Site-archief

Lucebert

De Amsterdamse school

.
Lezend in de bundel ‘De Amsterdamse school’ van Lucebert uit  1978 kwam ik het gedicht ‘ab ovo’ tegen. Voor wie niet weet wat ab ovo betekent, het is Latijn en betekent ‘vanaf het ei’ of vanaf het begin. Dit weet ik omdat ik zelf een gedicht met die titel heb geschreven dat staat in ‘Zichtbaar alleen’. Mijn ‘Ab ovo’ is is te lezen op dit blog op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/12/22/en-we-zijn-er-nog/. Die van Lucebert staat, uiteraard, hieronder.
.
ab ovo
.
aan iulia dochter uit het 2de huwlijk v. augustus
van buiten het eiland
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
.
sla nu op de letters
de holle lichtschuwe letters
knuppelrode lippen op en neer
hier is geen huis geen tuin
de voorbijgangers zijn zacht ingegraven
in modder in aardzieke schaduw
en het is allemaal schrijven op huilen
bij hen de heldhaftige minnaars
een gouden kuil in de regen
hebben zij gespit met pipse
degens en verkouden kuchende zwaarden
.
jij iulia bent een beter schrijfster
dan de schrijvers van
‘de veldtocht der vogels’ of
‘het slagveld der libellen’
,
nadat je had nauwkeurig de 9 glazen mist genoteerd
waarin het stenen tirannenhoofd vernevelde
liet je de tienduizend knapen komen
en in een bos van klamme handen
wierp je je koninklijke borsten
die genoemd zijn:
de ontketende knaagdieren van haar hart
en meisjes bloesems
vertelde je de geheime aandacht van de vader
en je gaf hen je tak van rozensiroop en hiasintensap
die genoemd is:
het koninginnerapier
gefluisterd ook:
reeds in het ei je neuriede
het schadelijk loflied op de keizer
en gelasterd is:
het eerste wereldlicht waaraan je je ogen sloot
heb je schreeuwend verweten:
dit stinkt
en met luider stemme gezegd werd:
in het zand voor de knapenkrijgsschool schreef je
met de vinger van een roodharige adelborst:
‘tegen tien regels één lege richel
onder waarschuwers één waarschuw
en op talloze oppassen één onpas’
.
(men heeft verklaard:
dit alles mag niet met DE WERKEN vergeleken worden)
.
over de wrakhouten de golven
over de halfvermolmde golven
met het geblakerde boek
boek van het wanbeheer
verbannen ben je iulia
tussen de weerspannige spreuken
laat de eenzame geest zijn teken trillen
zijn teken is heerlijkheid die geen einde heeft gezien
heerlijkheid heeft zij gezien
zij die geen einde heeft gezien
.
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
het gemurmul van de buurman
iuliaiuliaiulia
.
.
.
adamschool

Eén pot nat

Jules Deelder

.

Gisteren de voorlopig laatste editie van de Poëziebus 2016 daarom vandaag op maandag de dichter van de maand juli,  Jules Deelder. Ik heb dit keer gekozen voor zijn gedicht ‘Eén pot nat’ uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.

.

Eén pot nat

Het is allemaal één popt nat

.

sprak de kat

die bij de wieg van Lao-tse

te spinnen zat.

.

Hoe of wat

Dit en dat

Bol of plat

.

Het is allemaal één popt nat,

.

sprak de rat

die aan het lijk van Lao-tse

te knagen zat.

.

.

Hans Lodeizen

Wandelend in de tuin

.

Hoewel Hans Lodeizen (1924 – 1950) een zeer kort leven gegeven was (hij werd 26) en maar één bundel publiceerde (Het innerlijk behang) en wat nagelaten werk, is zijn invloed op de poëzie in Nederland vernieuwend geweest. Hij wordt wel als een voorloper van de Vijftigers gezien met zijn experimentele poëzie. Uit de ‘Verzamelde gedichten’ uit 1996 het gedicht ‘Wandelend in de tuin ontdekte ik…’ dat ook verscheen in “Het muzikaalste gedicht’ De mooiste gedichten over muziek uit Nederland en Vlaanderen.

.

