten, het verdorde
verleden – wat gaat het mij aan, zolang
water, koud water, bij het dagaanbreken
mij met klinkklare aandrang
tot eersteling uitroept.
Geen taal of teken
des doods weerspreekt het leven in zijn kern.
Het daagt, maar in het water blinkt nog lang
de morgenster na – laatste van de sterren.
.
A love poem
Charles Bukowski
.
Om de zoveel tijd voel ik de behoefte om iets van Charles Bukowski te lezen. Hij heeft een manier van de dingen opschrijven die ik zeer bewonder en waardeer. Zonder opsmuk of tierelantijnen, zonder hoogdravend te zijn of gekunsteld, gewoon recht voor zijn raap maar toch altijd bijzonder. Daarom dan ook hier een gedicht zonder titel uit de bundel ‘A love poem’ uit 1979, uitgegeven door Black Sparrow Press.
.
all the women
all their kisses the
different ways they love and
talk and need.
.
their ears they all have
ears and
throats and dresses
and shoes and
automobiles and ex-
husbands.
.
mostly
the women are very
warm they remind me of
buttered toast with the butter
melted
in.
.
there is a look in the
eye: they have been
taken they have been
fooled. I don’t quite know what to
do for
them.
.
Mooi gesjeesd doodgaan
Luuk Gruwez
.
In de fijne bundel ‘Poëten in het parlement’ bloemlezing 2002 van Vlaanderen & Co, las ik het bijzondere en gevoelige gedicht van Luuk Gruwez zonder titel. Gruwez (1953) is dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1973 met de poëziebundel ‘Stofzuigergedichten’. Voor de bundel ‘Een huis om dakloos te zijn’ ontving hij de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge. In 2009 ontvangt hij voor het gedicht ‘Moeders’ de Herman de Coninckprijs. Gruwez is ereburger van Deerlijk. Het onderstaande gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.
.
Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.
Zij komt met handtas en haar beste hoed,
gekrenkt tot in haar poederdoos,
arm ding, dat alle glorie verloor.
.
Zij komt een juf gestikt in een mevrouw.
Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,
haar lichaam zo gerantsoeneerd
dat het maar goed was voor een halve eeuw.
.
Dit liefelijk karkas met pruikenbol,
ik kan het domweg niet vergeten.
Hoe zij in alles was gesjeesd,
misschien in doodgaan nog het meest.
.
Het is nacht
Cees Nooteboom
.
De dichtbundels die (reis)schrijver en dichter Cees Nooteboom (1933) publiceerde tot de jaren ’70 hebben een specifiek ding gemeen namelijk de titels. In alle titels van zijn dichtbundels is het woord gedicht(en) opgenomen. Zo publiceerde hij achtereenvolgens ‘Koude gedichten’ (1959), ‘Het zwarte gedicht’ (1960), ‘Gesloten gedichten’ (1964) en ‘Gemaakte gedichten’ (1970). In zijn latere werk als dichter kiest hij voor een duidelijk andere lijn. Uit zijn dichtbundel ‘Het zwarte gedicht’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Het is nacht’.
.
Het is nacht
.
Het is nacht
en in de holte van de nacht
drink ik de melk van de maan
en zin op de dag.
.
hoog zwaait het donker weg
de steen van de ochtend
wordt geslepen.
.
vrolijke vrolijke dag
de rook van de vuren wankelt
de priester zingt zijn houten liedjes.
.
de zon heeft bloed in zijn oog.
wat zal er met ons gebeuren?
.
Hoe een zee een woord werd
Een recensie
.
De nieuwe bundel van Antoinette Sisto werd op 4 februari gepresenteerd in Perdu in Amsterdam. Deze bundel, uitgegeven door uitgeverij Kontrast in de reeks open is mooi vormgegeven met een foto van de dichter als omslag en een foto van Antoinette door Rob Hilz op de achterflap. De bundel is opgedeeld in 6 hoofdstukken en bevat 52 gedichten. Op de achterflap staat te lezen dat ‘tijd’het leitmotiv in deze bundel is, herinneringen aan vroeger, de klok die handelingen dicteert en het verkleinen van tijd tot zorgeloze momenten.