Wandelend in de tuin ontdekte ik…

.

Wandelend in de tuin ontdekte ik

Bloemen wier lichte gratie ik

Bijna vergeten had als de muziek

Die ’s ochtends na het bal door de tuinen

Zweeft; een herinnering en meer niet.

.

lodeizen

IB

Heimwee naar mijn dochter

Robert Anker

..

In mijn boekenkast staat de dikke bundel van Robert Anker met de titel ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979 – 2006’. Al bladerend stuitte ik op het intrigerende gedicht ‘Heimwee naar mijn dochter’.  Het is zo’n gedicht van Robert Anker dat je een paar keer moet lezen om een idee te krijgen wat hij nu eigenlijk wil zeggen.

Volgens mij gaat het over het proces van loslaten, terug vinden in uniciteit en het gemis aan hoe het was. Wat je er ook in leest, het is een prachtig gedicht door de bijna hypnotiserende toon en taal van het gedicht maar zeker ook door het weglaten van elke vorm van interpunctie.

.

Heimwee naar mijn dochter

.

Nu je terug bent want nu ik mijn dochter

terug heb want nu je terug bent gekomen

(waar was je wie ben je en wat was je)

maar nu je terug bent nu heb ik je zo

verloren en heb ik mij zo beschadigd

aan jouw aanwezigheid zonder jezelf

nu je schrille gestalte in volle emotie

verdween mis ik je dochter maar rijm je

met mij voor een leven naar voren

nu je terug bent en nu ik je zo

terug heb en liefheb omdat ik je mis.

.

anker

Weerzien

Liefdesgedicht van Anna Enquist

.

In 1994 verscheen van Anna Enquist (1945) de bundel ‘Een nieuw afscheid’ met daarin het prachtige ‘Weerzien’ en gedicht over de liefde tussen een man en een vrouw.

.

Weerzien

.

Hoe de mensen, hoe deze mensen, hoe

een man en een vrouw na jaren elkaar –

hoe na jaren deze mensen elkaar zullen

zien, harnas van vroeger over het sleets

lichaam, hoe in hun botten moeheid

en deceptie jaar na jaar kerven.

.

Hoe mensen, door afscheid op afscheid

gestriemd en geslagen, het kijken

verdragen in de laatste smalle kier

die de tijd hen laat, in laat licht

ontluisterd. Dat ligt aan de ogen;

genadig wrikt tovenaar geheugen

aan de deur van de tijd; ontzien

in het zien (weggeblazen heupen,

dood haar). Die daar staan ont-

staan voor elkaar bedrieglijkerwijs

in vijvers van vroeger. Zij bieden

elkaar een diep water, hier.

.

Zo zien een man en een vrouw na

jaren elkaar of niet of anders. Vuur!

.

een nieuw afscheid

Anna-Enquist-3721-248x372

Kalfsvlies

Marieke Rijneveld

.

Toen ik op 6 april 2014 samen met Marieke Rijneveld (1991) op het Taalpodium in Zeist stond vertelde ze me dat ze vlak daarvoor een contract had afgesloten bij uitgeverij atlas Contact voor een poëziebundel en een roman. Ik kende Marieke toen al van een optreden in 2012 bij Ongehoord! en wist dat ze over een bijzonder talent beschikte. In juni 2015 verscheen ‘Kalfsvlies’ haar poëziedebuut.

Inmiddels heb ik de bundel gekocht en gelezen en alles wat er al over dit debuut geschreven is, is waar. Het bijzondere ritme van haar poëzie, het gebruik van metaforen, de ongerijmde buitenissigheden in haar gedichten, ik heb het allemaal terug kunnen vinden.

Wat mij steeds weer fascineert als ik haar gedichten lees is dat ik bijna vanzelf haar taal hardop ga spreken terwijl ik lees. De taal die Marieke gebruikt is zowel alledaags als heel bijzonder. Het bijzondere zit hem wat mij betreft in de verbindingen die ze legt, de interpunctie die ze gebruikt (of juist niet gebruikt) en het feit dat ze lange zinnen aan elkaar rijgt die, ondanks dat ze opgedeeld zijn in hoofd- en bijzinnen, toch een geheel blijven vormen.