In het eerste hoofdstuk ‘Retro’ is de tijd aanwezig in herinneringen aan vroeger; bezoeken aan het zwembad, gymnastiekles en de familie.
In hoofdstuk twee ‘Tussen de wijzers’ lijkt dit voortgezet te worden maar hier beschrijft Antoinette een ander tijdsgewricht uit haar leven, met dezelfde compassie, waarna het terugkijken voltooid lijkt.
In het korte hoofdstuk drie ‘Het zoete nietsdoen’ beschrijft Antoinette recepten en gerechten maar ook daar komen weer herinneringen naar boven aan haar familie; “ik weet dat oud recept te liggen / in de bijkeuken van grootmoeders huis “. Of zoals in het gedicht ‘Familierecept’; “de geur waaraan ik terugdacht / vermengde zich met woorden / die ik lang niet las”.
In hoofdstuk vier (waar de bundel haar titel aan verleent) lijkt een omkering plaats te vinden. In het gedicht ‘Duik’ (met een verwijzing naar het eerste gedicht Golfslagbad ?) eindigt Antoinette met: “dreven wij naar een nieuwe tijd”. De gedichten die volgen zijn in de tegenwoordige tijd geschreven en volgen de dichter in haar gevoelsleven met prachtige zinnen als: “laten we afspreken / dat het nooit te laat is” en in een ander gedicht: “ik wist zeker dat ik je vinden zou / daar waar jij niet schuilde / in het donker van alle steden in mijn hart”.
In hoofdstuk 5 ‘Foto van een piloot’ lijken de gedichten de vorige hoofdstukken te willen voorzien van een extra fraai randje, waarna in hoofdstuk 6 ‘Speelduur 05.12’ gedichten met titels die verwijzen naar , wat lijkt een oude cassetterecorder, er een afronding komt. Alsof Antoinette nu weet hoe het verleden en het heden gekoppeld zijn en er een gebruiksaanwijzing klaar ligt voor de toekomst. Maar in de laatste regels van de bundel klinkt dan toch weer twijfel: “Ik zou het touw van de tijd vasthouden / als ik wist hoe vast voelde”.
Antoinette heeft met ‘Hoe een zee een woord werd’ een prachtige opvolger geschreven op ‘Iemand moet altijd gemist worden’. Schaf hem aan, lees en geniet.
Voor een gedicht uit deze bundel kijk je op de post van 13 februari 2017.
.
Hoe een zee een woord werd
Antoinette Sisto
.
Vorige week zaterdag mocht ik bij de presentatie van Antoinette Sisto van haar nieuwe bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ een aantal gedichten voordragen. Een paar uit haar nieuwe bundel en een paar van mezelf. Op deze mooie middag in Perdu in Amsterdam stonden ook op het programma: Herbert Mouwen (met een voordracht over het werk van Antoinette), Gerda Posthumus, Katelijne Brouwer, het muzikale duo Hoed en de Rand en er was een gesprek met Antoinette door Will van Sebille.
Zeer binnenkort een recensie van deze nieuwe bundel maar nu alvast een gedicht uit de bundel die ik in Perdu heb voorgedragen.
.
Een kwestie van tijd
.
We horen onszelf dingen zeggen
een smoes bedenken, anekdotes vertellen
naakt is het timbre van onze stem
al geven we ons niet bloot
.
we dichten elkaar betekenis toe
in een later ver van hier
wij zingen onszelf van binnen moe
.
dat is wat we doen
we zingen ons
een park in Beijing
een meer in Toronto
een kapotte brug in de binnenstad van Praag.
.
De val van een terloopse speld
blijft zo mijn enige hoop
met pijn in onze buik
iedere gêne
van onbeholpen leegte weglachen.
.
Laten we afspreken
dat het nooit te laat is.
.
Foto: Rob Hilz
Misschien moet alles eerst op tekening hersteld
Alja Spaan
.