Voor de gemiddelde poëzielezer die korte zinnen gewend is zal het even wennen zijn. Voor een liefhebber van lange, samengestelde zinnen, zoals ik, is het vooral genieten. Soms moest ik zinnen twee keer lezen om haar bij te blijven maar altijd pakte ik de draad weer op.

De keuze van onderwerpen, het feit dat je soms denkt dat deze jonge dichter zich in een parallel universum bevindt dat hetzelfde universum is als waar jij je als lezer in bevindt maar dan met net even minder kennis van die omgeving, maken het lezen van de gedichten een soms verwarrende maar tegelijkertijd spannende ervaring. Ik betrapte me er tijdens het lezen op, dat ik dacht dat de gedichten een soort bezwering waren, dat Marieke mij, de lezer iets wilde vertellen zonder dat ik meteen doorhad wat precies en dat pas later het kwartje bij mij zou vallen. Als je zo poëzie kan schrijven ben je een bijzonder dichter/schrijver.

Sommige gedichten lezen meer als prozagedichten, of ultrakorte verhalen, maar altijd in diezelfde poëtische sprankelende stijl. Hoewel ik meer van de poëzie dan van de proza ben zal ik haar debuutroman ook zeker gaan lezen.

Uit Kalfsvlies heb ik gekozen voor het gedicht ‘Als het land niet meer plat is’. Over het platteland dat verdwijnt onder druk van de stad.

.

Als het land niet meer plat is

.

Stropakken liggen als blokken roomboter in het weiland, hier heeft het

platteland een berg maar vanaf de berg gezien is alles plat, en we

stotteren terwijl we toch geen last van spraakgebrek, maar elkaar duidelijk

willen maken dat de meeste onderbrekingen ongepland zijn.

.

Je overall is te ruim bij je schouders, we zouden er twee dwergkonijnen

onder kunnen stoppen, dat staat toch beter als ze straks de boerderij een

injectie geven, in laten slapen als de hond van de boer twee sloten

verderop. Sommige onderbrekingen speelden zich af op de hooizolder

.

waar je je bezwete gezicht op mijn blote buik legde, mijn navel

vergeleek met een kijkgat in de schutting, daarachter kon je alles zien

wat zich in mij afspeelde en we zouden de berg onthoofden zoals je een

eitje en dan samen oud en knotwilgen, maar nu staat er een bord met een

.

blije man in pak erop met in zijn hand een stad als een zwarte kever.

Denk aan al die uitgestrooide boeren in de koeien getrokken die als

wandelende graven tussen de bloesems als rouwboeketten lopen, we klampen

ons aan elkaar vast en kijken naar het laatste huis op het platteland dat instort

.

als een composthoop zonder luchtholtes. Iemand zegt dat je meerdere

huizen kunt bewonen, dat een koe met zeven magen zich toch niet vaker

verslikt, en we vragen ons af hoe het je vergaat als je een maag wegneemt

wat je dan nog wel en niet zal kauwen. Mijn hoofd verstikt een dwergkonijn

.

omdat ik gebruikmaak van zijn schouder, ergens fladdert het baasje van de

kever, er zijn onderbrekingen in onderbrekingen, stiltes die naar kuilgras ruiken.

.

Kalfsvlies

MR

Foto: Joost Bataille

 

Oogsten

Kira Wuck

.

Hoewel Kira alweer een nieuw boek (Noodlanding) met verhalen uit heeft kreeg ik voor mijn verjaardag haar poëzie debuutbundel ‘Finse meisjes’, waar ik overigens erg blij mee was. ‘Finse meisjes’ is zo’n bundel met gedichten en zinnen waar je steeds weer iets nieuws in ontdekt.

Ik herinner me Kira nog van een aantal jaar geleden, toen ze als nog redelijk onbekend en ongepubliceerd dichter op het podium van Ongehoord! al veel indruk maakte. Uit haar bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘Oogsten’.

.

Oogsten

.