Dichter Alja Spaan ken ik al jaren. Ooit was ik haar vriendelijke lezer, ik droeg voor bij haar thuis bij Alkmaar Anders, in haar huiskamer atelier, ze droeg voor het eerst voor op een podium van Ongehoord! (dat wist ik toen niet) en later nog eens en we brachten samen een bundel uit ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ in 2010 met prachtige illustraties van schilder-tekenaar Pierre Struys. Later won ze niet alleen de tweede prijs van de Turingwedstrijd maar ook won ze de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd in 2015 en stond ik op haar podium van Reuring.
En dan is er nu haar nieuwe bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld worden’, mooi uitgegeven door uitgeverij Watervis. Feitelijk is dit haar debuut als solodichter (eerder gaf ze ook al een andere bundel met Nina Barhorst) zo staat voorin de bundel maar volgens mij is dat haar bundel ‘De hand de beweging laten maken’. Omdat ik haar als mens en dichter goed ken, omdat ik haar ‘geschiedenis’ redelijk goed ken ( het overlijden van haar moeder, haar verhuizing naar Sint Pancras en de geboorte van haar eerste kleinzoon Scott David aan wie deze bundel is opgedragen) is het lezen van deze bundel voor mij een echt feest. Soms een feest van herkenning, dan weer een feest van poëtische vervoering, ontroering en genieten.
Waar in onze gezamenlijke bundel Alja nog niet een echte vaste dichtvorm had, daar heeft ze in de afgelopen jaren een heel duidelijk herkenbare stijl ontwikkeld waar ze bekend mee is geworden en die breed gewaardeerd wordt. Alle gedichten in deze nieuwe bundel bestaan uit strofen van twee zinnen of drie zinnen (de meeste twee zinnen) waarin, in een bijna vloeiende stijl, alsof het één lange zin is, het gedicht zich ontvouwt.
Prachtige beelden, zinnen en situaties schotelt Alja ons voor, steeds met een grote warmte en gevoel voor haar onderwerpen, de mensen in haar poëzie en de situaties die ze beschrijft. Zoals over haar moeder in ‘Koek’:
Ik zie haar weer in de winter, onherstelbaar
en zo half, naar opzij gevallen, niet meer
schuilend, zo laag bij de grond.
.
Of over haat terugkeer naar de stad, het vertrek uit het dorp van haar jeugd in ‘De echo’:
.
Niets is nog van mij of alles is verdeeld onder de
achterblijvers. Er hoefde niet
.
gedobbeld te worden. Mijn kleding gebukt onder
vele lagen stof, doordrenkt van
.
stadsdamp en snelverkeer, honderd mensen op een
vierkante meter.
.
In vier hoofdstukken met titels als ‘Opnieuw is de stilte weer oorverdovend, Alle portretten zijn levend geworden, Kokette neigingen en Ze is nog altijd bereikbaar geeft Alja ons een intiem kijkje in haar wereld. Een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen. Dergelijke bundels laten je deel uitmaken van de kleine intieme wereld van Alja en nodigen je uit tot herlezen, keer op keer.
In het gedicht ‘Een andere prestatie’ komt haar huis in Alkmaar langs, de lange woonkamer met de hoge wanden waar je je bij binnenkomst meteen welkom en thuis voelde.
.
Een andere prestatie
.
Nu pas mis ik mijn witte, hoge wanden
voorgoed. In dit poppenhuis
.
waar rondom de bomen dunner worden,
de straat dichterbij terwijl
.
de hemel steeds verder lijkt, blijven de
korte muren vochtig, een
,
blauwzwarte tekening volgt als een ader
mijn melkwit lijf, achter
,
de kast waarin mijn schriften liggen, groeit
een grijze boom, dik
.
dit keer. De woorden liggen gelukkig nog
droog in hun bedding,
.
wat ze bedoelden lijkt in het vorige huis
achtergebleven te zijn, alsof
,
geschreven op die hoge witte muren die
in de storm blijven staan.
.