De tijd gaat sneller als je af en toe een plant verschuift

in de winter heb ik beweegredenen nodig

niets is hier voorbestemd

maar alles gaat geleidelijk

.

dit ben ik in het oudst van de nacht

en ik waarschuw je alvast, ik word vaak verliefd

.

ik herken je voordat je jezelf herkent

(je past goed bij mijn behang)

er zijn huizen waarin je beter gedijt

.

we roken gaten in het bankstel

als je er nog bent als ik me omdraai

.

dan ben je niet meer weg

.

kira

Winterpijn

E-poëziebundel

.

Naar aanleiding van het publiceren en cadeau doen van mijn nieuwe E-bundel ‘XX-XY’ kreeg ik van verschillende kanten de vraag waar mijn vorige E-poëziebundel ‘Winterpijn’ te downloaden is. Dat kan vanaf de website van MUG books              ( http://www.mugbookpublishing.wordpress.com) maar voor het gemak ook hier nog een keer de link naar deze gratis bundel van mij.

ebook-winterpijnbluelinks

 

WvH-cover-e-book-Winterpijn-01

Het denken en het meisje

Maria Barnas

.

De Nederlandse schrijver, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas (1973) gebruikt tekst en beeld zowel in haar geschreven als haar beeldende werk. Voor haar poëziedebuut ‘Twee zonnen’ uit 2003 ontving ze de C. Buddingh’ prijs,  in 2009 de J.C. Bloemprijs voor haar bundel ‘er staat een stad op’ en in 2014 voor ‘Jaja de oerknal’ de Anna Bijns Prijs.

Maria Barnas is medeoprichter (met Maxine Kopsa en Germaine Kruip) van uitgeverij ‘Missing books’ die als kunstproject boeken publiceert die niet eerder zijn herdrukt. Ze schrijft over kunst en literatuur in onder andere De Groene Amsterdammer, De Gids, Vrij Nederland en ze was columnist bij het NRC Handelsblad.

Uit haar bundel ‘Jaja de oerknal’ uit 2013 het gedicht ‘het denken en het meisje’.

.

Het denken en het meisje

Weilanden en huizen verglijden in mijn ooghoek
terwijl ik me probeer te concentreren op het meisje
dat tegenover me zit. Er past veel in een ooghoek.
Een huis dat ik herken een sloot een koe en zelfs

het grazen en verloren turen van het dier dat de nek
strekt gespannen van een onbekend geluid.
Of wacht het strammer op een teken?
Dieren vermenigvuldigen zich aan de rand.

Schikken zich in dit verzakkende moerasland
met stuitende huizen waarin ik stuk voor stuk
heb gewoond. Het meisje klemt een boek

dat doorsneden van de hersenen toont op schoot.
Ze omcirkelt kwabben en ventrikels en ontleedt
dat ik aan haar kan denken en denken.

.

MB

 

De vogel Phoenix

M. Vasalis

.

Daags na mijn verjaardag kreeg ik over de post een bijzonder cadeau van een vooralsnog anonieme gever. In het pakje dat ik opende zat de bundel ‘De vogel Phoenix’ van M. Vasalis uit 1948. Een prachtig cadeau natuurlijk maar zonder afzender. Ik zou graag de gulle gever bedanken. Laat even weten wie je bent.

Dat ik heel blij ben met dit cadeau mag duidelijk zijn, Vasalis is al langere tijd één van mijn favoriete dichters en zo’n mooie oude bundel is dan een pareltje.

Daarom, als dank voor zoiets moois, deel ik vandaag een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Tusschen de lage kamer’.

.

Tusschen de lage kamer…

.

Tusschen de lage kamer met het groote vuur

en buiten, hoog verrezen en bevroren

is maar een dunne muur.

En ‘k weet niet welke zijde ik moet toebehooren.

.

Ik sta bij ’t raam en ruik het dun beslag van kou

langs ’t glas waar ik zoo veel van hou.

De sterren siddren in onzichtbre netten,

zij zijn zoo licht, zoo schuldeloos en vrij

fonklend verkeerend in hun trotsche wetten.

.

En ik weet niet wat mijn eigenlijke wetten zijn,

ik zoek een ver, onmenschelijk en zeker teeken

uit deze wildernis van pijn

en zelve ben ik te verward, te warm, te klein.

.

de-vogel-phoenix_3